BH-loze Zondag in Amsterdam !

Recent is er in Amsterdam nogal wat ophef geweest over een reeks stedelijke maatregelen en verordeningen die moeten demonstreren dat het de stad menens is met haar beleid omtrent gender-neutraliteit. Gender-neutraliteit betekent niet alleen dat de verschillen tussen de geslachten (mannelijk, vrouwelijk, transgender) vervagen, maar dat ze ook radicaal uit de wereld worden geholpen. Zo moeten de Amsterdamse openbare toiletten hok per hok toegankelijk zijn voor én mannen én vrouwen én transgenders. “Geachte Mevrouw” en “Geachte Meneer” kunnen niet meer in de correspondentie of het mailverkeer met de burger. Het is voortaan “Geachte Amsterdammer”. En om komaf te maken met het verschil tussen homo’s en lesbiennes heten zij nu beiden “Roze Amsterdammer.”

Ik juich deze gelijkschakelijking toe. Het is een eerste stap naar een nieuwe wereld waarin bijvoorbeeld vrouwen niet meer bevallen van een jongen of een meisje maar van een flink en levensvatbaar Amsterdammerke.
.
genderneutral
Nu moet men toch consequent zijn, vind ik. Ook waren, producten, toestellen en dergelijke horen 100% gender-neutraal te zijn. Er zullen hier harde noten moeten worden gekraakt. Een damesfiets of een herenfiets: één van beide moet op termijn verdwijnen. En de bh? Op het stort ermee. Als er een ding is dat precies niet gender-neutraal is, dan is het de bh wel.

Advertenties

Bloemen noch Kransen

.
Feestdagen komen, feestdagen gaan.

Een aantal zijn in de voorbije jaren een zachte dood gestorven.
Nog een paar liggen er reeds reutelend bij, bieden nog amper weerstand aan de oprukkende dood.

Feestdagen die meestal ordinaire verlofdagen zijn geworden. Pakken mensen weten op die verlofdagen niet welke feestdag daar ooit op de kalender stond.

Het lijstje van ter ziele gegane feestdagen is lang geworden: Driekoningen, Aswoensdag, 1 mei, Onze Lieve Heer Hemelvaart, Nationale Feestdag, Onze Lieve Vrouw Hemelvaart, Allerzielen, Wapenstilstand, Dag van de Dynastie.

Een aantal pogingen om nieuwe feestdagen springlevend te krijgen, zijn op een sisser uitgelopen. Zo de Vrouwendag die hoopte de Wapenstilstand te vervangen. Verder de secretaressendag maar de mislukking van die aspirant-feestdag (die eigenlijk een feestdag voor de bloemisten was) baarde weinig verwondering. Er was geen draagvlak voor en bovendien bleken er ook geen secretaressen meer te zijn. Ze waren en masse ‘personal assistant’ geworden. En Gedichtendag kon ook onmogelijk een groot succes worden.

Een viertal zijn er wel sinds min of meer geruime tijd in geslaagd om een vaste plaats in te nemen op de kalender. Als het aan hen ligt, zullen ze die plaats nooit meer afgeven. We noemen Paaseierenrapen, de Eerste Schooldag, Sinterklaas en Valentijn.

Paaseierenrapen zit in de lift, krijgt ook steeds meer media-ondersteuning. Dus dat komt wel goed.

De Eerste Schooldag is een feest van de treurnis. Kinderen die hun ouders moeten loslaten, en nog droeviger: ouders die hun kinderen moeten loslaten. Sinterklaas heeft zijn plafond bereikt: het feest kan niet meer gekker. Van een kinderfeest in mineur, opgehangen aan een simpele schoorsteenfantasie, is het uitgegroeid tot een groots familiefeest. Het feest onderging, eigenlijk nogal ongemerkt, ook een betekenisvolle naamsverandering: van Sint-Niklaas ging het naar Sinterklaas. Een duidelijke ontkerstening. Plus een verruiming: meer en meer partners geven elkaar nu ook een sinterklaascadeautje.

Een soortgelijke ontkerstening kenmerkt Valentijn. Oorspronkelijk ging het feest vrij bescheiden door het leven als Sint-Valentijn. Mede dank zij de naamsverandering is Valentijn heel snel doorgeschoten tot een van de toppers van het jaar. Het is ook niet langer een feest voor verliefden die nog moeten aftasten of de verliefdheid ook kan omslaan in duurzame liefde . “Hou je van me?” zal wellicht de sleutelzin geweest zijn tijdens het etentje bij kaarslicht. Ondertussen is het een feest van de liefde tout court, en zelfs van de liefde tussen mens en dier.

“Hou je nog van me?” is wat de koppeltjes nu prevelen. Op Valentijnsdag checken de paren hoeveel ze nog aan elkaar hebben. Valentijn is de dag van het jaar waarop veel echtscheidingen hun beslag krijgen.
.black-roses-3

Russische Peiling: “The Europeans Are Coming!”

.
Natuurlijk is het net andersom. De Europeanen gaan nergens naartoe en zeker niet naar een land waar je wel een mening mag hebben maar ze best niet uit. Toch niet als Vladimir Poetin in de buurt is. Een groot verschil met Europa waar je je mening mag uiten, op voorwaarde dat je die mening niet hebt.

***

De Russen komen, de Russen komen ! Meer en meer blijkt dat de Russen zich voorbereiden voor een militaire aanval op Oost-Europa, waarna West-Europa hen als een rotte appel in de schoot zal vallen. Oh nee! Want dan zou het over zijn met de joods-grieks-christelijke beschaving. En heeft deze het Europees schiereiland, uitloper van het reusachtig Euraziatisch continent, niet zijn ongeëvenaarde welzijn en welvaart bezorgd? Groot alarm dus in de Brusselse wandelgangen!

Vandaar dat een aantal Europese parlementsleden hebben voorgesteld om tussen Oost-Europa en Rusland een hoge betonnen muur op te trekken. (Een ijzeren gordijn is niet meer van deze tijd.) Er wordt daarbij vooral gedacht aan de Baltische Staten, Polen, Slowakije en Oekraïne.

Die muur zou het de Russen onmogelijk maken Europa militair binnen te vallen.

Eén groot nadeel: met die muur kunnen we zelf ook de Russen niet meer aanvallen.

Nu afwachten of het lobbywerk van de bouwsector de discussie en de besluitvorming rond deze kwestie in de gewenste richting kan beïnvloeden. Of de auto-industrie misschien?
.
Volkswagen auf der Hannover Messe 2013.

Tournée Bacchanale

.
De weldenkenden en de poco’s zijn weer op het oorlogspad. Altijd tegen dezelfde vijand: het plebs. Er is de nu al 20-jarige veldtocht tegen het roken , met als enig resultaat dat de vijand zich tactisch heeft teruggetrokken. En nu hebben de sociaal beter geslaagden onder en vooral boven ons zich al een paar weken geoefend voor een tweede misschien doorslaggevende oorlog. De ‘war on alcohol’ gelegitimeerd door de vermeende fysieke en sociale ontwrichting die op rekening van het alcoholgebruik moet worden gebracht.

Tournée Minérale is de naam waaronder de operatie wordt voltrokken. Eén maand (deze februari) zonder alcohol. De eerste veldslagen zijn al gewonnen: de fanfare voorop zorgde voor verwarring in de onderbuik van de samenleving. Het plebs herkent de hoger gelegen sociale laag niet meer waarnaar ze zich voorheen richtte om normen en waarden bij te stellen. De voorbeelden van de neo-aristocraten waren toen echter het overwegen waard en ze werden dan ook grotendeels nagevolgd. Eén van die voorbeelden was juist het overschakelen van bier op wijn. En nu wordt brutaal, van de éne dag op de ander, gebroken met dit hartverwarmend bourgondisch feest.

En het is nog maar een aanloop naar volgende oorlogen: tegen suiker, tegen vet, tegen zwerfkatten, tegen Trumpisten, tegen kijkers van FC De Kampioenen en Thuis en tegen lezers van Het Nieuwsblad en Het Laatste Nieuws. En ongetwijfeld ook tegen het biljarten.

[Tenslotte nog dit: die ganse Tournée Minérale is eigenlijk een zoveelste nieuwe belasting, met zware impact op de koopkracht van de bevolking. 2 euro voor een Spa Reine 25 cl., terwijl het water à 0.0018 de liter uit de kraan stroomt?]
.
alcool-sigaret.

Gevallen Engel !

Er zijn dit jaar weer al een pak beroemde engelen gevallen. Deze maand reeds meer dan in de 6 laatste maanden van 2016. Celebrities met of zonder make-up, ongekroonde koningen en andere hoogwaardige lieden liggen al dagen of weken te zieltogen op de bodem van hun eigen abyss.

Het zijn niet alleen sterren die vallen. Het is iedere keer turen naar de nachtelijke hemel wanneer Frank Deboosere er ons in zijn weerbericht attent op maakt dat er deze nacht zoemende maar uitdovende lichtjes aan het firmament zullen opduiken.

Minder aandacht is er de laatste eeuwen voor vallende engelen. Ten onrechte! Er wordt wel eens geopperd dat onze voorouders uit de hoogdagen van religieuze vroomheid en godsvrucht (i.e. vrees voor God) geloofden dat vallende sterren gevallen engelen waren die het in het hemelrijk wat te bont hadden gemaakt en naar het ondermaanse waren verbannen. Zo veel bizarre voorwerpen en fenomenen vielen toen uit de hemel waarvan men niet wist of ze onze vrouwen kwamen bevlekken of er alleen maar af en toe plezier in vonden de landerijen onder water zetten. Heel wat hemels afval bleek echter zo onschuldig dat het zijn leven rustig verder kon slijten als schouwdecoratie.

Een Wijze uit het Oosten noemde me ooit eens in alle oprechtheid een gevallen engel. Uit pure eerbied voor zijn wijsheid meende ik meteen te begrijpen wat hij bedoelde maar in mijn achterhoofd huisde toch enige twijfel en onzekerheid. Vanuit dezelfde eerbied vroeg ik geen verdere uitleg en argumentatie. Ik heb hem later ook nooit meer ontmoet. Hij leeft tegenwoordig misschien in de buurt van de Chinese Drieklovendam. Nu ik hinc et nunc een poging doe om me het verloop van het gesprek te herinneren, moet ik hoogstwaarschijnlijk gedacht hebben aan de Oud-Griekse waaghals Ikaros die dacht met ambachtelijk gemaakte vleugels van Kreta naar Athene te kunnen vliegen. Ikaros surfte echter te dicht bij de zon, het was aan zijn vleugels smolt en hij tuimelde in zee. Een gevallen engel was voor mij een hoogmoedig persoon en zoals ieder weet: hoogmoed komt voor de val.

