OMG! Ik ben de veertig voorbij en heb nog geen burn-out gehad …

Elk tijdsgewricht heeft zijn criteria om tot de club van de celebrities, de BV’s en de (financieel goed boerende) progressieven te worden toegelaten. Bij mensen die ‘bewust’ leven, in het bijzonder kunstenaars, musici, schrijvers, would-be-artiesten en aanverwanten, geldt sinds de triomf van de moderniteit een psychische of geestelijke aandoening als toepasselijk criterium (‘geestesziekte’ is misschien een te zwaar woord). Een psychische aandoening of een geestesziekte hebben is namelijk iets dat gewone mensen zich niet kunnen veroorloven. Die moeten elke dag gedisciplineerd uit werken gaan om hun brood te verdienen en elke ziektedag betalen ze cash. De hierboven genoemde gelukkigen (allen hebben doorgaans flink wat geërfd) kunnen hun vrijheid en hun status etaleren met een als echt beleefde mental disorder.

Zo kunnen we doorheen de tijd een processie ontwaren van politiek correcte psychische aandoeningen en geestesziekten. Vanaf 1870 tot en met de Belle Epoque genoot neurasthenie (zenuwzwakte, zenuwinzinking) de eer beroemdheden en progressieve weldenkenden te verheffen boven de werkmens. Toen al hoorde je ook de juiste medicijnen te nemen. Dat waren doorgaans opiumderivaten, met als uitschieter laudanum. Sigmund Freud introduceerde rond de eeuwwisseling van 1900 een nieuwe trend: de neurose. Je had er verschillende soorten van. Hysterie was een must bij artistiek aangelegde vrouwen, dwangneurose eerder een mannenzaak. Ook bizarre fobieën getuigden van goede smaak. Tussen de twee wereldoorlogen en ook nog tot diep in de jaren 1950 verzon je desnoods maar iets om te kunnen opscheppen dat je elke week twee of driemaal op de divan ging liggen bij je psychoanalist.

Rond 1970 begonnen mensen die er prat op gingen zelfbewust in het leven te staan, te klagen over een passend ‘complex’ (desnoods twee of drie). Bij de minst originele hoorde het minderwaardigheidscomplex. Maar de winkel had een ruim assortiment te bieden: Adonis-complex, Don Juan-complex, Elektra-complex, Napoleon-complex, et cetera. Castratieangst, penisnijd en andere oedipale restanten konden ook bogen op fervente aanhangers. Al deze (al of niet vermeende) gemoedskwellingen gingen gepaard met vage lichamelijke klachten, aanhoudende angsten en overspannen zenuwen. Je wist met jezelf geen blijf en je werd geplaagd door slapeloosheid. Wie geen valium nam om met deze ongemakken om te gaan, hoorde niet echt meer bij de club. Begeleiding door een desnoods niet gediplomeerde therapeut was natuurlijk een must. Mensen wisselden ook druk namen en adressen van therapeuten uit. Wie zijn of haar zaak wat te ernstig opnam, zocht heil in therapie-shopping. Of begon paddenstoelen te eten.

Naar het einde van de vorige eeuw toe drong de depressie zich op als zaligmakende aandoening. Een leven zonder minstens één zware depressie was geen geslaagd leven. Valium werd vervangen door antidepressiva en de begenadigden vergeleken onder elkaar de uiteenlopende merknamen. Depressie werd echter al relatief snel gedemocratiseerd: een gewoon mens was er ook vatbaar voor. Mensen die zich “anders” voelden dweepten dan maar met “existentiële leegte” of “gemis aan spiritualiteit” waaronder ook hun lichaam zwaar te lijden had. Ze gingen in de leer bij meesters in de Oosterse filosofieën, werden vegetariër en vermaakten zich met yoga en transcendentale meditatie.

Sinds het begin van de 21ste eeuw kreeg je meer aandacht als je slachtoffer was of beweerde te zijn van zware trauma’s uit je kindertijd, in het bijzonder seksueel misbruik of incest. Posttraumatisch stresssyndroom (PTSD) werd een courant woord waarmee zelfs doordeweekse journalisten hun ding konden doen. Maar hier zorgde de Katholieke Kerk nu voor een verregaande democratisering: elk van Gods schepselen hoorde gelijke kans te hebben om tijdens de kinder- of jeugdjaren slachtoffer van misbruik te worden. Tegenwoordig kan je als BV, kunstenaar of schrijver met seksueel misbruik in je kindertijd niet veel meer kopen. Al kende Vlaanderen recent nog wel een paar laatbloeiers.

Maar geen paniek: niet misbruikt in je kindertijd, dan maar als (jong)volwassene. In de betere kringen wordt geen vrouw nog ernstig genomen als ze geen trauma heeft opgelopen als gevolg van seksueel grensoverschrijdend gedrag van een of andere hardleerse boeman. Zelfs jonge mannen beginnen zich te herinneren dat ze ooit door een vrouw werden verkracht. Zo het even kan: door hun eigen moeder.

En tegenwoordig moet je dus afgevoerd zijn (geweest) met een burn-out. De tijden zijn ondertussen zo veranderd dat je er allemaal financieel weinig bij inschiet. Daar hadden de socialisten ondertussen voor gezorgd met de uitbouw van de sociale zekerheid. Je moet niet meer tot de rijkere kasten behoren om aan een psychische aandoening te lijden. Het is een universeel mensenrecht geworden.

Aan de verheven BV’s en de artiesten om iets nieuws te bedenken.
.
fobie.

Advertenties

Rosalie in de deuropening

.
staat daar Rosalie in de deuropening

we kijken zo graag naar het onzichtbare
de onschuld van nevel en mist bij valavond
wat niet is en niet bestaat in de verste verte
ook niet verborgen achter sluiers en gordijnen
iets dat niets is niets doet – niet wordt wat het is

met gesloten ogen kijken naar kattengespin

pijn pijn fantoompijn van geamputeerd verlangen
die klamme claustrofobie van ziel in lijf
voorverkoop van de tien vogels in de hand
en het bleek schudden van de ontspoorde trein

staat daar Rosalie in de deuropening
.
.…………………………………………….Foto: Dorothea Lange (1895-1965)
.

Geen 11 november in kalenderjaar 2019 !

Ongeveer iedereen zal nu wel verzadigd zijn met herdenkingen van de Groote Oorlog en de Wapenstilstand. Elk dorp, elke gemeente in Vlaanderen weet nu op de centiliter na hoeveel liter bloed er op haar grondgebied is vergoten en hoeveel obussen er nog onder de grond liggen te wachten om opgedolven te worden.

Maar werd er doorheen de 10.000 aangestoken fakkels, het droevig en rouwig klinkend trompetgeschal, de boekenbeurzen en de handel in klaprozen ook evenredig veel aandacht besteed aan de werkelijke wereldhistorische aspecten en betekenissen van die vernielzuchtige oorlog, aan de wezenlijke belangen die toen op het spel stonden? Zoals het waarom van de voorafgaande jarenlange militarisering te land, ter zee en in de lucht; de geopolitieke oorzaken en de lange aanloop naar de Groote Oorlog; de voedingsbronnen van de toenmalige tomeloze nationalismen. Werd er onder de onoverzichtelijke massa verhalen waarmee onze mensen vier jaar werden bestookt, telkens ook diepgaander gegraven of bleef ongeveer alles beperkt tot het niveau van het avontuur van die Servische onverlaat die op 28 juni 2014 in Sarajevo een Oostenrijks aartshertogelijk koppel het zwijgen oplegde? Waarom het na die aanslag nog een volle maand duurde voordat Oostenrijk effectief Servië de oorlog verklaarde? En waarom moest in Frankrijk eerst de socialistische voorman Jean Jaurès worden vermoord (31 juli 2014) vooraleer het geheel van de Franse socialisten bereid was toe te geven aan de algemene oorlogszucht? Werd er op school ook doorgepraat over het Verdrag van Versailles van 1919 waar de rekeningen van de oorlog werden opgemaakt en al meteen de kiemen werden gelegd voor nieuwe oorlogen waarvan één niet bepaald kattenpis was? Kortom: werd er naast de kleine en grote weetjes ook systematische en breed opengetrokken ‘duiding’ gegeven?

Hoe dan ook: we zullen nu wel meer dan genoeg herdacht hebben. Zeker in de Westhoek hebben de mensen minstens een jaar nodig om te bekomen en te herademen.

Daarom wordt volgend jaar 11 november van de kalender geschrapt. Weg herdenkingen! We zullen ondertussen al 365 dagen geweten hebben dat op 11 november het orgelpunt van de Groote Oorlog wordt herdacht. Maar we hebben er wel de buik van vol gekregen eraan herinnerd te worden dat die dag in 1914 de wapens bleven stilstaan.

Op 10 november 2019 zal meteen 12 november 2019 volgen. Geen paniek, in 2020 is het schrikkeljaar. Dan kunnen we naast een 29 februari een bijkomende 30 februari inlassen. Zo zal de kalender weer zijn zoals ze al altijd is geweest. Enfin: sinds oktober 1582 toen paus Gregorius XIII de juliaanse kalender afdankte. Tijd is een relatief gegeven en de zon staat bijna nooit op de middag, om 12 uur precies, het hoogst aan de hemel. De kalender zelf is nog veel relatiever.

Leve 11 november 2020! Want dan zullen we ondertussen allemaal weer vergeten zijn waarom die dag eigenlijk een betaalde feestdag is.
..

11 nov.: Feestdag voor Alleenstaanden !

Voor de Chinezen, altijd dwarsliggers, is 11 november een dag van onvergetelijk jolijt en uitbundige feestvreugde. 11 november is er Singles’ Day (Guanggun Jie of 光棍节), een officieel erkende feestdag. Vooral jonge m/v singles en vrijgezellen vieren die dag trots en met vreugde in het hart hun wettelijke status. 11 november werd daarvoor uitgekozen omdat het getal 1 staat voor ‘op zijn ééntje zijn’. Alleenstaande dus.

De Chinezen zouden geen Chinezen zijn als ze zich die dag ertoe zouden beperken binnenshuis kaarsen te branden, wat slingers en guirlandes op te hangen en het plafond op te fleuren met ballonnetjes.

Nee, de Chinezen trekken massaal naar het internet. En/of de straat op. Dat laatste zeker niet enkel om hun maag vol te stoppen of zich te bedwelmen met geestrijke dranken. China’s 11 november werd in enkele jaren tijd ’s werelds grootste online en offline shopping-dag. Alibaba haalde in 2017 een omzet van meer dan 168 miljard yuan (US$25.4 miljard). Rivaal JD.com lanceerde een 11 dagenlang koopfestival, goed voor nog eens rond de 150 miljard yuan. Alles samen ruim meer dan 300 miljard yuan (ongeveer 45 miljard dollar).

Wat een contrast met de Europese 11 november. Hoewel! De Groote Oorlog produceerde een massa alleenstaanden. Onnoemelijk veel vrouwen werden weduwe. Meisjes en vrouwen wisten dat hun verloofde of hun man voor niets was gestorven. Ze kregen een eerzame kans op een tweede liefde, al begonnen ze die kans niet meteen op 12 november 1918 te benutten.

Daarnaar zullen de gedachten van Macron en zijn nobele gasten in het bos van Compiègne niet gaan. Een gemiste kans!

Voor nog heel wat andere verstokte vrijgezellen en alleenstaanden werd/is 11 november een heel speciale gedenkdag. Bijvoorbeeld: op 11 november 1923 werd een zekere Adolf Hitler gearresteerd als aanstichter van de legendarische Bierhalle Putsch in München. Voor hem ook een dag om nooit te vergeten.
..

Wie is Francesca ?

Scherpzinnige mensen vragen me soms: Wie is die Francesca in je blogtitel?

Francesca is de titel van een gedicht van Ezra Pound (1885-1972) uit 1908. Ik las het gedicht voor het eerst toen ik 15 jaar was in de roman “Een Eiland Worden” van Paul de Wispelaere (1963). Het is nog steeds mijn favoriete gedicht.

.
FRANCESCA
.

You came in out of the night
And there were flowers in your hands,
Now you will come out of a confusion of people,
Out of a turmoil of speech about you.
.
I who have seen you amid the primal things
Was angry when they spoke your name
In ordinary places.
I would that the cool waves might flow over my mind,
And that the world should dry as a dead leaf,
Or as a dandelion seed-pod and be swept away,
So that I might find you again,
Alone.
.
Ezra Pound
.

Enerzijds de illiberale democratie, anderzijds de liberale iddemocratie …

Mensen als Guy Verhofstadt populariseren sinds een jaar ook in onze landstaal een nieuw politiek-filosofisch concept, de illiberale democratie. Vooral de Hongaren zouden sterk zijn in dat illiberaal-democratisch gedoe. Die mogen straks misschien zelfs stemmen in een referendum dat referenda en alle andere verkiezingen gewoon verbiedt. En die Hongaren zullen gewis in grote meerderheid ‘ja’ stemmen. Waarna zeker de Polen en de Slovaken niet achterop kunnen blijven. Tot het Europees Parlement moet erkennen dat het zelf in hoge mate illiberaal is geworden, de fractie van Guy Verhofstadt incluis.

Waar een illiberale democratie kan bestaan, moet ook een liberale iddemocratie minstens dénkbaar zijn. Waar wit is, moet ook zwart zijn.

Iddemocratie: wat een monsterlijk woord. Toch moet het kunnen! Ook het woord illiberaal is immers nog niet door de Dikke Van Dale opgepikt.

Het basiskenmerk van de illiberale democratie is dat de drie staatsmachten – de wetgevende, de uitvoerende en de rechterlijke macht – in elkaar gaan schuiven. Van drie machten blijven er op de duur nog twee over. Wat natuurlijk de deur op een kier zet om meteen maar alles te herleiden tot één Grote Macht, met één Grote Leider. Stilaan beginnen de Chinese en Noord-Koreaanse kernideeën ook in Europa furore te maken. Nu moeten de Hongaren alleen nog ballistische raketten op Brussel richten.

Hoe zou het er dan in de liberale iddemocratie aan toegaan? Bijvoorbeeld in België. Dat kan niet anders dan neerkomen op een absolute vrijheid wat het aantal machten en het oprichten van politieke instituties betreft. Naast het parlement de straat, iets waar de PvdA altijd al voor heeft geijverd. Naast de rechtstaat voor de gewone burgers de onrechtstaat voor de criminelen en de fraudeurs. Naast de wetten in het Belgisch Staatsblad de sharia en het Afrikaans natuur- en gewoonterecht. Naast een seksistisch mannenparlement een empowered vrouwenparlement en een ludiek LGBT-parlement. Laat uw verbeelding maar spreken. Het mag te gek zijn voor woorden.

België is al onbestuurbaar, zal u zeggen. Het zal het nog meer zijn. Verwordt dat niet tot een al te grensoverschrijdende decadentie?

Maar is die onbestuurbaarheid niet wat we allemaal zo graag willen?
.
.

Een Syrische jihadist in mijn achtertuin?

In augustus heeft er iemand in Syrië mijn blog bezocht. Was het een Syriër of een toerist? Een Belgische F16-piloot? Een terrorist of een regeringsgetrouwe? Aboe Suleiman al-Belgiki, de beul van Raqqa, himself? De vrouw van Assad? En is die persoon per toeval op mijn blog gestoten of is hij/zij er met voorbedachten rade naartoe gesurft? Heeft hij/zij er ook iets op gelezen of onmiddellijk het venster weer gesloten?

Het komt wel eens voor dat er in Tanzania of Uruguay een onverlaat op mijn blog terechtkomt. Maar een Syriër? Die intrigeert me toch, die spreekt mijn verbeelding aan. Duizendmaal meer dan de paar Russen of Chinezen die ook wel eens een ommetje maken...

Radio Chat met Dokter Alzheimer

.
Voor Marie-Anne’s verjaardag
.
.
Het aantal gevallen van Alzheimer scheert jaarlijks steeds hogere toppen. De aandoening is door de World Health Organization erkend als een ware epidemie die bovendien met de jaren steeds erger zal worden. “Logisch”, wordt gezegd: mensen leven alsmaar langer. Hoe hoger de levensverwachting, hoe hoger ook de kans op dementie en Alzheimer. Kijk naar de statistieken! De statistieken: ik hou niet van dat soort statistieken, zolang er te veel uitzonderingen zijn. Mijn nonkel Germain werd 89 en er viel bij hem geen Alzheimer te bespeuren (wel Parkinson, maar soit). En mijn grootmoeder Romanie ging ten onder aan aderverkalking maar in de aders van haar benen, niet in die in haar hoofd. En zo kan ik wel ùren doorgaan. Het moet zeker allemaal iets ingewikkelder liggen.
.
Wat er zich bij Alzheimer neurofysiologisch afspeelt in de hersenen, is reeds jaren geen raadsel meer. Maar de eigenlijke oorzaak? Hoe zit het daarmee? We nemen contact op met Dokter Alzheimer zelf, de man die de dementievariant zijn naam gaf. Bingo! Hij verklaart zich bereid tot een kort radiogesprek.
.
E.R: “Dokter Alzheimer, laten we meteen met de deur in huis vallen. Een aantal mensen die het kunnen weten, opperen zij het zonder veel poeha dat Alzheimer als een beschavingsziekte moet gezien worden. Kortom: niet enkel puur biologische of neurologische oorzaken, maar ook sociaal-culturele. Wat is uw mening hierover?”
Dr. Alzheimer: “De achterliggende redenering steunt zeker op een paar plausibele argumenten. Je kan vrij gemakkelijk een hypothese opbouwen die zegt dat de alsmaar toenemende prevalentie van Alzheimer nauw samenhangt met maatschappelijke veranderingen die zich de laatste halve eeuw hebben voorgedaan.”
E.R.: “Kan u dit even toelichten? Op een manier die voor de luisteraar en mezelf als volslagen leek bevattelijk is …”
Dr. Alzheimer: “Zeker. De stelling verwijst naar historische en culturele veranderingen doorheen de laatste eeuw. Die veranderingen kennen vooral de laatste decennia een enorme versnelling. Schrikwekkende toename van informatie en prikkels van de meest diverse soort, ik moet daar niet over uitweiden. Maar we merken op het vlak van ouder worden een merkwaardige evolutie. Tot ongeveer de jaren 1950 veranderde een mens doorheen zijn levensloop, hij werd van kind volwassene en dan ouderling. Maar zijn wereld bleef subjectief en objectief grotendeels dezelfde. Ouder wordende hersens moesten amper en uiterst zelden afrekenen met grote veranderingen in hun leefwereld. Een man werd kaal en een vrouw kreeg rimpels en grijze haren, maar wit bleef wit en zwart bleef zwart. Je hersens moesten niet elke dag moeite doen om bij te blijven. Je had als bejaarde wel een loopstok nodig, maar als je ergens naar toe ging, was je niet vergeten waar je vandaan kwam.”
E.R.: “En tegenwoordig zou het andersom zijn?”
Dr. Alzheimer: “Ja, tegenwoordig is het andersom. Je blijft doorheen je levensloop in wezen relatief dezelfde, maar de wereld om je heen verandert in verhouding permanent, drastisch en razendsnel. Steeds maar sneller. Omzeggens elke dag sta je voor nieuwe situaties, nieuwe problemen en probleempjes, nieuwe uitdagingen. De verbindingen tussen je hersencellen moeten zich steeds aanpassen aan nieuwe prikkels, nieuwe manieren vinden om ermee om te gaan, en nieuwe antwoorden bedenken voor voorheen onbestaande problemen. Je neuronen moeten hun vertrouwde koppelingen en associaties om de haverklap loslaten en zich verbinden met andere zenuwcellen. En een moment later ook die weer in de steek laten, enz. Telkens dus tijdelijke koppelingen van korte duur. Je hersencellen kennen geen rust meer. Dat houden de meeste van die cellen geen honderd jaar vol. De werklast wordt te hoog. Hier en daar is er zelfs eentje die voor de dood kiest.”
E.R.: “Ze plegen zelfmoord?”
Dr. Alzheimer: “Ja. Er breken spontane stakingen uit. De neuronen leggen het werk neer. En collega’s uit andere hersenregio’s verklaren zich ook sneller solidair. Een steeds groter aantal neuronen weigert nog aan voortdurende partnerruil te doen. Cellen klampen zich vast aan hun bestaande banden. Ze gaan samenklitten. Blijven bij elkaar plakken. Kluisteren zich aan elkaar vast. Gaan als het ware op pensioen. Je hersenen raken bezaaid met zogenaamde “plaques”. En dat is the point of no return.”
E.R.: “Dan doen die hersencellen geen moeite meer om zich te updaten?”
Dr. Alzheimer: “Precies. Daarom faalt in de eerste plaats het opslaan van nieuwe informatie in het zogenaamde korte-termijn geheugen.”
E.R.: “Conclusie: Alzheimer is een efficiënte vorm van zelfverdediging tegen een wereld die er plezier aan beleeft ons permanent te couilloneren. Misschien zijn demente mensen wel gelukkiger dan wij. Grapje!
Goed, Dr. Alzheimer, dank u voor dit verhelderend gesprek. En nu weer muziek. En om in de mood te blijven een toepasselijke gouwe ouwe.”
.

