****** Het Einde van de Politiek ****** (****** Is er een begin geweest? ******)

..
Er wordt ons steeds voorgehouden dat het de regering en het parlement zijn die het samenlevingsuitzicht en de evolutie ervan bepalen. Alvast de politici zelf laten niet na met misplaatste trots en fierheid te beklemtonen dat zij aan de knoppen zitten. Vooral ter linkerzijde van het politieke spectrum overheerst de overtuiging dat een wezenlijke maatschappelijke verandering pas kan nadat zij de politieke macht hebben gegrepen.

Helaas voor de politici! (En gelukkig voor ons!) Want de politiek loopt altijd achter. Pas als er iets fout gaat wordt een poging ondernomen om een en ander in betere banen te leiden. Dat lukt onze politici evenwel zelden of nooit. Ze maken er alleen nog een grotere knoeiboel van. Eerder dan een oplossing zijn ze zelf het probleem. Bovendien kunnen ze het onderling zelden eens worden wie het straks allemaal in het tv-journaal mag komen vertellen. De aanwezigheid van steeds meer vrouwen in het parlement en in de regering heeft daar niets aan veranderd.

De politici/ae gunnen het ons niet dat WIJ het zelf zijn die uitmaken hoe de samenleving reilt en zeilt. Wanneer wij er straks zullen voor zorgen dat Artificiële Intelligentie de menselijke intelligentie overtreft, zal de kloof tussen AI en menselijk IQ het eerst te merken zijn bij de politici. En jaloers dat ze zullen zijn!

Vandaar dat wij naar de politiek kijken als naar een theaterstuk. En we betalen de acteurs en actrices daar goed voor, want de plot zit altijd vol verrassingen. In de meeste gevallen wordt ook de Wet van Tsjechov gerespecteerd: komt in het eerste bedrijf van het stuk een pistool in beeld, dan mag je erop aan dat dit pistool in het derde bedrijf zal worden afgevuurd.

Voilà! Zo valt het te begrijpen dat we bij verkiezingen de beste toneelspelers belonen. Op die manier vergroten we de kans dat die ook in het volgend stuk van het theatergezelschap een hoofdrol zullen spelen. [Bij een eventuele afgelasting wordt je ticket terugbetaald.]
..

De Natte Droom van Elke Politieker (bij gebrek aan wijfjesdieren)!
.

Advertenties

Losers komen binnen zonder kloppen !

Stel: er valt je iets te binnen. Een inval, een soort invasie. Dan kan het niet anders of dat iets moet van buiten komen. Herinner je de dichter en zijn Muze. De Muze fluistert de dichter iets in het oor. Ze is een bezoekster uit een andere wereld dan die van de poëet. Een vreemde eigenlijk die aan zijn deur is komen kloppen. “Hoe gaat het met je? Zet je, Erato, wil je iets drinken? Of wil je meteen iets in mijn oor fluisteren?” Voilà: de inspiratie komt van buiten, niet uit het binnenste van de dichter. Een Muze zit nooit in je hoofd.

[De muzensoort is ondertussen snel aan het uitsterven. Dichters en schrijvers doen het tegenwoordig op eigen kracht. Maar Tom Lanoye heeft dan ook nog nooit een Homeriaanse Ilias of Odyssee uit zijn hersens getoverd. Saskia De Coster mag dan lesbisch zijn en ze zal wel eens haar vakantie hebben doorgebracht op Lesbos, maar de eeuwige roem van Sappho zal haar wel niet te beurt vallen. En Kristien Hemmerechts staat ondertussen op de wachtlijst van een woonzorgcentrum. Soit!]

Een intellectueel daarentegen denkt dat zijn gedachten vanuit hemzelf komen, uit zijn ‘verstand’. Daarom vergist hij zich zo gemakkelijk in zijn motieven. Want wat hij wil is macht, pure macht maar hij stelt zich, ook aan zichzelf, voor als een redder van de mensheid. Hij heeft niet alleen een boodschap, maar vooral ook een missie. Genre BHL of Michel Onfray in Frankrijk. Bij ons Ignaas Devisch, Maarten Boudry en wijlen Etienne Vermeersch natuurlijk; ze zijn ondertussen vervoegd door een paar allochtonen zoals bijvoorbeeld rijzende ster Othman El Hammouchi.

De intellectueel gelooft echt de mensheid te kunnen redden. Hij wil niet geweten hebben dat hij in de eerste plaats naar macht streeft. Omdat hij zich er doorgaans ook niet bewust van is. Maar zijn doen en laten verraden hem. Hij houdt zich immers het liefst bezig met politiek. Hij ervaart het als een dada, maar eigenlijk is het een obsessie, een zuivere manie die volledig aan zijn controle ontsnapt. Hij maakt deel uit van de ambitieuze hofhouding van koningen, staatshoofden, regeringsleiders, ministers en partijvoorzitters. Hij droomt ervan de macht over te nemen van dat stelletje onbekwame en corrupte lieden dat de volkswil voor dertig zilverlingen zou hebben verkwanseld aan de Amerikanen, de Joden, de kapitalisten, de multinationals, de Paus, de vrijmetselarij, en ga maar door. Desnoods vindt hij wel wat uit. ’s Nachts voor het inslapen oefent hij zich in het plannen van staatsgrepen. Hij wil en zal de ware volksdemocratie instellen of herstellen. En in het genot van zijn droom vrijheid, gelijkheid en broederlijkheid te hebben laten zegevieren, valt de intellectueel uiteindelijk in slaap. Zij het ietwat koortsig.

Maar de intellectueel kan alleen maar eindigen als een loser. Hij teert op verlangens, brandende ambities en vooral op zelfgenoegzaamheid. Hij is een god in het diepst van zijn gedachten. Zo verliest hij evenwel elke voeling met de realiteit. Hij raakt hopeloos verstrikt in zijn wanen. Vandaar dat hij het altijd moet afleggen tegen de ware machtswellusteling. Die weet van zichzelf heel goed dat hij enkel maar op macht uit is. Die weet ook waar hij de middelen moet halen om zijn doel te bereiken. En wanneer hij met zijn wellust ook effectief aan de macht komt, schakelt hij de intellectueel natuurlijk meteen uit. De gebrekkige rivaal die de intellectueel is, met zijn infantiele fantasieën, kan de machtswellusteling alleen maar voor de voeten lopen. De revolutie eet haar kinderen op, zegt men dan. De geschiedenis levert daarvan een aaneenschakeling van voorbeelden.

De intellectueel is niet zo maar een loser. Hij denkt steevast dat hij slachtoffer is. Van de schijnheiligheid van anderen, van hun valsheid en hun snode kuiperijen. Van de spelletjes van totentrekkers en gatlikkers. Of van allerlei oorzakelijke omstandigheden die hem zijn overkomen buiten zijn wil en verantwoordelijkheid om. Zodoende is hij gevaarlijk. De intellectueel wordt opgejaagd door ressentiment en hij droomt van revanche. De machthebbers weten best waarom ze hem de vleugels afknippen. Als het daarbij blijft mag de intellectueel nog van geluk spreken.

De loser die wél weet dat hij zijn ellende aan zichzelf en uitsluitend aan zichzelf te danken heeft, is eerder een onschuldige, op het eerste zicht banale figuur. Hij zal nooit een verbitterde zelfmoordterrorist worden, zelfs geen gewone zelfmoordenaar. Al is hij soms eindeloos ontmoedigd en wanhopig, toch geeft hij nooit op. Als zijn miserie zijn eigen fout is, dan moet hij dus leren het beter te doen dan voorheen en de begane fouten uit het verleden zien te vermijden.

Wat hem drijft is niet machtshonger, maar zijn mentale kracht en het verlangen naar de erkenning ervan. Erkenning door zichzelf en door anderen. Hij wordt creatief. Van een kind dat een beetje verlegen, beschaamd en autistisch is, maar daarenboven ook nog intelligent, kortom van zichzelf weet dat het een loser is, daarvan zei de Franse bourgeois-nonkel destijds: “Cela fera de la bonne littérature!” De loser die zichzelf schuld aanpraat, zal wel geen schilder, beeldhouwer of muzikant worden. Hij wordt schrijver, hij gaat spelen met de taal.

De intellectueel is als mens meestal een boeiend schepsel en als hij een sexy voorkomen weet te presenteren, kan hij zelfs flamboyant zijn. De schrijver is veeleer saai, tenzij hij meent ook eens de intellectueel te moeten uithangen. De schrijver kan zich jammer genoeg wel eens laten gaan in zelfbeklag, des te meer als hij succesvol is en naam en faam heeft verworven. Hij wordt dan een bijzonder tragische figuur. Het typevoorbeeld is de Italiaanse schrijver Cesare Pavese (1908-1950). Die sprak eens in de spiegel: “Jouw speciale straf – en die van alle dichters – bestaat hierin dat je uit roeping alleen een publiek kunt hebben, terwijl je op zoek bent naar verwante zielen.”

De doorsnee schrijver mag er wel op rekenen dat alles (misschien) toch eens goed komt.
Je weet maar nooit!

..

Krijg ik een compensatie voor mijn salariswagen?

Nee, het wordt noppes voor mij. Niemendal. Ik geniet niet van een salaris en ik heb niet eens een wagen. Laat staan een salariswagen. En zeker geen elektrische. Ik rij wel met een fiets met 2 wielen, maar ook weer geen elektrische. Dus zal de verlaging van de btw op elektriek van 21% naar 6% grotendeels aan mij voorbijgaan. Wat een manifeste onrechtvaardigheid. Ik mag al blij zijn dat ik aangesloten blijf op het elektriciteitsnet en dat ik ’s morgens mijn koffiezetapparaat aan de praat krijg. Gelukkig dat het voor de zoveelste keer een warme winter was en dat de elektriek niet werd afgeschakeld, met mijn oprechte dank aan de klimaatopwarming.

Maar nu dreigen “ze” met afschakelingsplannen voor het kraantjeswater. In de komende zomer zou er geen water genoeg in de grond zitten en weerman Frank Deboosere weigert de hemelsluizen te openen. Hij wil het zelfs niet laten donderen in Keulen. En de overheid is blijkbaar gezwicht voor de lobby van Spa en Chaudfontaine (plat én bruisend). Er is niet eens voorzien in een invoer van Frans water van Perrier en Vichy of Duits water van Apollinaris en Gerolsteiner. En van Poetin willen we geen water, want die vergiftigt het Russisch water met novitsjok, een dodelijk zenuwgas. Niet te verwonderen dat zo veel Russen sterven aan een overdosis wodka.

Ook massaal stemmen op het Vlaams Belang brengt geen zoden aan de dijk. Integendeel, de gewone mensen worden door de overheden in hun hemd gezet. Zij mogen nog het meest van allen blij zijn met de klimaatopwarming en met het watertekort zodat hun hemd niet meteen nat wordt zodra ze een stap buitenshuis zetten. (Of in de tuin die ze niet hebben). De gewone mensen worden niet erkend als volmondige burgers, al hebben ze zich plichtsvol naar het stemhokje begeven. Ze zijn er zelfs binnengegaan en hebben niet eens blanco gestemd. Hun boosheid en woede zijn evenwel van geen tel, want boosheid en woede zijn de laatste jaren beschouwd geworden als gevoelens van een primitief volk dat nog niet eens de overstap (transitie is nu het politiek-correcte woord) gemaakt heeft van jager-verzamelaars naar sedentaire landbouwers en stedelingen. We mogen ons al gelukkig prijzen dat ongenoegen, boosheid en woede niet als hate-speech verboden zijn geworden. Op Facebook zijn ze er wél al mee begonnen.

Dat Frank Deboosere maar niet denkt dat hij hier mee weg komt. Mijn wraak zal niet verschrikkelijk zijn maar bescheiden. Toch meer dan symbolisch. Mijn donatie van 50 euro aan zijn Kom Op Tegen Kanker mag hij dit jaar vergeten. Al heb ik, zeker sinds ze me weigerden hun boekhouding te mogen inzien, nog nooit zo’n gift gedaan. Egoïstisch als ik ben geef ik aan mezelf: maandelijks een deel van mijn zichtrekening overschrijven naar mijn spaarrekening (mijn aandelen heb ik ondertussen op advies van mijn bankadviseur verkocht voordat de beurs in het rood is gegaan en die aandelen waardeloos werden.)

Maar de zon schijnt als nooit tevoren. Dat heeft een warm socialistisch gevoel en maakt een mens dolgelukkig.
.
.

Eis het Onmogelijke !

De bekende cultfilosoof Slavoj Žižek staat altijd klaar om straatprotest waar dan ook ter wereld politiek-filosofisch en radicaal-links te ‘framen’. Elk heftig sociaal of politiek straatprotest, zeker wanneer het met geweld gepaard gaat, wordt door hem gezien als gedreven door ‘het eisen van het onmogelijke.’ Dat was zo bij de Val van de Muur, bij de Occupy-beweging, Podemos in Spanje en nu natuurlijk ook bij de Franse Gilets Jaunes, de Gele Hesjes, die – het heeft niet veel gescheeld – Parijs hebben geplunderd en bijkans in de as hebben gelegd.

Bij zo’n beelden op het tv-journaal gaat het hart van Slavoj Žižek sneller slaan en overweldigt het zijn hersens die na al die jaren van felle en bovenmenselijke inspanningen nog steeds geen teken van een nakende burn-out vertonen. (Filosoof zijn is geen zwaar beroep.) “They ask the impossible“. Hallelujah! Was hij moslim het zou klinken als Allahu Akbar. Vreedzame en makke marsen zoals bv. onze klimaatmarsen onder aanvoering van Anuna, die maandenlang elke donderdag het grootstedelijk verkeer in de war stuurden, zou onze Slavoj hebben afgedaan als ‘systeembevestigend’, kortom: als collaboratie. Aan de andere kant zou de seksuele veelzijdigheid van Anuna hem wel bekoord hebben, maar dat hoort bij zijn privéleven. Dat moet niet op de straatstenen gegooid worden.

De eis van het onmogelijke hoeft niet noodzakelijk deel te zijn van een diep systeembedreigend protest waarbij revolutionaire theorie in revolutionaire praktijk wordt omgezet. Je kan het ook in het dagdagelijkse leven toepassen of het als getuigend van een individueel-anarchistische grap opvoeren. Mijn vriend Ernie Toetoet bijvoorbeeld is daar een ware kampioen in. Hij doet niets liever dan de goegemeente een klein en helaas meestal over het hoofd gezien signaal geven. ‘Eis het onmogelijke’ is daarbij steeds zijn parool.

Zo ook op deze verkiezingsdag waar volgende discussie tussen Ernie en de voorzitter van het kiesbureau kon opgetekend worden:

E.T. (hijgend na zijn rush naar het kiesbureau): “Mag ik erna het stemhokje mee naar huis nemen, kameraad-voorzitter?”
Voorzitter (voorlopig nog lachend, en in het West-Vlaams): “Allez gij! Gij zijt niet de enige die moet stemmen, hé kameraad!”
E.T. (het rood potlood dat hij meegenomen had weer in zijn jasje stekend): “Dan ga ik maar weer naar huis, kameraad-voorzitter!”
Voorzitter (boos): “Ge gaat ons niet chanteren, hé klein boerzwatje.”
E.T.: “Nee, nee. ’t Is hier niet de plek om te zingen. Thuis onder de douche, ja!”

En zo verliepen de verkiezingen zonder noemenswaardige incidenten.
.
.

Denken is een oogziekte !

“Denken is een oogziekte,” schreef Alberto Caeiro, één van de heteroniemen van de Portugese super-dichter, prozaïst en essayist Fernando Pessoa (1888-1935; Caeiro zelf werd geboren op 6 april 1889 om 13.45 uur en stierf in 1915 aan tbc).

Tot mijn schande heb ik inderdaad regelmatig last van oogvermoeidheid. Ik ben een denker en dus ben ik een zuiver ziektegeval. ’s Nachts in mijn slaap verzachten de symptomen maar ’s morgens komen ze in alle hevigheid terug. Mijn huisdokter en mijn apotheker weten er geen raad meer: ik moet ermee leren leven.

Wie denkt lijdt aan cefale hypertrofie, overmatig gezwollen hersenen. Je hebt geen pijn of koorts, zodat de ziekte pas gediagnosticeerd wordt als het al te laat is. Het slaat ook op de longen omdat je bij het denken sneller gaat ademhalen. Je krijgt tuberculose.

Hoe moet die ziekte nu precies begrepen worden? Wat is de gezonde toestand? Een gezond mens ziet of hoort of ruikt of voelt of proeft wat er te zien, te horen, te ruiken, te voelen of te proeven valt. Niets meer. Ook niets minder (dat zou cefale hypotrofie zijn). Bloemetjes zijn gewoon bloemetjes en bijtjes zijn gewoon bijtjes.

Bijvoorbeeld: het gebruik van het spreekwoord  ‘de bloemetjes buiten zetten’ (op stap gaan, en daarbij veel drinken) vormt een ongehoord ziekelijk gedrag, een abstractie die een ernstige aberratie en anomalie inhoudt. Het gevolg van het nadenken over het zichtbare en er onzichtbare dingen aan toevoegen of het gaan associëren met andere eigenlijk totaal irrelevante zichtbaarheden. De bezigheid van de bloemen uitzetten (buiten de deur plaatsen) is niet meer en niet minder dan het buiten de deur zetten van bloemen. Je moet daar niets achter zoeken of iets anders gaan instoppen. Iemand die op stap gaat, en daarbij veel drinkt gaat simpelweg op stap, en drinkt daarbij veel. Het aantal achterovergeslagen glazen is precies te tellen. Je kan zo iemand dus volgen van zodra hij/zij de deur uitgaat, en je zal zien wat er te zien valt.

Caeiro oefende zich in dat zien van wat er te zien is, de werkelijkheid van de bloemetjes en de bijtjes, de man/vrouw die op stap gaat en het ene glas na het andere drinkt. Je kan zien of hij/zij een porto of een wit wijntje nuttigt. Etc. Voor Caeiro was dat de gezondheid zelve. Meer doen dan kijken en horen zijn de eerste aanstekelijke ziektesymptomen. Over de zichtbare (of hoorbare, etc.) werkelijkheid gaan nadenken is volledig uit den boze, het is zonder meer levensgevaarlijk. Naarmate Alberto Caeiro op leeftijd kwam stompte zijn vaardigheid echter af, zijn longen werden aangetast door tbc en hij stierf na een lange doodstrijd. Denken is dus dodelijk.
.

Alberto Caeiro – Er is metafysica genoeg in denken aan niets.

Wat ik denk van de wereld?
Weet ik veel wat ik van de wereld denk!
Als ik ziek werd zou ik daaraan denken.

Welk idee heb ik over de dingen?
Welke mening heb ik omtrent oorzaak en gevolgen?
Wat heb ik tot nu bespiegeld over God, de ziel,
Over de schepping van de Wereld?
Ik weet niet. Voor mij is daaraan denken de ogen sluiten
En niet denken. Het is de gordijnen dichtdoen
Van mijn raam (dat geen gordijnen heeft).

Het mysterie der dingen? Weet ik veel wat mysterie is!
Het enige mysterie is dat er zijn die denken over het mysterie.
Wie in de zon staat en de ogen sluit,

Begint met niet te weten wat de zon is
En heel veel dingen te denken vol van warmte.
Maar dan opent hij de ogen en hij ziet de zon,
En kan al nergens meer aan denken,
Want het zonlicht is meer waard dan de gedachten
Van alle filosofen en van alle dichters.
Het zonlicht weet niet wat het doet
En daarom faalt het niet en is het gemeengoed en goed.