Ik heb ondertussen heel wat meer van de wereld gezien. Ik zou gevallen engelen nu eerder zien als jongeren die hun illusies zijn kwijtgespeeld en zich ermee moeten verzoenen dat hen niets anders rest dan de beproevingen van het aardse theater. Je kunt natuurlijk wel nog urenlang naar de maan kijken tot je heerlijk maanziek bent geworden. Dat maakt toch een en ander goed.

Voor de gevallen engelen van de christelijke mythologie heb ik nooit veel aandacht gehad. Vermoedelijk breng ik het zoals de meeste mensen in mijn omgeving niet verder dan het epische beeld van ergens op aarde neertuimelende creaturen die daar na hun val langzaam tot stof en as vergaan.
.
gevallen-engel2.
Bij nader inzien moeten we onze primaire mening herzien: gevallen engelen zouden we best eren want we hebben onze beschaving aan deze vreemde figuren of natuurkrachten te danken. Hoezo?

De Bijbel leert ons dat de ordinaire engelen onzichtbare wezens zijn die over bovennatuurlijke macht, kennis en capaciteiten beschikken. De theologie kent de engelen als gods handlangers die boven de natuurwetten staan en tot dingen in staat zijn die voor de mens onmogelijk zijn.

Maar wat ben je nu met zoiets als bovennatuurlijke kennis? Kan je daar het land mee bezeilen, een huis bouwen, naar Mars reizen of van geslacht veranderen?

Wel dat is nu juist wat die droevige GEVALLEN engelen ons allemaal hebben geleerd, een leerproces dat trouwens zeker nog tot veel verder dan overmorgen zal doorgaan. De ganse schare gevallen engelen hebben de macht over de natuurwetten behouden. Vandaar dat deze engelen een grote invloed kunnen uitoefenen op de mensen hier in het ondermaanse. En ze kunnen het niet alleen, ze doen het ook. En de mensen lieten zich die invloed welgevallen. Hoe zou je niet, er zaten mooie exemplaren tussen. Kortom: de gevallen engelen staan aan de wieg van de beschaving. De chef van de gevallen engelen, de gevallen engel onder de gevallen engelen, is natuurlijk Satan. Die had op zijn eentje nog grotere invloed op de mens dan de rest van de bende. Hij leerde ons onder meer liegen en bedriegen, onmisbare vaardigheden wil je in de evolutielijn van Darwin niet gedegradeerd worden tot een bedreigde diersoort. Satan: dé wereldschepper en beschavingsgids bij uitstek! De meest populaire van de Satans hulpjes was de bewaarengel (of engelbewaarder), die bij iemands Plechtige Communie op diens schouders ging rusten om de marsrichting aan te geven. Deze bewaarengel heeft zich nu laten aflossen door de presentatoren van Ketnet.

Mensen hebben echter twee naturen: een dierlijke en een goddelijke. Satan bekommerde zich om onze goddelijke natuur: de mens moest en zou zelf God worden. Maar het werk van Satan en de andere gevallen engelen mishaagde God bovenmatig. God kon er niet mee lachen. Dus laat onze Ouwe Heer ons soms terugvallen tot onder het vernis van onze beschaafdheid.

Om af te ronden, mijn drie geliefkoosde “Gevallen Engel(en)” films:
..
“Fallen Angel”: film noir van Otto Preminger, 1945.
https://www.youtube.com/watch?v=-hIA82_TuFo
.
“Fallen Angels” van Wong Kar-wai, 1995.

https://www.youtube.com/watch?v=obtDG533tIw
.
“The Fallen Angel” van Genjirō Arato, 2010.
http://movie.ovh/movie-The-Fallen-Angel-2010-160757-online/

En helemaal tenslotte een zeer recente en levensechte foto van mijn geliefkoosde Gevallen Engel Abondance.
.
woede.

Trump: de man die zich kaal liet scheren!


Er komt maar geen einde aan de niet aflatende karakteranalyses van Donald Trump, waarbij sous-entendu: Barack Obama heeft op elk karakterpunt van Trump net de omgekeerde eigenschap.

Al die psychologen, psychiaters en andere amateur-grafologen slaan de bal echter volkomen mis. Of beter gezegd: het zijn wij hier in België die getuigen van een totaal gebrek aan mensenkennis. Wij nemen al deze vergelijkingen tussen Trump en Obama qua karakter, persoonlijkheid en psychopathologie, waarmee deze nepjournalistiek en postpsychologische hoogstandjes ons murw slaan, 100% voor waar aan. En we willen niet inzien dat het allemaal niet meer is dan tv-amusement en infotainment (op tv haalt Trump het scherm rond het uur waarop ons amusementsprogramma’s worden aangeboden, met name VRT-soap Thuis).

Wat Trump en Obama aangaat, de zaak ligt echt wel veel eenvoudiger, te eenvoudig voor wiens neus langer is dan de autostrade van Oostende naar Brussel.

Obama: schone jongen, sexy, afgestreken haarkop.
Trump: lelijke vent, wilde verwarde en verwarrende haardos.

Ik raad in alle ernst Trump aan zich kaal te laten scheren! Jazeker! Psychologisch top-onderzoek heeft bewezen dat kale mannen doortastend en sexy zijn. Zijn dat niet precies de twee eigenschappen waarmee een Amerikaanse president kan scoren? Met zijn wilde haren haalt president Trump het einde van de maand februari niet. Kaalhoofdig blijft hij gewis acht jaar in het Witte Huis.
.

trump-kaal
.

 

Babylonische Hang-, Klim- & Kruipplant

.

hanging-gardens-of-babylon.
Ieder weldenkend botanist, ieder kenner of liefhebber van de Klassieke Oudheid en iedereen die zich graag een beschaafd mens noemt, kent de Hangende Tuinen van Babylon, één van de Zeven Wereldwonderen uit dat vervlogen tijdperk. Al weten velen onder ons niet wat ze zich bij die Tuinen moeten voorstellen. Vooral dat de Hangende Tuinen niet meer te bezichtigen zijn. Er is niet eens zekerheid waar het terrassengebouw precies moet worden gelokaliseerd. Sommige geleerden koesteren zelfs vermoedens dat de antieke schrijvers die over de Tuinen berichten, het ganse ding hebben verzonnen. De Hangende Tuinen zouden dan niet meer zijn geweest dan een romantische voorstelling van een schitterende en stralende Oosterse stad. Klassieke Griekse en Romeinse geografen en geschiedschrijvers waren inderdaad nogal gefascineerd door de exotische pracht en charmes van de Oriënt.

hangende-tuinen

Hoe dan ook: de Tuinen hebben doorheen de nevels van de geschiedenis hun hangend bestaan niet kunnen vasthouden. Als het architecturaal hoogstandje werkelijk heeft bestaan, dan zou het in de 1ste eeuw AD moeten vernietigd zijn. Helaas, want anders hadden de Hangende Tuinen zich zonder twijfel als één der eersten een plaatsje hebben bemachtigen op de UNESCO Werelderfgoedlijst.

Vreemd dat de Babylonische tuinboeren zich hebben beperkt tot het aanbrengen van neerhangende planten. Hangertjes of hangplanten zoals we dat eeuwen na het Wereldwonder zijn gaan noemen. Klimmende en opwaarts groeiende planten werden blijkbaar uit het ontwerp van het terrassenpaleis geweerd. Dat is me een botanisch raadsel. Moet ik me over inlichten. Maar o wee: geen enkele botanist of tuinboer heeft een plaatsje gevonden in mijn naam- en adressenboekje. Ik zal dus dat raadsel en mysterie op eigen kracht moeten zien te ontcijferen of te ontwarren.

Want ik breek er mijn hoofd over waarom in de wereld van de flora juist hangplanten gaan hangen zijn. Hun wortels moeten aan de stengels en de eventuele bloempjes nochtans amper gewicht hebben dat getorst moet worden. In plaats van een poging te ondernemen om in alle wellevendheid rechtop te staan, veinzen ze depressies en laten met maximale ziektegewin hun oren hangen. Maar neem nu planten die omhoog groeien of klimplanten. Zij moeten stevige stengels en flink uit de kluiten gewassen bloemen de hoogte in houden. Waren ze lui, ze waren al lang geëvolueerd tot hangplanten. Je zou ze geen ongelijk geven.

Is mijn kijk op de zaak niet juist, è molto ben trovato.

Nu: om voor een happy end te zorgen kunnen we godzijdank nog altijd rekenen op dat soort weliswaar controversieel intelligent ontwerp waarin de natuur genoeglijk heeft voorzien. Niemand twijfelt er nog aan dat de natuur tot alles in staat is (ze heeft zelfs een lichte voorkeur voor het kwade). Vandaar dat ze ons ook uit de contradictie tussen de hangplanten en de klimplanten heeft verlost.

Naast hangplanten en klimplanten zijn er namelijk ook nog KRUIPPLANTEN. Die horen zeker thuis op een meer gepaste post-UNESCO Werelderfgoedlijst.
.
kruipplant.

Spaghettibomen


De dingen zijn onecht.

Ze hangen in draden aan bomen.
Spaghettibomen heten ze.
Bestaan in 20 soorten.
Plots knakken de draden.
En valt het licht uit.
En niemand weet voor hoelang.
Alles terug de pot in dan maar.

.
spaghettiboom
.

Rideo et Emergo [Ik lach en kom boven]

De Zeelanders, die nochtans niet veraf wonen van de West-Vlamingen, zijn geen coureurs, geen flandriens. Zij verdoen hun zweet als Grieks-Romeinse worstelaars. Luidt hun spreuk niet ‘Luctor et Emergo’? Ik worstel en kom boven (water)!

Wat valt er nog te worstelen in deze wereld? Waarvoor vechten op leven en dood? Een mens ziet niet meer klaar in zichzelf, wat wil je dan dat hij klaar ziet in het ondermaanse en in het bovennatuurlijke. Naast alles ligt ook het tegendeel. Elk woord wordt afgeblokt door een wederwoord.

Een mens sterft, ietwat dement. Herinnert zich niet meer wat hij in het leven gedaan heeft. Is al dat zwoegen, al dat volgen van de instincten, al dat schoollopen, zijn al dat bloed, zweet en tranen dan wel de moeite geweest?

Op de bodem van de doos van Pandora ligt wel nog een schuchter deugdje die tegelijk een ondeugdje is:
niet de Hoop maar de Lach!

Zal ik de moed hebben als ik sterf zo luid te lachen als ik nooit eerder gelachen heb?

Rideo et Emergo = Ik Lach en Kom Boven !
.lachen-is-gezond1.

Waar en Vals Brandalarm op het Werk

burnout
Succesvol ondernemer Roland Duchâtelet heeft vandaag maandag de toorn van menige god en godin over zich afgeroepen. Vermoedelijk niet eens tot zijn verwondering, misschien zocht hij bewust het conflict op. Tot welk onvergeeflijk misdrijf heeft de vermetele Duchâtelet zich dan laten verleiden?