 

Alleen patience spelen kan u redden!

De 41-jarige Duitse ziekenhuisverpleger Niels Högel heeft op de eerste dag van zijn proces vandaag (30 oktober) toegegeven honderd willekeurig uitgekozen patiënten te hebben vermoord. Hij spoot ze medicatie in die leidde tot hartfalen of andere complicaties. Hij zou de moorden hebben gepleegd uit verveling en om indruk te maken op zijn collega’s door zich demonstratief “nuttig” te maken met pogingen zijn slachtoffers te reanimeren. Wat hem, zoals hij op voorhand wist, natuurlijk meestal niet lukte.

Uit verveling!!!

Nochtans wemelt het op Internet van tips tegen verveling. De website “Inspiring Elise” lijst er zo maar eventjes 100 op. Met als Tip 4: “Lees blogs met tips tegen verveling!” (Niet lachen asjeblief!) Populair is patience spelen, vooral bij oudere laaggeschoolde mensen zoals mijn moeder (90 jaar) en mijn buurman (89 jaar).

Verveling is onaangenaam en blijkbaar ook gevaarlijk als je belast bent met het DNA van Niels Högel. Verveling confronteert je met jezelf en dat is niet leuk als je een laag zelfbeeld hebt en je weinig hebt om trots op te zijn. Verveling betekent letterlijk dat “je jezelf te veel bent”. Bij verveling hoort dan ook de vraag: “Hoe raak ik van mezelf af?”. Niet gemakkelijk te beantwoorden als het buiten regent en stormt en je geen liefhebber bent van het patiencespel.

Wat gaat dat dan worden als robots al ons dagelijks handelen overnemen? En we “het einde van de geschiedenis” meemaken?

Over hoe het dagelijks leven er bij het einde van de geschiedenis zal uitzien gaf de filosoof Alexandre Kojève ons wellicht als eerste een insteek. Kojève was een rare sjarel die rond 1935 aan tal van Franse super-intellectuelen lezingen gaf over de filosofie van Hegel. Hegel, de Duitse topfilosoof die ons in de tijd van Napoleon al voorhield dat de geschiedenis stilaan naar zijn einde loopt en we daarna alleen nog getrakteerd zullen worden op akkefietjes en faits divers. Hoe het leven dan zal geleefd worden, daar raakte Kojève ook niet goed uit want hij bewaarde zijn denkbeelden daaromtrent voor twee zij het redelijk lange voetnoten in zijn “Introduction à la lecture de Hegel” (een verzameling van zijn lezingen door toehoorder Raymond Queneau, ook een rare sjarel ). Een voetnoot in de 1ste editie van 1947, en een tweede in de 2de editie van 1968.

In zijn eerste voetnoot schreef Kojève dat mensen terug dieren zullen worden. Geen beesten die zich overgeven aan grove beestachtigheden, maar gewoon brave dieren die genoegen vinden in sobere dingen als eten, af en toe eens vechten voor een wijfje (of als wijfje koketteren voor een schare mannetjes) en voor de rest veel slapen. Geen kopbrekens dus over de zin van het leven, het al of niet bestaan van God en het lot van de ziel na de dood.

Later, na een reis naar Japan, bedacht hij zich en schreef een nieuwe voetnoot. Mensen zouden zich bij het einde van de geschiedenis overgeven aan compleet zinloze en nutteloze handelingen zoals Japans bloemschikken en omstandige theeceremonieën.

Wie nooit geleerd heeft patience te spelen begint er dus best maar aan!
..

Het Plebs, de Linkse Elite en de Staat

Het gewone volk is dom; gehersenspoeld; stemt bij verkiezingen tegen zijn eigen belangen in; het is moreel inferieur; het staat onverschillig tegenover de lijdende medemens; het is egoïstisch en met niets of niemand solidair; het is zich niet bewust van de urgentie van de preventie van rampen die ook hem boven het hoofd hangen. Het mag dan ook beledigd, uitgelachen en vernederd worden, kortom gediscrimineerd worden. Zijn bestaan mag zelfs ontkend worden.

Schaamteloze opvattingen die paradoxaal genoeg vooral door een flink deel van de linkse culturele elite en haar fanatieke miltante acolieten graag worden verspreid. Vooral dus door mensen die helemaal geen contact hebben met het gewone decente volk. Noch rechtstreeks want ze wonen in aparte wijken, noch onrechtstreeks via de media want daar komt de stem van het gemene volk amper aan bod. Zelfs in ultra-populaire tv-programma’s als FC De Kampioenen of Thuis treden geen industriearbeiders of bouwvakkers op. Zelfs geen ambtenaren.

Het plebs is ‘materialistisch’ en vraagt zich bij alles af hoeveel het kost, het heeft een baksteen in de maag, kijkt elke avond drie uur naar tv en gaat de zaterdagavond naar ‘de voetbal’. Het eet elke dag vlees, verspilt massa’s voedsel en koopt alles in plastic verpakkingen. De mannelijke plebejers hebben nog niet afgeleerd om vrouwen te intimideren en de vrouwelijke plebejers hebben nog niet geleerd om zich te verweren tegen hun patriarchale mannen.

Het plebs is dan verantwoordelijk voor het voortbestaan van het kapitalisme, voor de massale CO2-uitstoot, voor de verwoesting van de planeet, voor het smelten van het poolijs, voor de dalende biodiversiteit en voor de toename van het aantal dood en verderf zaaiende orkanen en tyfonen en van hun hevigheid.

Voor het superieure ras van wereldverbeteraars dat iedereen de vinger wijst die het met hen niet eens is, is dat plebs er ook de oorzaak van dat links in dit land geen meerderheid haalt. Toch beweren de meeste linkse politici en hun sympathisanten die openlijk of gereserveerd neerkijken op het plebs, dat ze opkomen voor de minst bedeelden en voor de doorsnee werknemer die door de politieke rechterzijde in zijn/haar sociale zekerheid wordt bedreigd.

Hoe moeten we die tweespalt verklaren?

Links staat voor militantisme, voor pogingen om politieke macht te verwerven, het manifesteert voor het om even wat in de publieke ruimte, in straten en op pleinen. Linksen pretenderen te weten welke problemen de samenleving kent, er een correct inzicht in te hebben en dus ook de oplossingen te kunnen aandragen. Doorgaans hebben zij immers een diploma van mens- en maatschappijwetenschappen op zak en zijn dus geschoold in correcte maatschappijkritiek en het realiseren van maatschappelijke veranderingen. Zelfverklaarde linksen hebben een duidelijk min of meer coherent wereldbeeld dat nochtans dikwijls niet verder gaat dan het onderscheid tussen de goeden en de slechten. Zij weten hoe de wereld in elkaar zit en zijn dus dragers van absolute waarheden. Zij weten wat er verkeerd loopt in de maatschappij en wat eraan gedaan kan en moet worden.

Om de macht te verwerven waarmee alles ten goede kan worden gekeerd hebben ze een massaal draagvlak bij de bevolking nodig. Maar dat hebben ze niet en dus moeten ze als ware priesters preken en prediken om zoveel mogelijk mensen te bekeren. Zonder massaal voetvolk kunnen ze de Wetstraat niet overnemen. Of de openbare ruimte helemaal voor zich opeisen.

***

Met een beetje empathie, verdraagzaamheid en goede wil zou de zaak ook wel eens vanuit het perspectief van het plebs kunnen bekeken worden. En dat zou best eens mogen. Want het laat de ganse maatschappelijke boel draaien, de economie die zorgt dat er brood bij de bakker ligt. Het plebs, dat gemene volk, wil NIET participeren aan het politieke bedrijf en aan de staatsmacht. Het wil dat de Staat het beste met hem voorheeft, het werk doet waarvoor de staatsvertegenwoordigers gekozen en rijkelijk betaald worden, hem geen rad voor de ogen draait en vooral: dat de Staat hem verder met rust laat. Plebejers willen het Goede Leven dat ze min of meer leiden niet vergooien aan grootse denkbeelden, idealen en utopieën die toch telkens illusies blijken te zijn. Of oplichterij. Ze willen in de eerste plaats een gedegen gezondheid. Ze willen zich niet klem rijden in burn-outs.

Dus houdt het plebs zich met zijn eigen zaken bezig. De klaar staande aspirant-elite vindt dat verwerpelijk maar paradoxaal genoeg ook geruststellend. Want stel je maar eens voor dat …
.

.

sp.a schakelt over op de postduif !

Stilaan beginnen de nadelen van email-communicatie de voordelen ervan te overvleugelen. Nonchalante e-mails kunnen je zoals ondoordachte Facebook-posts levenslang achtervolgen of je verdere loopbaan hypothekeren.

Kolonel Harold Van Pee, de man die de F-35 kocht, weet er alles van. De afwikkeling van de aankoop van de nieuwe gevechtsvliegtuigen was één verhaal van ongelukkig e-mailverkeer. Valse mails, mails verzonden door onbevoegde legerofficieren, uit de context gerukte mails, te vroeg of te laat verstuurde mails, enz. In De Standaard van gisteren bekent hij dat een paar van zijn medewerkers opperen om opnieuw zoals vroeger met de postduif te communiceren.
.

Ook bij de sp.a overweegt men om het e-mailverkeer te vervangen door het inzetten van postduiven. Voorzitter John Crombez ontvangt immers niet alleen e-mails die er geen zijn. Hij laat er ook verzenden waarvan hij daarna verklaart dat de inhoud ervan waardeloos is. Zo verstuurde hij vrijdag een e-mail naar zijn Oostendse sp.a-leden. Daarin kondigt hij zijn beslissing aan om te verzaken aan deelname aan het stadsbestuur en noodgedwongen en met pijn in het hart voor de oppositie te kiezen. De e-mail wordt, wat dacht je, onmiddellijk gelekt. Waarop John de journalisten van de kwaliteitskranten laat optekenen dat de inhoud bullshit is. Zo kan het echt niet verder.
.
postduid

Administratieve Vereenvoudiging

Volgens welingelichte persbronnen hebben de Brusselse magistraten deze week een richtlijn ontvangen om eenvoudige diefstallen, winkeldiefstallen en aanrandingen niet langer te behandelen. Dat is op zichzelf geen groot nieuws, maar een bevestiging van de bestaande praktijken. Wel nieuw is dat de richtlijn ook bepaalt dat de politiedossiers bij aankomst op het Parket zelfs niet meer geopend moeten (=mogen) worden. Alles meteen naar de papierversnipperaar.

Ondertussen moet de politie bij aangifte van een diefstal nog steeds een PV opmaken. Daar kruipt zeker per aangifte een half uur werk in. Tel maar eens op!

De politiediensten klagen al jaren dat ze verdrinken in het papierwerk en dat ze daardoor steeds meer hun kerntaken moeten verwaarlozen. Jan Jambon, minister van Binnenlandse Zaken, wil nu eindelijk eens aan hun verzuchtingen tegemoet komen. Hij wil de verhouding tussen het werk van de politieagent en dat van de inbreker evenwichtiger maken, zodat beide partijen de confrontatie met gelijke wapens kunnen aangaan. Inbrekers hebben namelijk geen papierwerk, en dat is niet rechtvaardig.

Daarom heeft minister Jambon een wetsontwerp klaargestoomd dat onder meer in volgende bepalingen voorziet:
– de inbreker moet zich laten registreren en over een beroepsvergunning beschikken nadat hij/zij de noodzakelijke opleiding met succes heeft gevolgd. Personen met een strafblad krijgen geen toelating tot de opleiding.
– bij de registratie ontvangt de inbreker een badge. Deze moet de inbreker steeds kunnen laten zien aan de geviseerde persoon of de afgevaardigde van de handelszaak die hij/zij als voorwerp van zijn/haar beroepsactiviteit heeft uitgekozen.
– de inbreker moet per dag een logboek bijhouden met vermelding van de uitgevoerde activiteiten, de inkomsten en de uitgaven. Ambtenaren van de sociale inspectie en van de belastingdiensten moeten te allen tijde inzage kunnen krijgen van dat logboek.

De vakbond van inbrekers, dieven en oplichters (VIDO) verklaart zich bereid om over het ontwerp te onderhandelen, maar eist alvast een billijke pensioenregeling.
.
inbraakpreventie-cartoon-quirit_tcm5-7410.

Wat heb je vandaag op school geleerd? Papahanaumokuakea! [U scheert gek?]

Begin oktober verdween een (onbewoond) eilandje in het zee-reservaat Papahānaumokuākea in de Amerikaanse staat Hawaï. Het beschermd zeegebied staat op de lijst van het Wereld Erfgoed. Papahānaumokuākea beslaat een oppervlakte van 1.510.000 km² aan oceaanwater. Het reservaat omvat een tiental eilanden en atollen. Het gebied is onbewoond, maar het vormt wel het paradijselijk thuis van een bijzonder gevarieerde zeefauna.
...
Het gebied werd onder de regering Bush vastgelegd en behelsde aanvankelijk 360.000 km². Onder Obama werd in 2016 de oppervlakte van het gebied verviervoudigd. Daarmee werd het één van de grootste beschermde natuurzones in de wereld.

Het lezen van het bericht in De Standaard van vandaag 26 oktober ontlokte me een prangende vraag. Heeft Obama (en eerder Bush) toen publiek melding gemaakt van zijn presidentiële beslissing en zou hij, toch een excellent redenaar, zonder verpinken en zonder spiekbriefje de naam van het maritiem reservaat hebben uitgesproken? Mij lukt het alvast niet, ook niet als ik de lange fonetische vorm pɑːpɑːˈhɑːnaʊmoʊkuˌɑːkeɪ.ə onder ogen krijg.
.
De correcte uitspraak kan je wel beluisteren op:

En de betekenis van de naam Papahānaumokuākea op:


.
Waarom ik hiervan op mijn blog melding maak? Gewoon omdat dat verdwijnen van een eiland me ietwat emotioneel beroerde. Ontstaan en ontbinden: is dit niet het lot van alle organische en anorganische vormen? Ook kwam bij me de herinnering op aan de roman “Een Eiland Worden” van Paul de Wispelaere (1963). In deze roman trof ik voor het eerst het gedicht “Francesca” van Ezra Pound (1908) aan. Dat gedicht is nu al meer dan een halve eeuw mijn favoriet gedicht. De naam van mijn blog verwijst natuurlijk naar deze Francesca.
.

Zie je ze vliegen ?

F35 cartoon.
Het gevechtsvliegtuig is door de kerk. De regering heeft unaniem beslist haar F-16’s te vervangen door 34 F-35’s. Na meer dan 4 jaar palaveren, voorwaar een toonbeeld van politieke moed en slagkracht!

Persoonlijk zou ik het risico wat gespreid hebben. Bijvoorbeeld: 17 G-35’s en 17 H-35’s. Maar deze types waren niet in de running.

Net op het moment dat ik kennis neem van het bevrijdend bericht, scheert een vliegtuig boven mijn woonst (ik sta, zit en lig hier op de aanlooproute naar een landingsbaan van Ostend-Bruges International Airport). Onwillekeurig denk ik: daar wordt de eerste F-35 al geleverd. Een tuig van Ryanair zal het wel niet zijn want die zijn tegenwoordig 1 dag op 2 in staking. Maar net ook vandaag hebben de werknemers van Ryanair een historisch succes geboekt. Ryanair heeft gebogen voor de piloten en het cabinepersoneel. Waarvoor warme felicitaties!

Als de olieprijs echt flink zou stijgen zoals de Saoedi’s beweren, kunnen de F-35’s meteen bijgezet worden in het Brussels Air Museum in het Jubelpark. Na al die reclame in de media zal elke Belg de beruchte toestellen wel eens in levende lijve willen aanschouwen. Met een ingangsprijs van 10 euro is alvast een deel van de kostprijs van de F-35’s terugverdiend.
.

Filosofie voor en door Neuroten

.
De onderwijzer komt de klas binnen, hij torst een grote veelkleurige bol en plaatst die op zijn lessenaar. De bol rust op een zwarte sokkel en hangt vast aan een boog die boven- en onderaan vastgepind zit in de bol. Hij vraagt ons naderbij te komen.
Om meteen indruk te maken geeft hij de bol een fikse draai. Ik kijk geboeid zoals ik zelden naar iets geboeid heb gekeken.
Het is de aardbol, de globe.
’s Nachts in bed ziet mijn verbeelding die bol draaien en draaien. En ik vraag me af waar dit zou eindigen met die bol: het einde van de wereld dus. Begin en einde: heeft alles niet een begin en een einde?

Bovenstaande is een traumatiserend fragment van mijn schoolgaande jeugd.

.
Beginnen en eindigen der dingen?

Maar een zekere filosofische en spiritualistische goegemeente blijft zich toch hardnekkig bezighouden met eeuwigheden, met bovennatuurlijk- en bovenmenselijkheden, met eeuwig vaststaande onveranderlijke substanties. Spek voor de bek van Übermenschen misschien, en dat zijn we voorlopig nog altijd niet.

Ik heb over die eeuwigheden altijd al eens mijn definitief gedacht willen zeggen. Alleen luiheid en een zekere onmacht weerhielden me: om die gedachten te formuleren moet je immers hard nadenken. En dat is heel vermoeiend. Je moet ook zeker zijn van jezelf.

De patroonheilige van de genoemde goegemeente heet Plato. Al was hij niet echt de eerste in zijn soort, hij was het toch die met zijn uitgewerkte theorie over de eeuwige en onveranderlijke Ideeën de eerste Nobelprijs voor de Filosofie zou gewonnen hebben. Zelfs als je oog in oog komt te staan met een nieuw object dat je nooit eerder gezien hebt, dan bewaart dit object volgens Plato in zich een herinnering aan de oorspronkelijke Idee van dat ding (‘anamnesis’). Het wemelt tegenwoordig nog altijd van platonisten. Centraal staat daarbij de gedachte dat Ideeën buiten tijd en ruimte staan, kortom: ze zijn ‘goddelijk’.

Hoe komt Plato tot deze perversie van het gezond verstand? Zijn redenering is bepaald niet dwaas. Individuele objecten bezitten namelijk een manifeste gemeenschappelijkheid met soortgenoten: alle individuele paarden vallen onder het begrip Paard. Begrippen (Plato’s Ideeën) wijzen niet rechtstreeks naar afzonderlijke particuliere dingen maar naar hun gemeenschappelijk wezen of substantie. Een begrip is abstract (de particulariteiten zijn ervan ‘afgetrokken’), het behoort tot het intellect en is dus niet zintuiglijk van aard. Afzonderlijke paarden zijn direct waarneembaar. Het begrip Paard blijft evenwel bestaan, ook wanneer er geen paarden in de omgeving te bespeuren vallen. Zo kon Plato tot de slotsom komen dat elk afzonderlijk paard schijn is en dat het begrip Paard de ware werkelijkheid is. Die begrippen zijn dan eeuwig en onveranderlijk, want ze staan dus buiten tijd en ruimte. Het begrip eeuwigheid slaat dus op dat wat als buiten ruimte en tijd wordt beleefd en blijft geldig bij afwezigheid  van de waarneembare fenomenen, die immers steeds tijdelijk zijn. De Ideeën bestaan in een bovennatuurlijke wereld. Een parallelle, transcendente  wereld die volledig onafhankelijk van de waargenomen wereld bestaat of er volgens anderen toch wel een zeker maar duister verband mee onderhoudt.

Wie in een bovennatuurlijke, parallelle Ideeënwereld gelooft, wil daar uiteraard wel eens op bezoek gaan. Vandaar de mystiek, de poging om op te stijgen tot en één te worden met dat transcendent universum. Het resultaat van zo’n bezoek is de extase. In het Grieks betekent het woord ‘ekstasis’ letterlijk buiten-(gaan)-staan. Extase staat dus voor het verlaten van de zintuiglijke werkelijkheid, het hebben van contact met de goden en met bovenmenselijke of buitenmenselijke krachten (van sjamanisme tot de mystiek in de monotheïstische godsdiensten tot de meditatie in de Oosterse filosofie). De extase is een familielid van de droom, de roes, het visioen, de hallucinatie, het nirwana: allemaal vormen van contact met en opgaan in het bovenmenselijke, het buitenzinnige.

Aristoteles, hoewel een leerling van Plato’s Academie, floot zijn didactisch falende leermeester terug. Abstracte begrippen, de Ideeën dus, zijn maar woorden. Abstracties en veralgemeningen kunnen effectief niet met de zintuigen waargenomen worden, ze zijn in die zin dus inderdaad buiten-zinnig, boven-zinnig, boven-natuurlijk. Als er iets buiten de zintuiglijk waarneembare tijd en ruimte bestaat, dan zijn het precies woorden en begrippen, de basis van onze prozaïsche taal. (In tegenstelling tot muziek en eigenlijk ook poëzie die in hun verste origine wezenlijk opgebouwd zijn uit klanken en tonen zonder verdere taalkundige betekenis.) Verheven begrippen zoals vrijheid, rechtvaardigheid, mensenrechten en minder verheven begrippen zoals warmte en koude hebben wel een zekere tijd- en ruimteloosheid in de zin dat ze op verschillende momenten en plaatsen in min of meer dezelfde betekenis gebruikt kunnen worden. Maar al deze begrippen, alle mogelijke begrippen zijn niet eeuwig en onveranderlijk. Ze vervellen doorheen de geschiedenis: 100 jaar geleden dekten ze een andere inhoud en binnen een andere 100 jaar worden ze misschien niet eens meer gebezigd. Soms vervellen ze heel snel.