Metafysica? Welke metafysica hebben die bomen?
Die van groen zijn en gekruind en takken hebben
En van vruchten geven op hun tijd, hetgeen óns niet doet denken,
Ons, die niet bij machte zijn ze echt te zien.
Maar welke metafysica is beter dan de hunne,
Die is: niet weten waartoe ze leven
Noch weten dat ze het niet weten?

‘Innerlijke constitutie der dingen’…
‘Innerlijke zin van het Heelal’…
Dat alles is onecht, dat alles wil niets zeggen.
Het is ongelooflijk dat men denken kan aan dat soort dingen,
Het is als denken aan redenen en doeleinden
Wanneer het eerste ochtendlicht straalt, en langs de rand der bomen
Een zacht en glanzend goud de duisternis verdrijft.

Denken aan de innerlijke zin der dingen
Is overtollig, zoals denken aan gezondheid
Of als een glas water dragen naar het water van de bronnen.

De enige innerlijke zin der dingen
Is dat ze geen enkele innerlijke zin hebben.

Ik geloof niet in God omdat ik hem nooit heb gezien.
Als hij zou willen dat ik in hem geloofde,
Zou hij ongetwijfeld met mij komen praten
En in mijn kamer binnenstappen
En mij zeggen, Hier ben ik!

(Dit klinkt misschien lachwekkend in de oren
Van wie, niet wetende wat kijken naar de dingen is,
Ook niet begrijpt degene die erover spreekt
Op de manier van spreken die het waarlijk zien van de dingen leert.)

Maar als God de bloemen en de bomen is,
En de bergen en de zon en het maanlicht,
Dan geloof ik in hem,
Dan geloof ik in hem op ieder uur,
En heel mijn leven is één gebed en één mis,
En een communie met de ogen en door de oren.

Maar als God de bomen en de bloemen is,
En de bergen en het maanlicht en de zon,
Waarom dan noem ik hem God?
Ik noem hem bloemen en bomen en bergen en zon en maanlicht;
Want als hij, opdat ik hem zou zien,
Zich zon gemaakt heeft en maanlicht en bloemen en bomen en bergen,
Als hij mij verschijnt zijnde bomen en bergen
En maanlicht en zon en bloemen,
Dan is het omdat hij wil dat ik hem ken
Als bomen en bergen en bloemen en maanlicht en zon.

En daarom gehoorzaam ik hem
(Wat weet ik meer van God dan God van zichzelf?),
Ik gehoorzaam hem door te leven, spontaan,
Als wie de ogen openslaat en ziet,
En ik noem hem maanlicht en zon en bloemen en bomen en bergen,
En ik heb hem lief zonder aan hem te denken,
En ik denk mij hem door te zien en te horen,
En ik ga met hem op ieder uur.

[1914, vertaling: August Willemsen].

Horoscoop van Alberto Caeiro..

Kiezen of delen …

De verkiezingscampagne wordt vandaag afgesloten. Morgen is per uitzondering rustdag: niet op zondag dus, maar op zaterdag. God rust deze keer een dag vroeger: het recht op luiheid heet dat. God is vermoeid, of verveeld. Het zal wel dat laatste zijn.

Alle partijen zijn zeer bescheiden geweest. Ze hebben hun best gedaan om zich van hun saaiste kant te laten zien. Niet nodeloos energie verspillen. Iedereen weet immers dat de esbattementen pas zondag om 16 uur beginnen, als de stembureaus worden gesloten. By the way: die bureaus zullen als nooit tevoren geplaagd worden door bijzitters die spijbelen dat het een lieve lust is. Het Anuna-effect!

Wat heb ik gemist in deze campagne? Dat er nergens gesproken werd over deze verkiezingen als “de moeder van alle verkiezingen”. Nochtans is dat sinds het jaar 2000 een constante: alle verkiezingen waren moeders van alle verkiezingen. Bovendien moeten we deze keer 3maal stemmen: Vlaams, Belgisch en Europees, of in de omgekeerde volgorde. Dat zal van de stemcomputer afhangen. Tenzij die het naar goed gebruik laat afweten. Zoals vroeger de rode potloden nooit keurig waren gescherpt.

Wat ook ontbrak was de oorlog, de strijd als de vader van alle dingen. Er werd in de campagne geen geweld gebruikt. Vroeger was dat wel anders. Bij de kiesborden werden deze keer geen affiches van een andere partij overplakt, wat daarentegen in de 20ste eeuw tot ware veldslagen leidde, soms zelfs met doden tot gevolg. Naar die doden werd dan een straat genoemd, zoals bijvoorbeeld de Avenue Jacques Georgin in Schaarbeek (enfin: eigenlijk SchaErbeek).

Het is nu wachten tot zondagavond de vervalste uitslagen worden bekend gemaakt. Onder het moto: Just blame it all on Putin! Al is er enige reden om Vladimir er inderdaad van te verdenken de uitslag gemanipuleerd te hebben. Hij is in een nu al ver verleden wel eens zeer ondeugend geweest.
..

Oorlog en Vrede

We worden van alle kanten gewaarschuwd door diverse oorlogsspelers dat ze klaar staan om zich te verdedigen tegen een zo nodig denkbeeldige ‘barbaarse agressor’. Daarover zijn de partijen in het conflict het roerend met elkaar eens: het zijn altijd de anderen die beginnen met granaten te gooien. Zelfs de Veiligheidsraad van de Verenigde Naties kan geen klaarheid brengen in wie wat heeft gedaan of wie wat heeft gelaten, en met België in die Raad is het er zeker niet op verbeterd. Hoe dan ook: die oorlogswaarschuwingen worden beaamd door militaire en civiele experten, en door de hoofdredacteurs van alle nieuwsmedia.

Overal wordt kwaad gesproken over elkaar, er wordt getrokken en geduwd, er worden messen getrokken. En vandaag las ik ergens dat we sinds WO II nog nooit zo dicht bij een kernoorlog hebben gestaan. Het is dus zaak de goede kant te kiezen. Maar sinds de film “The Good, the Bad and the Ugly” (1966) zijn er plots twee verkeerde kanten: de slechten en de lelijken. Die oorlogszuchtigen maken het ons verdomd niet gemakkelijk. Voordat er een raket afgeschoten wordt of een kernbom wordt gedropt, begint het al met diverse vormen van morele wreedheid zoals we die nog nooit voorheen in de geschiedenis hebben meegemaakt.

Vroeger gebeurde het inderdaad allemaal hoffelijk en mensvriendelijk. Het begin van een oorlog was een staaltje van efficiënte relatiepsychologie. Vooraleer er een steen werd gegooid of een schot werd gelost was de agressieve partij (land, …) zo galant de andere partij (land, …) de oorlog te verklarenDe vijand werd per megafoon verwittigd: “U hebt een halfuur om U uit de voeten te maken, want vanaf dan houden we op U te vousvoyeren en bestoken we U met pek, kokende olie en stenen. U bent verwittigd en U bent er dus twee waard. À la guerre comme à la guerre!”

De hoffelijkheid en de galanterie namen soms zelfs extreme en zelfdestructieve vormen aan. Vooral de Fransen hebben zich daarin onderscheiden. In een veldslag met de Engelsen riep de Franse chef de tegenstanders toe: “Messieurs les Anglais, tirez les premiers !”

Heden ten dage schiet men echter naar alle kanten, desnoods naar de Noord- en de Zuidpool, als er maar geschoten wordt. Doel treffen? “Pardon, over welk doel heb je het? We hebben geen doel, alleen maar middelen.” (U ziet, beste lezer, dat er nu getutoyeerd wordt in plaats van gevousvoyeerd. Het is gedaan met de liefde.) Zolang FN Herstal & Co maar zien dat het goed is. Oorlog is nu een vrije-markt-gebeuren. De wet van vraag en aanbod. “Hebt u wapens?” – “Wel, gebruik ze dan, of we komen in een economische recessie terecht; overproductie en hollende deflatie. Dat gaan we ons toch niet aandoen!”

We houden er ook aan Donald Trump een goede raad te geven in de vorm van een aforisme van Friedrich Nietzsche. “Als ge leeft van het bestrijden van een vijand, hebt ge er alle belang bij dat die in leven blijft!”
..
Oorlog & vrede Jan Toorop

Jan Toorop (1858-1928) – ‘Oorlog en Vrede’
.

Het recht zijn plicht te vervullen !

België kent een bij wet geregelde stemplicht. Je bent bij verkiezingen verplicht je aan te bieden bij een stembureau. Als ik het goed voor heb, is dat slechts in 1 ander Europees land ook het geval: Griekenland. Een Belg die niet gaat stemmen, riskeert een boete van 25 euro (plus gerechtskosten?). Bij recidive kan dat bedrag wel oplopen. Het is de vrederechter die de lijst van absenteïsten moet overmaken aan de parketten. Maar 10% van de kiesgerechtigden voor de rechtbank slepen, daar hebben de rechters 5 jaar werk aan, en dan zijn het alweer nieuwe verkiezingen. Bovendien: alles loopt nu al in het honderd bij justitie. De ambtenaren kweken er schimmels en paddenstoelen in hun kantoor. Ze moeten de misdadigers nog te lijf gaan met lei en griffel.

Inderdaad: een dikke 10% gaat niet stemmen en blijft thuis (of op café). En dan moeten we daar nog de blanco en ongeldige stemmen bij optellen. Er wordt beweerd dat blanco, ongeldig of niet stemmen in de kaart speelt van de grootste partijen. Stemmen is dan toestemmen. Dat mag dan zo zijn, niet gaan stemmen is een duidelijk statement. “Het kan me niet schelen!”; “’t Zijn allemaal zakkenvullers.”; “Ik kan wel mijn plan trekken zonder die politiek!”. De politici/ae willen natuurlijk dat zo veel mogelijk mensen gaan stemmen: elke stem telt! Is dat wel zo? Sommige partijen zouden niet liever willen dat de laaggeschoolden het stemrecht zou ontzegd worden. Want die laaggeschoolden stemmen toch altijd op de ‘verkeerde’ partij. Nu, het zijn vooral laaggeschoolden die niet (zouden) gaan stemmen.

Maar dat betekent ook dat de laaggeschoolden het best beantwoorden aan het wezenskenmerk van de ‘Vlaamse identiteit’: plantrekkerij. De hooggeschoolden kunnen hun leven blijkbaar niet inrichten zonder een politicus/a in te schakelen. Arme hooggeschoolden!
.

.

Europa ontvoert en verkracht zichzelf

Straks, zondag 26 mei, mogen we weer stemmen voor en over Europa, enfin, het steriele peperdure Europees Parlement. (Zoals in alles is Nederland weer gidsland, daar wordt nu donderdag – 23 mei – al gestemd.)

Wat ik over Europa denk? Daar heb ik in 2007 al een lang stuk over geschreven dat nu helaas onleesbaar is geworden door de voortdurende verwijzingen naar de toenmalige actualiteit. Onder de titel: “Europa ontvoert en verkracht zichzelf.” 12 jaar geleden dus. Alles wat nu anno 2019 aan de orde is, staat er reeds in. Ik moet in die tijd redelijk visionair zijn geweest. Wie de 20 blz. lange tekst wil inkijken of in bezit krijgen, geeft me maar een seintje. Ik ben uw dienaar. 

De Chinese verovering van de wereld, in het bijzonder Afrika; de gewelddadige verbreiding van het islamfundamentalisme; de massa asielzoekers en migranten die mits betaling van bedragen tot 10.000 euro aan mensenhandelaars naar Engeland willen; de verstikkende Europese bureaucratie; de verdwazing van de parlementaire democratie, m.a.w. de zelfmoord van de “politiek”, de particratie in het bijzonder; de algehele Europese geestelijke, morele, sociale en economische malaise; de emigratie weg van Europa, Arthur Rimbaud achterna; tot zelfs de uitholling en het inhoudsloos worden van de taal. Het komt allemaal omstandig aan bod.

Ik zou over Europa kunnen schrijven wat Boudewijn de Groot in 1967 zo prachtig verwoordde in zijn lied “Testament” (al is het laatste vers discutabel):

Maar ik heb nog wel wat mooie idealen
Goed van snit hoewel ze uit de mode zijn
Wie ze hebben wil die mag ze komen halen
Vooral jonge mensen vinden ze nog fijn

Wat ons van Europa rest, is de mythe. Die is nog altijd amusant.

Volgens die Griekse mythe was Europa een mooi meisje, een Fenicische prinses uit Klein-Azië – meer bepaald de streek die nu Libanon heet. Op zekere dag wandelde op de grasvlakte buiten de stad Sidon gracieus Europa met een paar vriendinnen. Op dat prinsesje werd oppergod Zeus hopeloos verliefd. En als Zeus ergens zijn zinnen op had gezet… Hoorde hij er alleen voor te zorgen dat Hera, zijn goddelijke echtgenote, hem niet in de gaten had. Daarom vermomde Zeus zich als een stier, lonkte en knipoogde naar Europa en nodigde haar uit op zijn rug te klauteren. In al haar onschuld nam ze de uitnodiging aan. Meteen snelde hij er vandoor richting het Avondland, zwom de Bosporus over, en zo verder naar Kreta. Daar vertoonde hij zich in zijn ware gedaante en verkrachte vervolgens het tere meisje in de schaduw van een plataan, waarna hij naar zijn vrouw op de Olympus terugkeerde. Omdat de vrijpartij hem zo’n voldoening had geschonken, besloot Zeus Europa onsterfelijk te maken door haar naam te geven aan het ruwe en onontgonnen continent.
.
.

Waarom ik niet meer schrijf …

.
Waarom ik niet meer schrijf, ik die zijn ganse leven geschreven heeft? Geen zin in. Soms wel, maar na één seconde ervaar ik reeds onweerstaanbare tegenzin. En waartoe zou het allemaal kunnen dienen? Zelfreiniging? Wie zou er plezier aan beleven? Ikzelf in ieder geval niet (meer).

Ik heb niets te zeggen; ik heb zo veel te zeggen. Maar ik zwijg. Ik spreek met mezelf; over van alles en nog wat. Niemand heeft er zaken mee. Ik zou mensen kunnen overtuigen van mijn visies; maar wie laat zich overtuigen door andermans visies? Ik laat mijzelf ook niet zo maar overtuigen door andermans opinies. Doorgaans minacht ik ze. Bovendien heb ik geen sluitende visies. Heb ik ze eigenlijk ooit gehad?

Ik schrijf niet meer. Punt. Ik zit namelijk vol tegenstrijdigheden. Ik weet dat Homo Sapiens zich binnen afzienbare tijd zal omvormen tot of verdreven zal worden door robots die zichzelf voortplanten, kopieën van zichzelf maken, verbeterde kopieën dan nog. En ik zou het als een wenselijke zij het misschien minder ‘leuke’ evolutie verwelkomen. Maar liefst niet zolang ik nog leef (wat wel niet zo lang meer zal duren). De wereld gaat erop vooruit, de wereld gaat er op achteruit. Er bestaat zoiets als de menselijke natuur; er bestaat niet zo iets als de menselijke natuur. We zijn mensen; nee, we zijn dieren. Soms zelfs planten. Allemaal tegenstrijdigheden. En wat het gevoelsmatige betreft: ik kan een dag levendig zijn en de dag erop compleet moedeloos en fysiek uitgeput; een dag optimistisch, dan weer uiterst pessimistisch; soms dromen koesteren om dan weer dromen zo veel mogelijk te onderdrukken.

In elke bewering zou ik een ‘niet’ of een ‘geen’ kunnen invoegen. En voor beide doortastende argumenten kunnen aanvoeren. Beide beweringen zijn dus én waar én onwaar. Ik zeg dan soms tegen mezelf: schrijf in de vorm van een dialoog tussen twee personages. Maar er zijn geen twee personages. De tegenstrijdigheden vormen een onwrikbare eenheid.

Blijkbaar ben ik slecht in het formuleren van tegenstrijdigheden die in een eenheid verstrengeld zijn. Ik wil nog te veel één ondeelbare persoon zijn, desnoods een fictieve. Maar ook dat lukt me niet. Het is allemaal hopeloos, maar ik word er niet wanhopig van. Er zijn geen ondeelbare personen; alleen fragmenten en secties, afzonderlijke situaties, afzonderlijke episodes. Ik ben daarin zoals ieder ander mens.

Ik maak geen deel uit van het heden. Al evenmin van het verleden, al evenmin van de toekomst.

Een mens van mijn soort oefent zich in het sterven. Want sterven moet en kan je leren.

Ik moet stoppen met roken.

***

Nu: er is ook een meer materialistische, dus meer banale en vulgaire oorzaak waarom ik niet meer schrijf. Naarmate de leeftijd mijn motoriek aantast, duw ik voortdurend op de verkeerde toets van mijn keyboard. Ik heb deze post hier zes keer moeten bijwerken.
.
.

De robot-huisvuilophaler !

Er wordt gezegd: zelfs al kan men heel wat arbeid automatiseren, toch zullen er taken overblijven die door mensen moeten worden uitgevoerd. Er wordt dan bijvoorbeeld gedacht aan de huisvuilophaling. Afvalophalers zullen nog steeds regen en wind moeten trotseren (met als “beloning” een 3 jaar mindere levensverwachting dan het gemiddelde van de bevolking).

Maar: niets is gemakkelijker dan het robotiseren van de huisvuilophaling.

1° vuilniszakken worden gemerkt (chip, barcode, speciale stof van de zak, …)
2° sensoren op de vuilniswagen detecteren de gemerkte vuilniszakken
3° een uitschuifbare en wendbare robotarm grijpt de vuilniszakken en deponeert ze in de laadbak (met haar wendbaarheid kan de robotarm rond of boven geparkeerde wagens)
4° de vuilniswagen is een zelfrijdend voertuig

De robotisering van de huisvuilophaling is compleet!

Verder kan de vuilniswagen ontworpen worden als een crematieoven: het huisvuil wordt meteen in een mum van tijd verast; het laadvermogen van de vuilniswagen zo minstens vertienvoudigd.

[De vraag blijft natuurlijk: hoe zal de VDAB – of het OCMW – de werkloze vuilnisophalers recycleren? Maar dat is een algemeen sociaal-politiek probleem met betrekking tot alle door arbeidsautomatisering getroffen werknemers. Dit moet dus globaal opgelost worden, et dat kan!]
.

De Toekomst van de Arbeid


.
.
.

MAATSCHAPPELIJK PROJECT VOOR DE HALF-LANGE TERMIJN

Een dikke drie jaar geleden hebben we de vrijheid genomen een (“socialistisch”) programma op halflange termijn uit te werken. We staan er nog altijd achter.

Hoe zien de krachtlijnen van dit toekomstproject voor de halflange termijn eruit? We stellen 7 principiële punten voorop. Uit deze 7 principes volgen tal van andere punten die mogelijk reeds op kortere termijn kunnen worden gerealiseerd of die het toekomstbeeld kunnen voorbereiden. Hier volgen die 7 principes:

1° DOORGEDREVEN AUTOMATISERING EN ROBOTISERING van alle vormen van productie (maakindustrie, dienstensector en ambtenarij), met eliminatie van bureaucratisch gehandhaafde nutteloze en dus uitermate frustrerende jobs. Onze welig tierende bureaucratie telt immers nog steeds tal van zinloze en achterhaalde jobs die gemakkelijk kunnen geautomatiseerd worden.
De meeste sociaal noodzakelijke arbeid zal een vrij eenvoudig patroon vertonen: monitoring van die automatische system (bv. robots of de nieuwste generatie quantum-computers) en troubleshooting (detectie van storingen, met herstel van de storing of signalering ervan aan een bevoegde technicus/a). Met Artificiële Intelligentie (AI), universele robots (m.a.w. die overal kunnen ingezet worden) en andere technologieën zoals 3D-printing (productie met een zogenaamde 3D printer van willekeurige driedimensionale objecten op basis van digitale “bouwtekeningen”, computerbestanden dus) moet het mogelijk zijn de productie van goederen en diensten helemaal te herbekijken en op een radicaal andere leest te schoeien. De kapitalistische eigendomsverhoudingen zullen daarbij een steeds kleinere rol spelen of amper nog invloed hebben. De nieuwe technologieën kunnen immers informatie eindeloos kopiëren zodat ze omzeggens gratis voor iedereen beschikbaar is. Kennis zal veel gemakkelijker kunnen gedeeld worden. Patenten worden afgeschaft: omzeggens elke innovatie zal immers te danken zijn aan een coöperatie van heel wat mensen.
De resterende hoeveelheid noodzakelijke arbeid wordt gelijkmatig verdeeld over de totale bevolking. Hetzelfde moet gelden voor taken die vooralsnog niet geautomatiseerd kunnen worden. Het staat uiteraard iedereen geheel vrij om arbeidsvreugde te zoeken en te vinden in maatschappelijk niet-noodzakelijke (maar doorgaans toch productieve of creatieve) bezigheden.