Onze Roland meende in een kranteninterview dit weekend in alle ernst en doordachtheid te mogen opperen dat ‘de meeste burn-outs fake zijn’. Fake burn-out! Fake invaliditeit! De stijging van het aantal burn-outs, vooral bij vrouwen, en van het aantal langdurig zieken wegens psychische problemen ontlokten hem het oordeel (of beter de opinie): ‘Kan niet! Zeer verdacht.’

Nu is onze ondernemer in deze hoegenaamd geen deskundige. Helaas bestaan er eigenlijk geen echte deskundigen in deze materie. Niemand heeft ooit ernstig studiewerk verricht over dat fenomeen fake burn-out. Iedereen weet wellicht wel dat er minstens hier en daar gefakete burn-outs en invaliditeiten floreren, maar hoeveel? Welk cijfer zou Duchâtelet plakken op zijn ‘meeste’? 51%? 95%? Of wil hij alleen maar provoceren om zo een strengere controle op psychisch zieken af te dwingen? Wel is het ook zo dat heel wat mensen moeilijk kunnen geloven dat iemand door een burn-out meer dan 1 jaar ziek en arbeidsongeschikt kan zijn. Nochtans is dat helemaal niet zo uitzonderlijk.

Fake betekent in deze materie hier dat iemand bewust plant om zich ziek of invalide te laten verklaren terwijl er medisch gezien nauwelijks iets met hem of haar aan de hand is. Dat soort mensen bestaan. Hoeveel is niet te schatten. Ik ken alvast een 3-tal gevallen van fake invaliditeit – allen jongvolwassenen waarvan 2 junkies. Met deze bewuste strategie hebben zij, met dank aan hun psychiater, het invaliditeitsstatuut weten te bemachtigen. Bij een veel ruimere categorie is het echter moeilijk, zo niet onmogelijk, uit te maken in hoeverre van faken kan gesproken worden. Het gaat hier eerder om een soort schemerzone. Ik denk met name aan subtielere en misschien zelfs nonchalantere vormen van beslissingen van de behandelende geneesheer. De duur van de burn-out en van de arbeidsongeschiktheid kan namelijk uitlopen als het onschuldig resultaat van een communicatie tussen arts en patiënt. Patiënt (oprecht): ‘Ik voel me er eigenlijk nog niet helemaal klaar voor, dokter.’ Arts (even oprecht): ‘Ik denk dat het beter is dat je nog minstens een maand de tijd neemt voordat je er weer tegen aan kan. We moeten vermijden dat je hier volgende week al terug staat.’

Een kwalijke zaak is het dat de diagnose burn-out de laatste jaren andere diagnoses zoals depressie is gaan vervangen. Depressie wordt klassiek geassocieerd met genetische voorbestemdheid, intrapsychische toestanden en relatieproblemen (zowel de relatie met zichzelf als deze met anderen). Burn-out werd oorspronkelijk alleen gebruikt voor hard werkende kaderleden en andere beroepen met een zware verantwoordelijkheid. (Jaren en jaren geleden waren maagzweren ook eerst het privilege van managers!) Ondertussen is het begrip burn-out de laatste jaren geweldig verruimd :
a) door de intensere aandacht voor niet te miskennen problemen met betrekking tot de werk-gezin combinatie, problemen waarmee vooral vrouwen te kampen hebben;
b) de welhaast explosieve stijging van het aantal alleenstaanden, waarbij natuurlijk vooral de alleenstaande moeders met kinderen wel 10 handen zouden moeten hebben en wel 10 dingen tegelijk zouden moeten doen.
c) de toename van de meer algemene gevoeligheid voor allerhande en uiteenlopende vormen van stress op het werk.

En ongetwijfeld moet, in acht genomen de evoluties op het werk (hoger ritme, meer werklast), ook het aantal burn-out gevallen flink zijn toegenomen.

Stress-symptomen zoals vermoeidheid, prikkelbaarheid, lusteloosheid en slapeloosheid maar ook schuld- en angstgevoelens werden tot niet zo lang geleden als depressie gediagnosticeerd. Nu deze symptomen blijkbaar werk-gerelateerd zijn, worden ze omzeggens meteen gediagnosticeerd als burn-out.

Of een werknemer met een bepaald syndroom weg moet met de diagnose depressie of burn-out lijkt los te staan van de mogelijkheid dat iemand een burn-out kan veinzen. In principe moet een burn-out patiënt na verloop van tijd ‘genezen’ zijn. De prognose voor depressie is bij aanvang eerder onzeker, soms zelfs ongunstig.

[Om af te sluiten blijven we zoals iedereen in de Trump-sfeer. Want: is Donald Trump nu een narcist of een fake narcist?]
.trump-narcist.

Gefaket… en Geflikt !

fake-news2Bijvoeglijk naamwoord: fake. Werkwoord: faken, fakete, gefaket. Niet het fuck-woord maar het fake-woord waart tegenwoordig als een spook door de nieuwssites en vandaar ook op de sociale media.

Fake news: het zou de uitslag van de Amerikaanse presidentsverkiezingen mee hebben bepaald. Vilaine lieden hadden overal waar ze maar konden valse berichten gedropt.
Gefakete burn-outs: topondernemer Roland Duchâtelet maakt zich sterk dat de meeste burn-outs die onze werknemers en werkneemsters voor maanden teisteren, gewoon fake zijn.
Faken van klachten over seksueel misbruik: de klager die een week geleden met ex-bisschop Roger Van Gheluwe werd geconfronteerd: zou die niet faken en fabuleren dat hij door de geestelijke betast en bepoteld werd?

Al vervangen die recente ‘fakingen’ precies vroegere populaire vormen van fakingen. Talk of the town was onder andere het door de vrouw gefaket orgasme. In die tijd was de vrouw nog het bezit van de man  en de vrouw dat ze daar af en toe moest meegaan.

Fake nieuws is nieuws dat we niet graag zien of horen.
Gefakete burn-outs zijn zaken die we niet graag tonen.
En gefaket slachtofferschap is iets waarover we niet graag over spreken.
(Een gefaket orgasme was een ervaring die niet graag gevoeld werd).

Faken is van alle tijden. Nog niet zo lang geleden sprak men over voorwenden, veinzen, theaterspelen, zich aanstellen en er zullen vermoedelijk nog wel een paar mooi klinkende synoniemen bestaan. Kortweg: liegen en bedriegen.

Het Schoon-Vlaams woord voor het ganse gedoe is: totentrekken.
.

Benoît Hamon, Frans socialistisch presidentskandidaat

hamonMijn afkeer ten aanzien van de actuele politiek is de laatste jaren zo groot geworden dat ik meer en meer open ben gaan staan voor een links-populistische ommekeer. En nu komt daar het geluid van de Franse socialistische presidentskandidaat Benoît Hamon, een geluid dat heel fris kleurt. Geen abstract gewauwel of aarzelende stapjes in de richting van arbeidsduurvermindering, robotisering, basisinkomen en loslaten van de Europese norm voor het begrotingstekort van 3%. Stuk voor stuk thema’s die het afgelopen jaar flink aan aandacht hebben gewonnen. Hamon komt echter met radicale en principiële maar toch zeer concrete voorstellen met betrekking tot deze thema’s. Een politiek links dat voor mij het enige links is dat zich echt links mag noemen: een vooruitziend accent op de economie in al haar vormen en op de creatie van te herverdelen rijkdommen, plus de ermee samenhangende sociale kwesties. Het links waar het intellectueel en politiek (en zelfs syndicaal) België voorlopig maar aarzelend kaas van wil eten. Zeker in Vlaanderen waar intellectuelen graag verzuipen in een tergend wordend sentimenteel gemoraliseer dat zich wel graag laat benoemen als de verdediging van de ‘mensenrechten’.

Vlaanderen heeft altijd al weinig belangstelling gehad voor het wezen, het wel en wee, van het coöperatief én conflictueel gebeuren op de werkvloer van fabrieken en industriële bedrijven. Op veel plaatsen kijkt men tegen robots aan als een nieuwe verschijningsvorm van de duivel. Het is opvallend hoe weinig aandacht onze intellectuele en culturele elites al decennialang opbrengen voor de ‘mensenrechten van industriearbeiders’. De dagdagelijkse kleine en grote arbeidsproblematieken van industriearbeiders en -arbeidsters, en hun eigengereide arbeiderscultuur duiken eigenlijk zelden op in informatieve en ontspannende tv-programma’s (althans niet op de VRT) en ook in de populaire media, incluis de kwaliteitsmedia, worden ze vrij stiefmoederlijk behandeld. En arbeiders worden zelden in beeld gebracht terwijl ze effectief aan het werk zijn. Hoe het er op menselijk vlak echt aan toe gaat in fabrieken en industriële bedrijven, daar hebben heel veel mensen nauwelijks een beeld van. Priesters, om maar één beroep te noemen, die toch veel kleiner in aantal zijn, komen op televisie vermoedelijk tien keer meer aan bod dan ‘traditionele’ fabrieksarbeiders en -arbeidsters (het is de priesters natuurlijk gegund). Maar industriearbeiders hebben blijkbaar wat minder bestaansrecht.

Benoît Hamon, de ‘Franse Bernie Sanders’ zoals hij wordt genoemd, is ook aan de jonge kant, 49. Nog op het toppunt van zijn intellectuele flexibiliteit. Hij is volwassen geworden in de jaren 1980 toen de trentes glorieuses (1945-1975), de gloriejaren van de welvaartstaat, reeds tot het verleden behoorden. Hamon kan zich dus afkeren van een nostalgisch denken dat zich blijft focussen op een verleden dat effectief een afgesloten verleden tijd is geworden. Of zoals Hamon het zelf zegt: ‘Ik sta voor een links dat denkt aan de wereld zoals hij is en niet zoals hij is geweest.’

Hamon blijkt zijn programma op te hangen aan 4 centrale punten:
1. Een basisinkomen van 750 euro voor iedereen ouder dan 18 jaar;
2. Een arbeidsuurvermindering tot 32 uur per week, met behoud van loon;
3. Een taks op robots die moet helpen de sociale zekerheid te financieren;
4. Het loslaten van de Europese limiet op het begrotingstekort van 3%.

Het is me niet duidelijk welke timing en fasering Hamon voor ogen heeft om deze 4 punten te realiseren. Een dynamische aanpak moet ons inzien mogelijk zijn.

Een taks op robots lijkt geen probleem wanneer doorgedreven en gestimuleerde robotisering en digitale automatisering een tastbare productiviteitsstijging opleveren waarbij die taks weinig meer is dan een peulschil van de gestegen ondernemingswinsten. Samen met het loslaten van de EU-norm voor het begrotingstekort kan op deze manier ook de arbeidsduurvermindering op bedrijfsniveau worden gefinancierd. Voor KMO’s die dat soort relatief hoge winsten niet halen kan misschien een steunfonds worden voorzien. Deze arbeidsduurvermindering kan hoe dan ook de werkloosheid drastisch verlagen en mogelijk ook voor een meer succesvolle en realistische integratie zorgen van migranten, mits een gecontroleerde migratie.