Taal vormt het fundament van ons intellect, ze heeft zich evolutionair gezien als medium ingebed in het gebied tussen waarneming en gedrag. Dat tussengebied komt niet voor bij reflexmatig, instinctief of ‘hartstochtelijk’ gedrag. Zonder taal geen denken, geen Rede. (Rede, Logos, Ratio: het zijn woorden die etymologisch onmiddellijk verwijzen naar ons spreken.) We denken steeds in woorden – en beelden. Verbeelding is onlosmakelijk met verwoording verbonden. We kunnen beelden wel vasthouden, maar ze verschijnen toch steeds in samenspraak met een gedachtestroom van woorden en zinnen. Het geheel vormt onze “stream of consciousness” die dan op haar beurt nog eens ingebed zit in de stroom van ons handelen, al is het maar stilzitten.

Je zou finaal nog durven beweren dat Aristoteles de vader is van de zogenaamde linguïstische wending in de filosofie. Die staat voor een majeure ontwikkeling in de westerse filosofie van de 20ste eeuw waarbij de nadruk kwam/komt te liggen op taal en haar rol in de constructie van de werkelijkheid. Al moet gezegd worden dat de linguïstische wending met uiteenlopende intellectuele bewegingen werd/wordt geassocieerd. De nadruk op de rol van de taal in onze wereldbeleving heeft weliswaar het laatste decennium weer aan belangstelling ingeboet. Het slingert altijd in de geschiedenis van de filosofie, maar soit.

Toch lijkt me een en ander gemakkelijk uit te leggen. We kunnen bijvoorbeeld de Big Bang pas denken omdat we er met die term kunnen over spreken. In zekere wellicht overdreven maar strikt idealistische zin is taal het instrument van de Rede. De taal waarin we de Big Bang kunnen denken en verwoorden, zou dan bestaan vóór de eigenlijke Big Bang zelf. Hoe de Big Bang ons al natuurkundige waarheid kan worden voorgesteld hangt volledig af van de wijze waarop we erover kunnen spreken. De taal gaat in die zin vooraf aan de werkelijkheid, in ieder geval aan mijn of uw werkelijkheid. We groeien hoe dan ook op in een taal die in haar structuur aan ons voorafgaat: we worden als kind in de (moeder)taal geworpen. Onze aangeleerde taal creëert en ordent onze wereld. Dingen bestaan slechts als dingen wanneer ze benoemd kunnen worden, wanneer ze een naam dragen.

Johannes’ openingszin van zijn evangelie “In den beginne was het woord. En het woord was God” is dan nog zo stupide niet, al moet ik hier voorzichtig zijn want daar staat al iemand klaar om me godsdienstigheid en vulgair idealisme aan te wrijven. God, Geest, Logos: alle verwijzen ze naar een kracht die orde schept uit het niets, uit de chaos. Die kracht komt in het scheppingsverhaal van het Bijbelse boek Genesis nog eens terug als de “roeach elohim”, de adem Gods die bij de schepping boven water en land zweefde (vers 2 van Genesis). Roeach was overal aanwezig. Het Hebreeuwse woord voor adem is hetzelfde als het woord voor geest. En adem verwijst ook rechtstreeks naar taal (zingen en spreken). De Bijbelse schepping van het ondermaanse vooronderstelt de roeach, m.a.w. de roeach moet er geweest zijn vóór de kosmos, de wereld en de aardse wezens en objecten. “JHWH heeft mij vóór al het andere verworven/…/toen hij zijn scheppingswerk begon, schiep hij eerst mij.” (Bijbel: Spreuken 8:22,30-31). Niet te verwonderen dat sommige kerkvaders openstonden voor de platonische traditie en dus een voorkeur koesterden voor het Johannes-evangelie, dat compleet anders in elkaar steekt dan de andere drie.

We raken hier aan de rand van het Onuitspreekbare, van het Ondenkbare. Waar woorden te kort schieten. Kortom: we raken aan dat wat vooralsnog niet gedacht kan worden, maar wel lichamelijk gevoeld kan worden. Zoals liefde en haat. Leven en dood.
.
..

Voilà! Oordeel zelf maar. Gelukkig voor mij bestaat naast de lachband (zoals op tv) niet zoiets als de boegeroepband.
.applaus2.

Zeker dat je bent gaan stemmen ?

.
15% van de kiesgerechtigden heeft bij de voorbije gemeenteraadsverkiezingen zijn of haar kat naar het stembureau gestuurd (of ongeldig gestemd). In Charleroi kwam het recordaantal van 26,39% niet opdagen. Oostende haalt een bemoedigende score: 14,65 %. Had het geregend, dan was het cijfer nog een eenheid groter geweest. Blijkt dat vooral de minstbedeelden het signaal “Laat ons met rust!” de politieke wereld hebben ingestuurd. Hoe groter de armoede in een stad of gemeente, hoe meer stemweigeraars (en armoede vind je natuurlijk vooral in de steden). Sinds het begin van deze eeuw stijgt bij verkiezingen keer op keer het aantal stemweigeraars.

Maakt de particratie zich ongerust? Hier en daar maar niet overal. Vooral de partijen die opkomen voor de minst bedeelden en de armoedebestrijding tot breekpunt hadden gemaakt (of althans beweerden dat te doen), zitten met de handen in hun haren. Zij moeten vaststellen dat net zij van de arme kiesgerechtigden geen mandaat hebben gekregen om wetten en decreten te stemmen die de situatie van de armen zouden kunnen verbeteren. De partijen die pleiten voor de afschaffing van de stemplicht (en soms zelfs van het stemrecht), zien hun voorstellen dan weer met bijkomende argumenten gestaafd.

Als het zo verdergaat met de opkomst, zal in 2030 niet eens de helft nog gaan stemmen. De regering heeft daarom voor alle zekerheid een taskforce van wiskundigen en statistici aan het werk gezet om te voorspellen welke de kans is dat een kiesgerechtigde wel degelijk gaat stemmen. Een positief en optimistisch beleid kan hier dan op geënt worden.

Dacht de taskforce voor een opdracht te staan die ze op een uur zou klaren, dan weten ze daar onderhands wel beter. Het probleem is ingewikkelder dan op het eerste zicht leek. Een hoeveelheid factoren blijkt in het spel. Eerst en vooral de kans dat de oproepingsbrief wel degelijk de juiste bestemmeling (niet) bereikt. Daarnaast een reeks fysische parameters zoals de afstand tot het stembureau, de weersomstandigheden en de stiptheid van het openbaar vervoer. Plus allerlei psychologische variabelen: het machteloosheidsgevoel dat verkiezingen toch niets veranderen, het ochtendhumeur van de kiesgerechtigde, et cetera.

Het resultaat van de inspanningen van de taskforce mag er zijn. Blijkt dat de kans dat iemand gaat stemmen, bepaald wordt door de uitkomst van een complex stelsel vergelijkingen. Die vergelijkingen staan voor volgende formules:
.
wiskunde stelsel.

Nu moeten de politieke marketeers met de resultaten aan de slag, al betekent dit dat ze zich eerst grondig zullen moeten laten omscholen.
.

Neem me toch ook eens ernstig !

.alcool-sigaret.
Meer dan een jaar lang heb ik me ervan weerhouden om op mijn blog zelfs maar in korte stukjes te schrijven over zwaarwichtige zaken zoals politiek, filosofie, maatschappelijke problemen, religie en de rest van de bataclan. Ik heb gans die tijd gewoon niets meer op mijn blog geplaatst. Ik houd me wel onledig met de verkoop van wat losse satire en geestige vondsten op Facebook, zoals vroeger ook wel meer dan eens op deze blog. Daar heb ik tot op heden precies genoeg aan. Alles zo veel mogelijk weglachen. Althans in mijn “publiek” optreden. Hier en daar een satirische of cynische joke droppen: het vraagt ook geen volgehouden inspanning, één minuut is meestal meer dan voldoende. Wel kan ik het nog steeds niet laten om met de regelmaat van een klok diepzinnige (nou ja) commentaar te geven op de Facebook-posts van anderen: dan komt de intellectueel Eric Rosseel voor even terug boven water.

Dat alles wend ik me (deels) voor. Inderdaad: mijn sarcasme of cynisme staat nooit voor onverschilligheid of gevoelloosheid. Ik ben ook geen enthousiast liefhebber van stand-up comedy. Ik heb mij er in ieder geval nooit voor verplaatst. Tijdens die passieve teruggehouden periode van anderhalf jaar bleef ik wel systematisch boeken lezen over zwaarwichtige issues, maar het komt me over alsof ik niet langer het geduld heb om rond deze issues een doordacht en uitgebalanceerd stuk te schrijven of er een langer essay aan op te hangen. Plus het gevoel dat ik het allemaal reeds eerder heb geschreven, net zoals die onderwerpen en de wijze waarop ze worden gepresenteerd zelf ook doorgaans beladen zijn met onverkwikkelijke déjà-vu fenomenen. En omdat heel wat zaken uit de dagelijkse actualiteit me veeleer irriteren dan me boeien en mijn constructieve aandacht opeisen. Ik heb in mijn leven nooit geschreven vanuit de onderbuik of vanuit een hevige passie. Toch verwijt ik mezelf geregeld dat ik mijn nochtans stevig onderbouwde meningen, overtuigingen en visies niet meer kan of wil kenbaar maken. Ik heb er het geduld niet meer voor. Te vadsig, maar soms vind ik mezelf ook wel eens laf.

En nu, nu ik reeds een paar weken gestopt ben met roken, ben ik precies weer in een nieuwe fase beland. En ja, ik hoop dat die fase toch zijn tijd mag duren. Ik heb mijn blog weer ter hand genomen. Om opnieuw satire en uitgewerkte geestigheden af te wisselen met doodernstige traktaatjes. Nee, aan essays van 5.000 à 10.000 woorden zal ik me niet meer wagen. Tijdverspilling, geen kat die dit leest.

Vandaar: neem me af en toe maar eens ernstig! Je zal wel na een paar regels merken of ik de intellectuele dan wel de luchtige satirische toer opga.
.
tiepmachien.

Daphne du Maurier met haar kat

.
Niet alle syllogismen zijn logisch correct.
Een vals syllogisme is bijvoorbeeld:
.
Majorpremisse: Daphne du Maurier had een kat
Minorpremisse: Mijn kat heet Daphne
Conclusio: De kat van Daphne du Maurier heette Daphne
.
.
Daphne du Maurier chat
.

Huis-, tuin- en keukenfilosofie in 3 akten

.

De filosofie heeft deze eeuw eindelijk opgehouden met het bedenken van verzinsels over de onzichtbare en transcendente metafysische wereld. Iedereen heeft immers een duim waaruit van alles en nog wat kan gezogen worden. En er is al lang geen God meer die de leugenaars en oplichters kan sanctioneren met eeuwige verdoemenis.
De filosofie buigt zich weer over waarneembare dingen, waaronder ook mensen. Zo heeft Peter Sloterdijk rond het jaar 2000 een trilogie geschreven, gecentreerd niet rond de vraag “Wie is de mens?” (Wer ist der Mensch?), maar rond het thema “Waar is de mens?” (Wo ist der Mensch?).
De plaatsen waar een mens het meest kans heeft om bij de aanvang van een nieuwe dag gespot te worden, zijn het huis, de tuin en de keuken.

.
1. Het Huis.

Het Huis van Saoed (verblijfplaats van de Saoedi heersers) heeft een ontelbaar aantal kamers. Koning Salman kan zelfs bij benadering het aantal niet aangeven. Het is ook een dynamisch huis. Zo worden er vóór het bezoek van buitenlandse staatshoofden zoals Filip en Mathilde eerst twee appartementen bijgebouwd, één voor de gemaal en één voor zijn gemalin. Is het staatshoofd een vrouw of een vrijgezel, dan buigt de Raad der Ouden zich over de gepaste verwelkoming van deze heidenen.
Er worden soms ook kamers gesloopt of “gerenoveerd”. Als bijvoorbeeld de kroonprins stout is geweest, dan worden een paar van de luxueuste kamers van zijn appartement dichtgemetseld.
Om een idee te geven van het comfort in het Huis van Saoed: elk appartement heeft een badkamer met een zwembad van 5 op 10 meter. De badkamer is echter niet voorzien van een bidet. Dat bevindt zich zoals ook bij ons na de uitvinding ervan in de 18de eeuw tot het begin van de 20ste eeuw het geval was, in de slaapkamer. De Saoedi’s beseffen niet hoezeer die bidet-traditie symbool staat voor het inferieure beschavingsniveau van de Arabieren.
.
saudi_arabia_palace.
.
2. De Tuin.
Er zijn verschillende soorten tuinen. Je hebt de Engelse Tuin, de Franse Tuin, de Landschapstuin en de Hangende Tuin, om maar de meest bekende te noemen. De Engelse en de Franse Tuin waren vooral populair in de 18de eeuw. Recent is echter de Hangende Tuin aan een onstuitbare opmars bezig. Architecten zijn immers, zij het bedenkelijk laat, tot het besef gekomen dat de gevels van wolkenkrabbers en andere in de hoogte opgetrokken gebouwen esthetische miskleunen zijn.
Sommige tuinen zijn bijzonder flexibel. In deze categorie vallen de tuinen waar arme mensen van dromen.
Tenslotte moeten we melding maken van het bestaan van Verloren Tuinen, bv. The Lost Gardens of Heligan (Cornwall).
.
tuin.
.

3. De Keuken.
De keuken is in ieder huis de heilige plaats bij uitstek. Hier worden offers gebracht aan de huisgoden. Hier staat of valt ook het leven van de bewoners. De keuken waarborgt de continuïteit van het gezin. Wat de keuken verlaat wordt door de begenadigde eters dan ook, vóór het verorberen met de gepaste etiquette, eerst grondig geïnspecteerd. In kastelen en in koninklijke paleizen bevindt zich daarom naast de keuken een bijkeuken, heel toepasselijk het Voorgeborchte genaamd. In die bijkeuken worden spijs en drank volgens een strak ritueel voorgeproefd. Zijgt de voorproever meteen neer, dood als een pier, dan weet men zo hoe laat het is. Neemt het eten de hindernis van de voorproever, maar wordt de heer des huizes toch levensgevaarlijk ziek, dan staat men voor een raadsel.
Vandaar de term keukengeheimen.
.keukengeheimen_vb_2.
.
Morgen behandelen we het smakeloze soort pseudo-filosofie dat beoefend wordt in het psychologische tijdschrift Filosofie Magazine. Tenzij de omstandigheden ons voor dwingendere uitdagingen plaatsen.
.

De kwadratuur van de cirkel en de circulatie van het vierkant ?

..

Men neme een spreekwoord zoals:
Wie een put graaft voor een ander, valt er zelf in!
Hier wordt een welbepaalde enkeling geviseerd die op de school die het leven is, niet goed heeft opgelet. Ik ga geen namen noemen, iedereen is er in zijn omgeving wel één rijk. Maar niet goed opletten maakt je nog geen idioot. Het omgekeerde doorgaans wel. Stel: de idioot kruipt uit de put waarin hij gevallen is maar geeft zijn plannen niet op. Hij zegt zichzelf: “Ik maak een grotere put!” Werkt weer niet, nog grotere put. En zo voort tot in het oneindige. Met als resultaat een oneindig grote put waar hij zelf nog altijd de enige is die erin valt. Cybernetica-veteranen spreken in dit verband, in het Engels évidemment, van een ‘positive feedback loop’. Bescheiden mensen houden het bij een vicieuze cirkel.

Ah! Daar duikt reeds de cirkel op! Nu nog het vierkant!

Hoe kwadrateren we nu die cirkel? Misschien als volgt:
Keren we even terug naar ons spreekwoord ‘Wie een put graaft voor een ander, valt er zelf in.’ Vervangen we nu de welbepaalde en met naam te benoemen enkeling door dé mens. Dé mens, de mensheid die als het ware zelf optreedt als een enkelvoudige handelende persoon. Dan krijgen we:
Dé mens graaft een put en valt erin!
Denk aan de excessieve aardse activiteiten van de menselijke soort, haar veel doen en weinig laten. Met haar mogelijke ondergang als gevolg van uitputting van de grondstoffen en opwarming van de aarde. Dé mens speelt hier een dubbele rol: als boosdoener én als slachtoffer. Zijn dat echt een en dezelfde?

Een mooier literair voorbeeld: de mens zaagt de tak af waarop hij zit!
De tragedie van de menselijke soort dus. Denken dat je de natuur verschalkt maar simpelweg zelf verschalkt worden. Maar wie zit op de tak en wie zaagt? De mensheid als geheel, als één bende onverantwoordelijken?
Zeker zit ik op de tak. Maar ik ben het niet die aan het zagen is, dat doet iemand anders. En ik weet zelfs wie. HET IS DE MINISTER VAN PENSIOENEN!

Wat heeft dit nu allemaal van doen met de kwadratuur van de cirkel en de circulatie van het vierkant? Tja, ik weet het niet, maar dé mens kent het antwoord. Hij wil het echter niet vertellen.

Nog een toemaatje:
Wees realistisch, vraag het onmogelijke!
Of even mooi:
Wees onmogelijk, vraag het realistische!
.

My Cat and Me … [een mini-essay]

.
Het leven is onrechtvaardig, maar niet voor katers en poezen.

..

Mijn poes Daphne heeft een nieuw mandje, enfin: een bijzonder grote mand, er is zo nodig wel plaats voor drie katten. Heb ik van mijn stokoude buurman. Het is de mand van zijn hondje dat al meer dan twee jaar dood is.
.
IMG_0215.
Ze is supergelukkig met haar nieuwe rustplaats. Ze slaapt er een gat in de dag in. En een gat in de nacht.

Zo heeft ze een nieuwe uitwendige levenssfeer, een ruime geborgenheid dicht bij haar vacht. Ze kan zich nu ook van binnen voort blijven verrijken.

Een nieuw ecosysteem. Kijkt ze over de rand van haar mand, dan overziet ze gans haar wereld. Die is altijd dichtbij. Alles is dichtbij.

Mij vragen ze evenwel steeds maar verder en verder te zien dan mijn neus lang is. Lichtjaren ver desnoods. Maar mijn neus kan en mag ik niet langer maken, ik mag ze niet uitrekken. Enfin, dat wordt me toch afgeraden.

Is die adviserende instantie wel betrouwbaar?
.

 

woorden verliezen blind hun milde zomervacht
ginds maakt liefde zich op: het laatste uur
de ultieme nacht

wie begrijpt begrijpt niet - puurt en ploetert
in het stille zwijgen van een droom die bruusk
weduwe wordt

aan de horizon wordt zij tot god gekroond en
nu voor eeuwig weerloos zo zonder verstand
een kale man gelijk

[21-10-18]
.
.

BH-loze Zondag in Amsterdam !

Recent is er in Amsterdam nogal wat ophef geweest over een reeks stedelijke maatregelen en verordeningen die moeten demonstreren dat het de stad menens is met haar beleid omtrent gender-neutraliteit. Gender-neutraliteit betekent niet alleen dat de verschillen tussen de geslachten (mannelijk, vrouwelijk, transgender) vervagen, maar dat ze ook radicaal uit de wereld worden geholpen. Zo moeten de Amsterdamse openbare toiletten hok per hok toegankelijk zijn voor én mannen én vrouwen én transgenders. “Geachte Mevrouw” en “Geachte Meneer” kunnen niet meer in de correspondentie of het mailverkeer met de burger. Het is voortaan “Geachte Amsterdammer”. En om komaf te maken met het verschil tussen homo’s en lesbiennes heten zij nu beiden “Roze Amsterdammer.”

Ik juich deze gelijkschakelijking toe. Het is een eerste stap naar een nieuwe wereld waarin bijvoorbeeld vrouwen niet meer bevallen van een jongen of een meisje maar van een flink en levensvatbaar Amsterdammerke.
.
genderneutral
Nu moet men toch consequent zijn, vind ik. Ook waren, producten, toestellen en dergelijke horen 100% gender-neutraal te zijn. Er zullen hier harde noten moeten worden gekraakt. Een damesfiets of een herenfiets: één van beide moet op termijn verdwijnen. En de bh? Op het stort ermee. Als er een ding is dat precies niet gender-neutraal is, dan is het de bh wel.

Bloemen noch Kransen

.
Feestdagen komen, feestdagen gaan.

Een aantal zijn in de voorbije jaren een zachte dood gestorven.
Nog een paar liggen er reeds reutelend bij, bieden nog amper weerstand aan de oprukkende dood.