2° ALGEMENE ARBEIDSDUURVERKORTING tot 20 à 25 uur per week, ca. 4 uur per dag of 4 dagen per week; met een wettelijk vastgelegde arbeidsplicht van ca. 15 à 20 uur per week. De radicale vermindering van de arbeidsduur kan worden verwezenlijkt dank zij de productiviteitsstijging bereikt door principe 1 (automatisering) en ze versterkt op haar beurt de automatiseringstendens. De productiviteit zal daarnaast ook toenemen door de verspreiding van de hierboven vermelde technologieën. Daarnaast zal de productiviteit kunnen opgevoerd worden door de inzet van nieuwe innovatieve vormen van recyclage, kringloopeconomieën en sharing (goederen en diensten delen met anderen). Het delen van goederen en diensten kan probleemloos verlopen wanneer deze zijn omgezet in universeel toegankelijke informatie, m.a.w. wanneer het privé-eigendom van informatie en kennis (bv. auteursrechten) is afgeschaft. Bijvoorbeeld: boeken, videoclips en ander beeldmateriaal kunnen in eindeloze hoeveelheden quasi-gratis gekopieerd worden. Ongetwijfeld zullen tussen 2020 en 2030 heel wat nieuwe nu ondenkbare productietechnieken worden ontwikkeld. Dit met maximale productiviteit en minimale productie- en arbeidskosten.

3° BEHOUD VAN INKOMEN, met een wettelijk vastgelegd minimum. Dat minimum moet groter zijn dan de samengetelde prijs van alles wat als basisgoederen en -diensten kan doorgaan en als dusdanig wordt erkend. De prijs van deze “korf” wordt jaarlijks aangepast aan het % toename van de globale productiviteitsstijging. En dit zodanig dat de verhouding van het inkomen ten opzichte van de prijs van de korf in de tijd steeds groter wordt. Die verhoging zal dus afhankelijk zijn van de mate waarin principe 1 (automatisering) meer en meer is verwezenlijkt. Gradueel kan ook de inkomensongelijkheid worden teruggedrongen.
De prijs van de goederen en diensten kan zeer snel dalen. Loonsverhoging is in die zin dus relatief: het is de verhouding inkomen/prijs die groter wordt. Er zal dus minder geld circuleren omdat men met weinig geld veel meer kan kopen dan voorheen. Ook principe 3 vormt dus een eenheid met principe 1 (automatisering en productiviteitstijging). Kapitalistische eigendomsverhoudingen verdwijnen stilaan of verliezen hun relevantie. Ook sommige robotica-deskundigen stellen graag dat de massale inzet van robots allerhande niet verenigbaar is met het kapitalistisch systeem zoals we het nu kennen, zelfs onverenigbaar is met welk kapitalisme dan ook. Zo zal het bijvoorbeeld geleidelijk aan gedaan zijn met de toch typische asymmetrische machtsverhoudingen die eigen zijn aan salariaatsarbeid, m.a.w. eigen aan alle vormen van loon- en weddearbeid. De transfer van werknemers naar nieuwe sectoren (met de erbij horende frictionele werkloosheid) moet op alle mogelijke manieren begeleid worden (zie ook sub). We hebben daarvoor bijkomende principes voorzien (4, 5 en 7, zie hieronder) die ervoor zorgen dat technologische vooruitgang ook sociale vooruitgang zal zijn.

4° GELIJKMATIGE TOEGANG TOT DE GEPRODUCEERDE GOEDEREN EN DIENSTEN, m.a.w. sociale gelijkheid. Het onderscheid tussen de sociale klassen vervaagt (cf. principe 2 & 3; arbeidsduurverkorting & behoud inkomen). Dit vierde principe is te verwezenlijken op basis van principes 1 en 3 (automatisering + verhoogde productiviteit; behoud inkomen). De prijsverschillen tussen verschillende producten zullen exponentieel (m.a.w. voortschrijdend in de tijd) kunnen worden gemilderd en naar elkaar toegroeien, met een algemene daling van de relatieve prijzen.

5° AGOGISCHE BEGELEIDING van de werknemers die terugvallen op de arbeidsduur van ca. 20-25 uur per week. (Agogiek is de leer van het begeleiden, aansturen of beleidsmatig mogelijk maken van veranderingsprocessen bij mensen.) Ongetwijfeld zal de drastische arbeidsduurverkorting, zelfs uitgesmeerd in de tijd, verzet en weerstand oproepen bij mensen die willen vasthouden aan de vroegere arbeidscondities (bijvoorbeeld omwille van de sociale contacten op het werk) of die het zaakje niet vertrouwen. Principes 1 & 2 (automatisering; arbeidsduurverkorting) zullen onvermijdelijk een cultuurshock veroorzaken voor heel wat mensen die vandaag, plusminus anno 2020 dus, reeds volop volwassen zijn geworden. Kwestie is de voorspelbare sociale conflicten niet uit de hand te laten lopen. Enige “propaganda” zal vermoedelijk nodig zijn om vooral volwassenen van 40-55 te leren wennen aan een radicaal kortere werkweek of aan de drastisch gewijzigde arbeidsinhoud. Jongeren zullen heel wat enthousiaster zijn. Zij moeten immers niet overschakelen op een radicaal nieuwe levenswijze.

6° RADICALE HERVORMING VAN OPVOEDING EN ONDERWIJS. Ouders zullen vrij gemakkelijk kunnen worden gemotiveerd om de opvoeding van hun kinderen af te stemmen op de nieuwe werkelijkheid en de mogelijkheden die ze biedt. Vermoedelijk zullen de gezinsvormen nog gevarieerder zijn dan nu al het geval is. Jongeren zullen vroeger rijp zijn maar niet zoals nu soms tot hun 20ste of zelfs tot hun 25ste in het onderwijs als kleuters worden behandeld. De meerderjarigheid zal op 14-15 jaar liggen en de jongeren zullen veel sneller hun thuis verlaten. De sociale werkelijkheid laat hen immers toe sneller zelfstandig te leven. Het onderscheid tussen de thuissituatie en de school zal veel minder scherp zijn dan nu. Studies zullen veel meer vermengd zijn met ervaringen in de “realiteit”: de school zal niet langer een eiland zijn.
De school zoals we ze nu kennen zal geleidelijk plaats maken voor zelfstudie en studie in kleine netwerken (plusminus 5 personen). Het leren zal dus veel intenser zijn. Nieuwe pedagogische en didactische methodes kunnen het leren én efficiënter én aangenamer maken. Leerkrachten zullen ook vooral aan monitoring doen en eerder optreden als mentor dan als opzichter. Iedereen zal tot zijn 12de grosso modo dezelfde leerstof voorgeschoteld krijgen, zij het dat zelfstudie één en ander zal individualiseren. De leervakken kunnen in een aantal modules worden gegroepeerd. Bijvoorbeeld 4 basismodules: 1) voorbereiding op de wereld van de arbeid; 2) wetenschap en technologie; 3) opvoeding tot burgerschap (van filosofie en geschiedenis over communicatieve vaardigheden tot inrichting van de samenleving); 4) creatieve vrijetijdsbesteding.

7° STIMULATIE VAN VERRIJKENDE VRIJETIJDSBESTEDING. Zoals nu reeds bij veel personen het geval is, zullen arbeid en vrije tijd gemakkelijk in elkaar overvloeien, afhankelijk van hoe de 20 à 25 uren arbeid is georganiseerd. Heel wat monitoring-werk kan thuis of om het even waar op afstand uitgevoerd worden. Misschien zijn we de ganse dag en de ganse week actief, hetzij met die noodzakelijke arbeid, hetzij met niet-noodzakelijke bezigheden waarbij werk en creatieve vrijetijdsbesteding (zelfs sport) amper van elkaar zijn te onderscheiden. Mogelijk hebben we voldoende aan 5 à 6 uur slaap in plaats van 7 à 8 nu.
Anderzijds kan de evolutie van interpersoonlijke relaties en contacten moeilijk door een overheid (centraal of lokaal) ter hand worden genomen. Hoe de concrete uitingen van liefde en vriendschap (en hun tegenpolen haat en vijandigheid) zullen worden beïnvloed is niet duidelijk. Emoties en affectie zijn moeilijker in hun mogelijke evolutie te voorspellen dan de ontwikkelingen in de robotica. De inhoud en de vorm van contacten tussen mensen onderling zullen vermoedelijk “spontaan” mee-evolueren. Misschien lopen we straks allemaal rond met een chip of met ingeplante elektrodes in ons hersens om zo al te heftige of negatieve emoties (haat, woede, enzovoort) tot een minimum te reduceren. Hoe de omgang met robots onze onderlinge communicatie zal kleuren is moeilijk in te schatten. De creatie van een “mind” (geest), als een artificiële verheffing en uploading van kennis ver boven onze biologische fundamenten, zal in wezen eerder slaan op gecreëerde humanoïde super-robots en Artificiële Intelligentie-systemen dan op mensen zoals we onszelf nu kennen. Post-humanisme blijven echter vooralsnog een zaak van fantasie en speculatie. Maar dat kan in de nabije toekomst snel veranderen.

*
Onze 7 principes vormen één geheel. We hebben ze alleen van elkaar afgezonderd voor de goede orde en de stijlelegantie. Maar alle 7 principes zijn onlosmakelijk aan elkaar gekoppeld, al vormen een paar principes (vooral 1, 2 & 3) wellicht de voorwaarde voor een paar andere. Zoals reeds gezegd hebben we de principes niet technisch uitgewerkt. Dat valt buiten onze competentie. Die uitwerking is eigenlijk ook geen politieke kwestie in enge zin. De 7 principes moeten wel democratisch worden goedgekeurd en regelmatig worden bevestigd (bv. om de 2 jaar).

De 7 principes hebben een weerslag op tal van andere domeinen. We sommen er een aantal op: milieubescherming; fiscaliteit; bestrijding van criminaliteit en fraude (inbegrepen nieuwe soorten misdrijven en vormen van fraude); biologische reproductie; mobiliteit; gezondheidszorg; huisvesting en urbanisatie; internationale relaties; verschillen in ontwikkelingsniveau tussen regio’s.

Ons voorstel heeft het nadeel bijzonder zakelijk te zijn, maar hetzelfde zal wel het geval zijn voor alle ernstige toekomstbeelden. Het wekt dus niet meteen emotioneel enthousiasme op. En dit in het tegenwoordig tijdsbestek waarin iedereen wel weet dat wanneer het met de economie slecht gaat, het slecht gaat met alles. Maar economische thema’s kunnen niet rekenen op veel animo bij de bevolking. Anno 2018 toch niet. Economische items zijn per definitie complex en vragen zekere voorkennis. Heel wat zaken worden nu ook enkel vanuit een status-quo morele waarde bekeken en dikwijls is de wens daar de vader van de gedachte. M.i. gaat de zakelijkheid weer populair worden wanneer de actuele economische, politieke, sociale en morele crisis eindelijk eens in zijn wortels is beslecht. Dan zullen gebeurtenissen en toestanden, problemen en oplossingen gelukkig niet meer met irritante, dwaze en desinformatieve sentimenten worden opgediend.

Voilà! That’s it! Oef!

[zomer 2015; geüpdatet februari 2018; geüpdatet november 2018]
.

 

Sossen aan de Macht !? [Middernachtelijke Satire]

[Het is net voorbij middernacht. Dan raken mijn neuronen in de war.]
.
Men (enfin, af en toe eens een dolende betweter) zegt:

“Onder het socialisme (of het nationalisme) moeten we offers brengen in het kader van de verdere opbouw van het socialisme (of de natie).”
Lenin, Stalin, Mao, Salvador Allende en Peter Mertens (en Bart De Wever voor de nationalisten; en natuurlijk Hitler, de nationalist-socialist par excellence) hebben het gezegd. Wie durft deze helden van de geschiedenis tegenspreken?
Hendrik de Man, Achiel Van Acker, Indira Gandhi, Willy Claes en François Hollande dachten het, maar zwegen wijselijk. In socialistische middens is transparantie een ondeugd.

Offers moeten we brengen! Nu! Offers en nog eens offers!

Dus:
– Asjeblief nog hogere elektriciteitsprijzen
– Gele Hesjes verbannen naar Siberië
– Werknemers staan 5% van hun loon af aan het VBO
– Een limousine voor alle ministers, kabinetschefs en parlementsleden
– Congés non-payés
– Gemeenschapsdienst voor werklozen en langdurig zieken
– Verplichte partijkaart voor elke ambtenaar
– De klak afnemen voor de baas
– Et cetera. Et cetera. Et cetera.

Socialisme zal ongezellig zijn of het zal niet zijn!
.
Zingen bij het werk (aan de opbouw van het socialisme) kan helpen!
.
.

Alles wat kan moet (niet) !

.
Twee wetenschappelijk-technologische successen hebben de voorbije dagen publieke aandacht getrokken. De “productie” van een paar designer baby’s door het lab van de Chinese wetenschapper He Jiankui dat het gen dat codeert voor mogelijke HIV-immuniteit heeft aangepast (zogenaamde “genome editing”). De baby’s zouden immuun zijn voor het HIV-virus. Wat de weg opent naar het ontwerp van gezondere baby’s en hogere levensverwachting. En tweedens de landing van de Mars InSight die o.a. door boring in het oppervlak van de rode planeet haar interne structuur zal onderzoeken.

De ontwikkeling van designer baby’s op basis van genetische modificatie stuit op heftige ethische bezwaren die overigens internationaal erkend zijn. Het uitgangspunt luidt: “Alles wat we kunnen, moeten we daarom nog niet doen!”. (En zeker niet als de Chinezen of de Russen iets raars doen.) Wat het reizen naar Mars betreft geldt echter: “Alles wat we kunnen, moeten we ook doen!”.

Door alle eeuwen heen is het tweede principe toegepast. Zeker in het militaire domein. We hebben het buskruit uitgevonden en het leidde tot een omwenteling in de oorlogsvoering. We konden kernwapens maken en we hebben het massaal gedaan. In 2000 trad een Conventie in werking die “wereldwijd” de productie, de opslag, het gebruik en de export van clustermunitie verbiedt. De Conventie is aangenomen door een 100-tal landen. Maar een 30-tal hebben expliciet geweigerd zich bij de Conventie aan te sluiten. En dus worden clusterbommen nog steeds gebruikt. Er worden ethische bezwaren aangevoerd tegen de ontwikkeling van killer robots die zonder menselijke tussenkomst doelen zouden kunnen selecteren en “neutraliseren”. Wees gerust: killer robots zullen ontwikkeld worden en ingezet. “Alles wat we kunnen, zullen we ook doen!”

Voor de geneeskunde gelden andere ethische bezwaren. Dat de mensheid mensen maakt, dat kan niet. De mens mag niet voor God spelen. En de zaak doet denken aan de rasverbeterende eugenetica die geassocieerd wordt met de nazi’s. (Al is de eugenetica geen nazi-ontwerp.) Er zijn inderdaad bedenkingen te maken tegen de ontwikkeling van designer baby’s. We zouden gezondere baby’s kunnen maken, maar eventueel zou de technologie ook nieuwe tot nu toe ongekende ziekten kunnen voortbrengen. Ziekten waartegen we immuun niet gewapend zijn. Nog een reeks andere tegenwerpingen worden aangevoerd.

Maar morele bezwaren zouden à la limite ook kunnen gelden voor de kolonisatie van Mars. Stel dat er leven is op Mars, dan is het denkbaar dat we dit leven vernietigen. We hebben al zo veel leven vernietigd doorheen onze geschiedenis.

Nogmaals: wees gerust! Wat we kunnen zullen we (op de duur) ook doen. Alleen hebben we de keuze welke mogelijkheden we realiseren en welke niet. De neveneffecten van onze opties zijn echter nooit allemaal te voorzien. Hoe dan ook: de grens van de menselijke mogelijkheden zal steeds opgetrokken worden. Dat hangt van de “goede” intenties van de mensheid af. Alhoewel: niet alles wordt door ethiek bepaald, het meeste zelfs niet.

En: wat is “goed”? Wat “goed” is wordt niet alleen cultureel bepaald, maar ook historisch. Wat ooit ethisch “goed” was kan vandaag “slecht” zijn en morgen misschien weer “goed” (bv. in het openbaar boeren en scheten laten; geslachtsoperatie was ooit een ethisch bedenkelijke affaire; et cetera). Zullen we ooit via Artificiële Intelligentie wezens maken die slimmer zijn dan ons en die eventueel de biologische evolutie zullen overnemen? Ongetwijfeld! Waarom zou dat in se “slecht” zijn?

Anders waren we beter apen gebleven. Ook dat is een ethisch verantwoordbare optie.
.
.

Week van de Afvalophaler

“In the future, everyone will be world-famous for 15 minutes”. De quote van allround artiest Andy Warhol dateert van 1968 en verscheen in een brochure voor een tentoonstelling. Al zou de kern “15 minutes” tijdens een gesprek tussen Warhol en een fotograaf (ene Nat Finkelstein) aangebracht zijn niet door Warhol zelf maar door de fotograaf. Warhol zou het verhaal nooit bevestigd noch ontkend hebben. Soit!

Tegenwoordig krijgt iedere bevolkingscategorie een pak meer dan 15 minuten. Meestal gaat het om een dag, maar sommige beroepen mogen zich verheugen op een volle week. Zo zijn deze week de huisvuilnisophalers aan de beurt: van 21 tot 25 november is het De Week van de Afvalophaler. Of de vuilnisophalers daar zelf veel van zullen merken, is nog maar de vraag. Krijgen ze een dag verlof? Wordt er, zoals voor de Brandweer , een Jaarkalender gelanceerd die door een schare vrijwilligers aan alle inwoners – die thuis zijn – aangeboden wordt?

Vuilnisophaler is een zwaar beroep. Tijdens een heuse storm of hittegolf moet de vuilnisman net zoals de postbode en de straatveger zonder mopperen paraat staan. Daarvoor krijgt hij een bruto maandloon van 2.548 euro, dat moet ongeveer 1.400 netto zijn. Dat is meer dan een kelner of barman die het moet doen met een magere 2.201 euro bruto. Dat is het beroep met de laagste verloning. Er zijn nog een aantal beroepen die er slechter aan toe zijn dan de huisvuilophaler. Om een paar voorbeelden te geven: poetsvrouwen halen bruto 2.242 euro, kassiers 2.298, winkelpersoneel 2.391 en koks 2.485. Mogelijk is de betere situatie van de vuilnisman te danken aan het gegeven dat hij in de meeste gemeenten deel uitmaakt van het gemeente- of stadspersoneel.