Het meest prangende probleem lijkt ons het invoeren van het basisinkomen, waarvan de hoogte van 750 euro niet geheel overtuigend is. Dat hangt echter af van de bedoelingen die Hamon met het basisinkomen voor ogen heeft. Wij zien aan het basisinkomen altijd 2 doorslaggevende maar samenhangende facetten: 1. de hoogte van het basisinkomen, en 2. de maten waarin het basisinkomen andere reeds bestaande uitkeringen vervangt. Het basiskomen is wezenlijk bedoeld om mensen een maximale keuzevrijheid te geven aangaande hun tijdsbesteding, bijvoorbeeld met betrekking tot de verhouding tussen de werktijd en de tijd die men aan het gezin wil geven. In Finland en als ik het goed voor heb ook in Nederland, lopen evenwel experimenten waarbij het basisinkomen de werkloosheidsuitkering vervangt. En het bedrag van het basisinkomen is dan natuurlijk significant lager. Het doel is hier werklozen op een softe manier te dwingen om werk te gaan zoeken. Dit is zonder meer een perverse variant van het basisinkomen.

Aangenomen wordt dat Hamon weinig kans maakt om de tweede ronde van de Franse presidentsverkiezingen te halen. Zijn plannen krijgen ook te horen dat ze utopisch en onbetaalbaar zijn. Nu is het wel zo dat een kandidaat zich soms een eerste keer kandidaat stelt om dan bij de volgende verkiezingen een echte gooi te doen naar het hoogste Franse ambt.

Ondertussen heeft Benoît Hamon evenwel thema’s op tafel gegooid die door de aandacht voor zijn kandidatuur verder aan belangstelling en popularisering kunnen en zullen winnen.

. 

Sigaret

.
Wanneer ik sigaret rokend denk: zou ik niet weer eens pogen om me poëtisch uit te leven in een gedichie?, dan dringen zich in 1ste instantie steeds dezelfde soort woorden aan me op.

Vooreerst woorden die verwijzen naar het tijdstip van de dag of naar het weer:
dag, nacht, 13u20, middernacht, ochtend, avond, morgenrood, schemering, etenstijd, nieuwe maan, …
wind, storm, hagel, glad wegdek, motregen, hittegolf, ontij, mist en nevel, …

En daarna woorden die te maken hebben met grenzen en het overschrijden van grenzen (niet in de zin van het platgewalste begrip ‘grensoverschrijdend gedrag’, wat een miskleun is me dat: het overschrijden van grenzen is eigen aan welke vorm van seksualiteit dan ook):
binnen en buiten, op en neer, vliegen, onderduiken, drempel, weggaan, voordeur, thuiskomen, indringer, gordijnen (dichtschuiven), …

Zo is dat!
.12118807_909806145776220_4705047256270829342_n.

Björn Soenens: 4 vragen, 4 antwoorden

De ganse hetze tegen de nieuwe US-president Donald Trump krijgt op mij een steeds intenser wordend averechts effect. Ik voel het zwellen aan mijn neurotische teen. En ik moet mezelf in de gaten houden om te vermijden dat ik als reactie op het opgevoerde spektakel mijn principes niet overboord gooi.

Ik heb niets tegen domme mensen, want sommige dommeriken kunnen hun dommigheid amper verhelpen. Ik heb wel een enorme hekel aan mensen die hysterisch te koop lopen met hun overtuigingen die och god niet meer zijn dan een pure echo van wat ze van een ‘geloofwaardige’ hebben horen zeggen. Mijn teleurstelling, wrevel, irritatie en boosheid richten zich eigenlijk in de eerste plaats tegen die luidruchtige en schreeuwerige hysterici en hystericae die als razenden te keer gaan met sloganeske kreten en dito bordjes. Veel minder voel ik me emotioneel gepakt door Trump’s verkiezingsprogramma zelf en het werk dat hij er meteen van maakte. Vermoedelijk had niemand gedacht dat hij na 10 dagen reeds de helft van zijn beloften in ‘executive orders’ zou hebben omgezet.

Al met al ben ik doorheen de Trump-saga nog meer dan vroeger gefocust op de venijnige details die een bericht kleuren en dikwijls de informatieve inhoud een gans andere niet-neutrale draai meegeven.

Een mooi voorbeeld levert ons Björn Soenens, VRT-Amerikawatcher en voormalig hoofdredacteur van de VRT-Nieuwsdienst. In onderhavig fragment van het VRT-Journaal van vandaag (29/01/2017) beantwoordt hij 4 vragen om een balans op te maken van een week Trump. De 4de en laatste vraag heeft betrekking op Trump’s controversieel besluit om tijdelijk de toegang tot het Amerikaans grondgebied te weigeren aan de onderdanen van een 6-tal moslimlanden. Hier voel je het al komen. Hij vergelijkt de demarche van Trump met een paar min of meer gelijkaardige maar veel omvangrijkere en dieper gaande maatregelen doorheen de Amerikaanse geschiedenis. Zo bv. de internering van meer dan 100.000 in de US verblijvende Japanners na de Japanse luchtaanval op Pearl Harbor (december 1941).

En dan komt de zeer suggestieve conclusie: ‘Niets is nieuw – Helaas!’. Niet alleen de wijze waarop deze ‘helaas’ wordt uitgesproken maar ook de veranderingen in zijn gezichtsuitdrukkingen geven aan dat hier op een ander register wordt overgeschakeld. Trump kopieert en we zullen het geweten hebben dat dit meer dan jammer is.

Ik maak liever zelf de conclusie dat dit jammer is, dan dat het me voorgeschoteld wordt.

http://deredactie.be/cm/vrtnieuws/videozone/nieuws/buitenland/1.2878444 (klikken)
.
.
japanse-internering-us

Le charme discret de Donald Trump

.trump-melania.
Trump = slechterik, schurk, onverbeterlijke crimineel, moordenaar zelfs. Er gaat geen dag voorbij of de sociale media maar ook de kwaliteitsmedia voederen ons met berichten die zowel de mens Donald Trump als de functionerende president Donald Trump zonder mededogen onderuit halen. En dit al te frequent met een vermoedelijk bewuste maar in ieder geval onprofessionele vervorming van Trump’s decreten en beslissingen. Zijn persoonlijkheid wordt ontleed via bedenkelijke maar mooi in beeld gebrachte grafologische analyses van zijn handtekening (‘niet-wetenschappelijk maar toch interessant’ dixit VRT-Journaal; hoezo ‘interessant’? en voor wie dan?). In zijn lichaamstaal onthullen zelfverklaarde topdeskundigen  merkwaardig genoeg alle persoonskenmerken die Donald Trump al maanden en maanden worden toegeschreven. Psychologen en psychoanalytici bedenken hem in alle ernst (en eigenwaan) met een resem psychiatrische pathologieën. Het is typisch voor een minderwaardige en vulgaire psychologie om te menen dat de politieke besluitvorming van een regeringsleider af te leiden valt uit zijn persoonlijkheidsstructuur en zijn persoonlijke zieleroerselen.

Zelf psycholoog zijnde, word ik van dat soort aanpak bijzonder korzelig. Echter: die aanpak verbaast me niet. Wie met psychiatrische diagnoses iemand mag neersabelen waarvan een zeker publiek vindt dat die persoon hoe dan ook moet neergesabeld worden, haalt de voorpagina van nieuwssites. 15 minuten beroemdheid. Een flinke zucht wordt geslaakt in zekere kringen: ‘gelukkig hebben we die psychologen nog om ons ter hulp te snellen’. Beneden alle peil, is mijn streng oordeel. Degelijke politieke psychologie en zelfs ‘gewone’ psychologie weet dat een mens in zijn handelen niet zo in elkaar zit en dat het bekleden van een functie andere gedragsregels volgt dan de gedragsgewoontes die gangbaar zijn bij een klapke tussen pot en pint.

De mens Donald Trump mag mij en iedereen dan intrigeren en fascineren, de fixatie op deze facetten van Donald Trump vormt een bijzonder irrelevante kijk voor het begrijpen van de onderliggende principes en prioriteiten van zijn politieke ambities en zijn concrete beleidsplannen.

Ook een uitvergroting van de randaspecten van zijn decreten en van deze die in zijn pijplijn in de wachtrij staan, helpen ons doorgaans niet veel verder. De kritiek van linksen, linksliberalen, progressieven en anderen ging de laatste weken eigenlijk niet verder dan de mogelijke inbreuken op de bekende trits linksliberale interesses: 1) feminisme en vrouwenrechten; 2) de LGBT- rechten die met de jaren tot een ware ideologie zijn uitgegroeid en 3) antiracisme en volledige openheid voor vluchtelingen en asielzoekers. Uiteraard mogen en moeten vrouwen manifest opkomen voor hun rechten, voor mijn part mogen homoseksuelen en lesbiennes kinderen adopteren, mogen mensen van geslacht veranderen, in mijn dagelijks leven taxeer ik iemand gewoontegetrouw niet op zijn of haar huidsleur, en met een gecontroleerde immigratie heb ik ook al geen problemen – wel met een volkomen vrije of illegale. Ik zou niet weten wat er rechts of extreemrechts zou zijn aan gecontroleerde immigratie.

De laatste dagen was het vooral groot circus rond de uitspraak van Trump dat naar zijn mening ‘waterboarding works’. Verontwaardiging alom, alsof hij zelf reeds met eigen handen een terreurverdachte een paar keer een natte doek over het hoofd heeft gelegd en met water begoten. Zelf ben ik natuurlijk ook een felle tegenstander van waterboarding en folteren in het algemeen. Werd er ter attentie van president Trump een beleefde petitie opgestart met de vraag zijn uitspraak te herroepen, ik zou ze onmiddellijk ondertekenen.

Maar binnen een poging om de grote lijnen van Trump’s beleidsambities te begrijpen of er een oordeel over te vellen, lijkt me dat waterboarding-incident eigenlijk nogal marginaal. Trouwens: wie zou hij wel moeten waterboarden? Is er een voornemen om binnenlandse geradicaliseerde moslims over te brengen naar Guantanamo Bay of om weer aan de andere kant van de wereld al of niet vermeende terroristen op te pikken en ze ook in dezelfde basis te huisvesten?