Feestdagen die meestal ordinaire verlofdagen zijn geworden. Pakken mensen weten op die verlofdagen niet welke feestdag daar ooit op de kalender stond.

Het lijstje van ter ziele gegane feestdagen is lang geworden: Driekoningen, Aswoensdag, 1 mei, Onze Lieve Heer Hemelvaart, Nationale Feestdag, Onze Lieve Vrouw Hemelvaart, Allerzielen, Wapenstilstand, Dag van de Dynastie.

Een aantal pogingen om nieuwe feestdagen springlevend te krijgen, zijn op een sisser uitgelopen. Zo de Vrouwendag die hoopte de Wapenstilstand te vervangen. Verder de secretaressendag maar de mislukking van die aspirant-feestdag (die eigenlijk een feestdag voor de bloemisten was) baarde weinig verwondering. Er was geen draagvlak voor en bovendien bleken er ook geen secretaressen meer te zijn. Ze waren en masse ‘personal assistant’ geworden. En Gedichtendag kon ook onmogelijk een groot succes worden.

Een viertal zijn er wel sinds min of meer geruime tijd in geslaagd om een vaste plaats in te nemen op de kalender. Als het aan hen ligt, zullen ze die plaats nooit meer afgeven. We noemen Paaseierenrapen, de Eerste Schooldag, Sinterklaas en Valentijn.

Paaseierenrapen zit in de lift, krijgt ook steeds meer media-ondersteuning. Dus dat komt wel goed.

De Eerste Schooldag is een feest van de treurnis. Kinderen die hun ouders moeten loslaten, en nog droeviger: ouders die hun kinderen moeten loslaten. Sinterklaas heeft zijn plafond bereikt: het feest kan niet meer gekker. Van een kinderfeest in mineur, opgehangen aan een simpele schoorsteenfantasie, is het uitgegroeid tot een groots familiefeest. Het feest onderging, eigenlijk nogal ongemerkt, ook een betekenisvolle naamsverandering: van Sint-Niklaas ging het naar Sinterklaas. Een duidelijke ontkerstening. Plus een verruiming: meer en meer partners geven elkaar nu ook een sinterklaascadeautje.

Een soortgelijke ontkerstening kenmerkt Valentijn. Oorspronkelijk ging het feest vrij bescheiden door het leven als Sint-Valentijn. Mede dank zij de naamsverandering is Valentijn heel snel doorgeschoten tot een van de toppers van het jaar. Het is ook niet langer een feest voor verliefden die nog moeten aftasten of de verliefdheid ook kan omslaan in duurzame liefde . “Hou je van me?” zal wellicht de sleutelzin geweest zijn tijdens het etentje bij kaarslicht. Ondertussen is het een feest van de liefde tout court, en zelfs van de liefde tussen mens en dier.

“Hou je nog van me?” is wat de koppeltjes nu prevelen. Op Valentijnsdag checken de paren hoeveel ze nog aan elkaar hebben. Valentijn is de dag van het jaar waarop veel echtscheidingen hun beslag krijgen.
.black-roses-3

Russische Peiling: “The Europeans Are Coming!”

.
Natuurlijk is het net andersom. De Europeanen gaan nergens naartoe en zeker niet naar een land waar je wel een mening mag hebben maar ze best niet uit. Toch niet als Vladimir Poetin in de buurt is. Een groot verschil met Europa waar je je mening mag uiten, op voorwaarde dat je die mening niet hebt.

***

De Russen komen, de Russen komen ! Meer en meer blijkt dat de Russen zich voorbereiden voor een militaire aanval op Oost-Europa, waarna West-Europa hen als een rotte appel in de schoot zal vallen. Oh nee! Want dan zou het over zijn met de joods-grieks-christelijke beschaving. En heeft deze het Europees schiereiland, uitloper van het reusachtig Euraziatisch continent, niet zijn ongeëvenaarde welzijn en welvaart bezorgd? Groot alarm dus in de Brusselse wandelgangen!

Vandaar dat een aantal Europese parlementsleden hebben voorgesteld om tussen Oost-Europa en Rusland een hoge betonnen muur op te trekken. (Een ijzeren gordijn is niet meer van deze tijd.) Er wordt daarbij vooral gedacht aan de Baltische Staten, Polen, Slowakije en Oekraïne.

Die muur zou het de Russen onmogelijk maken Europa militair binnen te vallen.

Eén groot nadeel: met die muur kunnen we zelf ook de Russen niet meer aanvallen.

Nu afwachten of het lobbywerk van de bouwsector de discussie en de besluitvorming rond deze kwestie in de gewenste richting kan beïnvloeden. Of de auto-industrie misschien?
.
Volkswagen auf der Hannover Messe 2013.

Tournée Bacchanale

.
De weldenkenden en de poco’s zijn weer op het oorlogspad. Altijd tegen dezelfde vijand: het plebs. Er is de nu al 20-jarige veldtocht tegen het roken , met als enig resultaat dat de vijand zich tactisch heeft teruggetrokken. En nu hebben de sociaal beter geslaagden onder en vooral boven ons zich al een paar weken geoefend voor een tweede misschien doorslaggevende oorlog. De ‘war on alcohol’ gelegitimeerd door de vermeende fysieke en sociale ontwrichting die op rekening van het alcoholgebruik moet worden gebracht.

Tournée Minérale is de naam waaronder de operatie wordt voltrokken. Eén maand (deze februari) zonder alcohol. De eerste veldslagen zijn al gewonnen: de fanfare voorop zorgde voor verwarring in de onderbuik van de samenleving. Het plebs herkent de hoger gelegen sociale laag niet meer waarnaar ze zich voorheen richtte om normen en waarden bij te stellen. De voorbeelden van de neo-aristocraten waren toen echter het overwegen waard en ze werden dan ook grotendeels nagevolgd. Eén van die voorbeelden was juist het overschakelen van bier op wijn. En nu wordt brutaal, van de éne dag op de ander, gebroken met dit hartverwarmend bourgondisch feest.

En het is nog maar een aanloop naar volgende oorlogen: tegen suiker, tegen vet, tegen zwerfkatten, tegen Trumpisten, tegen kijkers van FC De Kampioenen en Thuis en tegen lezers van Het Nieuwsblad en Het Laatste Nieuws. En ongetwijfeld ook tegen het biljarten.

[Tenslotte nog dit: die ganse Tournée Minérale is eigenlijk een zoveelste nieuwe belasting, met zware impact op de koopkracht van de bevolking. 2 euro voor een Spa Reine 25 cl., terwijl het water à 0.0018 de liter uit de kraan stroomt?]
.
alcool-sigaret.

Gevallen Engel !

Er zijn dit jaar weer al een pak beroemde engelen gevallen. Deze maand reeds meer dan in de 6 laatste maanden van 2016. Celebrities met of zonder make-up, ongekroonde koningen en andere hoogwaardige lieden liggen al dagen of weken te zieltogen op de bodem van hun eigen abyss.

Het zijn niet alleen sterren die vallen. Het is iedere keer turen naar de nachtelijke hemel wanneer Frank Deboosere er ons in zijn weerbericht attent op maakt dat er deze nacht zoemende maar uitdovende lichtjes aan het firmament zullen opduiken.

Minder aandacht is er de laatste eeuwen voor vallende engelen. Ten onrechte! Er wordt wel eens geopperd dat onze voorouders uit de hoogdagen van religieuze vroomheid en godsvrucht (i.e. vrees voor God) geloofden dat vallende sterren gevallen engelen waren die het in het hemelrijk wat te bont hadden gemaakt en naar het ondermaanse waren verbannen. Zo veel bizarre voorwerpen en fenomenen vielen toen uit de hemel waarvan men niet wist of ze onze vrouwen kwamen bevlekken of er alleen maar af en toe plezier in vonden de landerijen onder water zetten. Heel wat hemels afval bleek echter zo onschuldig dat het zijn leven rustig verder kon slijten als schouwdecoratie.

Een Wijze uit het Oosten noemde me ooit eens in alle oprechtheid een gevallen engel. Uit pure eerbied voor zijn wijsheid meende ik meteen te begrijpen wat hij bedoelde maar in mijn achterhoofd huisde toch enige twijfel en onzekerheid. Vanuit dezelfde eerbied vroeg ik geen verdere uitleg en argumentatie. Ik heb hem later ook nooit meer ontmoet. Hij leeft tegenwoordig misschien in de buurt van de Chinese Drieklovendam. Nu ik hinc et nunc een poging doe om me het verloop van het gesprek te herinneren, moet ik hoogstwaarschijnlijk gedacht hebben aan de Oud-Griekse waaghals Ikaros die dacht met ambachtelijk gemaakte vleugels van Kreta naar Athene te kunnen vliegen. Ikaros surfte echter te dicht bij de zon, het was aan zijn vleugels smolt en hij tuimelde in zee. Een gevallen engel was voor mij een hoogmoedig persoon en zoals ieder weet: hoogmoed komt voor de val.

Ik heb ondertussen heel wat meer van de wereld gezien. Ik zou gevallen engelen nu eerder zien als jongeren die hun illusies zijn kwijtgespeeld en zich ermee moeten verzoenen dat hen niets anders rest dan de beproevingen van het aardse theater. Je kunt natuurlijk wel nog urenlang naar de maan kijken tot je heerlijk maanziek bent geworden. Dat maakt toch een en ander goed.

Voor de gevallen engelen van de christelijke mythologie heb ik nooit veel aandacht gehad. Vermoedelijk breng ik het zoals de meeste mensen in mijn omgeving niet verder dan het epische beeld van ergens op aarde neertuimelende creaturen die daar na hun val langzaam tot stof en as vergaan.
.
gevallen-engel2.
Bij nader inzien moeten we onze primaire mening herzien: gevallen engelen zouden we best eren want we hebben onze beschaving aan deze vreemde figuren of natuurkrachten te danken. Hoezo?

De Bijbel leert ons dat de ordinaire engelen onzichtbare wezens zijn die over bovennatuurlijke macht, kennis en capaciteiten beschikken. De theologie kent de engelen als gods handlangers die boven de natuurwetten staan en tot dingen in staat zijn die voor de mens onmogelijk zijn.

Maar wat ben je nu met zoiets als bovennatuurlijke kennis? Kan je daar het land mee bezeilen, een huis bouwen, naar Mars reizen of van geslacht veranderen?

Wel dat is nu juist wat die droevige GEVALLEN engelen ons allemaal hebben geleerd, een leerproces dat trouwens zeker nog tot veel verder dan overmorgen zal doorgaan. De ganse schare gevallen engelen hebben de macht over de natuurwetten behouden. Vandaar dat deze engelen een grote invloed kunnen uitoefenen op de mensen hier in het ondermaanse. En ze kunnen het niet alleen, ze doen het ook. En de mensen lieten zich die invloed welgevallen. Hoe zou je niet, er zaten mooie exemplaren tussen. Kortom: de gevallen engelen staan aan de wieg van de beschaving. De chef van de gevallen engelen, de gevallen engel onder de gevallen engelen, is natuurlijk Satan. Die had op zijn eentje nog grotere invloed op de mens dan de rest van de bende. Hij leerde ons onder meer liegen en bedriegen, onmisbare vaardigheden wil je in de evolutielijn van Darwin niet gedegradeerd worden tot een bedreigde diersoort. Satan: dé wereldschepper en beschavingsgids bij uitstek! De meest populaire van de Satans hulpjes was de bewaarengel (of engelbewaarder), die bij iemands Plechtige Communie op diens schouders ging rusten om de marsrichting aan te geven. Deze bewaarengel heeft zich nu laten aflossen door de presentatoren van Ketnet.

Mensen hebben echter twee naturen: een dierlijke en een goddelijke. Satan bekommerde zich om onze goddelijke natuur: de mens moest en zou zelf God worden. Maar het werk van Satan en de andere gevallen engelen mishaagde God bovenmatig. God kon er niet mee lachen. Dus laat onze Ouwe Heer ons soms terugvallen tot onder het vernis van onze beschaafdheid.

Om af te ronden, mijn drie geliefkoosde “Gevallen Engel(en)” films:
..
“Fallen Angel”: film noir van Otto Preminger, 1945.
https://www.youtube.com/watch?v=-hIA82_TuFo
.
“Fallen Angels” van Wong Kar-wai, 1995.

https://www.youtube.com/watch?v=obtDG533tIw
.
“The Fallen Angel” van Genjirō Arato, 2010.
http://movie.ovh/movie-The-Fallen-Angel-2010-160757-online/

En helemaal tenslotte een zeer recente en levensechte foto van mijn geliefkoosde Gevallen Engel Abondance.
.
woede.

Trump: de man die zich kaal liet scheren!


Er komt maar geen einde aan de niet aflatende karakteranalyses van Donald Trump, waarbij sous-entendu: Barack Obama heeft op elk karakterpunt van Trump net de omgekeerde eigenschap.

Al die psychologen, psychiaters en andere amateur-grafologen slaan de bal echter volkomen mis. Of beter gezegd: het zijn wij hier in België die getuigen van een totaal gebrek aan mensenkennis. Wij nemen al deze vergelijkingen tussen Trump en Obama qua karakter, persoonlijkheid en psychopathologie, waarmee deze nepjournalistiek en postpsychologische hoogstandjes ons murw slaan, 100% voor waar aan. En we willen niet inzien dat het allemaal niet meer is dan tv-amusement en infotainment (op tv haalt Trump het scherm rond het uur waarop ons amusementsprogramma’s worden aangeboden, met name VRT-soap Thuis).

Wat Trump en Obama aangaat, de zaak ligt echt wel veel eenvoudiger, te eenvoudig voor wiens neus langer is dan de autostrade van Oostende naar Brussel.

Obama: schone jongen, sexy, afgestreken haarkop.
Trump: lelijke vent, wilde verwarde en verwarrende haardos.

Ik raad in alle ernst Trump aan zich kaal te laten scheren! Jazeker! Psychologisch top-onderzoek heeft bewezen dat kale mannen doortastend en sexy zijn. Zijn dat niet precies de twee eigenschappen waarmee een Amerikaanse president kan scoren? Met zijn wilde haren haalt president Trump het einde van de maand februari niet. Kaalhoofdig blijft hij gewis acht jaar in het Witte Huis.
.

trump-kaal
.

 

Babylonische Hang-, Klim- & Kruipplant

.

hanging-gardens-of-babylon.
Ieder weldenkend botanist, ieder kenner of liefhebber van de Klassieke Oudheid en iedereen die zich graag een beschaafd mens noemt, kent de Hangende Tuinen van Babylon, één van de Zeven Wereldwonderen uit dat vervlogen tijdperk. Al weten velen onder ons niet wat ze zich bij die Tuinen moeten voorstellen. Vooral dat de Hangende Tuinen niet meer te bezichtigen zijn. Er is niet eens zekerheid waar het terrassengebouw precies moet worden gelokaliseerd. Sommige geleerden koesteren zelfs vermoedens dat de antieke schrijvers die over de Tuinen berichten, het ganse ding hebben verzonnen. De Hangende Tuinen zouden dan niet meer zijn geweest dan een romantische voorstelling van een schitterende en stralende Oosterse stad. Klassieke Griekse en Romeinse geografen en geschiedschrijvers waren inderdaad nogal gefascineerd door de exotische pracht en charmes van de Oriënt.

hangende-tuinen

Hoe dan ook: de Tuinen hebben doorheen de nevels van de geschiedenis hun hangend bestaan niet kunnen vasthouden. Als het architecturaal hoogstandje werkelijk heeft bestaan, dan zou het in de 1ste eeuw AD moeten vernietigd zijn. Helaas, want anders hadden de Hangende Tuinen zich zonder twijfel als één der eersten een plaatsje hebben bemachtigen op de UNESCO Werelderfgoedlijst.

Vreemd dat de Babylonische tuinboeren zich hebben beperkt tot het aanbrengen van neerhangende planten. Hangertjes of hangplanten zoals we dat eeuwen na het Wereldwonder zijn gaan noemen. Klimmende en opwaarts groeiende planten werden blijkbaar uit het ontwerp van het terrassenpaleis geweerd. Dat is me een botanisch raadsel. Moet ik me over inlichten. Maar o wee: geen enkele botanist of tuinboer heeft een plaatsje gevonden in mijn naam- en adressenboekje. Ik zal dus dat raadsel en mysterie op eigen kracht moeten zien te ontcijferen of te ontwarren.

Want ik breek er mijn hoofd over waarom in de wereld van de flora juist hangplanten gaan hangen zijn. Hun wortels moeten aan de stengels en de eventuele bloempjes nochtans amper gewicht hebben dat getorst moet worden. In plaats van een poging te ondernemen om in alle wellevendheid rechtop te staan, veinzen ze depressies en laten met maximale ziektegewin hun oren hangen. Maar neem nu planten die omhoog groeien of klimplanten. Zij moeten stevige stengels en flink uit de kluiten gewassen bloemen de hoogte in houden. Waren ze lui, ze waren al lang geëvolueerd tot hangplanten. Je zou ze geen ongelijk geven.

Is mijn kijk op de zaak niet juist, è molto ben trovato.

Nu: om voor een happy end te zorgen kunnen we godzijdank nog altijd rekenen op dat soort weliswaar controversieel intelligent ontwerp waarin de natuur genoeglijk heeft voorzien. Niemand twijfelt er nog aan dat de natuur tot alles in staat is (ze heeft zelfs een lichte voorkeur voor het kwade). Vandaar dat ze ons ook uit de contradictie tussen de hangplanten en de klimplanten heeft verlost.

Naast hangplanten en klimplanten zijn er namelijk ook nog KRUIPPLANTEN. Die horen zeker thuis op een meer gepaste post-UNESCO Werelderfgoedlijst.
.
kruipplant.

Spaghettibomen


De dingen zijn onecht.

Ze hangen in draden aan bomen.
Spaghettibomen heten ze.
Bestaan in 20 soorten.
Plots knakken de draden.
En valt het licht uit.
En niemand weet voor hoelang.
Alles terug de pot in dan maar.

.
spaghettiboom
.

Rideo et Emergo [Ik lach en kom boven]

De Zeelanders, die nochtans niet veraf wonen van de West-Vlamingen, zijn geen coureurs, geen flandriens. Zij verdoen hun zweet als Grieks-Romeinse worstelaars. Luidt hun spreuk niet ‘Luctor et Emergo’? Ik worstel en kom boven (water)!

Wat valt er nog te worstelen in deze wereld? Waarvoor vechten op leven en dood? Een mens ziet niet meer klaar in zichzelf, wat wil je dan dat hij klaar ziet in het ondermaanse en in het bovennatuurlijke. Naast alles ligt ook het tegendeel. Elk woord wordt afgeblokt door een wederwoord.

Een mens sterft, ietwat dement. Herinnert zich niet meer wat hij in het leven gedaan heeft. Is al dat zwoegen, al dat volgen van de instincten, al dat schoollopen, zijn al dat bloed, zweet en tranen dan wel de moeite geweest?

Op de bodem van de doos van Pandora ligt wel nog een schuchter deugdje die tegelijk een ondeugdje is:
niet de Hoop maar de Lach!

Zal ik de moed hebben als ik sterf zo luid te lachen als ik nooit eerder gelachen heb?

Rideo et Emergo = Ik Lach en Kom Boven !
.lachen-is-gezond1.

Waar en Vals Brandalarm op het Werk

burnout
Succesvol ondernemer Roland Duchâtelet heeft vandaag maandag de toorn van menige god en godin over zich afgeroepen. Vermoedelijk niet eens tot zijn verwondering, misschien zocht hij bewust het conflict op. Tot welk onvergeeflijk misdrijf heeft de vermetele Duchâtelet zich dan laten verleiden?

Onze Roland meende in een kranteninterview dit weekend in alle ernst en doordachtheid te mogen opperen dat ‘de meeste burn-outs fake zijn’. Fake burn-out! Fake invaliditeit! De stijging van het aantal burn-outs, vooral bij vrouwen, en van het aantal langdurig zieken wegens psychische problemen ontlokten hem het oordeel (of beter de opinie): ‘Kan niet! Zeer verdacht.’

Nu is onze ondernemer in deze hoegenaamd geen deskundige. Helaas bestaan er eigenlijk geen echte deskundigen in deze materie. Niemand heeft ooit ernstig studiewerk verricht over dat fenomeen fake burn-out. Iedereen weet wellicht wel dat er minstens hier en daar gefakete burn-outs en invaliditeiten floreren, maar hoeveel? Welk cijfer zou Duchâtelet plakken op zijn ‘meeste’? 51%? 95%? Of wil hij alleen maar provoceren om zo een strengere controle op psychisch zieken af te dwingen? Wel is het ook zo dat heel wat mensen moeilijk kunnen geloven dat iemand door een burn-out meer dan 1 jaar ziek en arbeidsongeschikt kan zijn. Nochtans is dat helemaal niet zo uitzonderlijk.