Uit respect voor de huisvuilophalers zal ik hen deze week groeten maar dat doe ik het ganse jaar door. De komende dagen zal ik afval zo veel mogelijk vermijden, bv. door mijn bord helemaal leeg te eten. En vrijdag zet ik deze week mijn vuilniszakken niet op de stoep. Zou iedereen dit doen, dan moeten de afvalophalers deze dagen geen overuren maken. Zie ik een meeuw die aanstalten maakt om een vuilniszak te plunderen, dan zal ik haar wijzen op haar egoïsme en haar minachting voor het Algemeen Belang.
.
.

Moet het echt altijd geestig zijn ?

..
.
Het moet niet altijd geestig zijn wat ik schrijf. Die pogingen om soms krampachtig humoristisch te doen beginnen op de duur niet alleen iedereen, Gerard incluis, maar ook mezelf te vervelen. Het wordt misschien tijd dat ik weer volwassen word.

Humor staat tegenwoordig onder zware druk. Dat geldt natuurlijk nog meer voor hekel en spot, al is door de eeuwen heen het spotschrift altijd een gerespecteerd literair genre geweest. Nu nog steeds erg gesmaakt bij de lagere klassen, zij het liever in beeld dan in woord. Het bedrijven van satire vol bijtend sarcasme vraagt zelfs meer creativiteit en scherpzinnigheid dan een lyrische lofzang of het samenstellen van het VRT-Journaal.

Humor is inderdaad niet altijd onschuldig, noch wil ze dat zijn. Humor kan geestig of spottend zijn. Dikwijls kan spot wel onbedoeld zijn, als een soort neveneffect van geestige humor. Door de band beoogt humor toch ergens te provoceren, te kwetsen en te beledigen. Al wordt de bedachtzame toon verkozen boven de brutale slag onder de gordel. De aanvaardbaarheid van humor of spot hangt dan af van het taalgebruik van de onverlaat. Het taalgebruik kan ontwapenend zijn.

Een voorbeeld vinden we bij journalist en columnist Koen Meulenaere – eerst in de columns Kwaad Bloed en Bladspiegel in Knack, nu als Kaaiman in de krant De Tijd. Een geviseerde die zichzelf kan relativeren en graag ook eens met zichzelf lacht, zal zich gevleid voelen door Kaaiman’s pikante aandacht, al hebben heel wat eergevoelige personen aanstoot genomen aan hun tentoongestelde status van toch ook maar een mens te zijn. Menigeen heeft zich beklaagd bij Koen Meulenaere’s werkgevers met het dreigement zijn abonnement op Knack of De Tijd op te zeggen. Een paar hebben zelfs klacht ingediend bij de rechtbank voor laster en eerroof. Satire kan serieus op de zenuwen werken van mensen die er niet op gebrand zijn ontmaskerd te worden. Sla je als satiricus echter de bal mis en is je humor gebaseerd op manifeste onwaarheden, dan ben je natuurlijk de klos en verlies je geloofwaardigheid. Dan helpen geen verontschuldigingen.

Anders wordt het natuurlijk als het taalgebruik grof en onbeschoft is. Dan zal het gewis als vijandig en ruziezoekend ervaren worden, zoals grofheid en onbeschoftheid altijd negatieve emoties oproepen, eerst en vooral bij onbeschofte mensen zelf. Grove humor is eigenlijk geen humor: ze is niet bedoeld om de toehoorder te doen (glim)lachen maar om agressieve neigingen op te wekken.

***

Maar zoals ik hierboven reeds meende te moeten opmerken staan humor, hekeldicht en satire meer en meer onder druk. Ze worden op twee perfide wijzen belaagd door mensen die het lachen hebben verleerd of het gewoon nooit hebben geleerd (want op school is er geen vak Humor en Satire). Ik zie (en ik niet alleen) twee giftige tactieken die beogen humor als een zondebok de woestijn in te jagen. Eén: humor en satire worden uit hun context gerukt. Twee: steeds meer vormen van humor worden verboden. Je mag bepaalde mensen niet meer kwetsen of beledigen (Poetin of koning Albert II bijvoorbeeld wel nog).

Uit zijn context gerukte humor wordt vernederd tot letterlijk te nemen uitspraken. En zo verschijnt ze als vijandigheid ten aanzien van het geestige onderwerp of de koddige persoon. Zelfs spitsvondigheden (wat Engelsen ‘wit’ noemen) verliezen zo dikwijls hun verheven amusementswaarde. Uit hun context rukken van citaten, oneliners en quotes is uiteraard altijd al een bedenkelijke praktijk geweest. Je kunt er iemand het omgekeerde mee laten zeggen dan wat hij oorspronkelijk heeft gezegd.

Sommige onfatsoenlijke lieden zijn erop uit om iemands reputatie onderuit te halen door in zijn of haar verleden (tegenwoordig vooral zijn of haar tijdlijn op sociale media) naar bedenkelijke schrijfsels of uitspraken te speuren die oorspronkelijk een humoristisch of gewoon neutraal karakter hadden. Uit hun context gerukt getuigen ze zo van verregaande immoraliteit. Je kunt je ook moeilijk tegen dergelijke praktijken verdedigen omdat de oorspronkelijke context onduidelijk is geworden of zelfs niet meer te achterhalen is. Soms weet je zelf niet meer in welke onschuldige stemming je iets op het internet hebt gedropt. Humoristische uitspraken kunnen een eigen leven gaan leiden en zijn dan afhankelijk van welk leven iemand ze gunt.

Ten tweede: de onverkwikkelijke trend dat je steeds meer categorieën mensen niet mag kwetsen, laat staan beledigen, is de dood voor veel humor. Iemand ongezouten je waarheid vertellen wordt riskant. Voor je het weet kan je laster aangewreven worden. Het gaat er eigenlijk niet om dat je niemand mag beledigen. Sommige mensen hoor je net te beledigen of je bent een deviant. De categorieën mensen waarmee niet gelachen mag worden, zijn dus zeer selectief. Lachen met een ander ras of een andere godsdienst is bijzonder riskant geworden. Straks vallen godslastering en heiligschennis weer onder het strafrecht. Seksisme, racisme en homofobie zijn nu al strafbaar, dus vrouwen, zwarten en LGBT-people moet je met de nodige eerbied opvoeren. En zeker moet je voorzichtig zijn als het over joden gaat, maar daar is doorgaans ook reden toe. Microgolfovens mag je belachelijk maken, maar dat geldt niet voor alle ovens.

Dat het dus ongepast is met sommige dingen te lachen, ok. Zeker op bepaalde momenten en plaatsen. Dat afkeuring je ten deel valt en je soms lik op stuk krijgt, dat men met jou zelf de spot gaat drijven, dat behoort tot le risque du métier. Als je lacherig doet over iemand of over een bepaald soort mens, weet je waaraan je begint. Niet zeuren dus, als een mikpunt je niet zijn andere wang aanbiedt. Maar dat je voor humor op de duur juridisch vervolgd kunt worden, dat wordt echt onheilspellend.

Het doet denken aan de goeie ouwe tijd toen het christendom Romeinen die naar satirisch theater gingen kijken, oppakte en martelde. En er was nog veel meer dat bij vrome katholieken niet kon rekenen op goede smaak. Lachen en spotten met hun goden was nochtans van oudsher een geliefkoosde bezigheid van de Romeinse burgers, zelfs vrouwen en slaven deden er hun ding mee.

De regel is: al wie meent dat hij of zij de waarheid in pacht heeft, verdraagt niet dat er met zijn waarheid gelachen wordt. Dat geldt niet alleen voor individuen maar ook voor politieke regimes en ideologieën. In de kerk of de moskee wordt niet gelachen. Met God, Hitler en Stalin viel niet te spotten. En wie nu Mohammed hekelt, wordt onthoofd. Fanatieke nazi’s, communisten en moslims weten wel hoe ze er moeten voor zorgen dat iemand nooit meer een grap zal bedenken.
.

Een pijnlijke bekentenis …

Al ben ik een materialist die beroepshalve hoor te denken dat het koesteren van idealen maar stofjes in de hersenen zijn die op hol slaan, toch heb ik in mijn leven altijd al idealen gehad. Ik ben van jongs af een verwarde geest geweest die werkelijkheid en waan niet goed van elkaar kon onderscheiden. En een verwarde geest schept zich idealen. Een hele reeks zelfs, sommige onverenigbaar met elkaar, soms elke dag verse. Verwarring en chaos in het hoofd kunnen niet zonder zicht op uitwegen, en wat zijn idealen anders? Meer nog: een verwarde geest verwarmt en verwent zich met idealen. Tot hij helemaal en onomkeerbaar verloren loopt. Dan snelt hij maar terug naar de zekerheden en de routines van zijn beroepsbezigheden.

Maar ik heb geen beroepsbezigheden meer. Help! Wat nu?

Van zodra ik deftig kon lezen en schrijven zadelde ik me bij momenten van rust en bezinning op met een of ander helder ideaal. Uiteindelijk draaiden deze idealen steeds rond dezelfde kern: sereen en stoïcijns leven en denken; onthecht zijn; niet impulsief reageren; me niet opwinden of me laten meeslepen door meelijwekkende of destructieve passies zoals woede, nijd, afgunst, angst en lafheid.

Alles bij elkaar genomen is de uitstroom aan realisaties hierbij steeds aan de magere kant geweest. Om niet te zeggen teleurstellend, ook voor mijn medemens. Om er een cijfer op te plakken: 1 succes op 1000 kansen, iets in die orde van grootte. Maar zo gaat dat nu eenmaal met idealen.

Misschien opent het ouder worden nieuwe mogelijkheden. Ik ben niet langer verplicht situaties te ondergaan die me op de zenuwen werken. Ik kan ze omzeggens alle vermijden. Ik hoef geen mensen meer om me heen te verdragen die me niet liggen of me niet welgezind zijn. En ik moet ook geen ambities meer hoog houden. Het hoeft allemaal niet meer! Ik kan het eindelijk als positief ervaren dat ik de wereld niet zal noch kan veranderen, zelfs niet de kleinste wereldjes. Overigens ben ik nooit zo’n enthousiast wereldverbeteraar en ijveraar voor de Goede Zaak geweest. Ik heb er altijd aan getwijfeld of de betere wereld die ik me droomde, echt beter was dan deze die anderen zich droomden.

Ik kan nu voor de jaren die me resten als ik wil alles relativeren. Ik kan zelfs besluiten dat alles me verder onverschillig laat. Minstens oefenen door in een eerste fase zoveel mogelijk te doen alsof. Al is er een frappant verschil tussen relativeren en onverschillig worden. In het eerste geval voel je je nog intens betrokken en is de relativering een uitweg uit een soort klein of groot dilemma waarvan geen enkele keuzealternatief je bevalt. Onverschilligheid houdt in dat het je al van vooraf geen verschil uitmaakt of iets zo dan wel andersom uitvalt.

Daarom moet ik me nog niet voornemen asceet of quiëtist te worden. De kern van beide levensopties is immers zelfdestructie of dan toch je bestaan compleet overbodig maken. Daar ben ik kennelijk nog niet aan toe en hopelijk mag dat nog een paar dagen, weken en maanden zo blijven. En waarom niet: nog een paar jaren! Ik hoef mij in mijn dagelijkse dolce far niente ook niet te beperken tot het tot hartbloedens toe kijken naar de bloemetjes en de bijtjes. Er zijn veel mooiere dingen in de wereld om naar te kijken zonder dat ze je hoeven op te winden of van streek te brengen. En niet alleen om naar te kijken: ook om aan te raken.

***

Zou ik bij dit alles niet even in gedachten teruggaan naar de wijze waarop mijn hunkering naar peace of mind zich in mijn wilde jaren vergeestelijkte tot een verstandelijk overpeinsd ideaal? Ik was toen 15 hooguit 16 en al verlekkerd op weliswaar niet te dikke boeken van de meeste diverse signatuur. Onder andere had ik me verdiept in “Geschiedenis van de Filosofie” van éne Hans Joachim Störig, een elementaire maar voor mijn prille leeftijd gepaste inleiding in de filosofie. Het boek bestond uit twee afzonderlijke chronologisch opgebouwde delen, in de dan populaire én toch volksverheffende Prisma-reeks van Uitgeverij Het Spectrum. (Nu, ik had ze niet gekocht maar als een volleerde kleptomaan gestolen in een Oostends grootwarenhuis. Het ontbrak me immers aan elke rooie cent om ze te kunnen kopen. Mijn stiefvader verdiende wel geld, maar weigerde het af te staan. Hij was dan ook graatmager.)

Störig ging in zijn toenmalige versie nog voorbij aan de tradities van de Oosterse filosofieën. Hij viel dus meteen met de Klassieke Oudheid in huis: de eerste Griekse natuurfilosofen met hun fascinatie voor aarde, water, lucht en vuur, en de intellectuele krachtpatserijen van Plato en Aristoteles. Heel goed voedsel voor het verstand maar het beroerde mijn hart niet. Ook Socrates lukte daar niet in, maar wel de epicuristen en de stoïcijnen. Die boden me bevrijdende filosofie en ethiek die zich lenen tot praktische toepassingen voor het bereiken van het kleine en grote dagelijkse geluk.

De epicuristen hadden het over ‘ataraxia’ en de stoïcijnen over ‘apatheia’. Ik heb de beide termen, hun overeenkomsten en hun verschillen, onmiddellijk in me opgenomen om ze nooit meer te vergeten, zo diep waren ze meteen in mijn geheugen gegrift. Beide begrippen worden tegenwoordig wel eens als synoniemen gebruikt, en dikwijls staan ze ook voor (nep)boeddhistische onthechting die je bereikt bij transcendentale meditatie. Maar noch ataraxia noch apatheia hebben te maken met innerlijke contemplatie of een complete terugplooiing op jezelf. Geen van beide concepten verwijst naar het loslaten van de waarneembare werkelijkheid om zo op te gaan in een extatische leegte, noch naar een keuze voor een onmaatschappelijk en passief leven. Je moet niet levenslang als een te vrome christen op een pilaar gaan staan. Het gaat erom een leven te leiden waarbij je jezelf niet in de voet schiet.

Laten we de ataraxia van de epicuristen en de apatheia van de stoïcijnen eens nader bekijken.

Ataraxia = duurzame gemoedsrust die je ten dele valt als je de regel hanteert om niet te streven naar doelen waarvan je de realisatie niet strikt zelf in handen hebt. Zoals beroemd willen worden; een politiek ambt ambiëren door je kandidaat te stellen bij verkiezingen, etc. Doorgaans wordt Epicurus’ leefregel verwoord als het zoeken naar genot en het vermijden van pijn. De woorden plezier en pijn roepen echter niet toepasselijke associaties op en herleiden epicurisme tot libertijns en decadent hedonisme. Bij Epicurus is plezier in de eerste plaats peace of mind, en pijn slaat evenzeer op geestelijke als lichamelijke kwellingen.

Apatheia = de ingesteldheid om je gedrag niet te laten sturen door ongezonde affecten en onheilzame onredelijke oordelen. Bijvoorbeeld jezelf angst aanpraten voordat er reden toe is; je hoofd breken over problemen die zich nog niet stellen en zich misschien nooit zullen stellen. Etc. De Stoa erkent wel dat er passies (“instincten”) zijn die buiten onze controle vallen en handelt alleen over anticipaties, overtuigingen, opinies en emotionele oprispingen waar we wél controle over hebben. De beste vertaling van apatheia is daarom misschien zelfbeheersing of wat de Duitsers Bildung noemen.

Daar allemaal moet ik aan denken als ik de welhaast onweerstaanbare neiging voel om aandacht te besteden aan al die heisa rond de Brexit, de benoeming van Steven Vanackere tot directeur van de Nationale Bank en de Gentse perikelen rond de keuze van een nieuwe burgemeester. Dat die Britten met hun eeuwenlange traditie van pragmatisme en praktische intelligentie nu echt zo dom zijn om zichzelf de vernieling in te schoppen: dat kan er bij mij niet in. Die Britten weten, denk ik, best wat goed is voor hen. Misschien beter dan dat wij, EU-isten en Belgen, weten wat goed is voor ons. Misschien concentreren wij ons alleen nog op wat slecht is voor ons!

Maar goed! Een glas wijn met een Mignonnette van Côte d’Or maakt veel goed.
.
.

OMG! Ik ben de veertig voorbij en heb nog geen burn-out gehad …

Elk tijdsgewricht heeft zijn criteria om tot de club van de celebrities, de BV’s en de (financieel goed boerende) progressieven te worden toegelaten. Bij mensen die ‘bewust’ leven, in het bijzonder kunstenaars, musici, schrijvers, would-be-artiesten en aanverwanten, geldt sinds de triomf van de moderniteit een psychische of geestelijke aandoening als toepasselijk criterium (‘geestesziekte’ is misschien een te zwaar woord). Een psychische aandoening of een geestesziekte hebben is namelijk iets dat gewone mensen zich niet kunnen veroorloven. Die moeten elke dag gedisciplineerd uit werken gaan om hun brood te verdienen en elke ziektedag betalen ze cash. De hierboven genoemde gelukkigen (allen hebben doorgaans flink wat geërfd) kunnen hun vrijheid en hun status etaleren met een als echt beleefde mental disorder.

Zo kunnen we doorheen de tijd een processie ontwaren van politiek correcte psychische aandoeningen en geestesziekten. Vanaf 1870 tot en met de Belle Epoque genoot neurasthenie (zenuwzwakte, zenuwinzinking) de eer beroemdheden en progressieve weldenkenden te verheffen boven de werkmens. Toen al hoorde je ook de juiste medicijnen te nemen. Dat waren doorgaans opiumderivaten, met als uitschieter laudanum. Sigmund Freud introduceerde rond de eeuwwisseling van 1900 een nieuwe trend: de neurose. Je had er verschillende soorten van. Hysterie was een must bij artistiek aangelegde vrouwen, dwangneurose eerder een mannenzaak. Ook bizarre fobieën getuigden van goede smaak. Tussen de twee wereldoorlogen en ook nog tot diep in de jaren 1950 verzon je desnoods maar iets om te kunnen opscheppen dat je elke week twee of driemaal op de divan ging liggen bij je psychoanalist.

Rond 1970 begonnen mensen die er prat op gingen zelfbewust in het leven te staan, te klagen over een passend ‘complex’ (desnoods twee of drie). Bij de minst originele hoorde het minderwaardigheidscomplex. Maar de winkel had een ruim assortiment te bieden: Adonis-complex, Don Juan-complex, Elektra-complex, Napoleon-complex, et cetera. Castratieangst, penisnijd en andere oedipale restanten konden ook bogen op fervente aanhangers. Al deze (al of niet vermeende) gemoedskwellingen gingen gepaard met vage lichamelijke klachten, aanhoudende angsten en overspannen zenuwen. Je wist met jezelf geen blijf en je werd geplaagd door slapeloosheid. Wie geen valium nam om met deze ongemakken om te gaan, hoorde niet echt meer bij de club. Begeleiding door een desnoods niet gediplomeerde therapeut was natuurlijk een must. Mensen wisselden ook druk namen en adressen van therapeuten uit. Wie zijn of haar zaak wat te ernstig opnam, zocht heil in therapie-shopping. Of begon paddenstoelen te eten.

Naar het einde van de vorige eeuw toe drong de depressie zich op als zaligmakende aandoening. Een leven zonder minstens één zware depressie was geen geslaagd leven. Valium werd vervangen door antidepressiva en de begenadigden vergeleken onder elkaar de uiteenlopende merknamen. Depressie werd echter al relatief snel gedemocratiseerd: een gewoon mens was er ook vatbaar voor. Mensen die zich “anders” voelden dweepten dan maar met “existentiële leegte” of “gemis aan spiritualiteit” waaronder ook hun lichaam zwaar te lijden had. Ze gingen in de leer bij meesters in de Oosterse filosofieën, werden vegetariër en vermaakten zich met yoga en transcendentale meditatie.