Donald Trump mag dan een schurk zijn, de zuiver morele criteria waarop hij afgerekend wordt en de verontwaardiging over misschien demagogische beslissingen zoals de bouw van de Mexicaans ‘wall’ of het beletten van bepaalde moslims om het Amerikaanse grondgebied te betreden, houden de grote veel diepgaandere lijnen van Trump’s ambities uit het zicht. En het zijn deze lijnen en ambities die Europa angst aanjagen. Misschien spelen, in het verweer tegen het nieuwe Europa-onvriendelijke Amerika (‘America First’), onze moraalridders dan vooral een rol als nuttige idioten. Zij kunnen de druk op de ketel houden in het kader van een agenda van andere krachten, een agenda die hen vermoedelijk volkomen ontgaat en hen misschien ook onverschillig laat.

De Brexit van haar kant ging in Groot-Brittannië niet gepaard met dat soort straf geformuleerde Trump-maatregelen die aanleiding hadden kunnen geven tot het soort emotioneel en opgewonden protest dat Trump ten deel valt. Toch worden Brexit en Trump bij de wat meer bezadigde opiniemakers steevast in één adem genoemd, en overigens ook, zij het met een totaal andere appreciatie, bij eurosceptici à la Nigel Farage, Marine Le Pen of Geert Wilders.

Na de Brexit die de economische toekomst van Europa (en ook van het Verenigd Koninkrijk zelf natuurlijk) onzeker dreigt te maken, komt Trump nu zelf ook nog aandraven met verreikende maatregelen met betrekking tot de organisatie van de internationale vrijhandel en met het doorvoeren van geopolitieke verschuivingen. Daaromtrent krijgen we zelden meer te horen dan het woord ‘protectionisme’, wat ons dan koude rillingen zou moeten bezorgen. Wat verborgen blijft, is dat Trump’s protectionisme hoogstwaarschijnlijk zeer selectief zal zijn. De tamtam rond de verklaringen van de Britse premier Theresa May, voor haar ontmoeting met Trump, omtrent datzelfde waterboarding en omtrent haar ‘waarschuwing’ ten aanzien van Rusland, verhullen dat Trump en May natuurlijk over heel wat andere zaken hebben zitten keuvelen. Ze hadden het in de eerste en de laatste plaats over een mogelijk en eigenlijk heel waarschijnlijk bilateraal handelsakkoord. En dan is Theresa May de dag erop ook nog gaan praten met Turks president Erdogan. Jawel: over een bilateraal handelsakkoord. Het heeft er de schijn van dat Theresa May bezig is de Brexit keurig naar haar hand te zetten. De Britten zijn blijkbaar hun pionnen aan het verschuiven met een succes waar de EU blijkbaar niet heeft op geanticipeerd. Of het althans en minstens niet nodig vindt om ons daarover klare wijn te schenken. Hoe dan ook: de komende Nederlandse en Franse verkiezingen in het voorjaar en de Duitse in het najaar te geven zetten de zenuwen van de EU-landen op scherp. De schrik zit er diep in.

En dat is nog Trump’s geopolitieke aanpak die riskeert de rol van de EU op het internationale toneel verder uit te kleden. Het ziet er naar uit dat Trump de spanningen op wereldniveau in het geheel niet op de spits wil drijven. In het bijzonder geeft hij aan dat hij de relatie met Rusland weer wil rechttrekken (IS, Syrië, Oekraïne) en zo te horen ook met de Chinezen een zo constructief mogelijke relatie wil uitbouwen. En bovendien is het wachten hoe hard Trump zijn intentie zal doorduwen om de financiële bijdragen aan de NATO te herzien. Angela Merken kwam hem gisteren aan de telefoon reeds tegemoet: ‘Beiden waren het erover eens dat de bijdragen aan de NATO eerlijk moeten worden verdeeld.’ Je voelt het dus al. Het moet de zwakkere landen van de EU de slaap ontnemen.

Niet alleen riskeert de EU er economisch wat bekaaid van af te komen en mogelijk weinig meer zal kunnen doen dan de regels van de internationale handel te ondergaan. Ze zal ook militair meer in de kou komen te staan, waarbij eigenlijk van de EU-landen net Duitsland het minst bevreesd moet zijn. Met dan inderdaad de vraag: kan de EU de budgetten vrijmaken voor een eigen operationele defensie en zal ze hiervoor op de nodige steun van haar bevolking kunnen rekenen?

Bij zijn eerste daden na zijn eedaflegging dacht ik dat Trump uit was op een militaire confrontatie met China in de Zuid-Chinese Zee. Blijkbaar was mijn vrees wat overtrokken. Daarnaast ziet het er naar uit dat een echt constructieve relatie en samenwerking tussen de USA en Rusland de spanningen aan de Oost-Europese en Russische grens serieus zou kunnen milderen, misschien zelfs wegnemen.

Daar kan ik mee leven.
.trump-and-vladimir-putin

AUTOFORUM

.
AUTOFORUM
.
Ontbijten. Het einde van een brave new world.
Broodnodig spreken. De kinderen voluit.
In de douche weer dezelfde vrouw.
Une femme peut en cacher une autre.
Vrieskou uit de ijskast. IJskast dicht.
Eindelijk onderweg. Tongaanslag wijkt niet.
De morgen valt uit elkaar. Ik ben vrij.
.
.
autotje

Le Pen,Wilders en de Rest

.
.
.
 XXXXXXXXXXXXXXXXXLe Pen, Wilders en de Rest.
.
.
..

………………………….     De Productie van Misnoegden

‘De Ellendigen’ werd eertijds gekozen als de titel van de Nederlandse vertaling van Victor Hugo’s sociale roman ‘Les misérables’ (1862). Nu wordt de Franse titel niet meer vertaald en zelfs l’accent aigu wordt plichtsvol overgenomen.
.
de-ellendigen-deel-1-van-5-by-victor-hugohugo-miserables-2
.
Er wordt ons hier en daar, links en rechts, voorgehouden dat het groeiend populisme samenhangt met een relatieve toename van het aantal ‘ellendigen’. Een bijzonder bont gezelschap, die ellendigen: onmondig gepeupel dat te lui en te dom is om zich te informeren, mensen de uit de boot vallen of dreigen eruit te vallen, verarmde en vereenzaamde alleenstaanden, laaggeschoolden van alle leeftijden, langdurig werklozen, ex-gevangenen, mensen die leven van een leefloon, mensen met schulden, 65-plussers met een laag pensioentje, allochtonen en erkende vluchtelingen, etc. Zeker steekhoudend is de stelling dat we niet zozeer staan voor een toename van de absolute armoede, maar wel voor een stijging van de relatieve armoede.

Binnen de inkomenspiramide wordt de kloof tussen rijk en arm steeds groter, een quasi-internationaal fenomeen. Rijken worden rijker en armen worden armer. Opvallend is ook dat meer en meer mensen uit de (lagere) middenklasse qua koopkracht ter plaatse trappelen zodat ze bij een ernstige tegenslag riskeren te gaan flirten met de armoedegrens. En even opvallend is dat heel wat jongeren in alle ernst ervan overtuigd zijn dat ze het slechter zullen hebben dan hun ouders. En dan zwijgen we hier nog over een reeks steeds meer onrustwekkende psychosociale epidemieën, zoals depressie en burn-out, alcohol-, medicijnen-, drugs- en gokverslaving, etc.

Op een halve eeuw is het sociaal uitzicht van onze samenleving grondig veranderd. 50 jaar geleden waren er bijvoorbeeld geen daklozen. Het aantal mensen dat beroep moest doen op OCMW-hulp was vrij beperkt, zeker in vergelijking met nu. Kortom: onze beste van alle mogelijke werelden presenteert zich sinds een paar decennia met een flinke toename aan miserie van de meest diverse vormen. Er hoopt zich aan de onderkant van de samenleving een bont gezelschap op van gemarginaliseerden, van ‘ellendigen’ en ‘misérables’. Om het grof te zeggen: uitschot en maatschappelijk afval. En duikt daar in dit tijdsbestek net niet het grimmige spook van het populisme op?

***

Betekent dit nu: hoe meer ellendigen, hoe meer mensen hun houvast vinden in het populisme?

Ik situeer de onstuitbaar lijkende opkomst van het populisme met twee breuken in de inkomenspiramide en de sociale statuspiramide (beide zijn helemaal niet aan elkaar gelijk; zo verdienen industriearbeiders soms beduidend meer dan louter uitvoerende bedienden, maar hun sociale status is significant lager). Een halve eeuw geleden, tijdens de trentes glorieuses (1945-1975), konden mensen sociaal opklimmen en hun kinderen hadden het doorgaans beter dan hun ouders. Talentvolle arbeiderskinderen konden vrij gemakkelijk aan de universiteit gaan studeren (de universiteit was toen eigenlijk nog een elitair bastion). De afstand tussen de verschillende sociale lagen was min of meer overbrugbaar.

Sindsdien zijn er in deze piramide twee opvallende breuken ontstaan, die erop neerkomen dat de sociale mobiliteit danig ingeperkt is geraakt:
– één tussen de topelite (de ‘1%’) en de betere middenklasse (vrije beroepen, hogere kaderleden, professoren, …)
– en één tussen de lagere middenklasse (bedienden, leerkrachten, ambtenaren, zorgpersoneel, …) en de arbeidersklasse in eng sociologische zin (industrie, bouw, transport, …).

Deze breuken zorgden ervoor dat de verschillende sociale lagen (of ‘klassen’) elk weer in een eigen wereld zijn gaan leven, zonder veel besef van de wereld van andere sociale lagen. Veel meer dan de hoop hogerop te geraken en dat kinderen het beter konden hebben dan hun ouders, sluimert nu de vrees naar beneden te vallen.

Ik zou geneigd zijn te stellen dat de mensen die in het populisme een perspectief zien, diegenen zijn die de (al of niet terechte) ervaring opdoen dat hun kansen om zich sociaal te verbeteren geblokkeerd zijn geraakt en dat ze misschien meer kans hebben om naar beneden te vallen dan hogerop te komen. Dat soort ‘percepties’ treffen we hoogstwaarschijnlijk het meest aan op de 2 breuklijnen. Het kan dus evenzeer over laaggeschoolden als over hooggeschoolden gaan. Al deze mensen voelen zich (en zijn doorgaans ook) sociaal onzeker, en dus kwetsbaar. En bovendien ervaren ze ook een verlammende machteloosheid: ze hebben de greep op hun leven en hun levensomstandigheden verloren. En ze weten niet goed meer wat ze nu precies over sociale en politieke veranderingen en evoluties moeten denken. Ze ervaren de wereld als verward, chaotisch en onvoorspelbaar. Wat deze mensen echter wel weten is dat ze niet langer een boodschap hebben aan het politiek correcte denken, een denken dat ze associëren met politiek ‘links’ of ‘progressief’. Een associatie die helaas niet zonder meer uit de lucht is gegrepen.