Fake betekent in deze materie hier dat iemand bewust plant om zich ziek of invalide te laten verklaren terwijl er medisch gezien nauwelijks iets met hem of haar aan de hand is. Dat soort mensen bestaan. Hoeveel is niet te schatten. Ik ken alvast een 3-tal gevallen van fake invaliditeit – allen jongvolwassenen waarvan 2 junkies. Met deze bewuste strategie hebben zij, met dank aan hun psychiater, het invaliditeitsstatuut weten te bemachtigen. Bij een veel ruimere categorie is het echter moeilijk, zo niet onmogelijk, uit te maken in hoeverre van faken kan gesproken worden. Het gaat hier eerder om een soort schemerzone. Ik denk met name aan subtielere en misschien zelfs nonchalantere vormen van beslissingen van de behandelende geneesheer. De duur van de burn-out en van de arbeidsongeschiktheid kan namelijk uitlopen als het onschuldig resultaat van een communicatie tussen arts en patiënt. Patiënt (oprecht): ‘Ik voel me er eigenlijk nog niet helemaal klaar voor, dokter.’ Arts (even oprecht): ‘Ik denk dat het beter is dat je nog minstens een maand de tijd neemt voordat je er weer tegen aan kan. We moeten vermijden dat je hier volgende week al terug staat.’

Een kwalijke zaak is het dat de diagnose burn-out de laatste jaren andere diagnoses zoals depressie is gaan vervangen. Depressie wordt klassiek geassocieerd met genetische voorbestemdheid, intrapsychische toestanden en relatieproblemen (zowel de relatie met zichzelf als deze met anderen). Burn-out werd oorspronkelijk alleen gebruikt voor hard werkende kaderleden en andere beroepen met een zware verantwoordelijkheid. (Jaren en jaren geleden waren maagzweren ook eerst het privilege van managers!) Ondertussen is het begrip burn-out de laatste jaren geweldig verruimd :
a) door de intensere aandacht voor niet te miskennen problemen met betrekking tot de werk-gezin combinatie, problemen waarmee vooral vrouwen te kampen hebben;
b) de welhaast explosieve stijging van het aantal alleenstaanden, waarbij natuurlijk vooral de alleenstaande moeders met kinderen wel 10 handen zouden moeten hebben en wel 10 dingen tegelijk zouden moeten doen.
c) de toename van de meer algemene gevoeligheid voor allerhande en uiteenlopende vormen van stress op het werk.

En ongetwijfeld moet, in acht genomen de evoluties op het werk (hoger ritme, meer werklast), ook het aantal burn-out gevallen flink zijn toegenomen.

Stress-symptomen zoals vermoeidheid, prikkelbaarheid, lusteloosheid en slapeloosheid maar ook schuld- en angstgevoelens werden tot niet zo lang geleden als depressie gediagnosticeerd. Nu deze symptomen blijkbaar werk-gerelateerd zijn, worden ze omzeggens meteen gediagnosticeerd als burn-out.

Of een werknemer met een bepaald syndroom weg moet met de diagnose depressie of burn-out lijkt los te staan van de mogelijkheid dat iemand een burn-out kan veinzen. In principe moet een burn-out patiënt na verloop van tijd ‘genezen’ zijn. De prognose voor depressie is bij aanvang eerder onzeker, soms zelfs ongunstig.

[Om af te sluiten blijven we zoals iedereen in de Trump-sfeer. Want: is Donald Trump nu een narcist of een fake narcist?]
.trump-narcist.

Gefaket… en Geflikt !

fake-news2Bijvoeglijk naamwoord: fake. Werkwoord: faken, fakete, gefaket. Niet het fuck-woord maar het fake-woord waart tegenwoordig als een spook door de nieuwssites en vandaar ook op de sociale media.

Fake news: het zou de uitslag van de Amerikaanse presidentsverkiezingen mee hebben bepaald. Vilaine lieden hadden overal waar ze maar konden valse berichten gedropt.
Gefakete burn-outs: topondernemer Roland Duchâtelet maakt zich sterk dat de meeste burn-outs die onze werknemers en werkneemsters voor maanden teisteren, gewoon fake zijn.
Faken van klachten over seksueel misbruik: de klager die een week geleden met ex-bisschop Roger Van Gheluwe werd geconfronteerd: zou die niet faken en fabuleren dat hij door de geestelijke betast en bepoteld werd?

Al vervangen die recente ‘fakingen’ precies vroegere populaire vormen van fakingen. Talk of the town was onder andere het door de vrouw gefaket orgasme. In die tijd was de vrouw nog het bezit van de man  en de vrouw dat ze daar af en toe moest meegaan.

Fake nieuws is nieuws dat we niet graag zien of horen.
Gefakete burn-outs zijn zaken die we niet graag tonen.
En gefaket slachtofferschap is iets waarover we niet graag over spreken.
(Een gefaket orgasme was een ervaring die niet graag gevoeld werd).

Faken is van alle tijden. Nog niet zo lang geleden sprak men over voorwenden, veinzen, theaterspelen, zich aanstellen en er zullen vermoedelijk nog wel een paar mooi klinkende synoniemen bestaan. Kortweg: liegen en bedriegen.

Het Schoon-Vlaams woord voor het ganse gedoe is: totentrekken.
.

Benoît Hamon, Frans socialistisch presidentskandidaat

hamonMijn afkeer ten aanzien van de actuele politiek is de laatste jaren zo groot geworden dat ik meer en meer open ben gaan staan voor een links-populistische ommekeer. En nu komt daar het geluid van de Franse socialistische presidentskandidaat Benoît Hamon, een geluid dat heel fris kleurt. Geen abstract gewauwel of aarzelende stapjes in de richting van arbeidsduurvermindering, robotisering, basisinkomen en loslaten van de Europese norm voor het begrotingstekort van 3%. Stuk voor stuk thema’s die het afgelopen jaar flink aan aandacht hebben gewonnen. Hamon komt echter met radicale en principiële maar toch zeer concrete voorstellen met betrekking tot deze thema’s. Een politiek links dat voor mij het enige links is dat zich echt links mag noemen: een vooruitziend accent op de economie in al haar vormen en op de creatie van te herverdelen rijkdommen, plus de ermee samenhangende sociale kwesties. Het links waar het intellectueel en politiek (en zelfs syndicaal) België voorlopig maar aarzelend kaas van wil eten. Zeker in Vlaanderen waar intellectuelen graag verzuipen in een tergend wordend sentimenteel gemoraliseer dat zich wel graag laat benoemen als de verdediging van de ‘mensenrechten’.

Vlaanderen heeft altijd al weinig belangstelling gehad voor het wezen, het wel en wee, van het coöperatief én conflictueel gebeuren op de werkvloer van fabrieken en industriële bedrijven. Op veel plaatsen kijkt men tegen robots aan als een nieuwe verschijningsvorm van de duivel. Het is opvallend hoe weinig aandacht onze intellectuele en culturele elites al decennialang opbrengen voor de ‘mensenrechten van industriearbeiders’. De dagdagelijkse kleine en grote arbeidsproblematieken van industriearbeiders en -arbeidsters, en hun eigengereide arbeiderscultuur duiken eigenlijk zelden op in informatieve en ontspannende tv-programma’s (althans niet op de VRT) en ook in de populaire media, incluis de kwaliteitsmedia, worden ze vrij stiefmoederlijk behandeld. En arbeiders worden zelden in beeld gebracht terwijl ze effectief aan het werk zijn. Hoe het er op menselijk vlak echt aan toe gaat in fabrieken en industriële bedrijven, daar hebben heel veel mensen nauwelijks een beeld van. Priesters, om maar één beroep te noemen, die toch veel kleiner in aantal zijn, komen op televisie vermoedelijk tien keer meer aan bod dan ‘traditionele’ fabrieksarbeiders en -arbeidsters (het is de priesters natuurlijk gegund). Maar industriearbeiders hebben blijkbaar wat minder bestaansrecht.

Benoît Hamon, de ‘Franse Bernie Sanders’ zoals hij wordt genoemd, is ook aan de jonge kant, 49. Nog op het toppunt van zijn intellectuele flexibiliteit. Hij is volwassen geworden in de jaren 1980 toen de trentes glorieuses (1945-1975), de gloriejaren van de welvaartstaat, reeds tot het verleden behoorden. Hamon kan zich dus afkeren van een nostalgisch denken dat zich blijft focussen op een verleden dat effectief een afgesloten verleden tijd is geworden. Of zoals Hamon het zelf zegt: ‘Ik sta voor een links dat denkt aan de wereld zoals hij is en niet zoals hij is geweest.’

Hamon blijkt zijn programma op te hangen aan 4 centrale punten:
1. Een basisinkomen van 750 euro voor iedereen ouder dan 18 jaar;
2. Een arbeidsuurvermindering tot 32 uur per week, met behoud van loon;
3. Een taks op robots die moet helpen de sociale zekerheid te financieren;
4. Het loslaten van de Europese limiet op het begrotingstekort van 3%.

Het is me niet duidelijk welke timing en fasering Hamon voor ogen heeft om deze 4 punten te realiseren. Een dynamische aanpak moet ons inzien mogelijk zijn.

Een taks op robots lijkt geen probleem wanneer doorgedreven en gestimuleerde robotisering en digitale automatisering een tastbare productiviteitsstijging opleveren waarbij die taks weinig meer is dan een peulschil van de gestegen ondernemingswinsten. Samen met het loslaten van de EU-norm voor het begrotingstekort kan op deze manier ook de arbeidsduurvermindering op bedrijfsniveau worden gefinancierd. Voor KMO’s die dat soort relatief hoge winsten niet halen kan misschien een steunfonds worden voorzien. Deze arbeidsduurvermindering kan hoe dan ook de werkloosheid drastisch verlagen en mogelijk ook voor een meer succesvolle en realistische integratie zorgen van migranten, mits een gecontroleerde migratie.

Het meest prangende probleem lijkt ons het invoeren van het basisinkomen, waarvan de hoogte van 750 euro niet geheel overtuigend is. Dat hangt echter af van de bedoelingen die Hamon met het basisinkomen voor ogen heeft. Wij zien aan het basisinkomen altijd 2 doorslaggevende maar samenhangende facetten: 1. de hoogte van het basisinkomen, en 2. de maten waarin het basisinkomen andere reeds bestaande uitkeringen vervangt. Het basiskomen is wezenlijk bedoeld om mensen een maximale keuzevrijheid te geven aangaande hun tijdsbesteding, bijvoorbeeld met betrekking tot de verhouding tussen de werktijd en de tijd die men aan het gezin wil geven. In Finland en als ik het goed voor heb ook in Nederland, lopen evenwel experimenten waarbij het basisinkomen de werkloosheidsuitkering vervangt. En het bedrag van het basisinkomen is dan natuurlijk significant lager. Het doel is hier werklozen op een softe manier te dwingen om werk te gaan zoeken. Dit is zonder meer een perverse variant van het basisinkomen.

Aangenomen wordt dat Hamon weinig kans maakt om de tweede ronde van de Franse presidentsverkiezingen te halen. Zijn plannen krijgen ook te horen dat ze utopisch en onbetaalbaar zijn. Nu is het wel zo dat een kandidaat zich soms een eerste keer kandidaat stelt om dan bij de volgende verkiezingen een echte gooi te doen naar het hoogste Franse ambt.

Ondertussen heeft Benoît Hamon evenwel thema’s op tafel gegooid die door de aandacht voor zijn kandidatuur verder aan belangstelling en popularisering kunnen en zullen winnen.

. 

Sigaret

.
Wanneer ik sigaret rokend denk: zou ik niet weer eens pogen om me poëtisch uit te leven in een gedichie?, dan dringen zich in 1ste instantie steeds dezelfde soort woorden aan me op.

Vooreerst woorden die verwijzen naar het tijdstip van de dag of naar het weer:
dag, nacht, 13u20, middernacht, ochtend, avond, morgenrood, schemering, etenstijd, nieuwe maan, …
wind, storm, hagel, glad wegdek, motregen, hittegolf, ontij, mist en nevel, …

En daarna woorden die te maken hebben met grenzen en het overschrijden van grenzen (niet in de zin van het platgewalste begrip ‘grensoverschrijdend gedrag’, wat een miskleun is me dat: het overschrijden van grenzen is eigen aan welke vorm van seksualiteit dan ook):
binnen en buiten, op en neer, vliegen, onderduiken, drempel, weggaan, voordeur, thuiskomen, indringer, gordijnen (dichtschuiven), …

Zo is dat!
.12118807_909806145776220_4705047256270829342_n.

Björn Soenens: 4 vragen, 4 antwoorden

De ganse hetze tegen de nieuwe US-president Donald Trump krijgt op mij een steeds intenser wordend averechts effect. Ik voel het zwellen aan mijn neurotische teen. En ik moet mezelf in de gaten houden om te vermijden dat ik als reactie op het opgevoerde spektakel mijn principes niet overboord gooi.

Ik heb niets tegen domme mensen, want sommige dommeriken kunnen hun dommigheid amper verhelpen. Ik heb wel een enorme hekel aan mensen die hysterisch te koop lopen met hun overtuigingen die och god niet meer zijn dan een pure echo van wat ze van een ‘geloofwaardige’ hebben horen zeggen. Mijn teleurstelling, wrevel, irritatie en boosheid richten zich eigenlijk in de eerste plaats tegen die luidruchtige en schreeuwerige hysterici en hystericae die als razenden te keer gaan met sloganeske kreten en dito bordjes. Veel minder voel ik me emotioneel gepakt door Trump’s verkiezingsprogramma zelf en het werk dat hij er meteen van maakte. Vermoedelijk had niemand gedacht dat hij na 10 dagen reeds de helft van zijn beloften in ‘executive orders’ zou hebben omgezet.

Al met al ben ik doorheen de Trump-saga nog meer dan vroeger gefocust op de venijnige details die een bericht kleuren en dikwijls de informatieve inhoud een gans andere niet-neutrale draai meegeven.

Een mooi voorbeeld levert ons Björn Soenens, VRT-Amerikawatcher en voormalig hoofdredacteur van de VRT-Nieuwsdienst. In onderhavig fragment van het VRT-Journaal van vandaag (29/01/2017) beantwoordt hij 4 vragen om een balans op te maken van een week Trump. De 4de en laatste vraag heeft betrekking op Trump’s controversieel besluit om tijdelijk de toegang tot het Amerikaans grondgebied te weigeren aan de onderdanen van een 6-tal moslimlanden. Hier voel je het al komen. Hij vergelijkt de demarche van Trump met een paar min of meer gelijkaardige maar veel omvangrijkere en dieper gaande maatregelen doorheen de Amerikaanse geschiedenis. Zo bv. de internering van meer dan 100.000 in de US verblijvende Japanners na de Japanse luchtaanval op Pearl Harbor (december 1941).

En dan komt de zeer suggestieve conclusie: ‘Niets is nieuw – Helaas!’. Niet alleen de wijze waarop deze ‘helaas’ wordt uitgesproken maar ook de veranderingen in zijn gezichtsuitdrukkingen geven aan dat hier op een ander register wordt overgeschakeld. Trump kopieert en we zullen het geweten hebben dat dit meer dan jammer is.

Ik maak liever zelf de conclusie dat dit jammer is, dan dat het me voorgeschoteld wordt.

http://deredactie.be/cm/vrtnieuws/videozone/nieuws/buitenland/1.2878444 (klikken)
.
.
japanse-internering-us

Le charme discret de Donald Trump

.trump-melania.
Trump = slechterik, schurk, onverbeterlijke crimineel, moordenaar zelfs. Er gaat geen dag voorbij of de sociale media maar ook de kwaliteitsmedia voederen ons met berichten die zowel de mens Donald Trump als de functionerende president Donald Trump zonder mededogen onderuit halen. En dit al te frequent met een vermoedelijk bewuste maar in ieder geval onprofessionele vervorming van Trump’s decreten en beslissingen. Zijn persoonlijkheid wordt ontleed via bedenkelijke maar mooi in beeld gebrachte grafologische analyses van zijn handtekening (‘niet-wetenschappelijk maar toch interessant’ dixit VRT-Journaal; hoezo ‘interessant’? en voor wie dan?). In zijn lichaamstaal onthullen zelfverklaarde topdeskundigen  merkwaardig genoeg alle persoonskenmerken die Donald Trump al maanden en maanden worden toegeschreven. Psychologen en psychoanalytici bedenken hem in alle ernst (en eigenwaan) met een resem psychiatrische pathologieën. Het is typisch voor een minderwaardige en vulgaire psychologie om te menen dat de politieke besluitvorming van een regeringsleider af te leiden valt uit zijn persoonlijkheidsstructuur en zijn persoonlijke zieleroerselen.

Zelf psycholoog zijnde, word ik van dat soort aanpak bijzonder korzelig. Echter: die aanpak verbaast me niet. Wie met psychiatrische diagnoses iemand mag neersabelen waarvan een zeker publiek vindt dat die persoon hoe dan ook moet neergesabeld worden, haalt de voorpagina van nieuwssites. 15 minuten beroemdheid. Een flinke zucht wordt geslaakt in zekere kringen: ‘gelukkig hebben we die psychologen nog om ons ter hulp te snellen’. Beneden alle peil, is mijn streng oordeel. Degelijke politieke psychologie en zelfs ‘gewone’ psychologie weet dat een mens in zijn handelen niet zo in elkaar zit en dat het bekleden van een functie andere gedragsregels volgt dan de gedragsgewoontes die gangbaar zijn bij een klapke tussen pot en pint.

De mens Donald Trump mag mij en iedereen dan intrigeren en fascineren, de fixatie op deze facetten van Donald Trump vormt een bijzonder irrelevante kijk voor het begrijpen van de onderliggende principes en prioriteiten van zijn politieke ambities en zijn concrete beleidsplannen.

Ook een uitvergroting van de randaspecten van zijn decreten en van deze die in zijn pijplijn in de wachtrij staan, helpen ons doorgaans niet veel verder. De kritiek van linksen, linksliberalen, progressieven en anderen ging de laatste weken eigenlijk niet verder dan de mogelijke inbreuken op de bekende trits linksliberale interesses: 1) feminisme en vrouwenrechten; 2) de LGBT- rechten die met de jaren tot een ware ideologie zijn uitgegroeid en 3) antiracisme en volledige openheid voor vluchtelingen en asielzoekers. Uiteraard mogen en moeten vrouwen manifest opkomen voor hun rechten, voor mijn part mogen homoseksuelen en lesbiennes kinderen adopteren, mogen mensen van geslacht veranderen, in mijn dagelijks leven taxeer ik iemand gewoontegetrouw niet op zijn of haar huidsleur, en met een gecontroleerde immigratie heb ik ook al geen problemen – wel met een volkomen vrije of illegale. Ik zou niet weten wat er rechts of extreemrechts zou zijn aan gecontroleerde immigratie.

De laatste dagen was het vooral groot circus rond de uitspraak van Trump dat naar zijn mening ‘waterboarding works’. Verontwaardiging alom, alsof hij zelf reeds met eigen handen een terreurverdachte een paar keer een natte doek over het hoofd heeft gelegd en met water begoten. Zelf ben ik natuurlijk ook een felle tegenstander van waterboarding en folteren in het algemeen. Werd er ter attentie van president Trump een beleefde petitie opgestart met de vraag zijn uitspraak te herroepen, ik zou ze onmiddellijk ondertekenen.

Maar binnen een poging om de grote lijnen van Trump’s beleidsambities te begrijpen of er een oordeel over te vellen, lijkt me dat waterboarding-incident eigenlijk nogal marginaal. Trouwens: wie zou hij wel moeten waterboarden? Is er een voornemen om binnenlandse geradicaliseerde moslims over te brengen naar Guantanamo Bay of om weer aan de andere kant van de wereld al of niet vermeende terroristen op te pikken en ze ook in dezelfde basis te huisvesten?

Donald Trump mag dan een schurk zijn, de zuiver morele criteria waarop hij afgerekend wordt en de verontwaardiging over misschien demagogische beslissingen zoals de bouw van de Mexicaans ‘wall’ of het beletten van bepaalde moslims om het Amerikaanse grondgebied te betreden, houden de grote veel diepgaandere lijnen van Trump’s ambities uit het zicht. En het zijn deze lijnen en ambities die Europa angst aanjagen. Misschien spelen, in het verweer tegen het nieuwe Europa-onvriendelijke Amerika (‘America First’), onze moraalridders dan vooral een rol als nuttige idioten. Zij kunnen de druk op de ketel houden in het kader van een agenda van andere krachten, een agenda die hen vermoedelijk volkomen ontgaat en hen misschien ook onverschillig laat.

De Brexit van haar kant ging in Groot-Brittannië niet gepaard met dat soort straf geformuleerde Trump-maatregelen die aanleiding hadden kunnen geven tot het soort emotioneel en opgewonden protest dat Trump ten deel valt. Toch worden Brexit en Trump bij de wat meer bezadigde opiniemakers steevast in één adem genoemd, en overigens ook, zij het met een totaal andere appreciatie, bij eurosceptici à la Nigel Farage, Marine Le Pen of Geert Wilders.