Sinds het begin van de 21ste eeuw kreeg je meer aandacht als je slachtoffer was of beweerde te zijn van zware trauma’s uit je kindertijd, in het bijzonder seksueel misbruik of incest. Posttraumatisch stresssyndroom (PTSD) werd een courant woord waarmee zelfs doordeweekse journalisten hun ding konden doen. Maar hier zorgde de Katholieke Kerk nu voor een verregaande democratisering: elk van Gods schepselen hoorde gelijke kans te hebben om tijdens de kinder- of jeugdjaren slachtoffer van misbruik te worden. Tegenwoordig kan je als BV, kunstenaar of schrijver met seksueel misbruik in je kindertijd niet veel meer kopen. Al kende Vlaanderen recent nog wel een paar laatbloeiers.

Maar geen paniek: niet misbruikt in je kindertijd, dan maar als (jong)volwassene. In de betere kringen wordt geen vrouw nog ernstig genomen als ze geen trauma heeft opgelopen als gevolg van seksueel grensoverschrijdend gedrag van een of andere hardleerse boeman. Zelfs jonge mannen beginnen zich te herinneren dat ze ooit door een vrouw werden verkracht. Zo het even kan: door hun eigen moeder.

En tegenwoordig moet je dus afgevoerd zijn (geweest) met een burn-out. De tijden zijn ondertussen zo veranderd dat je er allemaal financieel weinig bij inschiet. Daar hadden de socialisten ondertussen voor gezorgd met de uitbouw van de sociale zekerheid. Je moet niet meer tot de rijkere kasten behoren om aan een psychische aandoening te lijden. Het is een universeel mensenrecht geworden.

Aan de verheven BV’s en de artiesten om iets nieuws te bedenken.
.
fobie.

Rosalie in de deuropening

.
staat daar Rosalie in de deuropening

we kijken zo graag naar het onzichtbare
de onschuld van nevel en mist bij valavond
wat niet is en niet bestaat in de verste verte
ook niet verborgen achter sluiers en gordijnen
iets dat niets is niets doet – niet wordt wat het is

met gesloten ogen kijken naar kattengespin

pijn pijn fantoompijn van geamputeerd verlangen
die klamme claustrofobie van ziel in lijf
voorverkoop van de tien vogels in de hand
en het bleek schudden van de ontspoorde trein

staat daar Rosalie in de deuropening
.
.…………………………………………….Foto: Dorothea Lange (1895-1965)
.

Geen 11 november in kalenderjaar 2019 !

Ongeveer iedereen zal nu wel verzadigd zijn met herdenkingen van de Groote Oorlog en de Wapenstilstand. Elk dorp, elke gemeente in Vlaanderen weet nu op de centiliter na hoeveel liter bloed er op haar grondgebied is vergoten en hoeveel obussen er nog onder de grond liggen te wachten om opgedolven te worden.

Maar werd er doorheen de 10.000 aangestoken fakkels, het droevig en rouwig klinkend trompetgeschal, de boekenbeurzen en de handel in klaprozen ook evenredig veel aandacht besteed aan de werkelijke wereldhistorische aspecten en betekenissen van die vernielzuchtige oorlog, aan de wezenlijke belangen die toen op het spel stonden? Zoals het waarom van de voorafgaande jarenlange militarisering te land, ter zee en in de lucht; de geopolitieke oorzaken en de lange aanloop naar de Groote Oorlog; de voedingsbronnen van de toenmalige tomeloze nationalismen. Werd er onder de onoverzichtelijke massa verhalen waarmee onze mensen vier jaar werden bestookt, telkens ook diepgaander gegraven of bleef ongeveer alles beperkt tot het niveau van het avontuur van die Servische onverlaat die op 28 juni 2014 in Sarajevo een Oostenrijks aartshertogelijk koppel het zwijgen oplegde? Waarom het na die aanslag nog een volle maand duurde voordat Oostenrijk effectief Servië de oorlog verklaarde? En waarom moest in Frankrijk eerst de socialistische voorman Jean Jaurès worden vermoord (31 juli 2014) vooraleer het geheel van de Franse socialisten bereid was toe te geven aan de algemene oorlogszucht? Werd er op school ook doorgepraat over het Verdrag van Versailles van 1919 waar de rekeningen van de oorlog werden opgemaakt en al meteen de kiemen werden gelegd voor nieuwe oorlogen waarvan één niet bepaald kattenpis was? Kortom: werd er naast de kleine en grote weetjes ook systematische en breed opengetrokken ‘duiding’ gegeven?

Hoe dan ook: we zullen nu wel meer dan genoeg herdacht hebben. Zeker in de Westhoek hebben de mensen minstens een jaar nodig om te bekomen en te herademen.

Daarom wordt volgend jaar 11 november van de kalender geschrapt. Weg herdenkingen! We zullen ondertussen al 365 dagen geweten hebben dat op 11 november het orgelpunt van de Groote Oorlog wordt herdacht. Maar we hebben er wel de buik van vol gekregen eraan herinnerd te worden dat die dag in 1914 de wapens bleven stilstaan.

Op 10 november 2019 zal meteen 12 november 2019 volgen. Geen paniek, in 2020 is het schrikkeljaar. Dan kunnen we naast een 29 februari een bijkomende 30 februari inlassen. Zo zal de kalender weer zijn zoals ze al altijd is geweest. Enfin: sinds oktober 1582 toen paus Gregorius XIII de juliaanse kalender afdankte. Tijd is een relatief gegeven en de zon staat bijna nooit op de middag, om 12 uur precies, het hoogst aan de hemel. De kalender zelf is nog veel relatiever.

Leve 11 november 2020! Want dan zullen we ondertussen allemaal weer vergeten zijn waarom die dag eigenlijk een betaalde feestdag is.
..

11 nov.: Feestdag voor Alleenstaanden !

Voor de Chinezen, altijd dwarsliggers, is 11 november een dag van onvergetelijk jolijt en uitbundige feestvreugde. 11 november is er Singles’ Day (Guanggun Jie of 光棍节), een officieel erkende feestdag. Vooral jonge m/v singles en vrijgezellen vieren die dag trots en met vreugde in het hart hun wettelijke status. 11 november werd daarvoor uitgekozen omdat het getal 1 staat voor ‘op zijn ééntje zijn’. Alleenstaande dus.

De Chinezen zouden geen Chinezen zijn als ze zich die dag ertoe zouden beperken binnenshuis kaarsen te branden, wat slingers en guirlandes op te hangen en het plafond op te fleuren met ballonnetjes.

Nee, de Chinezen trekken massaal naar het internet. En/of de straat op. Dat laatste zeker niet enkel om hun maag vol te stoppen of zich te bedwelmen met geestrijke dranken. China’s 11 november werd in enkele jaren tijd ’s werelds grootste online en offline shopping-dag. Alibaba haalde in 2017 een omzet van meer dan 168 miljard yuan (US$25.4 miljard). Rivaal JD.com lanceerde een 11 dagenlang koopfestival, goed voor nog eens rond de 150 miljard yuan. Alles samen ruim meer dan 300 miljard yuan (ongeveer 45 miljard dollar).

Wat een contrast met de Europese 11 november. Hoewel! De Groote Oorlog produceerde een massa alleenstaanden. Onnoemelijk veel vrouwen werden weduwe. Meisjes en vrouwen wisten dat hun verloofde of hun man voor niets was gestorven. Ze kregen een eerzame kans op een tweede liefde, al begonnen ze die kans niet meteen op 12 november 1918 te benutten.

Daarnaar zullen de gedachten van Macron en zijn nobele gasten in het bos van Compiègne niet gaan. Een gemiste kans!

Voor nog heel wat andere verstokte vrijgezellen en alleenstaanden werd/is 11 november een heel speciale gedenkdag. Bijvoorbeeld: op 11 november 1923 werd een zekere Adolf Hitler gearresteerd als aanstichter van de legendarische Bierhalle Putsch in München. Voor hem ook een dag om nooit te vergeten.
..

Wie is Francesca ?

Scherpzinnige mensen vragen me soms: Wie is die Francesca in je blogtitel?

Francesca is de titel van een gedicht van Ezra Pound (1885-1972) uit 1908. Ik las het gedicht voor het eerst toen ik 15 jaar was in de roman “Een Eiland Worden” van Paul de Wispelaere (1963). Het is nog steeds mijn favoriete gedicht.

.
FRANCESCA
.

You came in out of the night
And there were flowers in your hands,
Now you will come out of a confusion of people,
Out of a turmoil of speech about you.
.
I who have seen you amid the primal things
Was angry when they spoke your name
In ordinary places.
I would that the cool waves might flow over my mind,
And that the world should dry as a dead leaf,
Or as a dandelion seed-pod and be swept away,
So that I might find you again,
Alone.
.
Ezra Pound
.

Enerzijds de illiberale democratie, anderzijds de liberale iddemocratie …

Mensen als Guy Verhofstadt populariseren sinds een jaar ook in onze landstaal een nieuw politiek-filosofisch concept, de illiberale democratie. Vooral de Hongaren zouden sterk zijn in dat illiberaal-democratisch gedoe. Die mogen straks misschien zelfs stemmen in een referendum dat referenda en alle andere verkiezingen gewoon verbiedt. En die Hongaren zullen gewis in grote meerderheid ‘ja’ stemmen. Waarna zeker de Polen en de Slovaken niet achterop kunnen blijven. Tot het Europees Parlement moet erkennen dat het zelf in hoge mate illiberaal is geworden, de fractie van Guy Verhofstadt incluis.

Waar een illiberale democratie kan bestaan, moet ook een liberale iddemocratie minstens dénkbaar zijn. Waar wit is, moet ook zwart zijn.

Iddemocratie: wat een monsterlijk woord. Toch moet het kunnen! Ook het woord illiberaal is immers nog niet door de Dikke Van Dale opgepikt.

Het basiskenmerk van de illiberale democratie is dat de drie staatsmachten – de wetgevende, de uitvoerende en de rechterlijke macht – in elkaar gaan schuiven. Van drie machten blijven er op de duur nog twee over. Wat natuurlijk de deur op een kier zet om meteen maar alles te herleiden tot één Grote Macht, met één Grote Leider. Stilaan beginnen de Chinese en Noord-Koreaanse kernideeën ook in Europa furore te maken. Nu moeten de Hongaren alleen nog ballistische raketten op Brussel richten.

Hoe zou het er dan in de liberale iddemocratie aan toegaan? Bijvoorbeeld in België. Dat kan niet anders dan neerkomen op een absolute vrijheid wat het aantal machten en het oprichten van politieke instituties betreft. Naast het parlement de straat, iets waar de PvdA altijd al voor heeft geijverd. Naast de rechtstaat voor de gewone burgers de onrechtstaat voor de criminelen en de fraudeurs. Naast de wetten in het Belgisch Staatsblad de sharia en het Afrikaans natuur- en gewoonterecht. Naast een seksistisch mannenparlement een empowered vrouwenparlement en een ludiek LGBT-parlement. Laat uw verbeelding maar spreken. Het mag te gek zijn voor woorden.

België is al onbestuurbaar, zal u zeggen. Het zal het nog meer zijn. Verwordt dat niet tot een al te grensoverschrijdende decadentie?

Maar is die onbestuurbaarheid niet wat we allemaal zo graag willen?
.
.

Een Syrische jihadist in mijn achtertuin?

In augustus heeft er iemand in Syrië mijn blog bezocht. Was het een Syriër of een toerist? Een Belgische F16-piloot? Een terrorist of een regeringsgetrouwe? Aboe Suleiman al-Belgiki, de beul van Raqqa, himself? De vrouw van Assad? En is die persoon per toeval op mijn blog gestoten of is hij/zij er met voorbedachten rade naartoe gesurft? Heeft hij/zij er ook iets op gelezen of onmiddellijk het venster weer gesloten?

Het komt wel eens voor dat er in Tanzania of Uruguay een onverlaat op mijn blog terechtkomt. Maar een Syriër? Die intrigeert me toch, die spreekt mijn verbeelding aan. Duizendmaal meer dan de paar Russen of Chinezen die ook wel eens een ommetje maken...

Radio Chat met Dokter Alzheimer

.
Voor Marie-Anne’s verjaardag
.
.
Het aantal gevallen van Alzheimer scheert jaarlijks steeds hogere toppen. De aandoening is door de World Health Organization erkend als een ware epidemie die bovendien met de jaren steeds erger zal worden. “Logisch”, wordt gezegd: mensen leven alsmaar langer. Hoe hoger de levensverwachting, hoe hoger ook de kans op dementie en Alzheimer. Kijk naar de statistieken! De statistieken: ik hou niet van dat soort statistieken, zolang er te veel uitzonderingen zijn. Mijn nonkel Germain werd 89 en er viel bij hem geen Alzheimer te bespeuren (wel Parkinson, maar soit). En mijn grootmoeder Romanie ging ten onder aan aderverkalking maar in de aders van haar benen, niet in die in haar hoofd. En zo kan ik wel ùren doorgaan. Het moet zeker allemaal iets ingewikkelder liggen.
.
Wat er zich bij Alzheimer neurofysiologisch afspeelt in de hersenen, is reeds jaren geen raadsel meer. Maar de eigenlijke oorzaak? Hoe zit het daarmee? We nemen contact op met Dokter Alzheimer zelf, de man die de dementievariant zijn naam gaf. Bingo! Hij verklaart zich bereid tot een kort radiogesprek.
.
E.R: “Dokter Alzheimer, laten we meteen met de deur in huis vallen. Een aantal mensen die het kunnen weten, opperen zij het zonder veel poeha dat Alzheimer als een beschavingsziekte moet gezien worden. Kortom: niet enkel puur biologische of neurologische oorzaken, maar ook sociaal-culturele. Wat is uw mening hierover?”
Dr. Alzheimer: “De achterliggende redenering steunt zeker op een paar plausibele argumenten. Je kan vrij gemakkelijk een hypothese opbouwen die zegt dat de alsmaar toenemende prevalentie van Alzheimer nauw samenhangt met maatschappelijke veranderingen die zich de laatste halve eeuw hebben voorgedaan.”
E.R.: “Kan u dit even toelichten? Op een manier die voor de luisteraar en mezelf als volslagen leek bevattelijk is …”
Dr. Alzheimer: “Zeker. De stelling verwijst naar historische en culturele veranderingen doorheen de laatste eeuw. Die veranderingen kennen vooral de laatste decennia een enorme versnelling. Schrikwekkende toename van informatie en prikkels van de meest diverse soort, ik moet daar niet over uitweiden. Maar we merken op het vlak van ouder worden een merkwaardige evolutie. Tot ongeveer de jaren 1950 veranderde een mens doorheen zijn levensloop, hij werd van kind volwassene en dan ouderling. Maar zijn wereld bleef subjectief en objectief grotendeels dezelfde. Ouder wordende hersens moesten amper en uiterst zelden afrekenen met grote veranderingen in hun leefwereld. Een man werd kaal en een vrouw kreeg rimpels en grijze haren, maar wit bleef wit en zwart bleef zwart. Je hersens moesten niet elke dag moeite doen om bij te blijven. Je had als bejaarde wel een loopstok nodig, maar als je ergens naar toe ging, was je niet vergeten waar je vandaan kwam.”
E.R.: “En tegenwoordig zou het andersom zijn?”
Dr. Alzheimer: “Ja, tegenwoordig is het andersom. Je blijft doorheen je levensloop in wezen relatief dezelfde, maar de wereld om je heen verandert in verhouding permanent, drastisch en razendsnel. Steeds maar sneller. Omzeggens elke dag sta je voor nieuwe situaties, nieuwe problemen en probleempjes, nieuwe uitdagingen. De verbindingen tussen je hersencellen moeten zich steeds aanpassen aan nieuwe prikkels, nieuwe manieren vinden om ermee om te gaan, en nieuwe antwoorden bedenken voor voorheen onbestaande problemen. Je neuronen moeten hun vertrouwde koppelingen en associaties om de haverklap loslaten en zich verbinden met andere zenuwcellen. En een moment later ook die weer in de steek laten, enz. Telkens dus tijdelijke koppelingen van korte duur. Je hersencellen kennen geen rust meer. Dat houden de meeste van die cellen geen honderd jaar vol. De werklast wordt te hoog. Hier en daar is er zelfs eentje die voor de dood kiest.”
E.R.: “Ze plegen zelfmoord?”
Dr. Alzheimer: “Ja. Er breken spontane stakingen uit. De neuronen leggen het werk neer. En collega’s uit andere hersenregio’s verklaren zich ook sneller solidair. Een steeds groter aantal neuronen weigert nog aan voortdurende partnerruil te doen. Cellen klampen zich vast aan hun bestaande banden. Ze gaan samenklitten. Blijven bij elkaar plakken. Kluisteren zich aan elkaar vast. Gaan als het ware op pensioen. Je hersenen raken bezaaid met zogenaamde “plaques”. En dat is the point of no return.”
E.R.: “Dan doen die hersencellen geen moeite meer om zich te updaten?”
Dr. Alzheimer: “Precies. Daarom faalt in de eerste plaats het opslaan van nieuwe informatie in het zogenaamde korte-termijn geheugen.”
E.R.: “Conclusie: Alzheimer is een efficiënte vorm van zelfverdediging tegen een wereld die er plezier aan beleeft ons permanent te couilloneren. Misschien zijn demente mensen wel gelukkiger dan wij. Grapje!
Goed, Dr. Alzheimer, dank u voor dit verhelderend gesprek. En nu weer muziek. En om in de mood te blijven een toepasselijke gouwe ouwe.”
.

 

Alleen patience spelen kan u redden!

De 41-jarige Duitse ziekenhuisverpleger Niels Högel heeft op de eerste dag van zijn proces vandaag (30 oktober) toegegeven honderd willekeurig uitgekozen patiënten te hebben vermoord. Hij spoot ze medicatie in die leidde tot hartfalen of andere complicaties. Hij zou de moorden hebben gepleegd uit verveling en om indruk te maken op zijn collega’s door zich demonstratief “nuttig” te maken met pogingen zijn slachtoffers te reanimeren. Wat hem, zoals hij op voorhand wist, natuurlijk meestal niet lukte.

Uit verveling!!!

Nochtans wemelt het op Internet van tips tegen verveling. De website “Inspiring Elise” lijst er zo maar eventjes 100 op. Met als Tip 4: “Lees blogs met tips tegen verveling!” (Niet lachen asjeblief!) Populair is patience spelen, vooral bij oudere laaggeschoolde mensen zoals mijn moeder (90 jaar) en mijn buurman (89 jaar).

Verveling is onaangenaam en blijkbaar ook gevaarlijk als je belast bent met het DNA van Niels Högel. Verveling confronteert je met jezelf en dat is niet leuk als je een laag zelfbeeld hebt en je weinig hebt om trots op te zijn. Verveling betekent letterlijk dat “je jezelf te veel bent”. Bij verveling hoort dan ook de vraag: “Hoe raak ik van mezelf af?”. Niet gemakkelijk te beantwoorden als het buiten regent en stormt en je geen liefhebber bent van het patiencespel.

Wat gaat dat dan worden als robots al ons dagelijks handelen overnemen? En we “het einde van de geschiedenis” meemaken?