Het populisme als sociaal en politiek levensbeeld hangt, naar ons oordeel en aanvoelen, niet zozeer samen met de toename van het aantal behoeftige armen en ellendigen maar van het aantal mensen en groepen van mensen die hun levensperspectief geblokkeerd of bedreigd zien door specifieke categorieën van samenlevingsleden (bv. moslims; werknemers uit armere landen die bereid zijn aan een hongerloon te werken en jobs onttrekken aan reguliere werknemers; rijken die amper belastingen betalen; etc.). Vooral de lager geschoolden staan eigenlijk manifest negatief en vijandig jegens de ware ellendigen, wat psychologisch gemakkelijk te verklaren is. De ellendigen zien er namelijk dusdanig uit als wat men zelf door ongewilde omstandigheden niet wil worden, dit is: min of meer aan lagerwal geraken.

De Politiek van het Populisme

De toenemende sociale ongelijkheid, de problemen met de zgn. multiculturele samenleving, de ondoorzichtige en bureaucratische Europese besluitvorming, en andere maatschappelijke evoluties creëren dus een ganse resem misnoegden en ontevredenen. Daar teren populistische politici op, maar het politieke populisme is meer dan dat.

Het populisme wordt in de betere kringen, veeleer dan als een sociale realiteit, gevat als een verwerpelijke politieke ideologie. Populisme is in die kringen dan een politieke strategie om gebruik of misbruik te maken van het buikgevoel van de mensen en zo haaks te staan op de traditionele of klassieke politiek. Of er wordt verondersteld dat de aanhang van het populisme niet bekwaam is om over de complexe problemen van vandaag een oordeel te vellen, want te dom of niet-geïnformeerd. Besluit: de populistische aanhang getuigt niet van de ware democratische ingesteldheid eigen aan de klassieke democratische geplogenheden. De klassieke democraten menen er te mogen van uitgaan dat hun eigen kiezers, dus de kiezers die intellectueel én emotioneel afkerig staan tegenover de populistische sirenen en dus aan hun verleiding kunnen weerstaan, in hun politiek gedrag, in het bijzonder in hun kiesgedrag, wél zuiver rationele en dus democratisch verantwoorde afwegingen maken.

Opvallend is dat het populisme ook steeds wordt voorgesteld als reactief: de populistische politici slagen er zogezegd in uit het niets een aanhang te verwerven dank zij een simplistisch discours omtrent wat er misloopt in de samenleving. Mij lijkt het eerder dat een bepaalde sociale realiteit op zichzelf het politiek populisme baart, ook wat betreft haar inhoud en haar vorm. Populisme als politiek gegeven komt niet zo maar uit de lucht vallen. Zeker is het zo dat het succes van een populistische politicus/a berust op zijn/haar charisma en retorisch talent, maar deze politici duiken pas op wanneer er onder de bevolking ‘vraag’ naar is. Als het sociaal klimaat er rijp voor is, zal er altijd een populistische politicus/a opstaan die in het gat springt. Finaal krijgen we zo een spiraal van ‘vraag en aanbod’.

Binnen de samenleving manifesteert zich dus een relatief groot aantal mensen die het gevoel hebben dat hun levenssituatie of hun levenstandaard bedreigd wordt, hetzij door de groeiende sociale ongelijkheid, hetzij door andere evoluties, actueel in het bijzonder de autocratie van de Europese Unie en de instroom van moslims uit het Midden-Oosten en uit Noord- en Midden-Afrika. Niet geheel ten onrechte stellen vooral laaggeschoolden omtrent het laatste punt drie pertinente vragen: 1° met betrekking tot de toegankelijkheid van deze vreemdelingen tot allerlei sociale voorzieningen, met als gevolg dat minder budget overblijft voor de autochtonen; 2° met betrekking tot de neerwaartse druk op de lonen door de bereidheid van zekere vreemdelingen om desnoods te werken voor een loon dat soms zelfs onder het minimumloon valt; 3° met betrekking tot de mogelijke uitholling van onze tradities en culturele normen en waarden.

Mensen die zich machteloos voelen, zijn in principe gemakkelijk mobiliseerbaar, zij het dat ze zich niet zozeer uiten door middel van betogingen maar zich veeleer roeren op de sociale media. Veelal moet de politieke klasse het ontgelden, soms in de meest grove bewoordingen. Bedenkingen bij het parlementair-democratisch bestel die 10 jaar geleden intellectueel werden geuit, zijn nu naar vorm verpakt in boosheid, woede en verontwaardiging. Hun inhoud is echter wezenlijk onveranderd gebleven. Het gaat dan vooral om de hoge wedden die parlementairen opstrijken ‘om niets te doen’; de particratie die alles in achterkamertjes regelt en naar buiten komt met voor de leek onbegrijpelijke compromissen; het parlement als aanstootgevende ‘praatbarak’; de rijken en de multinationals die in de wetgeving omtrent besparingen en nieuwe belastingen steeds de dans ontspringen; de overdracht van beslissingsmacht naar ‘Europa’ waar het wemelt van dik betaalde ambtenaren die er alleen op uit zijn ons het leven zuur te maken; enzovoort.

De bedenkingen die deze mensen in hun machteloosheid formuleren ten aanzien van de politieke klasse en het politieke gedoe, lijken over de gehele lijn over te komen als negatief en zelfs brutaal. Maar wie toekijkt, merkt dat deze mensen roepen om een ‘positieve’ politiek die aan hun noden en verlangens tegemoet komt, al verliezen ze met de dag meer en meer hun geloof en hun hoop dat het politieke establishment niet alleen onbekwaam maar ook niet bereid is aan hun verzuchtingen tegemoet te komen. Het is in deze zin dat populisten met hun volkse plebejische aanhang beroep kunnen doen op het ‘volk’ en zich kunnen veroorloven van te spreken ‘in naam van het volk’. De klassieke politieke partijen hebben deze aanspraak grotendeels of volledig verloren, tenzij ze in hun gedachtengoed of in hun concrete politieke praktijken zelf min of meer opschuiven in de richting van het populistische wereldbeeld en zijn implicaties en ze hier en daar de politieke correctheid achterwege laten.

Wanneer alles goed gaat in het land en mensen (ook veel relatief hooggeschoolden) merken dat ze er zelf min of meer op vooruitgaan, kan het de mensen, zeker deze van de minder begoede klassen, eigenlijk amper schelen wie de verkiezingen wint of wie er in de regering zit. Ze liggen niet wakker van de beslissingen die de regering neemt en zelfs corruptieschandalen raken hen amper. Of om het grof te zeggen: als men een stijging van het eigen welzijn en de eigen welvaart ervaart, geeft men blijkbaar carte blanche aan de politici om hun zakken te vullen (zolang het niet de spuigaten uitloopt).

Maar dat is niet zo wanneer het leven van de mensen problematischer wordt of is geworden. Dan wil het plebs dat hun verzuchtingen ernstig genomen wordt en dat er door de politici gehandeld wordt in plaats van gepraat en gekibbeld. Ze willen beslissingen zien en snel: ze getuigen van een zeker ongeduld. Het parlementair gedoe dat soms jaren vergt voordat beslissingen genomen worden, de politieke besluiteloosheid: het gaat de mensen op de zenuwen werken. De oplossingen voor de problemen waarmee de mensen worstelen, hebben naar hun aanvoelen een onmiskenbare urgentie.

Het plebs wil daadkrachtige leiding en zeer rationeel (in plaats van puur emotioneel en irrationeel) moet het vaststellen dat de heersende klasse deze niet kan geven. Vandaar dat de plebejers, die zichzelf terecht niet in staat achten die daadkracht op te brengen of af te dwingen en die hiervoor niet over de nodige hefbomen beschikken, zich richten naar een zichtbare en charismatische leider waarin men meent vertrouwen te kunnen hebben. Het zal wel niet toevallig zijn dat in deze tijd van toekomstonzekerheid met betrekking tot globaliseringseffecten en van geopolitieke verschuivingen, zogenaamde populistische partijen en regeringen gedragen worden door één enkele min of meer ‘autoritaire’ figuur die zich eigenlijk als enige publiekelijk namens de partij of de regering manifesteert. Denk aan Geert Wilders in Nederland, Marine Le Pen in Frankrijk, Beppe Grillo in Italië en uiteraard Donald Trump in de USA. Op het internationale toneel kunnen we ongetwijfeld wijzen naar Poetin in Rusland, Erdogan in Turkije, Duterte op de Filipijnen en vermoedelijk nog een pak anderen. In de meeste gevallen gaat dit populisme ook gepaard met een nieuw nationalisme en een wil om de nationale soevereiniteit te herwinnen of te versterken. Ook dit hangt samen met de wens van sociale lagen van gewone mensen om opnieuw te kunnen en mogen leven in een overzichtelijke en geordende wereld, m.a.w. met een duidelijk afgebakend territorium waarbij geen dubbelzinnigheid bestaat omtrent wie allemaal valt onder het gekoesterde ‘wij’.

Conclusie

In de huidige nationale en internationale constellaties heeft de verbreiding van populismen ons inziens niets mysterieus of irrationeels. Het populisme afschilderen als ondemocratisch slaat nergens op en zal ook zijn actieradius niet indammen. Integendeel: hoe meer de falende politieke klasse de populistische aanhang minacht en culpabiliseert, hoe minder ze zelf een toekomstperspectief kan aanreiken, hoe feller het populisme aan kracht zal winnen. Het populisme vloeit immers voort uit het falen van de klassieke democratische politiek die bij het plebs reeds te veel krediet heeft verloren. Of het populisme op termijn een goede zaak is of alleen maar nieuw onheil over ons zal uitstrooien, laat ik hier in het midden. Alvast is het sputteren van onze Westerse democratieën onhoudbaar geworden.
.
.
populisme

Alle Macht Aan De Anderen !


mannendag 2.jpg
Het moest er eens van komen, ik (uiteraard ik niet alleen) had een en ander reeds lang zien aankomen. Maar nu is het officieel: een militante mannenbeweging met haar (zijn?) eigen Dag, de Internationale Mannendag, jawel: vandaag 19 november. Blijkt wel dat deze Mannendag reeds bestaat sinds 1999. Zelf heb ik er pas sinds een week weet van, bewijs dat het fenomeen van deze aparte mannenbeweging steeds meer aandacht én erkenning krijgt. Want eigenlijk veroverde de Mannendag alhier in Vlaanderenland pas sinds 2014 een futiel plaatsje in de publieke opinie.

Maar op een klein jaar tijd is de weerklank van de Mannendag zo fel en zo breed toegenomen dat 1) politici op de sociale media zelf een lans gaan breken voor de rechten van mannen, met oog voor hun specifieke problemen en de discriminaties waaronder ze zouden lijden; 2) feministen in de pen kruipen om te wijzen op het ernstig gevaar van deze mannenbeweging voor onze nachtrust.