Na de Brexit die de economische toekomst van Europa (en ook van het Verenigd Koninkrijk zelf natuurlijk) onzeker dreigt te maken, komt Trump nu zelf ook nog aandraven met verreikende maatregelen met betrekking tot de organisatie van de internationale vrijhandel en met het doorvoeren van geopolitieke verschuivingen. Daaromtrent krijgen we zelden meer te horen dan het woord ‘protectionisme’, wat ons dan koude rillingen zou moeten bezorgen. Wat verborgen blijft, is dat Trump’s protectionisme hoogstwaarschijnlijk zeer selectief zal zijn. De tamtam rond de verklaringen van de Britse premier Theresa May, voor haar ontmoeting met Trump, omtrent datzelfde waterboarding en omtrent haar ‘waarschuwing’ ten aanzien van Rusland, verhullen dat Trump en May natuurlijk over heel wat andere zaken hebben zitten keuvelen. Ze hadden het in de eerste en de laatste plaats over een mogelijk en eigenlijk heel waarschijnlijk bilateraal handelsakkoord. En dan is Theresa May de dag erop ook nog gaan praten met Turks president Erdogan. Jawel: over een bilateraal handelsakkoord. Het heeft er de schijn van dat Theresa May bezig is de Brexit keurig naar haar hand te zetten. De Britten zijn blijkbaar hun pionnen aan het verschuiven met een succes waar de EU blijkbaar niet heeft op geanticipeerd. Of het althans en minstens niet nodig vindt om ons daarover klare wijn te schenken. Hoe dan ook: de komende Nederlandse en Franse verkiezingen in het voorjaar en de Duitse in het najaar te geven zetten de zenuwen van de EU-landen op scherp. De schrik zit er diep in.

En dat is nog Trump’s geopolitieke aanpak die riskeert de rol van de EU op het internationale toneel verder uit te kleden. Het ziet er naar uit dat Trump de spanningen op wereldniveau in het geheel niet op de spits wil drijven. In het bijzonder geeft hij aan dat hij de relatie met Rusland weer wil rechttrekken (IS, Syrië, Oekraïne) en zo te horen ook met de Chinezen een zo constructief mogelijke relatie wil uitbouwen. En bovendien is het wachten hoe hard Trump zijn intentie zal doorduwen om de financiële bijdragen aan de NATO te herzien. Angela Merken kwam hem gisteren aan de telefoon reeds tegemoet: ‘Beiden waren het erover eens dat de bijdragen aan de NATO eerlijk moeten worden verdeeld.’ Je voelt het dus al. Het moet de zwakkere landen van de EU de slaap ontnemen.

Niet alleen riskeert de EU er economisch wat bekaaid van af te komen en mogelijk weinig meer zal kunnen doen dan de regels van de internationale handel te ondergaan. Ze zal ook militair meer in de kou komen te staan, waarbij eigenlijk van de EU-landen net Duitsland het minst bevreesd moet zijn. Met dan inderdaad de vraag: kan de EU de budgetten vrijmaken voor een eigen operationele defensie en zal ze hiervoor op de nodige steun van haar bevolking kunnen rekenen?

Bij zijn eerste daden na zijn eedaflegging dacht ik dat Trump uit was op een militaire confrontatie met China in de Zuid-Chinese Zee. Blijkbaar was mijn vrees wat overtrokken. Daarnaast ziet het er naar uit dat een echt constructieve relatie en samenwerking tussen de USA en Rusland de spanningen aan de Oost-Europese en Russische grens serieus zou kunnen milderen, misschien zelfs wegnemen.

Daar kan ik mee leven.
.trump-and-vladimir-putin

AUTOFORUM

.
AUTOFORUM
.
Ontbijten. Het einde van een brave new world.
Broodnodig spreken. De kinderen voluit.
In de douche weer dezelfde vrouw.
Une femme peut en cacher une autre.
Vrieskou uit de ijskast. IJskast dicht.
Eindelijk onderweg. Tongaanslag wijkt niet.
De morgen valt uit elkaar. Ik ben vrij.
.
.
autotje

Le Pen,Wilders en de Rest

.
.
.
 XXXXXXXXXXXXXXXXXLe Pen, Wilders en de Rest.
.
.
..

………………………….     De Productie van Misnoegden

‘De Ellendigen’ werd eertijds gekozen als de titel van de Nederlandse vertaling van Victor Hugo’s sociale roman ‘Les misérables’ (1862). Nu wordt de Franse titel niet meer vertaald en zelfs l’accent aigu wordt plichtsvol overgenomen.
.
de-ellendigen-deel-1-van-5-by-victor-hugohugo-miserables-2
.
Er wordt ons hier en daar, links en rechts, voorgehouden dat het groeiend populisme samenhangt met een relatieve toename van het aantal ‘ellendigen’. Een bijzonder bont gezelschap, die ellendigen: onmondig gepeupel dat te lui en te dom is om zich te informeren, mensen de uit de boot vallen of dreigen eruit te vallen, verarmde en vereenzaamde alleenstaanden, laaggeschoolden van alle leeftijden, langdurig werklozen, ex-gevangenen, mensen die leven van een leefloon, mensen met schulden, 65-plussers met een laag pensioentje, allochtonen en erkende vluchtelingen, etc. Zeker steekhoudend is de stelling dat we niet zozeer staan voor een toename van de absolute armoede, maar wel voor een stijging van de relatieve armoede.

Binnen de inkomenspiramide wordt de kloof tussen rijk en arm steeds groter, een quasi-internationaal fenomeen. Rijken worden rijker en armen worden armer. Opvallend is ook dat meer en meer mensen uit de (lagere) middenklasse qua koopkracht ter plaatse trappelen zodat ze bij een ernstige tegenslag riskeren te gaan flirten met de armoedegrens. En even opvallend is dat heel wat jongeren in alle ernst ervan overtuigd zijn dat ze het slechter zullen hebben dan hun ouders. En dan zwijgen we hier nog over een reeks steeds meer onrustwekkende psychosociale epidemieën, zoals depressie en burn-out, alcohol-, medicijnen-, drugs- en gokverslaving, etc.

Op een halve eeuw is het sociaal uitzicht van onze samenleving grondig veranderd. 50 jaar geleden waren er bijvoorbeeld geen daklozen. Het aantal mensen dat beroep moest doen op OCMW-hulp was vrij beperkt, zeker in vergelijking met nu. Kortom: onze beste van alle mogelijke werelden presenteert zich sinds een paar decennia met een flinke toename aan miserie van de meest diverse vormen. Er hoopt zich aan de onderkant van de samenleving een bont gezelschap op van gemarginaliseerden, van ‘ellendigen’ en ‘misérables’. Om het grof te zeggen: uitschot en maatschappelijk afval. En duikt daar in dit tijdsbestek net niet het grimmige spook van het populisme op?

***

Betekent dit nu: hoe meer ellendigen, hoe meer mensen hun houvast vinden in het populisme?

Ik situeer de onstuitbaar lijkende opkomst van het populisme met twee breuken in de inkomenspiramide en de sociale statuspiramide (beide zijn helemaal niet aan elkaar gelijk; zo verdienen industriearbeiders soms beduidend meer dan louter uitvoerende bedienden, maar hun sociale status is significant lager). Een halve eeuw geleden, tijdens de trentes glorieuses (1945-1975), konden mensen sociaal opklimmen en hun kinderen hadden het doorgaans beter dan hun ouders. Talentvolle arbeiderskinderen konden vrij gemakkelijk aan de universiteit gaan studeren (de universiteit was toen eigenlijk nog een elitair bastion). De afstand tussen de verschillende sociale lagen was min of meer overbrugbaar.

Sindsdien zijn er in deze piramide twee opvallende breuken ontstaan, die erop neerkomen dat de sociale mobiliteit danig ingeperkt is geraakt:
– één tussen de topelite (de ‘1%’) en de betere middenklasse (vrije beroepen, hogere kaderleden, professoren, …)
– en één tussen de lagere middenklasse (bedienden, leerkrachten, ambtenaren, zorgpersoneel, …) en de arbeidersklasse in eng sociologische zin (industrie, bouw, transport, …).

Deze breuken zorgden ervoor dat de verschillende sociale lagen (of ‘klassen’) elk weer in een eigen wereld zijn gaan leven, zonder veel besef van de wereld van andere sociale lagen. Veel meer dan de hoop hogerop te geraken en dat kinderen het beter konden hebben dan hun ouders, sluimert nu de vrees naar beneden te vallen.

Ik zou geneigd zijn te stellen dat de mensen die in het populisme een perspectief zien, diegenen zijn die de (al of niet terechte) ervaring opdoen dat hun kansen om zich sociaal te verbeteren geblokkeerd zijn geraakt en dat ze misschien meer kans hebben om naar beneden te vallen dan hogerop te komen. Dat soort ‘percepties’ treffen we hoogstwaarschijnlijk het meest aan op de 2 breuklijnen. Het kan dus evenzeer over laaggeschoolden als over hooggeschoolden gaan. Al deze mensen voelen zich (en zijn doorgaans ook) sociaal onzeker, en dus kwetsbaar. En bovendien ervaren ze ook een verlammende machteloosheid: ze hebben de greep op hun leven en hun levensomstandigheden verloren. En ze weten niet goed meer wat ze nu precies over sociale en politieke veranderingen en evoluties moeten denken. Ze ervaren de wereld als verward, chaotisch en onvoorspelbaar. Wat deze mensen echter wel weten is dat ze niet langer een boodschap hebben aan het politiek correcte denken, een denken dat ze associëren met politiek ‘links’ of ‘progressief’. Een associatie die helaas niet zonder meer uit de lucht is gegrepen.

Het populisme als sociaal en politiek levensbeeld hangt, naar ons oordeel en aanvoelen, niet zozeer samen met de toename van het aantal behoeftige armen en ellendigen maar van het aantal mensen en groepen van mensen die hun levensperspectief geblokkeerd of bedreigd zien door specifieke categorieën van samenlevingsleden (bv. moslims; werknemers uit armere landen die bereid zijn aan een hongerloon te werken en jobs onttrekken aan reguliere werknemers; rijken die amper belastingen betalen; etc.). Vooral de lager geschoolden staan eigenlijk manifest negatief en vijandig jegens de ware ellendigen, wat psychologisch gemakkelijk te verklaren is. De ellendigen zien er namelijk dusdanig uit als wat men zelf door ongewilde omstandigheden niet wil worden, dit is: min of meer aan lagerwal geraken.

De Politiek van het Populisme

De toenemende sociale ongelijkheid, de problemen met de zgn. multiculturele samenleving, de ondoorzichtige en bureaucratische Europese besluitvorming, en andere maatschappelijke evoluties creëren dus een ganse resem misnoegden en ontevredenen. Daar teren populistische politici op, maar het politieke populisme is meer dan dat.

Het populisme wordt in de betere kringen, veeleer dan als een sociale realiteit, gevat als een verwerpelijke politieke ideologie. Populisme is in die kringen dan een politieke strategie om gebruik of misbruik te maken van het buikgevoel van de mensen en zo haaks te staan op de traditionele of klassieke politiek. Of er wordt verondersteld dat de aanhang van het populisme niet bekwaam is om over de complexe problemen van vandaag een oordeel te vellen, want te dom of niet-geïnformeerd. Besluit: de populistische aanhang getuigt niet van de ware democratische ingesteldheid eigen aan de klassieke democratische geplogenheden. De klassieke democraten menen er te mogen van uitgaan dat hun eigen kiezers, dus de kiezers die intellectueel én emotioneel afkerig staan tegenover de populistische sirenen en dus aan hun verleiding kunnen weerstaan, in hun politiek gedrag, in het bijzonder in hun kiesgedrag, wél zuiver rationele en dus democratisch verantwoorde afwegingen maken.

Opvallend is dat het populisme ook steeds wordt voorgesteld als reactief: de populistische politici slagen er zogezegd in uit het niets een aanhang te verwerven dank zij een simplistisch discours omtrent wat er misloopt in de samenleving. Mij lijkt het eerder dat een bepaalde sociale realiteit op zichzelf het politiek populisme baart, ook wat betreft haar inhoud en haar vorm. Populisme als politiek gegeven komt niet zo maar uit de lucht vallen. Zeker is het zo dat het succes van een populistische politicus/a berust op zijn/haar charisma en retorisch talent, maar deze politici duiken pas op wanneer er onder de bevolking ‘vraag’ naar is. Als het sociaal klimaat er rijp voor is, zal er altijd een populistische politicus/a opstaan die in het gat springt. Finaal krijgen we zo een spiraal van ‘vraag en aanbod’.

Binnen de samenleving manifesteert zich dus een relatief groot aantal mensen die het gevoel hebben dat hun levenssituatie of hun levenstandaard bedreigd wordt, hetzij door de groeiende sociale ongelijkheid, hetzij door andere evoluties, actueel in het bijzonder de autocratie van de Europese Unie en de instroom van moslims uit het Midden-Oosten en uit Noord- en Midden-Afrika. Niet geheel ten onrechte stellen vooral laaggeschoolden omtrent het laatste punt drie pertinente vragen: 1° met betrekking tot de toegankelijkheid van deze vreemdelingen tot allerlei sociale voorzieningen, met als gevolg dat minder budget overblijft voor de autochtonen; 2° met betrekking tot de neerwaartse druk op de lonen door de bereidheid van zekere vreemdelingen om desnoods te werken voor een loon dat soms zelfs onder het minimumloon valt; 3° met betrekking tot de mogelijke uitholling van onze tradities en culturele normen en waarden.

Mensen die zich machteloos voelen, zijn in principe gemakkelijk mobiliseerbaar, zij het dat ze zich niet zozeer uiten door middel van betogingen maar zich veeleer roeren op de sociale media. Veelal moet de politieke klasse het ontgelden, soms in de meest grove bewoordingen. Bedenkingen bij het parlementair-democratisch bestel die 10 jaar geleden intellectueel werden geuit, zijn nu naar vorm verpakt in boosheid, woede en verontwaardiging. Hun inhoud is echter wezenlijk onveranderd gebleven. Het gaat dan vooral om de hoge wedden die parlementairen opstrijken ‘om niets te doen’; de particratie die alles in achterkamertjes regelt en naar buiten komt met voor de leek onbegrijpelijke compromissen; het parlement als aanstootgevende ‘praatbarak’; de rijken en de multinationals die in de wetgeving omtrent besparingen en nieuwe belastingen steeds de dans ontspringen; de overdracht van beslissingsmacht naar ‘Europa’ waar het wemelt van dik betaalde ambtenaren die er alleen op uit zijn ons het leven zuur te maken; enzovoort.

De bedenkingen die deze mensen in hun machteloosheid formuleren ten aanzien van de politieke klasse en het politieke gedoe, lijken over de gehele lijn over te komen als negatief en zelfs brutaal. Maar wie toekijkt, merkt dat deze mensen roepen om een ‘positieve’ politiek die aan hun noden en verlangens tegemoet komt, al verliezen ze met de dag meer en meer hun geloof en hun hoop dat het politieke establishment niet alleen onbekwaam maar ook niet bereid is aan hun verzuchtingen tegemoet te komen. Het is in deze zin dat populisten met hun volkse plebejische aanhang beroep kunnen doen op het ‘volk’ en zich kunnen veroorloven van te spreken ‘in naam van het volk’. De klassieke politieke partijen hebben deze aanspraak grotendeels of volledig verloren, tenzij ze in hun gedachtengoed of in hun concrete politieke praktijken zelf min of meer opschuiven in de richting van het populistische wereldbeeld en zijn implicaties en ze hier en daar de politieke correctheid achterwege laten.

Wanneer alles goed gaat in het land en mensen (ook veel relatief hooggeschoolden) merken dat ze er zelf min of meer op vooruitgaan, kan het de mensen, zeker deze van de minder begoede klassen, eigenlijk amper schelen wie de verkiezingen wint of wie er in de regering zit. Ze liggen niet wakker van de beslissingen die de regering neemt en zelfs corruptieschandalen raken hen amper. Of om het grof te zeggen: als men een stijging van het eigen welzijn en de eigen welvaart ervaart, geeft men blijkbaar carte blanche aan de politici om hun zakken te vullen (zolang het niet de spuigaten uitloopt).

Maar dat is niet zo wanneer het leven van de mensen problematischer wordt of is geworden. Dan wil het plebs dat hun verzuchtingen ernstig genomen wordt en dat er door de politici gehandeld wordt in plaats van gepraat en gekibbeld. Ze willen beslissingen zien en snel: ze getuigen van een zeker ongeduld. Het parlementair gedoe dat soms jaren vergt voordat beslissingen genomen worden, de politieke besluiteloosheid: het gaat de mensen op de zenuwen werken. De oplossingen voor de problemen waarmee de mensen worstelen, hebben naar hun aanvoelen een onmiskenbare urgentie.

Het plebs wil daadkrachtige leiding en zeer rationeel (in plaats van puur emotioneel en irrationeel) moet het vaststellen dat de heersende klasse deze niet kan geven. Vandaar dat de plebejers, die zichzelf terecht niet in staat achten die daadkracht op te brengen of af te dwingen en die hiervoor niet over de nodige hefbomen beschikken, zich richten naar een zichtbare en charismatische leider waarin men meent vertrouwen te kunnen hebben. Het zal wel niet toevallig zijn dat in deze tijd van toekomstonzekerheid met betrekking tot globaliseringseffecten en van geopolitieke verschuivingen, zogenaamde populistische partijen en regeringen gedragen worden door één enkele min of meer ‘autoritaire’ figuur die zich eigenlijk als enige publiekelijk namens de partij of de regering manifesteert. Denk aan Geert Wilders in Nederland, Marine Le Pen in Frankrijk, Beppe Grillo in Italië en uiteraard Donald Trump in de USA. Op het internationale toneel kunnen we ongetwijfeld wijzen naar Poetin in Rusland, Erdogan in Turkije, Duterte op de Filipijnen en vermoedelijk nog een pak anderen. In de meeste gevallen gaat dit populisme ook gepaard met een nieuw nationalisme en een wil om de nationale soevereiniteit te herwinnen of te versterken. Ook dit hangt samen met de wens van sociale lagen van gewone mensen om opnieuw te kunnen en mogen leven in een overzichtelijke en geordende wereld, m.a.w. met een duidelijk afgebakend territorium waarbij geen dubbelzinnigheid bestaat omtrent wie allemaal valt onder het gekoesterde ‘wij’.

Conclusie

In de huidige nationale en internationale constellaties heeft de verbreiding van populismen ons inziens niets mysterieus of irrationeels. Het populisme afschilderen als ondemocratisch slaat nergens op en zal ook zijn actieradius niet indammen. Integendeel: hoe meer de falende politieke klasse de populistische aanhang minacht en culpabiliseert, hoe minder ze zelf een toekomstperspectief kan aanreiken, hoe feller het populisme aan kracht zal winnen. Het populisme vloeit immers voort uit het falen van de klassieke democratische politiek die bij het plebs reeds te veel krediet heeft verloren. Of het populisme op termijn een goede zaak is of alleen maar nieuw onheil over ons zal uitstrooien, laat ik hier in het midden. Alvast is het sputteren van onze Westerse democratieën onhoudbaar geworden.
.
.
populisme

Alle Macht Aan De Anderen !


mannendag 2.jpg
Het moest er eens van komen, ik (uiteraard ik niet alleen) had een en ander reeds lang zien aankomen. Maar nu is het officieel: een militante mannenbeweging met haar (zijn?) eigen Dag, de Internationale Mannendag, jawel: vandaag 19 november. Blijkt wel dat deze Mannendag reeds bestaat sinds 1999. Zelf heb ik er pas sinds een week weet van, bewijs dat het fenomeen van deze aparte mannenbeweging steeds meer aandacht én erkenning krijgt. Want eigenlijk veroverde de Mannendag alhier in Vlaanderenland pas sinds 2014 een futiel plaatsje in de publieke opinie.

Maar op een klein jaar tijd is de weerklank van de Mannendag zo fel en zo breed toegenomen dat 1) politici op de sociale media zelf een lans gaan breken voor de rechten van mannen, met oog voor hun specifieke problemen en de discriminaties waaronder ze zouden lijden; 2) feministen in de pen kruipen om te wijzen op het ernstig gevaar van deze mannenbeweging voor onze nachtrust.

Deze Internationale Mannenbeweging, overigens erkend door de Verenigde Naties, heeft een mooi ogend missie-statement met items zoals het wegwerken van stereotypen over jongens en over mannen. Maar onvermijdelijk krijgen we hier een masculinisme als tegengewicht voor het (radicale) feminisme dat, afgezien van homo’s en zwarten, al jaren haar pijlen richt op de man als Man. Het kon niet blijven duren dat mannen lijdzaam zouden toezien dat met enige medewerking van de politiek correcte media een man per definitie voor onderdrukker, seksist en potentiële verkrachter moet doorgaan.

Het masculinisme is dan ook een even trieste zaak als het doorgeslagen radicaal feminisme. Want ongetwijfeld zal dit masculinisme ook gaan doorslaan wanneer het enige wind in de zeilen zal krijgen. Het zal bijvoorbeeld een vrouw wettelijk verboden zijn om een o zo weerloze man nog voor klootzak uit te maken. Publiek gaat het dan om seksisme en in privé om intrafamiliaal geweld.