Over hoe het dagelijks leven er bij het einde van de geschiedenis zal uitzien gaf de filosoof Alexandre Kojève ons wellicht als eerste een insteek. Kojève was een rare sjarel die rond 1935 aan tal van Franse super-intellectuelen lezingen gaf over de filosofie van Hegel. Hegel, de Duitse topfilosoof die ons in de tijd van Napoleon al voorhield dat de geschiedenis stilaan naar zijn einde loopt en we daarna alleen nog getrakteerd zullen worden op akkefietjes en faits divers. Hoe het leven dan zal geleefd worden, daar raakte Kojève ook niet goed uit want hij bewaarde zijn denkbeelden daaromtrent voor twee zij het redelijk lange voetnoten in zijn “Introduction à la lecture de Hegel” (een verzameling van zijn lezingen door toehoorder Raymond Queneau, ook een rare sjarel ). Een voetnoot in de 1ste editie van 1947, en een tweede in de 2de editie van 1968.

In zijn eerste voetnoot schreef Kojève dat mensen terug dieren zullen worden. Geen beesten die zich overgeven aan grove beestachtigheden, maar gewoon brave dieren die genoegen vinden in sobere dingen als eten, af en toe eens vechten voor een wijfje (of als wijfje koketteren voor een schare mannetjes) en voor de rest veel slapen. Geen kopbrekens dus over de zin van het leven, het al of niet bestaan van God en het lot van de ziel na de dood.

Later, na een reis naar Japan, bedacht hij zich en schreef een nieuwe voetnoot. Mensen zouden zich bij het einde van de geschiedenis overgeven aan compleet zinloze en nutteloze handelingen zoals Japans bloemschikken en omstandige theeceremonieën.

Wie nooit geleerd heeft patience te spelen begint er dus best maar aan!
..

Het Plebs, de Linkse Elite en de Staat

Het gewone volk is dom; gehersenspoeld; stemt bij verkiezingen tegen zijn eigen belangen in; het is moreel inferieur; het staat onverschillig tegenover de lijdende medemens; het is egoïstisch en met niets of niemand solidair; het is zich niet bewust van de urgentie van de preventie van rampen die ook hem boven het hoofd hangen. Het mag dan ook beledigd, uitgelachen en vernederd worden, kortom gediscrimineerd worden. Zijn bestaan mag zelfs ontkend worden.

Schaamteloze opvattingen die paradoxaal genoeg vooral door een flink deel van de linkse culturele elite en haar fanatieke miltante acolieten graag worden verspreid. Vooral dus door mensen die helemaal geen contact hebben met het gewone decente volk. Noch rechtstreeks want ze wonen in aparte wijken, noch onrechtstreeks via de media want daar komt de stem van het gemene volk amper aan bod. Zelfs in ultra-populaire tv-programma’s als FC De Kampioenen of Thuis treden geen industriearbeiders of bouwvakkers op. Zelfs geen ambtenaren.

Het plebs is ‘materialistisch’ en vraagt zich bij alles af hoeveel het kost, het heeft een baksteen in de maag, kijkt elke avond drie uur naar tv en gaat de zaterdagavond naar ‘de voetbal’. Het eet elke dag vlees, verspilt massa’s voedsel en koopt alles in plastic verpakkingen. De mannelijke plebejers hebben nog niet afgeleerd om vrouwen te intimideren en de vrouwelijke plebejers hebben nog niet geleerd om zich te verweren tegen hun patriarchale mannen.

Het plebs is dan verantwoordelijk voor het voortbestaan van het kapitalisme, voor de massale CO2-uitstoot, voor de verwoesting van de planeet, voor het smelten van het poolijs, voor de dalende biodiversiteit en voor de toename van het aantal dood en verderf zaaiende orkanen en tyfonen en van hun hevigheid.

Voor het superieure ras van wereldverbeteraars dat iedereen de vinger wijst die het met hen niet eens is, is dat plebs er ook de oorzaak van dat links in dit land geen meerderheid haalt. Toch beweren de meeste linkse politici en hun sympathisanten die openlijk of gereserveerd neerkijken op het plebs, dat ze opkomen voor de minst bedeelden en voor de doorsnee werknemer die door de politieke rechterzijde in zijn/haar sociale zekerheid wordt bedreigd.

Hoe moeten we die tweespalt verklaren?

Links staat voor militantisme, voor pogingen om politieke macht te verwerven, het manifesteert voor het om even wat in de publieke ruimte, in straten en op pleinen. Linksen pretenderen te weten welke problemen de samenleving kent, er een correct inzicht in te hebben en dus ook de oplossingen te kunnen aandragen. Doorgaans hebben zij immers een diploma van mens- en maatschappijwetenschappen op zak en zijn dus geschoold in correcte maatschappijkritiek en het realiseren van maatschappelijke veranderingen. Zelfverklaarde linksen hebben een duidelijk min of meer coherent wereldbeeld dat nochtans dikwijls niet verder gaat dan het onderscheid tussen de goeden en de slechten. Zij weten hoe de wereld in elkaar zit en zijn dus dragers van absolute waarheden. Zij weten wat er verkeerd loopt in de maatschappij en wat eraan gedaan kan en moet worden.

Om de macht te verwerven waarmee alles ten goede kan worden gekeerd hebben ze een massaal draagvlak bij de bevolking nodig. Maar dat hebben ze niet en dus moeten ze als ware priesters preken en prediken om zoveel mogelijk mensen te bekeren. Zonder massaal voetvolk kunnen ze de Wetstraat niet overnemen. Of de openbare ruimte helemaal voor zich opeisen.

***

Met een beetje empathie, verdraagzaamheid en goede wil zou de zaak ook wel eens vanuit het perspectief van het plebs kunnen bekeken worden. En dat zou best eens mogen. Want het laat de ganse maatschappelijke boel draaien, de economie die zorgt dat er brood bij de bakker ligt. Het plebs, dat gemene volk, wil NIET participeren aan het politieke bedrijf en aan de staatsmacht. Het wil dat de Staat het beste met hem voorheeft, het werk doet waarvoor de staatsvertegenwoordigers gekozen en rijkelijk betaald worden, hem geen rad voor de ogen draait en vooral: dat de Staat hem verder met rust laat. Plebejers willen het Goede Leven dat ze min of meer leiden niet vergooien aan grootse denkbeelden, idealen en utopieën die toch telkens illusies blijken te zijn. Of oplichterij. Ze willen in de eerste plaats een gedegen gezondheid. Ze willen zich niet klem rijden in burn-outs.

Dus houdt het plebs zich met zijn eigen zaken bezig. De klaar staande aspirant-elite vindt dat verwerpelijk maar paradoxaal genoeg ook geruststellend. Want stel je maar eens voor dat …
.

.

sp.a schakelt over op de postduif !

Stilaan beginnen de nadelen van email-communicatie de voordelen ervan te overvleugelen. Nonchalante e-mails kunnen je zoals ondoordachte Facebook-posts levenslang achtervolgen of je verdere loopbaan hypothekeren.

Kolonel Harold Van Pee, de man die de F-35 kocht, weet er alles van. De afwikkeling van de aankoop van de nieuwe gevechtsvliegtuigen was één verhaal van ongelukkig e-mailverkeer. Valse mails, mails verzonden door onbevoegde legerofficieren, uit de context gerukte mails, te vroeg of te laat verstuurde mails, enz. In De Standaard van gisteren bekent hij dat een paar van zijn medewerkers opperen om opnieuw zoals vroeger met de postduif te communiceren.
.

Ook bij de sp.a overweegt men om het e-mailverkeer te vervangen door het inzetten van postduiven. Voorzitter John Crombez ontvangt immers niet alleen e-mails die er geen zijn. Hij laat er ook verzenden waarvan hij daarna verklaart dat de inhoud ervan waardeloos is. Zo verstuurde hij vrijdag een e-mail naar zijn Oostendse sp.a-leden. Daarin kondigt hij zijn beslissing aan om te verzaken aan deelname aan het stadsbestuur en noodgedwongen en met pijn in het hart voor de oppositie te kiezen. De e-mail wordt, wat dacht je, onmiddellijk gelekt. Waarop John de journalisten van de kwaliteitskranten laat optekenen dat de inhoud bullshit is. Zo kan het echt niet verder.
.
postduid

Administratieve Vereenvoudiging

Volgens welingelichte persbronnen hebben de Brusselse magistraten deze week een richtlijn ontvangen om eenvoudige diefstallen, winkeldiefstallen en aanrandingen niet langer te behandelen. Dat is op zichzelf geen groot nieuws, maar een bevestiging van de bestaande praktijken. Wel nieuw is dat de richtlijn ook bepaalt dat de politiedossiers bij aankomst op het Parket zelfs niet meer geopend moeten (=mogen) worden. Alles meteen naar de papierversnipperaar.

Ondertussen moet de politie bij aangifte van een diefstal nog steeds een PV opmaken. Daar kruipt zeker per aangifte een half uur werk in. Tel maar eens op!

De politiediensten klagen al jaren dat ze verdrinken in het papierwerk en dat ze daardoor steeds meer hun kerntaken moeten verwaarlozen. Jan Jambon, minister van Binnenlandse Zaken, wil nu eindelijk eens aan hun verzuchtingen tegemoet komen. Hij wil de verhouding tussen het werk van de politieagent en dat van de inbreker evenwichtiger maken, zodat beide partijen de confrontatie met gelijke wapens kunnen aangaan. Inbrekers hebben namelijk geen papierwerk, en dat is niet rechtvaardig.

Daarom heeft minister Jambon een wetsontwerp klaargestoomd dat onder meer in volgende bepalingen voorziet:
– de inbreker moet zich laten registreren en over een beroepsvergunning beschikken nadat hij/zij de noodzakelijke opleiding met succes heeft gevolgd. Personen met een strafblad krijgen geen toelating tot de opleiding.
– bij de registratie ontvangt de inbreker een badge. Deze moet de inbreker steeds kunnen laten zien aan de geviseerde persoon of de afgevaardigde van de handelszaak die hij/zij als voorwerp van zijn/haar beroepsactiviteit heeft uitgekozen.
– de inbreker moet per dag een logboek bijhouden met vermelding van de uitgevoerde activiteiten, de inkomsten en de uitgaven. Ambtenaren van de sociale inspectie en van de belastingdiensten moeten te allen tijde inzage kunnen krijgen van dat logboek.

De vakbond van inbrekers, dieven en oplichters (VIDO) verklaart zich bereid om over het ontwerp te onderhandelen, maar eist alvast een billijke pensioenregeling.
.
inbraakpreventie-cartoon-quirit_tcm5-7410.

Wat heb je vandaag op school geleerd? Papahanaumokuakea! [U scheert gek?]

Begin oktober verdween een (onbewoond) eilandje in het zee-reservaat Papahānaumokuākea in de Amerikaanse staat Hawaï. Het beschermd zeegebied staat op de lijst van het Wereld Erfgoed. Papahānaumokuākea beslaat een oppervlakte van 1.510.000 km² aan oceaanwater. Het reservaat omvat een tiental eilanden en atollen. Het gebied is onbewoond, maar het vormt wel het paradijselijk thuis van een bijzonder gevarieerde zeefauna.
...
Het gebied werd onder de regering Bush vastgelegd en behelsde aanvankelijk 360.000 km². Onder Obama werd in 2016 de oppervlakte van het gebied verviervoudigd. Daarmee werd het één van de grootste beschermde natuurzones in de wereld.

Het lezen van het bericht in De Standaard van vandaag 26 oktober ontlokte me een prangende vraag. Heeft Obama (en eerder Bush) toen publiek melding gemaakt van zijn presidentiële beslissing en zou hij, toch een excellent redenaar, zonder verpinken en zonder spiekbriefje de naam van het maritiem reservaat hebben uitgesproken? Mij lukt het alvast niet, ook niet als ik de lange fonetische vorm pɑːpɑːˈhɑːnaʊmoʊkuˌɑːkeɪ.ə onder ogen krijg.
.
De correcte uitspraak kan je wel beluisteren op:

En de betekenis van de naam Papahānaumokuākea op:


.
Waarom ik hiervan op mijn blog melding maak? Gewoon omdat dat verdwijnen van een eiland me ietwat emotioneel beroerde. Ontstaan en ontbinden: is dit niet het lot van alle organische en anorganische vormen? Ook kwam bij me de herinnering op aan de roman “Een Eiland Worden” van Paul de Wispelaere (1963). In deze roman trof ik voor het eerst het gedicht “Francesca” van Ezra Pound (1908) aan. Dat gedicht is nu al meer dan een halve eeuw mijn favoriet gedicht. De naam van mijn blog verwijst natuurlijk naar deze Francesca.
.

Zie je ze vliegen ?

F35 cartoon.
Het gevechtsvliegtuig is door de kerk. De regering heeft unaniem beslist haar F-16’s te vervangen door 34 F-35’s. Na meer dan 4 jaar palaveren, voorwaar een toonbeeld van politieke moed en slagkracht!

Persoonlijk zou ik het risico wat gespreid hebben. Bijvoorbeeld: 17 G-35’s en 17 H-35’s. Maar deze types waren niet in de running.

Net op het moment dat ik kennis neem van het bevrijdend bericht, scheert een vliegtuig boven mijn woonst (ik sta, zit en lig hier op de aanlooproute naar een landingsbaan van Ostend-Bruges International Airport). Onwillekeurig denk ik: daar wordt de eerste F-35 al geleverd. Een tuig van Ryanair zal het wel niet zijn want die zijn tegenwoordig 1 dag op 2 in staking. Maar net ook vandaag hebben de werknemers van Ryanair een historisch succes geboekt. Ryanair heeft gebogen voor de piloten en het cabinepersoneel. Waarvoor warme felicitaties!

Als de olieprijs echt flink zou stijgen zoals de Saoedi’s beweren, kunnen de F-35’s meteen bijgezet worden in het Brussels Air Museum in het Jubelpark. Na al die reclame in de media zal elke Belg de beruchte toestellen wel eens in levende lijve willen aanschouwen. Met een ingangsprijs van 10 euro is alvast een deel van de kostprijs van de F-35’s terugverdiend.
.

Filosofie voor en door Neuroten

.
De onderwijzer komt de klas binnen, hij torst een grote veelkleurige bol en plaatst die op zijn lessenaar. De bol rust op een zwarte sokkel en hangt vast aan een boog die boven- en onderaan vastgepind zit in de bol. Hij vraagt ons naderbij te komen.
Om meteen indruk te maken geeft hij de bol een fikse draai. Ik kijk geboeid zoals ik zelden naar iets geboeid heb gekeken.
Het is de aardbol, de globe.
’s Nachts in bed ziet mijn verbeelding die bol draaien en draaien. En ik vraag me af waar dit zou eindigen met die bol: het einde van de wereld dus. Begin en einde: heeft alles niet een begin en een einde?

Bovenstaande is een traumatiserend fragment van mijn schoolgaande jeugd.

.
Beginnen en eindigen der dingen?

Maar een zekere filosofische en spiritualistische goegemeente blijft zich toch hardnekkig bezighouden met eeuwigheden, met bovennatuurlijk- en bovenmenselijkheden, met eeuwig vaststaande onveranderlijke substanties. Spek voor de bek van Übermenschen misschien, en dat zijn we voorlopig nog altijd niet.

Ik heb over die eeuwigheden altijd al eens mijn definitief gedacht willen zeggen. Alleen luiheid en een zekere onmacht weerhielden me: om die gedachten te formuleren moet je immers hard nadenken. En dat is heel vermoeiend. Je moet ook zeker zijn van jezelf.

De patroonheilige van de genoemde goegemeente heet Plato. Al was hij niet echt de eerste in zijn soort, hij was het toch die met zijn uitgewerkte theorie over de eeuwige en onveranderlijke Ideeën de eerste Nobelprijs voor de Filosofie zou gewonnen hebben. Zelfs als je oog in oog komt te staan met een nieuw object dat je nooit eerder gezien hebt, dan bewaart dit object volgens Plato in zich een herinnering aan de oorspronkelijke Idee van dat ding (‘anamnesis’). Het wemelt tegenwoordig nog altijd van platonisten. Centraal staat daarbij de gedachte dat Ideeën buiten tijd en ruimte staan, kortom: ze zijn ‘goddelijk’.

Hoe komt Plato tot deze perversie van het gezond verstand? Zijn redenering is bepaald niet dwaas. Individuele objecten bezitten namelijk een manifeste gemeenschappelijkheid met soortgenoten: alle individuele paarden vallen onder het begrip Paard. Begrippen (Plato’s Ideeën) wijzen niet rechtstreeks naar afzonderlijke particuliere dingen maar naar hun gemeenschappelijk wezen of substantie. Een begrip is abstract (de particulariteiten zijn ervan ‘afgetrokken’), het behoort tot het intellect en is dus niet zintuiglijk van aard. Afzonderlijke paarden zijn direct waarneembaar. Het begrip Paard blijft evenwel bestaan, ook wanneer er geen paarden in de omgeving te bespeuren vallen. Zo kon Plato tot de slotsom komen dat elk afzonderlijk paard schijn is en dat het begrip Paard de ware werkelijkheid is. Die begrippen zijn dan eeuwig en onveranderlijk, want ze staan dus buiten tijd en ruimte. Het begrip eeuwigheid slaat dus op dat wat als buiten ruimte en tijd wordt beleefd en blijft geldig bij afwezigheid  van de waarneembare fenomenen, die immers steeds tijdelijk zijn. De Ideeën bestaan in een bovennatuurlijke wereld. Een parallelle, transcendente  wereld die volledig onafhankelijk van de waargenomen wereld bestaat of er volgens anderen toch wel een zeker maar duister verband mee onderhoudt.

Wie in een bovennatuurlijke, parallelle Ideeënwereld gelooft, wil daar uiteraard wel eens op bezoek gaan. Vandaar de mystiek, de poging om op te stijgen tot en één te worden met dat transcendent universum. Het resultaat van zo’n bezoek is de extase. In het Grieks betekent het woord ‘ekstasis’ letterlijk buiten-(gaan)-staan. Extase staat dus voor het verlaten van de zintuiglijke werkelijkheid, het hebben van contact met de goden en met bovenmenselijke of buitenmenselijke krachten (van sjamanisme tot de mystiek in de monotheïstische godsdiensten tot de meditatie in de Oosterse filosofie). De extase is een familielid van de droom, de roes, het visioen, de hallucinatie, het nirwana: allemaal vormen van contact met en opgaan in het bovenmenselijke, het buitenzinnige.

Aristoteles, hoewel een leerling van Plato’s Academie, floot zijn didactisch falende leermeester terug. Abstracte begrippen, de Ideeën dus, zijn maar woorden. Abstracties en veralgemeningen kunnen effectief niet met de zintuigen waargenomen worden, ze zijn in die zin dus inderdaad buiten-zinnig, boven-zinnig, boven-natuurlijk. Als er iets buiten de zintuiglijk waarneembare tijd en ruimte bestaat, dan zijn het precies woorden en begrippen, de basis van onze prozaïsche taal. (In tegenstelling tot muziek en eigenlijk ook poëzie die in hun verste origine wezenlijk opgebouwd zijn uit klanken en tonen zonder verdere taalkundige betekenis.) Verheven begrippen zoals vrijheid, rechtvaardigheid, mensenrechten en minder verheven begrippen zoals warmte en koude hebben wel een zekere tijd- en ruimteloosheid in de zin dat ze op verschillende momenten en plaatsen in min of meer dezelfde betekenis gebruikt kunnen worden. Maar al deze begrippen, alle mogelijke begrippen zijn niet eeuwig en onveranderlijk. Ze vervellen doorheen de geschiedenis: 100 jaar geleden dekten ze een andere inhoud en binnen een andere 100 jaar worden ze misschien niet eens meer gebezigd. Soms vervellen ze heel snel.