Deze Internationale Mannenbeweging, overigens erkend door de Verenigde Naties, heeft een mooi ogend missie-statement met items zoals het wegwerken van stereotypen over jongens en over mannen. Maar onvermijdelijk krijgen we hier een masculinisme als tegengewicht voor het (radicale) feminisme dat, afgezien van homo’s en zwarten, al jaren haar pijlen richt op de man als Man. Het kon niet blijven duren dat mannen lijdzaam zouden toezien dat met enige medewerking van de politiek correcte media een man per definitie voor onderdrukker, seksist en potentiële verkrachter moet doorgaan.

Het masculinisme is dan ook een even trieste zaak als het doorgeslagen radicaal feminisme. Want ongetwijfeld zal dit masculinisme ook gaan doorslaan wanneer het enige wind in de zeilen zal krijgen. Het zal bijvoorbeeld een vrouw wettelijk verboden zijn om een o zo weerloze man nog voor klootzak uit te maken. Publiek gaat het dan om seksisme en in privé om intrafamiliaal geweld.

Wie gehoopt had dat met de vrouwenemancipatie de oorlog tussen de seksen zou eindigen met een tedere verzoening, is er zeker deels aan voor de moeite. Al zal het plebs de neus ophalen voor dat om zich heen grijpend strijdlustig masculinisme waarmee de culturele elite zal uitpakken, zoals het ook de neus ophaalde voor het radicale feminisme.
.
mannendag.jpg.
Maar geen nood voor de vrouwen die zich door de mannen bedreigd voelen. Volgende week, 25 november, vieren we (hoewel!) de Internationale Dag tegen Geweld tegen Vrouwen.

Btw: Nieuwjaarsdag valt dit jaar op 1 januari!

 

“Souffrez mais ne laissez pas de traces !”

.
«Souffrez mais ne laissez pas de traces!»
Dr. Marc Reisinger
.

Een man komt bij de Boeddha. “Meester, U hebt erg geleden, maar nu lijdt u niet langer. Wat moet ik doen om ook niet meer te lijden?” De Boeddha is onmiddellijk klaar met zijn antwoord: “Brave man, u moet zo veel mogelijk sigaretten roken tot u geen sigaretten meer kunt zien! U moet bier en wijn drinken tot u er helemaal geen goesting meer naar hebt, en water tot u geen dorst meer voelt! U moet zo overmatig eten tot uw honger voor altijd is gestild! Kortom: u moet zich zo overmatig aan alles te goed doen tot elke behoefte en elk verlangen uit uw lijf is verdwenen, en zo elke dag!”

De brave man die lijdt is niet echt gelukkig met het antwoord: “Ik zal longkanker krijgen, levercirrose, obesitas en wat nog allemaal.” De Boeddha repliceert: “Wou u nu ophouden met lijden of niet?” Daarop gaat de brave man heen.

***

Massa’s mensen lijden. 1 op 4 Belgen lijdt. Hun leed is hen aan te zien op hun gezicht, aan hun manier van lopen en aan de bitter-zure manier waarmee ze spreken en glimlachen. Ze lijden dan ook nog eens onder de littekens van hun lijden.

Sommige mensen hebben leedvermaak met hun eigen leed. Pakken ze hun leed goed in, dan krijgen ze aandacht van familieleden, vrienden, dokters, biechtvaders en andere handelaars in aktes van geloof, hoop, liefde en berouw. Hoe meer sporen hun leed nalaat, hoe gelukkiger ze zijn.

Gelukkig zijn: wat een prijs die je moet betalen om te genieten van je lijden en de zichtbare littekens ervan!
.


.

Dag van het Leed en het Leedvermaak

.
leedvermaak
.

Donderdag 17 november 2016 is een bijzondere dag. Het is een bijzondere dag omdat het geen bijzondere dag is. Geen Dag tegen de Armoede. Geen zonnewende. Geen Open Monumentendag of Open Bedrijvendag. Geen Dag tegen Pesten. Geen Vrouwendag. Geen Wapenstilstand. Geen Gedichtendag. Geen Dag van de Hemelvaart van Allen en Iedereen. Geen Verjaardag van Louis Michel of van Bart De Wever. Geen Dag van de Afrikaanse Kindjes. Geen 11.11.11. Geen dag tijdens de week van Kom Op Tegen Kanker of van Music for Life. Geen Dag van de Aarde. Geen Dag van de Klant. Geen dag dat je pensioen op je rekening wordt gestort. Niets van dit alles. En wat me is ontgaan heeft geen bestaansrecht. Esse est percipi, zijn is waargenomen worden. Wat zich niet toont: wie heeft daar een antwoord klaar op de onbeantwoordbare vraag of het bestaat of niet? Wat kunnen we weten over iets dat geen moeite doet om te verschijnen en onder onze ogen te komen.

17 november is een dag die blij is met zichzelf. Een kat op de schoot, vogels in de tuin. Een beetje wolken, een beetje blauw. Een beetje leed, een beetje leedvermaak. Een dag van “Souffrez mais ne laissez pas de traces.” Ook van de vrijheid, blijheid van de stad. En van het gezelschap.

Volgend jaar vieren we 17 november als de Dag van het Leed en het Leedvermaak.

De Ceifeirische Waan

.
Misschien verlangt u er ook wel eens naar: ‘bewusteloos’ te zijn en u daarvan bewust te zijn. Zich bewust te zijn van de eigen bewusteloosheid. Aan niets denken en te weten dat men aan niets denkt. Zoals bij mijmeren en dagdromen. Of bij een extatische roes. Volledig in iets opgaan, zichzelf verliezen: en er zich bewust van zijn dat men zich verloren heeft. Dromen en te beseffen dat men droomt. Gestorven te zijn en kunnen getuigen van je dood zijn.

Ooit noemde ik dit paradoxaal verlangen de ‘ceifeirische waan. ‘Ceifeira’ (‘Maaister’ ) verwijst naar een gedicht van de Portugese schrijver/dichter Fernando Pessoa, dat de paradox van het verlangen zich bewust te zijn van de eigen ‘bewusteloosheid’ treffend verwoordt. De titel van het gedicht wordt meestal vernoemd naar het eerste vers: ‘Ela canta, pobre ceifeira’ (‘Zij zingt, de arme maaister’). Maar ik werd vooral getroffen door een paar verzen uit de 5de strofe, verzen die me nog steeds nauw aan het hart liggen.

O, u te kunnen zijn en toch mijzelf!
Te leven in uw blij niet-weten
En dat te weten!

En bij ceifeira/maaister komt me ook meteen onderstaande foto van éne Catarina Eufémia voor de geest.
.
ceifeira-ii

.
Catarina (Efigénia Sabino) Eufémia (13 Februari – 19 mei 1954) was een Portugese ongeletterde maaister die tijdens een staking van de landarbeiders in Alentejo door de Republikeinse National Garde van dictator António de Oliveira Salazar werd doodgeschoten. Catarina was 28 en had drie kinderen. Haar jongste van 8 maanden oud was bij Catarina toen ze werd neergeschoten.

Catarina werd meteen een symbool voor het anti-dictatoriaal verzet in Alentejo. De Portugese Communistische Partij koos haar als icoon voor haar Alentejaanse afdeling.

Als ik aan haar denk, weet ik niet dat ik aan haar denk.

De Kunst om Ladders Weg te Gooien

.
Jacobladder.jpg..

‘Gooi de ladder weg nadat je erop geklommen bent.’ De uitspraak is, in een ietwat aangepaste versie, van de hand van Ludwig Wittgenstein en ze hoort thuis in zijn vermaarde taal-filosofische studies. Wittgenstein’s ladder slaat op het gebruik van zekere on-zinnige en incorrecte beweringen of argumenten als een hulpmiddel of een opstapje om toch een hoger begrip of inzicht te bereiken. Met on-zinnig bedoelt Wittgenstein dat de aangewende stellingen niet slaat op feitelijke standen van zaken in de wereld. Al gebruikt Wittgenstein de metafoor van de ladder uitsluitend binnen een logisch en analytisch-filosofisch kader, men zou natuurlijk de vrijheid kunnen nemen om de idee erachter ook wel op andere domeinen en in andere context toe te passen. (Overigens nam Wittgenstein in een latere fase van zijn loopbaan, afstand van de ‘ladder’-stelling.)

Je zal natuurlijk onmiddellijk denken aan de situatie waarin je een ladder gebruikt om een muur over te klimmen. Eenmaal bovenop de muur kan je de ladder achteloos wegstampen (uiteraard in de veronderstelling dat je bovenaan de muur niet vastzit bij gebrek aan middelen om ongeschonden de overkant te bereiken).

Leven: de kunst om ladders weg te gooien.

In de Naam des HEEREN

..
boetedoening.jpg
.
Ik heb mij in mijn leven zelden of nooit verlustigd in boetedoening. (Paradox: boetedoening levert in sommige gevallen aardig wat Freudiaans genot op. Denk ook aan al de energie die vrijkomt wanneer je ophoudt te ontkennen dat je gezondigd hebt bv. tegen nummer 2 van de 10 geboden: ‘Gij zult den naam des HEEREN uws Gods niet ijdellijk gebruiken.’)

Schuldgevoelens, ja daar heb ik af en toe onder geleden, al wist ik dat ik geen schulden had. En soms ook wel eens blozende schaamte en knagende wroeging. Menselijk, al te menselijk!

Ik hoor met de regelmaat van een klok dat de mensheid wél nogal wat schulden, verantwoordelijkheden en collateral damage op haar conto zou hebben staan. De mensheid zou zowaar schuldig zijn aan misdaden tegen de menselijkheid. De atmosfeer volstouwen met koolstof- en stikstofdioxide. De oceanen met plastic en de grond met pesticiden. Karrevrachten voedsel verspillen, vermeend symbool van het platst mogelijk egoïsme en materialisme. Massa’s vreedzame soorten uitroeien: biodiversiteit wordt bio-uniformiteit. En ga zo maar door.

Je zou zeggen: hier komt de mensheid niet zo gemakkelijk mee weg. Maar toch, de mensheid doet er alles aan om aan een definitieve veroordeling te ontsnappen. Boete doen, daar denkt ze niet aan. En zo zou de mensheid in haar eigen val lopen. Want in die giftige atmosfeer zullen niet alleen de zee-algen, de rozenstruiken, de vogeltjes en de panda’s genadeloos worden weggeveegd. Ook de mensheid zelf zal verstikken in fijnstof en de rest van de vuiligheden die ze met veel plezier op de kosmos heeft losgelaten. Bon débarras! zal je zeggen, de mens is toch de wreedste van alle dieren, nietwaar? Effectief: de wreedheid van de mens overstijgt zeker de toegelaten norm.