Wie gehoopt had dat met de vrouwenemancipatie de oorlog tussen de seksen zou eindigen met een tedere verzoening, is er zeker deels aan voor de moeite. Al zal het plebs de neus ophalen voor dat om zich heen grijpend strijdlustig masculinisme waarmee de culturele elite zal uitpakken, zoals het ook de neus ophaalde voor het radicale feminisme.
.
mannendag.jpg.
Maar geen nood voor de vrouwen die zich door de mannen bedreigd voelen. Volgende week, 25 november, vieren we (hoewel!) de Internationale Dag tegen Geweld tegen Vrouwen.

Btw: Nieuwjaarsdag valt dit jaar op 1 januari!

 

“Souffrez mais ne laissez pas de traces !”

.
«Souffrez mais ne laissez pas de traces!»
Dr. Marc Reisinger
.

Een man komt bij de Boeddha. “Meester, U hebt erg geleden, maar nu lijdt u niet langer. Wat moet ik doen om ook niet meer te lijden?” De Boeddha is onmiddellijk klaar met zijn antwoord: “Brave man, u moet zo veel mogelijk sigaretten roken tot u geen sigaretten meer kunt zien! U moet bier en wijn drinken tot u er helemaal geen goesting meer naar hebt, en water tot u geen dorst meer voelt! U moet zo overmatig eten tot uw honger voor altijd is gestild! Kortom: u moet zich zo overmatig aan alles te goed doen tot elke behoefte en elk verlangen uit uw lijf is verdwenen, en zo elke dag!”

De brave man die lijdt is niet echt gelukkig met het antwoord: “Ik zal longkanker krijgen, levercirrose, obesitas en wat nog allemaal.” De Boeddha repliceert: “Wou u nu ophouden met lijden of niet?” Daarop gaat de brave man heen.

***

Massa’s mensen lijden. 1 op 4 Belgen lijdt. Hun leed is hen aan te zien op hun gezicht, aan hun manier van lopen en aan de bitter-zure manier waarmee ze spreken en glimlachen. Ze lijden dan ook nog eens onder de littekens van hun lijden.

Sommige mensen hebben leedvermaak met hun eigen leed. Pakken ze hun leed goed in, dan krijgen ze aandacht van familieleden, vrienden, dokters, biechtvaders en andere handelaars in aktes van geloof, hoop, liefde en berouw. Hoe meer sporen hun leed nalaat, hoe gelukkiger ze zijn.

Gelukkig zijn: wat een prijs die je moet betalen om te genieten van je lijden en de zichtbare littekens ervan!
.


.

Dag van het Leed en het Leedvermaak

.
leedvermaak
.

Donderdag 17 november 2016 is een bijzondere dag. Het is een bijzondere dag omdat het geen bijzondere dag is. Geen Dag tegen de Armoede. Geen zonnewende. Geen Open Monumentendag of Open Bedrijvendag. Geen Dag tegen Pesten. Geen Vrouwendag. Geen Wapenstilstand. Geen Gedichtendag. Geen Dag van de Hemelvaart van Allen en Iedereen. Geen Verjaardag van Louis Michel of van Bart De Wever. Geen Dag van de Afrikaanse Kindjes. Geen 11.11.11. Geen dag tijdens de week van Kom Op Tegen Kanker of van Music for Life. Geen Dag van de Aarde. Geen Dag van de Klant. Geen dag dat je pensioen op je rekening wordt gestort. Niets van dit alles. En wat me is ontgaan heeft geen bestaansrecht. Esse est percipi, zijn is waargenomen worden. Wat zich niet toont: wie heeft daar een antwoord klaar op de onbeantwoordbare vraag of het bestaat of niet? Wat kunnen we weten over iets dat geen moeite doet om te verschijnen en onder onze ogen te komen.

17 november is een dag die blij is met zichzelf. Een kat op de schoot, vogels in de tuin. Een beetje wolken, een beetje blauw. Een beetje leed, een beetje leedvermaak. Een dag van “Souffrez mais ne laissez pas de traces.” Ook van de vrijheid, blijheid van de stad. En van het gezelschap.

Volgend jaar vieren we 17 november als de Dag van het Leed en het Leedvermaak.

De Ceifeirische Waan

.
Misschien verlangt u er ook wel eens naar: ‘bewusteloos’ te zijn en u daarvan bewust te zijn. Zich bewust te zijn van de eigen bewusteloosheid. Aan niets denken en te weten dat men aan niets denkt. Zoals bij mijmeren en dagdromen. Of bij een extatische roes. Volledig in iets opgaan, zichzelf verliezen: en er zich bewust van zijn dat men zich verloren heeft. Dromen en te beseffen dat men droomt. Gestorven te zijn en kunnen getuigen van je dood zijn.

Ooit noemde ik dit paradoxaal verlangen de ‘ceifeirische waan. ‘Ceifeira’ (‘Maaister’ ) verwijst naar een gedicht van de Portugese schrijver/dichter Fernando Pessoa, dat de paradox van het verlangen zich bewust te zijn van de eigen ‘bewusteloosheid’ treffend verwoordt. De titel van het gedicht wordt meestal vernoemd naar het eerste vers: ‘Ela canta, pobre ceifeira’ (‘Zij zingt, de arme maaister’). Maar ik werd vooral getroffen door een paar verzen uit de 5de strofe, verzen die me nog steeds nauw aan het hart liggen.

O, u te kunnen zijn en toch mijzelf!
Te leven in uw blij niet-weten
En dat te weten!

En bij ceifeira/maaister komt me ook meteen onderstaande foto van éne Catarina Eufémia voor de geest.
.
ceifeira-ii

.
Catarina (Efigénia Sabino) Eufémia (13 Februari – 19 mei 1954) was een Portugese ongeletterde maaister die tijdens een staking van de landarbeiders in Alentejo door de Republikeinse National Garde van dictator António de Oliveira Salazar werd doodgeschoten. Catarina was 28 en had drie kinderen. Haar jongste van 8 maanden oud was bij Catarina toen ze werd neergeschoten.

Catarina werd meteen een symbool voor het anti-dictatoriaal verzet in Alentejo. De Portugese Communistische Partij koos haar als icoon voor haar Alentejaanse afdeling.

Als ik aan haar denk, weet ik niet dat ik aan haar denk.

De Kunst om Ladders Weg te Gooien

.
Jacobladder.jpg..

‘Gooi de ladder weg nadat je erop geklommen bent.’ De uitspraak is, in een ietwat aangepaste versie, van de hand van Ludwig Wittgenstein en ze hoort thuis in zijn vermaarde taal-filosofische studies. Wittgenstein’s ladder slaat op het gebruik van zekere on-zinnige en incorrecte beweringen of argumenten als een hulpmiddel of een opstapje om toch een hoger begrip of inzicht te bereiken. Met on-zinnig bedoelt Wittgenstein dat de aangewende stellingen niet slaat op feitelijke standen van zaken in de wereld. Al gebruikt Wittgenstein de metafoor van de ladder uitsluitend binnen een logisch en analytisch-filosofisch kader, men zou natuurlijk de vrijheid kunnen nemen om de idee erachter ook wel op andere domeinen en in andere context toe te passen. (Overigens nam Wittgenstein in een latere fase van zijn loopbaan, afstand van de ‘ladder’-stelling.)

Je zal natuurlijk onmiddellijk denken aan de situatie waarin je een ladder gebruikt om een muur over te klimmen. Eenmaal bovenop de muur kan je de ladder achteloos wegstampen (uiteraard in de veronderstelling dat je bovenaan de muur niet vastzit bij gebrek aan middelen om ongeschonden de overkant te bereiken).

Leven: de kunst om ladders weg te gooien.

In de Naam des HEEREN

..
boetedoening.jpg
.
Ik heb mij in mijn leven zelden of nooit verlustigd in boetedoening. (Paradox: boetedoening levert in sommige gevallen aardig wat Freudiaans genot op. Denk ook aan al de energie die vrijkomt wanneer je ophoudt te ontkennen dat je gezondigd hebt bv. tegen nummer 2 van de 10 geboden: ‘Gij zult den naam des HEEREN uws Gods niet ijdellijk gebruiken.’)

Schuldgevoelens, ja daar heb ik af en toe onder geleden, al wist ik dat ik geen schulden had. En soms ook wel eens blozende schaamte en knagende wroeging. Menselijk, al te menselijk!

Ik hoor met de regelmaat van een klok dat de mensheid wél nogal wat schulden, verantwoordelijkheden en collateral damage op haar conto zou hebben staan. De mensheid zou zowaar schuldig zijn aan misdaden tegen de menselijkheid. De atmosfeer volstouwen met koolstof- en stikstofdioxide. De oceanen met plastic en de grond met pesticiden. Karrevrachten voedsel verspillen, vermeend symbool van het platst mogelijk egoïsme en materialisme. Massa’s vreedzame soorten uitroeien: biodiversiteit wordt bio-uniformiteit. En ga zo maar door.

Je zou zeggen: hier komt de mensheid niet zo gemakkelijk mee weg. Maar toch, de mensheid doet er alles aan om aan een definitieve veroordeling te ontsnappen. Boete doen, daar denkt ze niet aan. En zo zou de mensheid in haar eigen val lopen. Want in die giftige atmosfeer zullen niet alleen de zee-algen, de rozenstruiken, de vogeltjes en de panda’s genadeloos worden weggeveegd. Ook de mensheid zelf zal verstikken in fijnstof en de rest van de vuiligheden die ze met veel plezier op de kosmos heeft losgelaten. Bon débarras! zal je zeggen, de mens is toch de wreedste van alle dieren, nietwaar? Effectief: de wreedheid van de mens overstijgt zeker de toegelaten norm.

Hier zouden dan ook alleen maar drastische maatregelen passen. De tomeloze boosaardigheid van de mensheid moet met wortel en tak worden uitgeroeid. Hallo, Verenigde Naties? We zullen het werk dan maar zelf opknappen. Straffer moet de straf zijn dan wat Jahwe Noah en de rest van zijn schepsels in zijn Ark wou aandoen. De ganse hardleerse mensheid op één gammel bootje de Middellandse Zee op. En wat achterblijft (maar er blijft niets of niemand achter) wast zich de handen in de onschuld. Het ras van de uitverkoren kolonisten zal immers reeds lang naar Mars zijn getrokken om nooit meer terug te keren.

Ikzelf was natuurlijk ook mijn handen in de onschuld. Want nooit heeft de van CO₂ verzadigde atmosfeer me met de vinger gewezen en me aangeklaagd met de huiveringwekkende woorden: ‘Tu quoque, domine Rosseel.

..
tu-quoqueEnrico Baj ‘Tu quoque, Brute, fili mi’, 1964

The Beauty and the Beast (bijna!)

.
king-kong

.
.
Het zijn niet alleen Amerikaanse verkiezingen in Amerika (bedoeld wordt de USA), maar zo te zien ook bij ons, in de Lagergelegen Landen. En met dezelfde kandidaten.

Wij hebben nochtans niet zoiets als een verkozen president. Wij hebben een koning en het zou zeker wat animo geven als we die om de 5 jaar zouden mogen verkiezen of herverkiezen. Wij hebben echter wel een vijftal minister-presidenten maar dat zijn allen ‘blanke mannen’. En die stemmen Trump, openlijk of heimelijk.

Ook bij ons wordt dus al ettelijke weken Hillary of Trump gestemd. Mogen we je er de aandacht op vestigen dat Clinton met haar voornaam presidentskandidaat is (zo kom je niet bij de Clinton Foundation terecht) en Trump = Trump (het is zo al erg genoeg). Soit. Alvast de kiesopkomst alhier mag als ‘zeer hoog’ worden bestempeld, vooral in Vlaams-Brabant, beduidend minder in West-Vlaanderen. Echt iedereen wil haar of zijn stem laten horen in deze historische verkiezingen.

Op de sociale media wemelt het van Hillary-adepten en Trump-fans. Deze laatsten zijn iets minder talrijk, maar de paar voorbije dagen lijken de Trump-fans wat in aantal toe te nemen, in ieder geval: ze worden nog luidruchtiger dan ze al waren. Maar de meeste FB-posters en tweeters geven ongezouten en onhoffelijk hun afkeer weer van de éne of de andere kandidaat. 76% van alle posts en tweets zijn anti-commentaren, 18% pro. Slechts 6% laat zich neutraal en beleefd uit. Tiens, hoe zouden die cijfers in Amerika zelf liggen?

Ook de aandacht in de geschreven en de gesproken pers is bijzonder groot. Welhaast groter dan bij onze inheemse verkiezingen. Nochtans is Björn Soenens, bekend Amerika-watcher (“watching isn’t knowing”), geen hoofdredacteur meer van het VRT-Journaal. Want met lepe Björn kreeg je bij het nieuwskijken soms de indruk dat je in Amerika woonde en dat Barack Obama optrad in de parochiezaal, daar bij jou om de hoek.

Maar misschien is dat allemaal niet zo abnormaal. Zijn wij geen vazalstaat van de United States of Amerika?

Al goed. Zelf heb ik reeds gebruik gemaakt van het early voting-systeem. Nee, nee, ik heb er geen probleem mee om openlijk voor mijn keuze uit te komen: ik ben thuis gebleven.

Ik wacht hier nu op een email van Hillary. Postzegels verzamelen als hobby mag dan ongeveer uitgeroeid en uitgestorven zijn, het kan niet anders of het verzamelen van emails zal binnenkort hoge toppen scheren. Die van bij ons zijn immers (nog) niet in beslag genomen door het FBI. Gelukkig heeft onze eigen Staatsveiligheidsdienst de handen vol met zelfmoordterroristen en met mobiel Chinees kapitaal. Anders was ook bij ons de nieuwe hobby meteen in de kiem gesmoord.
.
clinton-email

Het Nieuws met Martine Tanghe

.
journaal..
Bijna elke dag hoor je op het nieuws iemand met betrekking tot een bepaalde kwestie klagen: “Dit is een gevaar voor de democratie”, “Dit is een aanfluiting van de democratie” of “Dit is zeer erg voor onze democratie”. In 99,99% der gevallen ontgaat me de relevantie van het argument. Het komt me over dat men de betreffende kwestie wil opblazen tot een staatszaak van het allerhoogste niveau. Of dat men graag wat huilebalkt en op de meest patriottistische sentimenten wil werken. Hoe dan ook: mij strijken dat soort democratie-aanhalingen tegen de haren in.

Vermoedelijk zal ik niet lang genoeg naar school zijn geweest om te weten wat democratie nu eigenlijk is en niet is. Met verkiezingen heeft democratie blijkbaar niets te maken want super-democraat David Van Reybrouck wil die afschaffen. Vrijheid van meningsuiting? Ik heb tien woorden op mijn tong liggen maar ik moet ze achter mijn kiezen houden of ik riskeer een voorwaardelijke gevangenisstraf en een fikse geldboete.

Ik geef het op. Een kat vindt er haar jongen niet in terug.

Aan de andere kant: als de democratie bijna dagelijks in gevaar is of aangefloten wordt, dan moet de kans toch zeer groot zijn dat de democratie het een keer niet redt. Erger nog: zeker 1 op de 2 keer zal ze in het verleden het gevaar niet hebben kunnen keren. Dus: de democratie moet het al heel lang geleden begeven hebben. Nochtans staan er geen pantserwagens op de hoek van de straat, blinken er geen neonazi’s op het balkon van het Brussels stadhuis en zit ik niet in het gevang.

Misschien is het woord “democratie” springlevend, maar is de democratie zelf nooit meer geweest dan een doodgeboren kind.
.
democracy1

Het Al en het Niemendal

.
.

Het Al en het Niemendal
.
.
desenchantement

.
1. Zombie katholieken

2. De Onttovering van de Wereld
3. De Nieuwe Religiositeit
4. De Taal van het Niemendal

.
Zombie katholieken

Zombie katholieken! Wat zijn zombie katholieken? Het betreft zekere mensen met onmiskenbare katholieke roots die in hun adolescentie of in hun (jonge) volwassenheid afstand hebben genomen van hun geloof. Als gevolg hiervan ervaren sommige van deze mensen nu een levensbeschouwelijke leegte en voelen een tekort aan morele criteria om hun leven te reoriënteren. Deze leegte zorgt er dan voor dat ze, of toch een deel onder hen, vatbaar worden voor allerlei eigentijdse vormen van verheven spiritualismen, dikwijls met een quasi-mystiek karakter. Kortom: voor wat gemakshalve de ‘nieuwe religiositeit’ wordt genoemd.

‘Zombie katholiek’ werd als term gelanceerd door de Franse antropoloog en historicus Emmanauel Todd. Hij introduceert de notie in zijn sociologische analyse van de reacties in de publieke opinie, in de media en bij de brede bevolking, op de terroristische raid van 7 januari 2015 op de redactielokalen van Charlie Hebdo (Emmanuel Todd ‘Qui est Charlie? Sociologie d’une crise religieuse.’ Éditions du Seuil, 2015). ‘Ronduit hysterisch’ noemt Todd deze reacties die met de slagzin ‘Je Suis Charlie’ tot ver buiten Frankrijk resoneren.

Deze eigentijdse spiritualismen en religiositeiten, eigen aan deze zombie katholieken, zijn niet zo maar uit de lucht komen vallen. Al een paar decennia wordt gewag gemaakt van een ‘religieus reveil’. En dan gaat het in het geheel niet over de opstoot van de islam. Die heeft pas onze aandacht getrokken toen algemeen werd aangenomen dat de culturele integratie van de allochtonen, i.e. moslims, binnen de zogenaamde multiculturele samenleving grotendeels op een mislukking was uitgedraaid. Erger nog: een aantal jonge autochtone Belgen bekeerde zich tot de radicale islam, net zoals ook een ruim aantal allochtone jongeren ‘radicaliseerde’. Een reeks terroristische aanslagen van fanatieke islamfundamentalisten in ‘onze’ steden gaf de belangstelling voor de islam dan een definitieve boost. Te meer omdat deze islamistische terroristen doorgaans niet uit moslimlanden bleken te komen, maar uit ons eigen midden.

Het religieus reveil slaat (voor wat België en Vlaanderen betreft) ook niet op een heropleving van het strakke katholicisme zoals we dat tot ongeveer een halve eeuw geleden hebben gekend. Het stelt geenszins een terugkeer voor naar het traditionele door de Kerk geschraagde geloof. De ‘nieuwe religiositeit’ heeft omzeggens alle kenmerken van de godsdienst in de zin van eredienst, geopenbaarde moraal, hiërarchisch georganiseerde Kerk en aanverwanten volledig achter zich gelaten. Vandaar ‘religieus’ in plaats van ‘godsdienstig’. De ‘nieuwe religiositeit’ betreft een persoonlijke relatie en verbondenheid met het goddelijke, het Al, het Absolute of het Ene. Maar het gaat hier niet alleen om het bereiken van een mystieke eenheid met het goddelijke, het opgaan en het zich verliezen in het Al, enzovoort. Doorslaggevend is ook de zingeving die met het semi-mystieke samenhangt. De ‘nieuwe religiositeit’, de nieuwe spiritualismen, leveren tevens een persoonlijke bestaanszin, een levensmoraal en een min of meer coherent waardensysteem. Deze elementen laten derhalve toe om een richting te geven aan het leven en de levensloop. Een religieus of spiritueel onderbouwde levensvisie levert verder de geestelijke middelen om de omgang met de wereld vorm te geven.

Hier en daar spreekt men over ‘het religieuze na de religie’, een religiositeit met dikwijls een eigentijdse pantheïstische inslag. Het goddelijke zou in alle mensen en in alle dingen aanwezig zijn, de dingen in de wereld zijn alle ‘bezield’, doordrongen van kosmische energie, etc. Pantheïsme: dan denken we natuurlijk aan Spinoza (1632-1677). Ik heb Spinoza’s pantheïsme altijd begrepen als een stellingname dat de aard der natuurlijke dingen erin bestaat dat ze eigenaar zijn van in Spinoza’s tijd nog niet onthulde krachten en verborgen natuurwetten. M.a.w. het goddelijke verschuilt zich in alle dingen waarvan de essentie ons petje (voorlopig nog) te boven gaat. In de context van die voorlopige verborgenheden à la Spinoza spreken over ‘Deus sive Natura’, ‘god ofte de natuur (der dingen)’, daar heb ik geen moeite mee. Maar of ik hiermee accuraat recht doe aan Spinoza’s pantheïsme, daarop moet ik het antwoord schuldig blijven. Spinoza’s Godsbegrip staat in elke geval mijlenver van het traditionele christelijke godsconcept, waarbij God als een bovennatuurlijke en bovenmenselijke werkelijkheid wordt begrepen. En volgens zijn tijdgenoten heeft Spinoza met zijn godsbegrip effectief een rode lijn overschreden: hij kreeg de banvloek ‘atheïsme’ over zich heen en zijn leven in Amsterdam werd hem behoorlijk lastig gemaakt. (Terloops: ‘natuur’ slaat hier niet op wat ecologisten nu ‘de natuur’ noemen, maar op de aard der dingen zoals bv. in het begrip ‘de menselijke natuur’.)