Taal vormt het fundament van ons intellect, ze heeft zich evolutionair gezien als medium ingebed in het gebied tussen waarneming en gedrag. Dat tussengebied komt niet voor bij reflexmatig, instinctief of ‘hartstochtelijk’ gedrag. Zonder taal geen denken, geen Rede. (Rede, Logos, Ratio: het zijn woorden die etymologisch onmiddellijk verwijzen naar ons spreken.) We denken steeds in woorden – en beelden. Verbeelding is onlosmakelijk met verwoording verbonden. We kunnen beelden wel vasthouden, maar ze verschijnen toch steeds in samenspraak met een gedachtestroom van woorden en zinnen. Het geheel vormt onze “stream of consciousness” die dan op haar beurt nog eens ingebed zit in de stroom van ons handelen, al is het maar stilzitten.

Je zou finaal nog durven beweren dat Aristoteles de vader is van de zogenaamde linguïstische wending in de filosofie. Die staat voor een majeure ontwikkeling in de westerse filosofie van de 20ste eeuw waarbij de nadruk kwam/komt te liggen op taal en haar rol in de constructie van de werkelijkheid. Al moet gezegd worden dat de linguïstische wending met uiteenlopende intellectuele bewegingen werd/wordt geassocieerd. De nadruk op de rol van de taal in onze wereldbeleving heeft weliswaar het laatste decennium weer aan belangstelling ingeboet. Het slingert altijd in de geschiedenis van de filosofie, maar soit.

Toch lijkt me een en ander gemakkelijk uit te leggen. We kunnen bijvoorbeeld de Big Bang pas denken omdat we er met die term kunnen over spreken. In zekere wellicht overdreven maar strikt idealistische zin is taal het instrument van de Rede. De taal waarin we de Big Bang kunnen denken en verwoorden, zou dan bestaan vóór de eigenlijke Big Bang zelf. Hoe de Big Bang ons al natuurkundige waarheid kan worden voorgesteld hangt volledig af van de wijze waarop we erover kunnen spreken. De taal gaat in die zin vooraf aan de werkelijkheid, in ieder geval aan mijn of uw werkelijkheid. We groeien hoe dan ook op in een taal die in haar structuur aan ons voorafgaat: we worden als kind in de (moeder)taal geworpen. Onze aangeleerde taal creëert en ordent onze wereld. Dingen bestaan slechts als dingen wanneer ze benoemd kunnen worden, wanneer ze een naam dragen.

Johannes’ openingszin van zijn evangelie “In den beginne was het woord. En het woord was God” is dan nog zo stupide niet, al moet ik hier voorzichtig zijn want daar staat al iemand klaar om me godsdienstigheid en vulgair idealisme aan te wrijven. God, Geest, Logos: alle verwijzen ze naar een kracht die orde schept uit het niets, uit de chaos. Die kracht komt in het scheppingsverhaal van het Bijbelse boek Genesis nog eens terug als de “roeach elohim”, de adem Gods die bij de schepping boven water en land zweefde (vers 2 van Genesis). Roeach was overal aanwezig. Het Hebreeuwse woord voor adem is hetzelfde als het woord voor geest. En adem verwijst ook rechtstreeks naar taal (zingen en spreken). De Bijbelse schepping van het ondermaanse vooronderstelt de roeach, m.a.w. de roeach moet er geweest zijn vóór de kosmos, de wereld en de aardse wezens en objecten. “JHWH heeft mij vóór al het andere verworven/…/toen hij zijn scheppingswerk begon, schiep hij eerst mij.” (Bijbel: Spreuken 8:22,30-31). Niet te verwonderen dat sommige kerkvaders openstonden voor de platonische traditie en dus een voorkeur koesterden voor het Johannes-evangelie, dat compleet anders in elkaar steekt dan de andere drie.

We raken hier aan de rand van het Onuitspreekbare, van het Ondenkbare. Waar woorden te kort schieten. Kortom: we raken aan dat wat vooralsnog niet gedacht kan worden, maar wel lichamelijk gevoeld kan worden. Zoals liefde en haat. Leven en dood.
.
..

Voilà! Oordeel zelf maar. Gelukkig voor mij bestaat naast de lachband (zoals op tv) niet zoiets als de boegeroepband.
.applaus2.

Zeker dat je bent gaan stemmen ?

.
15% van de kiesgerechtigden heeft bij de voorbije gemeenteraadsverkiezingen zijn of haar kat naar het stembureau gestuurd (of ongeldig gestemd). In Charleroi kwam het recordaantal van 26,39% niet opdagen. Oostende haalt een bemoedigende score: 14,65 %. Had het geregend, dan was het cijfer nog een eenheid groter geweest. Blijkt dat vooral de minstbedeelden het signaal “Laat ons met rust!” de politieke wereld hebben ingestuurd. Hoe groter de armoede in een stad of gemeente, hoe meer stemweigeraars (en armoede vind je natuurlijk vooral in de steden). Sinds het begin van deze eeuw stijgt bij verkiezingen keer op keer het aantal stemweigeraars.

Maakt de particratie zich ongerust? Hier en daar maar niet overal. Vooral de partijen die opkomen voor de minst bedeelden en de armoedebestrijding tot breekpunt hadden gemaakt (of althans beweerden dat te doen), zitten met de handen in hun haren. Zij moeten vaststellen dat net zij van de arme kiesgerechtigden geen mandaat hebben gekregen om wetten en decreten te stemmen die de situatie van de armen zouden kunnen verbeteren. De partijen die pleiten voor de afschaffing van de stemplicht (en soms zelfs van het stemrecht), zien hun voorstellen dan weer met bijkomende argumenten gestaafd.

Als het zo verdergaat met de opkomst, zal in 2030 niet eens de helft nog gaan stemmen. De regering heeft daarom voor alle zekerheid een taskforce van wiskundigen en statistici aan het werk gezet om te voorspellen welke de kans is dat een kiesgerechtigde wel degelijk gaat stemmen. Een positief en optimistisch beleid kan hier dan op geënt worden.

Dacht de taskforce voor een opdracht te staan die ze op een uur zou klaren, dan weten ze daar onderhands wel beter. Het probleem is ingewikkelder dan op het eerste zicht leek. Een hoeveelheid factoren blijkt in het spel. Eerst en vooral de kans dat de oproepingsbrief wel degelijk de juiste bestemmeling (niet) bereikt. Daarnaast een reeks fysische parameters zoals de afstand tot het stembureau, de weersomstandigheden en de stiptheid van het openbaar vervoer. Plus allerlei psychologische variabelen: het machteloosheidsgevoel dat verkiezingen toch niets veranderen, het ochtendhumeur van de kiesgerechtigde, et cetera.

Het resultaat van de inspanningen van de taskforce mag er zijn. Blijkt dat de kans dat iemand gaat stemmen, bepaald wordt door de uitkomst van een complex stelsel vergelijkingen. Die vergelijkingen staan voor volgende formules:
.
wiskunde stelsel.

Nu moeten de politieke marketeers met de resultaten aan de slag, al betekent dit dat ze zich eerst grondig zullen moeten laten omscholen.
.

Neem me toch ook eens ernstig !

.alcool-sigaret.
Meer dan een jaar lang heb ik me ervan weerhouden om op mijn blog zelfs maar in korte stukjes te schrijven over zwaarwichtige zaken zoals politiek, filosofie, maatschappelijke problemen, religie en de rest van de bataclan. Ik heb gans die tijd gewoon niets meer op mijn blog geplaatst. Ik houd me wel onledig met de verkoop van wat losse satire en geestige vondsten op Facebook, zoals vroeger ook wel meer dan eens op deze blog. Daar heb ik tot op heden precies genoeg aan. Alles zo veel mogelijk weglachen. Althans in mijn “publiek” optreden. Hier en daar een satirische of cynische joke droppen: het vraagt ook geen volgehouden inspanning, één minuut is meestal meer dan voldoende. Wel kan ik het nog steeds niet laten om met de regelmaat van een klok diepzinnige (nou ja) commentaar te geven op de Facebook-posts van anderen: dan komt de intellectueel Eric Rosseel voor even terug boven water.

Dat alles wend ik me (deels) voor. Inderdaad: mijn sarcasme of cynisme staat nooit voor onverschilligheid of gevoelloosheid. Ik ben ook geen enthousiast liefhebber van stand-up comedy. Ik heb mij er in ieder geval nooit voor verplaatst. Tijdens die passieve teruggehouden periode van anderhalf jaar bleef ik wel systematisch boeken lezen over zwaarwichtige issues, maar het komt me over alsof ik niet langer het geduld heb om rond deze issues een doordacht en uitgebalanceerd stuk te schrijven of er een langer essay aan op te hangen. Plus het gevoel dat ik het allemaal reeds eerder heb geschreven, net zoals die onderwerpen en de wijze waarop ze worden gepresenteerd zelf ook doorgaans beladen zijn met onverkwikkelijke déjà-vu fenomenen. En omdat heel wat zaken uit de dagelijkse actualiteit me veeleer irriteren dan me boeien en mijn constructieve aandacht opeisen. Ik heb in mijn leven nooit geschreven vanuit de onderbuik of vanuit een hevige passie. Toch verwijt ik mezelf geregeld dat ik mijn nochtans stevig onderbouwde meningen, overtuigingen en visies niet meer kan of wil kenbaar maken. Ik heb er het geduld niet meer voor. Te vadsig, maar soms vind ik mezelf ook wel eens laf.

En nu, nu ik reeds een paar weken gestopt ben met roken, ben ik precies weer in een nieuwe fase beland. En ja, ik hoop dat die fase toch zijn tijd mag duren. Ik heb mijn blog weer ter hand genomen. Om opnieuw satire en uitgewerkte geestigheden af te wisselen met doodernstige traktaatjes. Nee, aan essays van 5.000 à 10.000 woorden zal ik me niet meer wagen. Tijdverspilling, geen kat die dit leest.

Vandaar: neem me af en toe maar eens ernstig! Je zal wel na een paar regels merken of ik de intellectuele dan wel de luchtige satirische toer opga.
.
tiepmachien.

Daphne du Maurier met haar kat

.
Niet alle syllogismen zijn logisch correct.
Een vals syllogisme is bijvoorbeeld:
.
Majorpremisse: Daphne du Maurier had een kat
Minorpremisse: Mijn kat heet Daphne
Conclusio: De kat van Daphne du Maurier heette Daphne
.
.
Daphne du Maurier chat
.

Huis-, tuin- en keukenfilosofie in 3 akten

.

De filosofie heeft deze eeuw eindelijk opgehouden met het bedenken van verzinsels over de onzichtbare en transcendente metafysische wereld. Iedereen heeft immers een duim waaruit van alles en nog wat kan gezogen worden. En er is al lang geen God meer die de leugenaars en oplichters kan sanctioneren met eeuwige verdoemenis.
De filosofie buigt zich weer over waarneembare dingen, waaronder ook mensen. Zo heeft Peter Sloterdijk rond het jaar 2000 een trilogie geschreven, gecentreerd niet rond de vraag “Wie is de mens?” (Wer ist der Mensch?), maar rond het thema “Waar is de mens?” (Wo ist der Mensch?).
De plaatsen waar een mens het meest kans heeft om bij de aanvang van een nieuwe dag gespot te worden, zijn het huis, de tuin en de keuken.

.
1. Het Huis.

Het Huis van Saoed (verblijfplaats van de Saoedi heersers) heeft een ontelbaar aantal kamers. Koning Salman kan zelfs bij benadering het aantal niet aangeven. Het is ook een dynamisch huis. Zo worden er vóór het bezoek van buitenlandse staatshoofden zoals Filip en Mathilde eerst twee appartementen bijgebouwd, één voor de gemaal en één voor zijn gemalin. Is het staatshoofd een vrouw of een vrijgezel, dan buigt de Raad der Ouden zich over de gepaste verwelkoming van deze heidenen.
Er worden soms ook kamers gesloopt of “gerenoveerd”. Als bijvoorbeeld de kroonprins stout is geweest, dan worden een paar van de luxueuste kamers van zijn appartement dichtgemetseld.
Om een idee te geven van het comfort in het Huis van Saoed: elk appartement heeft een badkamer met een zwembad van 5 op 10 meter. De badkamer is echter niet voorzien van een bidet. Dat bevindt zich zoals ook bij ons na de uitvinding ervan in de 18de eeuw tot het begin van de 20ste eeuw het geval was, in de slaapkamer. De Saoedi’s beseffen niet hoezeer die bidet-traditie symbool staat voor het inferieure beschavingsniveau van de Arabieren.
.
saudi_arabia_palace.
.
2. De Tuin.
Er zijn verschillende soorten tuinen. Je hebt de Engelse Tuin, de Franse Tuin, de Landschapstuin en de Hangende Tuin, om maar de meest bekende te noemen. De Engelse en de Franse Tuin waren vooral populair in de 18de eeuw. Recent is echter de Hangende Tuin aan een onstuitbare opmars bezig. Architecten zijn immers, zij het bedenkelijk laat, tot het besef gekomen dat de gevels van wolkenkrabbers en andere in de hoogte opgetrokken gebouwen esthetische miskleunen zijn.
Sommige tuinen zijn bijzonder flexibel. In deze categorie vallen de tuinen waar arme mensen van dromen.
Tenslotte moeten we melding maken van het bestaan van Verloren Tuinen, bv. The Lost Gardens of Heligan (Cornwall).
.
tuin.
.

3. De Keuken.
De keuken is in ieder huis de heilige plaats bij uitstek. Hier worden offers gebracht aan de huisgoden. Hier staat of valt ook het leven van de bewoners. De keuken waarborgt de continuïteit van het gezin. Wat de keuken verlaat wordt door de begenadigde eters dan ook, vóór het verorberen met de gepaste etiquette, eerst grondig geïnspecteerd. In kastelen en in koninklijke paleizen bevindt zich daarom naast de keuken een bijkeuken, heel toepasselijk het Voorgeborchte genaamd. In die bijkeuken worden spijs en drank volgens een strak ritueel voorgeproefd. Zijgt de voorproever meteen neer, dood als een pier, dan weet men zo hoe laat het is. Neemt het eten de hindernis van de voorproever, maar wordt de heer des huizes toch levensgevaarlijk ziek, dan staat men voor een raadsel.
Vandaar de term keukengeheimen.
.keukengeheimen_vb_2.
.
Morgen behandelen we het smakeloze soort pseudo-filosofie dat beoefend wordt in het psychologische tijdschrift Filosofie Magazine. Tenzij de omstandigheden ons voor dwingendere uitdagingen plaatsen.
.

De kwadratuur van de cirkel en de circulatie van het vierkant ?

..

Men neme een spreekwoord zoals:
Wie een put graaft voor een ander, valt er zelf in!
Hier wordt een welbepaalde enkeling geviseerd die op de school die het leven is, niet goed heeft opgelet. Ik ga geen namen noemen, iedereen is er in zijn omgeving wel één rijk. Maar niet goed opletten maakt je nog geen idioot. Het omgekeerde doorgaans wel. Stel: de idioot kruipt uit de put waarin hij gevallen is maar geeft zijn plannen niet op. Hij zegt zichzelf: “Ik maak een grotere put!” Werkt weer niet, nog grotere put. En zo voort tot in het oneindige. Met als resultaat een oneindig grote put waar hij zelf nog altijd de enige is die erin valt. Cybernetica-veteranen spreken in dit verband, in het Engels évidemment, van een ‘positive feedback loop’. Bescheiden mensen houden het bij een vicieuze cirkel.

Ah! Daar duikt reeds de cirkel op! Nu nog het vierkant!

Hoe kwadrateren we nu die cirkel? Misschien als volgt:
Keren we even terug naar ons spreekwoord ‘Wie een put graaft voor een ander, valt er zelf in.’ Vervangen we nu de welbepaalde en met naam te benoemen enkeling door dé mens. Dé mens, de mensheid die als het ware zelf optreedt als een enkelvoudige handelende persoon. Dan krijgen we:
Dé mens graaft een put en valt erin!
Denk aan de excessieve aardse activiteiten van de menselijke soort, haar veel doen en weinig laten. Met haar mogelijke ondergang als gevolg van uitputting van de grondstoffen en opwarming van de aarde. Dé mens speelt hier een dubbele rol: als boosdoener én als slachtoffer. Zijn dat echt een en dezelfde?

Een mooier literair voorbeeld: de mens zaagt de tak af waarop hij zit!
De tragedie van de menselijke soort dus. Denken dat je de natuur verschalkt maar simpelweg zelf verschalkt worden. Maar wie zit op de tak en wie zaagt? De mensheid als geheel, als één bende onverantwoordelijken?
Zeker zit ik op de tak. Maar ik ben het niet die aan het zagen is, dat doet iemand anders. En ik weet zelfs wie. HET IS DE MINISTER VAN PENSIOENEN!

Wat heeft dit nu allemaal van doen met de kwadratuur van de cirkel en de circulatie van het vierkant? Tja, ik weet het niet, maar dé mens kent het antwoord. Hij wil het echter niet vertellen.

Nog een toemaatje:
Wees realistisch, vraag het onmogelijke!
Of even mooi:
Wees onmogelijk, vraag het realistische!
.

My Cat and Me … [een mini-essay]

.
Het leven is onrechtvaardig, maar niet voor katers en poezen.

..

Mijn poes Daphne heeft een nieuw mandje, enfin: een bijzonder grote mand, er is zo nodig wel plaats voor drie katten. Heb ik van mijn stokoude buurman. Het is de mand van zijn hondje dat al meer dan twee jaar dood is.
.
IMG_0215.
Ze is supergelukkig met haar nieuwe rustplaats. Ze slaapt er een gat in de dag in. En een gat in de nacht.

Zo heeft ze een nieuwe uitwendige levenssfeer, een ruime geborgenheid dicht bij haar vacht. Ze kan zich nu ook van binnen voort blijven verrijken.

Een nieuw ecosysteem. Kijkt ze over de rand van haar mand, dan overziet ze gans haar wereld. Die is altijd dichtbij. Alles is dichtbij.

Mij vragen ze evenwel steeds maar verder en verder te zien dan mijn neus lang is. Lichtjaren ver desnoods. Maar mijn neus kan en mag ik niet langer maken, ik mag ze niet uitrekken. Enfin, dat wordt me toch afgeraden.

Is die adviserende instantie wel betrouwbaar?
.

 

woorden verliezen blind hun milde zomervacht
ginds maakt liefde zich op: het laatste uur
de ultieme nacht

wie begrijpt begrijpt niet - puurt en ploetert
in het stille zwijgen van een droom die bruusk
weduwe wordt

aan de horizon wordt zij tot god gekroond en
nu voor eeuwig weerloos zo zonder verstand
een kale man gelijk

[21-10-18]
.
.

BH-loze Zondag in Amsterdam !

Recent is er in Amsterdam nogal wat ophef geweest over een reeks stedelijke maatregelen en verordeningen die moeten demonstreren dat het de stad menens is met haar beleid omtrent gender-neutraliteit. Gender-neutraliteit betekent niet alleen dat de verschillen tussen de geslachten (mannelijk, vrouwelijk, transgender) vervagen, maar dat ze ook radicaal uit de wereld worden geholpen. Zo moeten de Amsterdamse openbare toiletten hok per hok toegankelijk zijn voor én mannen én vrouwen én transgenders. “Geachte Mevrouw” en “Geachte Meneer” kunnen niet meer in de correspondentie of het mailverkeer met de burger. Het is voortaan “Geachte Amsterdammer”. En om komaf te maken met het verschil tussen homo’s en lesbiennes heten zij nu beiden “Roze Amsterdammer.”

Ik juich deze gelijkschakelijking toe. Het is een eerste stap naar een nieuwe wereld waarin bijvoorbeeld vrouwen niet meer bevallen van een jongen of een meisje maar van een flink en levensvatbaar Amsterdammerke.
.
genderneutral
Nu moet men toch consequent zijn, vind ik. Ook waren, producten, toestellen en dergelijke horen 100% gender-neutraal te zijn. Er zullen hier harde noten moeten worden gekraakt. Een damesfiets of een herenfiets: één van beide moet op termijn verdwijnen. En de bh? Op het stort ermee. Als er een ding is dat precies niet gender-neutraal is, dan is het de bh wel.

Bloemen noch Kransen

.
Feestdagen komen, feestdagen gaan.

Een aantal zijn in de voorbije jaren een zachte dood gestorven.
Nog een paar liggen er reeds reutelend bij, bieden nog amper weerstand aan de oprukkende dood.

Feestdagen die meestal ordinaire verlofdagen zijn geworden. Pakken mensen weten op die verlofdagen niet welke feestdag daar ooit op de kalender stond.

Het lijstje van ter ziele gegane feestdagen is lang geworden: Driekoningen, Aswoensdag, 1 mei, Onze Lieve Heer Hemelvaart, Nationale Feestdag, Onze Lieve Vrouw Hemelvaart, Allerzielen, Wapenstilstand, Dag van de Dynastie.

Een aantal pogingen om nieuwe feestdagen springlevend te krijgen, zijn op een sisser uitgelopen. Zo de Vrouwendag die hoopte de Wapenstilstand te vervangen. Verder de secretaressendag maar de mislukking van die aspirant-feestdag (die eigenlijk een feestdag voor de bloemisten was) baarde weinig verwondering. Er was geen draagvlak voor en bovendien bleken er ook geen secretaressen meer te zijn. Ze waren en masse ‘personal assistant’ geworden. En Gedichtendag kon ook onmogelijk een groot succes worden.

Een viertal zijn er wel sinds min of meer geruime tijd in geslaagd om een vaste plaats in te nemen op de kalender. Als het aan hen ligt, zullen ze die plaats nooit meer afgeven. We noemen Paaseierenrapen, de Eerste Schooldag, Sinterklaas en Valentijn.

Paaseierenrapen zit in de lift, krijgt ook steeds meer media-ondersteuning. Dus dat komt wel goed.

De Eerste Schooldag is een feest van de treurnis. Kinderen die hun ouders moeten loslaten, en nog droeviger: ouders die hun kinderen moeten loslaten. Sinterklaas heeft zijn plafond bereikt: het feest kan niet meer gekker. Van een kinderfeest in mineur, opgehangen aan een simpele schoorsteenfantasie, is het uitgegroeid tot een groots familiefeest. Het feest onderging, eigenlijk nogal ongemerkt, ook een betekenisvolle naamsverandering: van Sint-Niklaas ging het naar Sinterklaas. Een duidelijke ontkerstening. Plus een verruiming: meer en meer partners geven elkaar nu ook een sinterklaascadeautje.

Een soortgelijke ontkerstening kenmerkt Valentijn. Oorspronkelijk ging het feest vrij bescheiden door het leven als Sint-Valentijn. Mede dank zij de naamsverandering is Valentijn heel snel doorgeschoten tot een van de toppers van het jaar. Het is ook niet langer een feest voor verliefden die nog moeten aftasten of de verliefdheid ook kan omslaan in duurzame liefde . “Hou je van me?” zal wellicht de sleutelzin geweest zijn tijdens het etentje bij kaarslicht. Ondertussen is het een feest van de liefde tout court, en zelfs van de liefde tussen mens en dier.

“Hou je nog van me?” is wat de koppeltjes nu prevelen. Op Valentijnsdag checken de paren hoeveel ze nog aan elkaar hebben. Valentijn is de dag van het jaar waarop veel echtscheidingen hun beslag krijgen.
.black-roses-3

Russische Peiling: “The Europeans Are Coming!”

.
Natuurlijk is het net andersom. De Europeanen gaan nergens naartoe en zeker niet naar een land waar je wel een mening mag hebben maar ze best niet uit. Toch niet als Vladimir Poetin in de buurt is. Een groot verschil met Europa waar je je mening mag uiten, op voorwaarde dat je die mening niet hebt.

***

De Russen komen, de Russen komen ! Meer en meer blijkt dat de Russen zich voorbereiden voor een militaire aanval op Oost-Europa, waarna West-Europa hen als een rotte appel in de schoot zal vallen. Oh nee! Want dan zou het over zijn met de joods-grieks-christelijke beschaving. En heeft deze het Europees schiereiland, uitloper van het reusachtig Euraziatisch continent, niet zijn ongeëvenaarde welzijn en welvaart bezorgd? Groot alarm dus in de Brusselse wandelgangen!

Vandaar dat een aantal Europese parlementsleden hebben voorgesteld om tussen Oost-Europa en Rusland een hoge betonnen muur op te trekken. (Een ijzeren gordijn is niet meer van deze tijd.) Er wordt daarbij vooral gedacht aan de Baltische Staten, Polen, Slowakije en Oekraïne.

Die muur zou het de Russen onmogelijk maken Europa militair binnen te vallen.

Eén groot nadeel: met die muur kunnen we zelf ook de Russen niet meer aanvallen.

Nu afwachten of het lobbywerk van de bouwsector de discussie en de besluitvorming rond deze kwestie in de gewenste richting kan beïnvloeden. Of de auto-industrie misschien?
.
Volkswagen auf der Hannover Messe 2013.

Tournée Bacchanale

.
De weldenkenden en de poco’s zijn weer op het oorlogspad. Altijd tegen dezelfde vijand: het plebs. Er is de nu al 20-jarige veldtocht tegen het roken , met als enig resultaat dat de vijand zich tactisch heeft teruggetrokken. En nu hebben de sociaal beter geslaagden onder en vooral boven ons zich al een paar weken geoefend voor een tweede misschien doorslaggevende oorlog. De ‘war on alcohol’ gelegitimeerd door de vermeende fysieke en sociale ontwrichting die op rekening van het alcoholgebruik moet worden gebracht.

Tournée Minérale is de naam waaronder de operatie wordt voltrokken. Eén maand (deze februari) zonder alcohol. De eerste veldslagen zijn al gewonnen: de fanfare voorop zorgde voor verwarring in de onderbuik van de samenleving. Het plebs herkent de hoger gelegen sociale laag niet meer waarnaar ze zich voorheen richtte om normen en waarden bij te stellen. De voorbeelden van de neo-aristocraten waren toen echter het overwegen waard en ze werden dan ook grotendeels nagevolgd. Eén van die voorbeelden was juist het overschakelen van bier op wijn. En nu wordt brutaal, van de éne dag op de ander, gebroken met dit hartverwarmend bourgondisch feest.

En het is nog maar een aanloop naar volgende oorlogen: tegen suiker, tegen vet, tegen zwerfkatten, tegen Trumpisten, tegen kijkers van FC De Kampioenen en Thuis en tegen lezers van Het Nieuwsblad en Het Laatste Nieuws. En ongetwijfeld ook tegen het biljarten.

[Tenslotte nog dit: die ganse Tournée Minérale is eigenlijk een zoveelste nieuwe belasting, met zware impact op de koopkracht van de bevolking. 2 euro voor een Spa Reine 25 cl., terwijl het water à 0.0018 de liter uit de kraan stroomt?]
.
alcool-sigaret.

Gevallen Engel !

Er zijn dit jaar weer al een pak beroemde engelen gevallen. Deze maand reeds meer dan in de 6 laatste maanden van 2016. Celebrities met of zonder make-up, ongekroonde koningen en andere hoogwaardige lieden liggen al dagen of weken te zieltogen op de bodem van hun eigen abyss.

Het zijn niet alleen sterren die vallen. Het is iedere keer turen naar de nachtelijke hemel wanneer Frank Deboosere er ons in zijn weerbericht attent op maakt dat er deze nacht zoemende maar uitdovende lichtjes aan het firmament zullen opduiken.

Minder aandacht is er de laatste eeuwen voor vallende engelen. Ten onrechte! Er wordt wel eens geopperd dat onze voorouders uit de hoogdagen van religieuze vroomheid en godsvrucht (i.e. vrees voor God) geloofden dat vallende sterren gevallen engelen waren die het in het hemelrijk wat te bont hadden gemaakt en naar het ondermaanse waren verbannen. Zo veel bizarre voorwerpen en fenomenen vielen toen uit de hemel waarvan men niet wist of ze onze vrouwen kwamen bevlekken of er alleen maar af en toe plezier in vonden de landerijen onder water zetten. Heel wat hemels afval bleek echter zo onschuldig dat het zijn leven rustig verder kon slijten als schouwdecoratie.

Een Wijze uit het Oosten noemde me ooit eens in alle oprechtheid een gevallen engel. Uit pure eerbied voor zijn wijsheid meende ik meteen te begrijpen wat hij bedoelde maar in mijn achterhoofd huisde toch enige twijfel en onzekerheid. Vanuit dezelfde eerbied vroeg ik geen verdere uitleg en argumentatie. Ik heb hem later ook nooit meer ontmoet. Hij leeft tegenwoordig misschien in de buurt van de Chinese Drieklovendam. Nu ik hinc et nunc een poging doe om me het verloop van het gesprek te herinneren, moet ik hoogstwaarschijnlijk gedacht hebben aan de Oud-Griekse waaghals Ikaros die dacht met ambachtelijk gemaakte vleugels van Kreta naar Athene te kunnen vliegen. Ikaros surfte echter te dicht bij de zon, het was aan zijn vleugels smolt en hij tuimelde in zee. Een gevallen engel was voor mij een hoogmoedig persoon en zoals ieder weet: hoogmoed komt voor de val.

Ik heb ondertussen heel wat meer van de wereld gezien. Ik zou gevallen engelen nu eerder zien als jongeren die hun illusies zijn kwijtgespeeld en zich ermee moeten verzoenen dat hen niets anders rest dan de beproevingen van het aardse theater. Je kunt natuurlijk wel nog urenlang naar de maan kijken tot je heerlijk maanziek bent geworden. Dat maakt toch een en ander goed.

Voor de gevallen engelen van de christelijke mythologie heb ik nooit veel aandacht gehad. Vermoedelijk breng ik het zoals de meeste mensen in mijn omgeving niet verder dan het epische beeld van ergens op aarde neertuimelende creaturen die daar na hun val langzaam tot stof en as vergaan.
.
gevallen-engel2.
Bij nader inzien moeten we onze primaire mening herzien: gevallen engelen zouden we best eren want we hebben onze beschaving aan deze vreemde figuren of natuurkrachten te danken. Hoezo?

De Bijbel leert ons dat de ordinaire engelen onzichtbare wezens zijn die over bovennatuurlijke macht, kennis en capaciteiten beschikken. De theologie kent de engelen als gods handlangers die boven de natuurwetten staan en tot dingen in staat zijn die voor de mens onmogelijk zijn.

Maar wat ben je nu met zoiets als bovennatuurlijke kennis? Kan je daar het land mee bezeilen, een huis bouwen, naar Mars reizen of van geslacht veranderen?

Wel dat is nu juist wat die droevige GEVALLEN engelen ons allemaal hebben geleerd, een leerproces dat trouwens zeker nog tot veel verder dan overmorgen zal doorgaan. De ganse schare gevallen engelen hebben de macht over de natuurwetten behouden. Vandaar dat deze engelen een grote invloed kunnen uitoefenen op de mensen hier in het ondermaanse. En ze kunnen het niet alleen, ze doen het ook. En de mensen lieten zich die invloed welgevallen. Hoe zou je niet, er zaten mooie exemplaren tussen. Kortom: de gevallen engelen staan aan de wieg van de beschaving. De chef van de gevallen engelen, de gevallen engel onder de gevallen engelen, is natuurlijk Satan. Die had op zijn eentje nog grotere invloed op de mens dan de rest van de bende. Hij leerde ons onder meer liegen en bedriegen, onmisbare vaardigheden wil je in de evolutielijn van Darwin niet gedegradeerd worden tot een bedreigde diersoort. Satan: dé wereldschepper en beschavingsgids bij uitstek! De meest populaire van de Satans hulpjes was de bewaarengel (of engelbewaarder), die bij iemands Plechtige Communie op diens schouders ging rusten om de marsrichting aan te geven. Deze bewaarengel heeft zich nu laten aflossen door de presentatoren van Ketnet.

Mensen hebben echter twee naturen: een dierlijke en een goddelijke. Satan bekommerde zich om onze goddelijke natuur: de mens moest en zou zelf God worden. Maar het werk van Satan en de andere gevallen engelen mishaagde God bovenmatig. God kon er niet mee lachen. Dus laat onze Ouwe Heer ons soms terugvallen tot onder het vernis van onze beschaafdheid.

Om af te ronden, mijn drie geliefkoosde “Gevallen Engel(en)” films:
..
“Fallen Angel”: film noir van Otto Preminger, 1945.
https://www.youtube.com/watch?v=-hIA82_TuFo
.
“Fallen Angels” van Wong Kar-wai, 1995.

https://www.youtube.com/watch?v=obtDG533tIw
.
“The Fallen Angel” van Genjirō Arato, 2010.
http://movie.ovh/movie-The-Fallen-Angel-2010-160757-online/

En helemaal tenslotte een zeer recente en levensechte foto van mijn geliefkoosde Gevallen Engel Abondance.
.
woede.

Trump: de man die zich kaal liet scheren!


Er komt maar geen einde aan de niet aflatende karakteranalyses van Donald Trump, waarbij sous-entendu: Barack Obama heeft op elk karakterpunt van Trump net de omgekeerde eigenschap.

Al die psychologen, psychiaters en andere amateur-grafologen slaan de bal echter volkomen mis. Of beter gezegd: het zijn wij hier in België die getuigen van een totaal gebrek aan mensenkennis. Wij nemen al deze vergelijkingen tussen Trump en Obama qua karakter, persoonlijkheid en psychopathologie, waarmee deze nepjournalistiek en postpsychologische hoogstandjes ons murw slaan, 100% voor waar aan. En we willen niet inzien dat het allemaal niet meer is dan tv-amusement en infotainment (op tv haalt Trump het scherm rond het uur waarop ons amusementsprogramma’s worden aangeboden, met name VRT-soap Thuis).

Wat Trump en Obama aangaat, de zaak ligt echt wel veel eenvoudiger, te eenvoudig voor wiens neus langer is dan de autostrade van Oostende naar Brussel.

Obama: schone jongen, sexy, afgestreken haarkop.
Trump: lelijke vent, wilde verwarde en verwarrende haardos.

Ik raad in alle ernst Trump aan zich kaal te laten scheren! Jazeker! Psychologisch top-onderzoek heeft bewezen dat kale mannen doortastend en sexy zijn. Zijn dat niet precies de twee eigenschappen waarmee een Amerikaanse president kan scoren? Met zijn wilde haren haalt president Trump het einde van de maand februari niet. Kaalhoofdig blijft hij gewis acht jaar in het Witte Huis.
.

trump-kaal
.

 

Babylonische Hang-, Klim- & Kruipplant

.

hanging-gardens-of-babylon.
Ieder weldenkend botanist, ieder kenner of liefhebber van de Klassieke Oudheid en iedereen die zich graag een beschaafd mens noemt, kent de Hangende Tuinen van Babylon, één van de Zeven Wereldwonderen uit dat vervlogen tijdperk. Al weten velen onder ons niet wat ze zich bij die Tuinen moeten voorstellen. Vooral dat de Hangende Tuinen niet meer te bezichtigen zijn. Er is niet eens zekerheid waar het terrassengebouw precies moet worden gelokaliseerd. Sommige geleerden koesteren zelfs vermoedens dat de antieke schrijvers die over de Tuinen berichten, het ganse ding hebben verzonnen. De Hangende Tuinen zouden dan niet meer zijn geweest dan een romantische voorstelling van een schitterende en stralende Oosterse stad. Klassieke Griekse en Romeinse geografen en geschiedschrijvers waren inderdaad nogal gefascineerd door de exotische pracht en charmes van de Oriënt.

hangende-tuinen

Hoe dan ook: de Tuinen hebben doorheen de nevels van de geschiedenis hun hangend bestaan niet kunnen vasthouden. Als het architecturaal hoogstandje werkelijk heeft bestaan, dan zou het in de 1ste eeuw AD moeten vernietigd zijn. Helaas, want anders hadden de Hangende Tuinen zich zonder twijfel als één der eersten een plaatsje hebben bemachtigen op de UNESCO Werelderfgoedlijst.

Vreemd dat de Babylonische tuinboeren zich hebben beperkt tot het aanbrengen van neerhangende planten. Hangertjes of hangplanten zoals we dat eeuwen na het Wereldwonder zijn gaan noemen. Klimmende en opwaarts groeiende planten werden blijkbaar uit het ontwerp van het terrassenpaleis geweerd. Dat is me een botanisch raadsel. Moet ik me over inlichten. Maar o wee: geen enkele botanist of tuinboer heeft een plaatsje gevonden in mijn naam- en adressenboekje. Ik zal dus dat raadsel en mysterie op eigen kracht moeten zien te ontcijferen of te ontwarren.

Want ik breek er mijn hoofd over waarom in de wereld van de flora juist hangplanten gaan hangen zijn. Hun wortels moeten aan de stengels en de eventuele bloempjes nochtans amper gewicht hebben dat getorst moet worden. In plaats van een poging te ondernemen om in alle wellevendheid rechtop te staan, veinzen ze depressies en laten met maximale ziektegewin hun oren hangen. Maar neem nu planten die omhoog groeien of klimplanten. Zij moeten stevige stengels en flink uit de kluiten gewassen bloemen de hoogte in houden. Waren ze lui, ze waren al lang geëvolueerd tot hangplanten. Je zou ze geen ongelijk geven.

Is mijn kijk op de zaak niet juist, è molto ben trovato.

Nu: om voor een happy end te zorgen kunnen we godzijdank nog altijd rekenen op dat soort weliswaar controversieel intelligent ontwerp waarin de natuur genoeglijk heeft voorzien. Niemand twijfelt er nog aan dat de natuur tot alles in staat is (ze heeft zelfs een lichte voorkeur voor het kwade). Vandaar dat ze ons ook uit de contradictie tussen de hangplanten en de klimplanten heeft verlost.

Naast hangplanten en klimplanten zijn er namelijk ook nog KRUIPPLANTEN. Die horen zeker thuis op een meer gepaste post-UNESCO Werelderfgoedlijst.
.
kruipplant.

Spaghettibomen


De dingen zijn onecht.

Ze hangen in draden aan bomen.
Spaghettibomen heten ze.
Bestaan in 20 soorten.
Plots knakken de draden.
En valt het licht uit.
En niemand weet voor hoelang.
Alles terug de pot in dan maar.

.
spaghettiboom
.

Rideo et Emergo [Ik lach en kom boven]

De Zeelanders, die nochtans niet veraf wonen van de West-Vlamingen, zijn geen coureurs, geen flandriens. Zij verdoen hun zweet als Grieks-Romeinse worstelaars. Luidt hun spreuk niet ‘Luctor et Emergo’? Ik worstel en kom boven (water)!

Wat valt er nog te worstelen in deze wereld? Waarvoor vechten op leven en dood? Een mens ziet niet meer klaar in zichzelf, wat wil je dan dat hij klaar ziet in het ondermaanse en in het bovennatuurlijke. Naast alles ligt ook het tegendeel. Elk woord wordt afgeblokt door een wederwoord.

Een mens sterft, ietwat dement. Herinnert zich niet meer wat hij in het leven gedaan heeft. Is al dat zwoegen, al dat volgen van de instincten, al dat schoollopen, zijn al dat bloed, zweet en tranen dan wel de moeite geweest?

Op de bodem van de doos van Pandora ligt wel nog een schuchter deugdje die tegelijk een ondeugdje is:
niet de Hoop maar de Lach!

Zal ik de moed hebben als ik sterf zo luid te lachen als ik nooit eerder gelachen heb?

Rideo et Emergo = Ik Lach en Kom Boven !
.lachen-is-gezond1.