Hoe dan ook: na de ontkerkelijking blijven nog steeds een grote schare mensen over die God ontwaren ergens boven ons in de hemelse sferen, of voor wie alle dingen op onze aardse planeet en in de kosmos als geheel bezield zijn met een goddelijke vonk. En er wordt hier en daar zelfs in biologische zin gesproken van een ‘religieus gen’. Die term duikt soms op in studies van biologen, neurowetenschappers en evolutiepsychologen. Zijn de zombie katholieken erfelijk belast?

De Onttovering van de Wereld

Het fenomeen van de zombie katholieken en aanverwante religieuzen wordt het best gesitueerd binnen de nog steeds niet volledig voltooide secularisering, zijnde het proces waar het maatschappelijk leven in al zijn facetten steeds meer onttrokken geraakt aan de Kerk en het Geloof. Een proces dat reeds een paar eeuwen bezig is. Dit seculariseringsproces is overigens cultureel veel ruimer dan de simpele politiek-juridische “Scheiding van Kerk en Staat” waarbij de Kerk afziet van elke bemoeienis met het politieke en het juridische gebeuren. De secularisering gaat echter veel dieper dan deze formele terugtrekking uit de organisatie van het politieke leven. Het nieuwe seculiere wereldbeeld verdrijft het godsdienstige uit het nieuwe dominante wereldbeeld. De moraal waaraan de individuen zich houden of horen te houden, is niet langer traditioneel overgedragen van generatie op generatie, maar krijgt de gedaante van een persoonlijk werkstuk. Binnen de levensbeschouwing van de individuen ruimt het goddelijke steeds meer plaats voor het nuchtere rationeel-wetenschappelijk wereldbeeld.

De secularisering is reeds eeuwen aan de gang en is de voorbije eeuwen met de industrialisering en de verstedelijking gestaag opgerukt. Doorheen de 19de en de 20ste eeuw heeft de secularisering zich evenwel steeds ruimer en  verregaander ‘gedemocratiseerd’. Het goddelijke trekt zich steeds verder uit de vertogen van mensen terug, en zo ook uit de verklaringen die mensen geven aan concrete gebeurtenissen of toestanden. Vandaar dat filosofen de secularisering iets poëtischer omschrijven: zij hebben het  over de ‘Onttovering (van de Wereld)’ – Frans: Désenchantement; Engels: Disenchantment. Vóór deze Onttovering was de wereld buiten ons bewoond door goden, bewaarengelen, heiligen, nimfen, watergeesten, kabouters en toverlieden allerhande. Min of meer waren we van deze geesten afhankelijk om ons sociaal en moreel gedrag te sturen (‘heteronomie’). Met de Onttovering raken onze heilsopvattingen echter steeds meer besloten in een collectief aanvaarde ‘rationele’ samenlevingsordening enerzijds, en anderzijds in een puur privé-persoonlijke zinsbeleving en zinservaring, al of niet religieus gestut (‘autonomie’).

Met de Onttovering van de Wereld worden het morele en het politieke voortaan denkbaar zonder langs te moeten lopen bij godsdienst en theologie. Het Christendom, katholiek of protestants, heeft doorheen de laatste eeuwen omzeggens volledig afstand gedaan van zijn pretenties om op basis van goddelijke openbaringen en pauselijke onfeilbaarheden subtiele zeggingskracht te behouden met betrekking tot de maatschappelijke regeling en ordening van het morele, het sociale en het politieke. Precies door zich terug te trekken uit de beschikkingen omtrent het openbare leven heeft het Christendom eigenlijk mee het proces in gang gezet waarbij religie zich kon ontpoppen tot een zuivere privéaangelegenheid. Althans in het ‘Westen’. Want de islam is daar nog lang niet aan toe.

Om de zaak nog even samen te vatten kunnen we stellen dat we de laatste eeuw een drieledige beweging hebben meegemaakt:
1. Op maatschappelijk vlak: de vervanging van het goddelijke door het seculiere. De aardse ordening wordt niet langer beleefd als een systeem dat teruggaat op een buiten- of bovenmenselijke creatie maar als zuiver mensenwerk in al zijn facetten. Het Christendom heeft zich neergelegd bij dit proces van secularisering van het morele, sociale en het politieke. In deze domeinen is de gelovige net zoals de ongelovige in de eerste plaats een burger. Dat alles geldt bv. niet voor de islam als een godsdienst waar alle wereldlijke wetten direct of indirect afgeleid blijven van Allah zoals Hij deze geopenbaard heeft aan de profeet Mohammed. In die zin vallen in de islam godsdienst en politiek samen.
2. Op religieus vlak: de evolutie naar een persoonlijk en effenaf soms puur solitair beleefde religiositeit of spiritualiteit. In deze spiritualiteit krijgt men dan op een of andere manier voeling met God, het Al of het Absolute. In veel gevallen staat de ervaring van één te worden met dat Al of dat Absolute centraal. Deze religieuze of spirituele beleving sluit aan bij de mystieke traditie en bij de romantiek van de 1ste helft van de 19de eeuw. Mystiek kunnen we bondig definiëren als een passioneel streven naar een persoonlijke vereniging van de ‘ziel’ of ons wezen met God of het goddelijke (incluis het Al, et cetera). In dat kader kunnen we ook wijzen op de toenemende belangstelling voor het soefisme, een mystieke traditie die haar oorsprong heeft in de vroege islam, maar die door islamisten als een ketterij wordt beschouwd.
3. Op het psychologische niveau: een onvrede met het koele rationeel-wetenschappelijk denken dat zou getuigen van een nihilistische ontmenselijking. En gekoppeld daaraan een manifeste weerstand tegen technologie met haar algemeen vervreemdend en milieuvernietigend karakter. Het 19de-eeuwse Vooruitgangsdenken dat de onderwerping van de natuur door de mens bejubelt, heeft voor meer dan velen zijn glans verloren. Komt daar nog bij: de steeds pregnanter wordende stress van het dagelijks bestaan. Dit existentieel ongenoegen kan zich dan uiten in een eigentijdse vorm van ascese. Men trekt zich voor een korte tijd of zo mogelijk permanent terug uit de wereld, in een zoektocht naar een soort bucolische stilte ‘in harmonie met de natuur’. Een poging tot ‘onthechting’ ook, waarbij het verschil tussen de spirituele beleving en het louter ontstressen niet altijd even scherp is. Deze min of meer ascetische ingesteldheid krijgt natuurlijk snel een religieus karakter. Achter de oppervlakkigheid van het dagelijks bestaan en het dominante ‘materialisme’ tracht men een doorgang te vinden naar een ‘hogere werkelijkheid’, naar eeuwige waarden en waarheden of naar zuivere schoonheidsvormen. De ‘nieuwe religiositeit’ is in haar concrete uitingsvormen zeer verscheiden. Vermelden we hier ook dat deze eigentijdse religiositeiten zowel collectief als solitair kunnen worden beleefd (bv. boeddhistische meditatie kan op je eentje maar evengoed in groep).

De Nieuwe Religiositeit

Een zekere naïviteit zou ons tot de verwachting kunnen brengen dat een verdergaande secularisering gepaard zou gaan met een gestage toename van het percentage atheïsten, vrijzinnige humanisten, ongelovigen en onverschilligen. Niets is minder waar. Wie reeds opgroeide in een vrijzinnig of ongelovig milieu, zal met de voortschrijdende secularisering natuurlijk geen probleem hebben. Maar voor mensen met min of meer duidelijke katholieke roots ligt de zaak in heel wat gevallen anders. Als onderdeel van de secularisering breken zij weliswaar met hun traditioneel geloof of nemen er althans afstand van. Maar desondanks ervaart een deel van die mensen na hun ontkerkelijking een zekere geestelijke leegte, een manifest gemis aan het soort moreel houvast dat hun geloof hen voorheen had geboden.

Dit zijn dan de ‘zombie katholieken’. Velen onder hen blijven ‘zoekend’, sommigen doen zelfs aan ‘religie-shopping’. Naast het ‘ietsisme’ (‘er moet iets zijn – maar wat?’) tonen veel van deze zombie katholieken belangstelling voor ‘religies zonder god’, meer in het bijzonder het boeddhisme in zijn Westerse varianten. Ook het sjamanisme is zeer in trek. Sommigen onder de nieuwe religieuzen hopen zich te kunnen ontpoppen tot een soort sjamaan. Een sjamaan is een religieuze figuur die door zijn communicatie met de geesten van de bezielde wereld, in engere zin die van de overledenen en de voorouders, zorgt voor een ‘oplossing’ van allerlei problemen binnen de gemeenschap. De sjamaan opereert in een trancetoestand en deze is doorgaans opgewekt met planten met psychotrope eigenschappen. In nog heel wat andere religieuze expressievormen vormen trance, roes of extase een centraal element: zij fungeren als de poort naar een ‘Andere Werkelijkheid’. Ook de rust bekomen door meditatie en relaxatie krijgt soms het karakter van een spirituele ervaring.

Kortom: het zijn vooral zombie katholieken die vatbaar zijn voor de ‘nieuwe religiositeit’ of de ermee samenhangende spiritualiteit. We moeten er voor alle volledigheid aan toevoegen dat ook zekere atheïsten en vrijzinnige humanisten gefascineerd zijn geraakt door spirituele en semi-religieuze ervaringen. En het zijn niet bepaald de minsten onder hen die getuigen van wat zij gemeenzaam ‘atheïstische spiritualiteit’ noemen. Niet zelden betreft het notoire vrijmetselaars. (Opmerkelijk is ook dat de Belgisch-Franstalige christendemocratie sinds 2002 door het leven gaat onder de partijnaam Centre Démocrate Humaniste – cdH.) De levensbeschouwelijke scheidingslijnen lijken meer en meer te vervagen. Ze zijn niet meer zo duidelijk te trekken als in het tijdperk van de verzuiling. Het gamma aan ‘religies’ dat binnen de samenleving circuleert, wordt ook zeer divers. Het verschil in het discours waarbinnen deze specifieke neo-religieuze en spiritualistische praktijken worden gevat, verliest steeds meer aan helderheid en precisie. Het enige verschil bijvoorbeeld dat tussen religiositeit en spiritualiteit kan worden gemaakt is dat religiositeit zich nog kenmerkt door een zekere resonantie van de traditionele christelijke godsdienst. Bijvoorbeeld: binnen de nieuwe religiositeit hoeven het Evangelie en de persoon van Jezus (of hoe men zich hem voorstelt) niet noodzakelijk overboord te worden gegooid. Zombie katholieken hebben dikwijls nog een uitgesproken eerbied voor de figuur van Jezus, maar de populariteit van de Dalai Lama hoeft zeker niet onder te doen.

Hoe dan ook: het spirituele of het religieuze verwijst tegenwoordig naar een geestelijke privéruimte, een ruimte waar elk van ons zich dan innerlijk kan verrijken door een intense verbondenheid met het Al, het Absolute, het Ene, de Kosmos of het Goddelijke of door een zoektocht naar de ultieme zingeving. Deze spiritualiteit weerspiegelt het individualisme waarvan onze samenleving doordrongen is geraakt, en de concurrentiële en competitieve sfeer die kenmerkend is geworden voor heel wat interpersoonlijke relaties. Intense en diepgaande contacten tussen mensen lijken zeldzamer te zijn geworden. De bevrediging van een verlangen naar een zuivere, diepgaande en duurzame vereniging met de medemens blijkt te veel te botsen op de vluchtige en oppervlakkige structuren van de (post)moderne, wereldse werkelijkheid. In plaats van een diepgaande binding aan familie-, vrienden- en kennissenkring wordt overgeschakeld op pogingen om via een soort mystiek tot een welhaast metafysische eenheid te komen met God, het Al etc. Treffend is dat binnen deze neo-religieuze milieus er ook steeds de nadruk op wordt gelegd dat het Latijnse woord ‘religio’ (‘religie’) de betekenis zou hebben van ‘verbondenheid’. ‘Religio’ zou dan afgeleid zijn van het werkwoord ‘religo’, dat samenbinden betekent. Elk Latijns woordenboek leert ons echter dat ‘religio’ is afgeleid van het werkwoord ‘relego’, i.e. ‘herlezen (van de rituele voorschriften?)’.


De Taal van het Niemendal

God (het Al, het Absolute, het Ene of hoe men het ook wil noemen) staat synoniem voor onbepaaldheid, onzichtbaarheid, oneindigheid, onvoorstelbaarheid en onpeilbaarheid. Hij kan niet gelokaliseerd worden en zijn wezen is onuitspreekbaar. God, zo zou men kunnen zeggen, is een beetje geur-, reuk- en kleurloos. Filosofisch gesproken is hij tevens het sublieme, een bijzondere esthetische kwaliteit die verwijst naar het onbevattelijke van wat groots is. Het is een dergelijk soort ‘universele of kosmische alomtegenwoordigheid’ dat in heel wat nieuw-religieuze ervaringen optreedt. Het gaat hem hierbij duidelijk niet over een antropomorfe God, een God met menselijke trekken. Het Goddelijke, het Al etc. staat voor de ‘samenhang van alles met alles’.

Het Goddelijke behoort dan tot een ‘andere werkelijkheid’, een metafysisch gezien parallelle wereld die fundamenteel uitstijgt boven het alledaagse en het menselijke. God is zoals dat gezegd wordt in de filosofie transcendent. Op deze wijze wordt onderscheid gemaakt tussen een waarneembare en kenbare wereld versus een goddelijke sublieme maar in principe onkenbare wereld. Het is net in de mystiek dat contact kan gelegd worden met deze transcendente werkelijkheid, met de ‘ware werkelijkheid’. De spirituele ervaring levert dan ‘diepe kennis en inzichten’ omtrent wat achter de oppervlakte van de aardse dingen schuil gaat en in het alledaagse leven verborgen blijft. Dikwijls is het kunnen beleven van deze spirituele werkelijkheid afhankelijk van training en oefening, kortom: van een zekere inwijding.

Dit dualisme tussen een zintuigelijk waarneembare wereld en een rationeel-wetenschappelijk te begrijpen en te verklaren wereld heeft in de filosofie een bijzonder lange geschiedenis. We vinden de meest uitgewerkte oorsprong ervan bij Plato en zijn Ideeënleer (4de eeuw v. Chr.). Plato maakt een scherp onderscheid tussen de valse schijn van de voorwerpen en de entiteiten die onze zintuigelijke waarneming ons bieden enerzijds en anderzijds de werkelijkheid van de eeuwige Ideeën die volkomen ontsnappen aan onze zintuigen. Plato introduceert dus een werkelijkheid van een bovenmenselijke transcendente aard. De meeste religies geloven in een dergelijk soort dualisme en voorzien in een reeks technieken om door te dringen tot het Absolute en tot ‘ware’ kennis en inzicht ervan te komen. Dit is bijvoorbeeld het geval voor de Oosterse boeddhistische vormen van meditatie of voor bepaalde tradities binnen het soefisme, met name de extase van de dansende derwisjen. Bijna alle pogingen om in contact te komen met het Hogere nemen de vorm aan van een soort extase of roes die dikwijls met drugs wordt opgewekt.

Hoe moeten we daar nu tegenaan kijken?

Als het wezen van het Goddelijke onuitspreekbaar is, waarover wordt dan gesproken wanneer over God gesproken wordt? Blijkbaar over ‘niets’, m.a.w. over het Niets, het Niemendal. Le Néant, zoals dat in het Frans wordt gezegd. God kan inderdaad gemakkelijk worden gezien als het/de Afwezige, als slechts bestaand in ons taalgebruik. De religieuze of spiritualistische adept zal echter juist stellen dat het net de alledaagse tastbare wereld is die voor schijn moet doorgaan.

De wijze waarop over zekere spirituele ervaringen wordt gesproken, hangt zelf sterk af van onze particuliere levensbeschouwing. Wanneer ik mijn ogen sluit en me afscherm tegen alle externe prikkels en lichamelijke sensaties, zie ik een vaag licht. Neurologisch is dat correct. Religieus of spiritueel ingestelde mensen zullen dit licht misschien zien als een venster op het Licht als de diepere werkelijkheid die ons ontsnapt als we in het alledaagse leven voortdurend op onze zintuigen beroep (moeten) doen. Ik stel de zaken nu misschien wat karikaturaal, maar dat is het Licht dat ook ervaren wordt bij het hoogste niveau van de boeddhistische meditatie, het bekende nirwana. Ook dat nirwana komt overeen met een specifiek functioneren van ons brein. Mensen met een religieuze ingesteldheid zullen echter dikwijls, in navolging van religieuze vrienden of kennissen, of van ‘meesters’ of religieuze ‘leraars’ (goeroes), overtuigd zijn dat het zuivere Licht bij het bereiken van het meditatie-nirwana, een manifestatie is van een wereld of een kosmische harmonie die in het alledaagse leven niet toegankelijk en ervaarbaar is. Een soortgelijke fenomeen treedt op bij bijna-doodervaringen. Het hangt sterk van de levensbeschouwing van de betrokken persoon af hoe hierbij de ervaring van de veranderde staat van bewustzijn achteraf wordt verwoord. Een zelfde linguïstisch onderscheid manifesteert zich bij relaxatietechnieken. Nemen we bijvoorbeeld autogene training. Bij deze relaxatiemethode wordt via zelfinstructies bepaalde lichamelijke sensaties opgewekt. In een eerste stadium moet men zich voorstellen dat de ledematen zwaar worden. Ook deze sensatie kan men religieus verwoorden. Het blijkt echter dat de ledematen ook objectief zwaarder zijn geworden.

De manier waarop we spreken over het ervaren bewustzijn wanneer we ons afgeschermd hebben van externe prikkels en we ons concentreren op de opgedane belevenis, bepaalt achteraf in zekere zin wat we effectief ervaren hebben. Onze ‘nieuwe religieuzen’ spreken heel graag over hun esoterische belevingen. Maar correspondeert de verwoording van hun beleving met hun ‘reële’ ervaring? Heel dikwijls blijkt de inwijding in een bepaalde religieuze groep weinig meer te zijn dan de overname van een welbepaald taalgebruik. We mogen stellen dat religie of spiritualiteit neerkomt op een bepaalde manier van spreken over ervaringen waarbij de dagelijkse vormen in het Niets zijn verdwenen. Zijn die ervaringen dan niet van een unieke soort, totaal anders dan andere meer dagelijkse ervaringen? Wij zijn ervan overtuigd dat spirituele belevingen met de ervaring van een toegang tot het Al of de Universele Harmonie niet zo ver afstaan van het simpele mijmeren, dagdromen of het luisterend opgaan in vervoerende muziek, bij een toestand van verregaande relaxatie of ontspanning. Het is weinig meer dan het afsluiten van het bewustzijn voor storende prikkels, zich laten gaan en ‘zich verliezen’. Net zoals bij het mediteren stoelt het mijmeren of het dagdromen erop dat we ons bewustzijn helemaal leeg maken, zodat we achteraf eigenlijk geen bewuste gevoelens of waarnemingen te rapporteren hebben. Je ervaart niet eens de rust van je lichaam. Kortom: men beleeft niets, nada, m.a.w. het Niets of het Niemendal. Maar men kan achteraf natuurlijk wel een intense poging doen om deze nul-ervaring toch op een of andere manier te verwoorden.

Natuurlijk zijn de wereld en de kosmos groter en ruimer dan ons en kunnen we ons iets voorstellen bij deze totaliteit waar we een klein deeltje van zijn. Maar deze totaliteit staat niet ‘boven’ ons, ze behoort geenszins tot een ‘andere’ wereld. Er is in het geheel niets bovenmenselijks of bovennatuurlijks aan. De persoonlijke spiritualiteit levert ons via een of andere trance, extase of roes geen unieke soort van contact met het Absolute, het Goddelijke of de Kosmische Harmonie. Helemaal bedenkelijk wordt het evenwel wanneer sommige religieuze of spiritualistische adepten zich op basis van hun spirituele of religieuze belevenissen moreel superieur wanen. Zij stellen zich voor als ontwaakten in een wereld bewoond door slapenden. Natuurlijk is de bewering dat religieus ingestelde of gelovige types achterlijk zijn al even bedenkelijk.

We maken ons allemaal wat wijs wanneer we pogen een leeg gemaakt bewustzijn of onuitspreekbare ervaringen die aan ons bewustzijn ontsnappen, onder woorden te brengen. Het verwoorden van het lege en het onuitspreekbare, het Niets of het Afwezige kan alleen leiden tot een metaforisch taalgebruik. Maar het spreken over de ervaring van het Niets is wellicht even misleidend als het spreken over de ervaring van het Goddelijke en het Al. Metaforen zorgen er immers voor dat we ons inkapselen in illusies.

Alles ligt vast in het spreken, in de taal waarmee wij over onze ervaringen spreken.
.
.dagdromen2