Hier zouden dan ook alleen maar drastische maatregelen passen. De tomeloze boosaardigheid van de mensheid moet met wortel en tak worden uitgeroeid. Hallo, Verenigde Naties? We zullen het werk dan maar zelf opknappen. Straffer moet de straf zijn dan wat Jahwe Noah en de rest van zijn schepsels in zijn Ark wou aandoen. De ganse hardleerse mensheid op één gammel bootje de Middellandse Zee op. En wat achterblijft (maar er blijft niets of niemand achter) wast zich de handen in de onschuld. Het ras van de uitverkoren kolonisten zal immers reeds lang naar Mars zijn getrokken om nooit meer terug te keren.

Ikzelf was natuurlijk ook mijn handen in de onschuld. Want nooit heeft de van CO₂ verzadigde atmosfeer me met de vinger gewezen en me aangeklaagd met de huiveringwekkende woorden: ‘Tu quoque, domine Rosseel.

..
tu-quoqueEnrico Baj ‘Tu quoque, Brute, fili mi’, 1964

The Beauty and the Beast (bijna!)

.
king-kong

.
.
Het zijn niet alleen Amerikaanse verkiezingen in Amerika (bedoeld wordt de USA), maar zo te zien ook bij ons, in de Lagergelegen Landen. En met dezelfde kandidaten.

Wij hebben nochtans niet zoiets als een verkozen president. Wij hebben een koning en het zou zeker wat animo geven als we die om de 5 jaar zouden mogen verkiezen of herverkiezen. Wij hebben echter wel een vijftal minister-presidenten maar dat zijn allen ‘blanke mannen’. En die stemmen Trump, openlijk of heimelijk.

Ook bij ons wordt dus al ettelijke weken Hillary of Trump gestemd. Mogen we je er de aandacht op vestigen dat Clinton met haar voornaam presidentskandidaat is (zo kom je niet bij de Clinton Foundation terecht) en Trump = Trump (het is zo al erg genoeg). Soit. Alvast de kiesopkomst alhier mag als ‘zeer hoog’ worden bestempeld, vooral in Vlaams-Brabant, beduidend minder in West-Vlaanderen. Echt iedereen wil haar of zijn stem laten horen in deze historische verkiezingen.

Op de sociale media wemelt het van Hillary-adepten en Trump-fans. Deze laatsten zijn iets minder talrijk, maar de paar voorbije dagen lijken de Trump-fans wat in aantal toe te nemen, in ieder geval: ze worden nog luidruchtiger dan ze al waren. Maar de meeste FB-posters en tweeters geven ongezouten en onhoffelijk hun afkeer weer van de éne of de andere kandidaat. 76% van alle posts en tweets zijn anti-commentaren, 18% pro. Slechts 6% laat zich neutraal en beleefd uit. Tiens, hoe zouden die cijfers in Amerika zelf liggen?

Ook de aandacht in de geschreven en de gesproken pers is bijzonder groot. Welhaast groter dan bij onze inheemse verkiezingen. Nochtans is Björn Soenens, bekend Amerika-watcher (“watching isn’t knowing”), geen hoofdredacteur meer van het VRT-Journaal. Want met lepe Björn kreeg je bij het nieuwskijken soms de indruk dat je in Amerika woonde en dat Barack Obama optrad in de parochiezaal, daar bij jou om de hoek.

Maar misschien is dat allemaal niet zo abnormaal. Zijn wij geen vazalstaat van de United States of Amerika?

Al goed. Zelf heb ik reeds gebruik gemaakt van het early voting-systeem. Nee, nee, ik heb er geen probleem mee om openlijk voor mijn keuze uit te komen: ik ben thuis gebleven.

Ik wacht hier nu op een email van Hillary. Postzegels verzamelen als hobby mag dan ongeveer uitgeroeid en uitgestorven zijn, het kan niet anders of het verzamelen van emails zal binnenkort hoge toppen scheren. Die van bij ons zijn immers (nog) niet in beslag genomen door het FBI. Gelukkig heeft onze eigen Staatsveiligheidsdienst de handen vol met zelfmoordterroristen en met mobiel Chinees kapitaal. Anders was ook bij ons de nieuwe hobby meteen in de kiem gesmoord.
.
clinton-email

Het Nieuws met Martine Tanghe

.
journaal..
Bijna elke dag hoor je op het nieuws iemand met betrekking tot een bepaalde kwestie klagen: “Dit is een gevaar voor de democratie”, “Dit is een aanfluiting van de democratie” of “Dit is zeer erg voor onze democratie”. In 99,99% der gevallen ontgaat me de relevantie van het argument. Het komt me over dat men de betreffende kwestie wil opblazen tot een staatszaak van het allerhoogste niveau. Of dat men graag wat huilebalkt en op de meest patriottistische sentimenten wil werken. Hoe dan ook: mij strijken dat soort democratie-aanhalingen tegen de haren in.

Vermoedelijk zal ik niet lang genoeg naar school zijn geweest om te weten wat democratie nu eigenlijk is en niet is. Met verkiezingen heeft democratie blijkbaar niets te maken want super-democraat David Van Reybrouck wil die afschaffen. Vrijheid van meningsuiting? Ik heb tien woorden op mijn tong liggen maar ik moet ze achter mijn kiezen houden of ik riskeer een voorwaardelijke gevangenisstraf en een fikse geldboete.

Ik geef het op. Een kat vindt er haar jongen niet in terug.

Aan de andere kant: als de democratie bijna dagelijks in gevaar is of aangefloten wordt, dan moet de kans toch zeer groot zijn dat de democratie het een keer niet redt. Erger nog: zeker 1 op de 2 keer zal ze in het verleden het gevaar niet hebben kunnen keren. Dus: de democratie moet het al heel lang geleden begeven hebben. Nochtans staan er geen pantserwagens op de hoek van de straat, blinken er geen neonazi’s op het balkon van het Brussels stadhuis en zit ik niet in het gevang.

Misschien is het woord “democratie” springlevend, maar is de democratie zelf nooit meer geweest dan een doodgeboren kind.
.
democracy1

Het Al en het Niemendal

.
.

Het Al en het Niemendal
.
.
desenchantement

.
1. Zombie katholieken

2. De Onttovering van de Wereld
3. De Nieuwe Religiositeit
4. De Taal van het Niemendal

.
Zombie katholieken

Zombie katholieken! Wat zijn zombie katholieken? Het betreft zekere mensen met onmiskenbare katholieke roots die in hun adolescentie of in hun (jonge) volwassenheid afstand hebben genomen van hun geloof. Als gevolg hiervan ervaren sommige van deze mensen nu een levensbeschouwelijke leegte en voelen een tekort aan morele criteria om hun leven te reoriënteren. Deze leegte zorgt er dan voor dat ze, of toch een deel onder hen, vatbaar worden voor allerlei eigentijdse vormen van verheven spiritualismen, dikwijls met een quasi-mystiek karakter. Kortom: voor wat gemakshalve de ‘nieuwe religiositeit’ wordt genoemd.

‘Zombie katholiek’ werd als term gelanceerd door de Franse antropoloog en historicus Emmanauel Todd. Hij introduceert de notie in zijn sociologische analyse van de reacties in de publieke opinie, in de media en bij de brede bevolking, op de terroristische raid van 7 januari 2015 op de redactielokalen van Charlie Hebdo (Emmanuel Todd ‘Qui est Charlie? Sociologie d’une crise religieuse.’ Éditions du Seuil, 2015). ‘Ronduit hysterisch’ noemt Todd deze reacties die met de slagzin ‘Je Suis Charlie’ tot ver buiten Frankrijk resoneren.

Deze eigentijdse spiritualismen en religiositeiten, eigen aan deze zombie katholieken, zijn niet zo maar uit de lucht komen vallen. Al een paar decennia wordt gewag gemaakt van een ‘religieus reveil’. En dan gaat het in het geheel niet over de opstoot van de islam. Die heeft pas onze aandacht getrokken toen algemeen werd aangenomen dat de culturele integratie van de allochtonen, i.e. moslims, binnen de zogenaamde multiculturele samenleving grotendeels op een mislukking was uitgedraaid. Erger nog: een aantal jonge autochtone Belgen bekeerde zich tot de radicale islam, net zoals ook een ruim aantal allochtone jongeren ‘radicaliseerde’. Een reeks terroristische aanslagen van fanatieke islamfundamentalisten in ‘onze’ steden gaf de belangstelling voor de islam dan een definitieve boost. Te meer omdat deze islamistische terroristen doorgaans niet uit moslimlanden bleken te komen, maar uit ons eigen midden.

Het religieus reveil slaat (voor wat België en Vlaanderen betreft) ook niet op een heropleving van het strakke katholicisme zoals we dat tot ongeveer een halve eeuw geleden hebben gekend. Het stelt geenszins een terugkeer voor naar het traditionele door de Kerk geschraagde geloof. De ‘nieuwe religiositeit’ heeft omzeggens alle kenmerken van de godsdienst in de zin van eredienst, geopenbaarde moraal, hiërarchisch georganiseerde Kerk en aanverwanten volledig achter zich gelaten. Vandaar ‘religieus’ in plaats van ‘godsdienstig’. De ‘nieuwe religiositeit’ betreft een persoonlijke relatie en verbondenheid met het goddelijke, het Al, het Absolute of het Ene. Maar het gaat hier niet alleen om het bereiken van een mystieke eenheid met het goddelijke, het opgaan en het zich verliezen in het Al, enzovoort. Doorslaggevend is ook de zingeving die met het semi-mystieke samenhangt. De ‘nieuwe religiositeit’, de nieuwe spiritualismen, leveren tevens een persoonlijke bestaanszin, een levensmoraal en een min of meer coherent waardensysteem. Deze elementen laten derhalve toe om een richting te geven aan het leven en de levensloop. Een religieus of spiritueel onderbouwde levensvisie levert verder de geestelijke middelen om de omgang met de wereld vorm te geven.

Hier en daar spreekt men over ‘het religieuze na de religie’, een religiositeit met dikwijls een eigentijdse pantheïstische inslag. Het goddelijke zou in alle mensen en in alle dingen aanwezig zijn, de dingen in de wereld zijn alle ‘bezield’, doordrongen van kosmische energie, etc. Pantheïsme: dan denken we natuurlijk aan Spinoza (1632-1677). Ik heb Spinoza’s pantheïsme altijd begrepen als een stellingname dat de aard der natuurlijke dingen erin bestaat dat ze eigenaar zijn van in Spinoza’s tijd nog niet onthulde krachten en verborgen natuurwetten. M.a.w. het goddelijke verschuilt zich in alle dingen waarvan de essentie ons petje (voorlopig nog) te boven gaat. In de context van die voorlopige verborgenheden à la Spinoza spreken over ‘Deus sive Natura’, ‘god ofte de natuur (der dingen)’, daar heb ik geen moeite mee. Maar of ik hiermee accuraat recht doe aan Spinoza’s pantheïsme, daarop moet ik het antwoord schuldig blijven. Spinoza’s Godsbegrip staat in elke geval mijlenver van het traditionele christelijke godsconcept, waarbij God als een bovennatuurlijke en bovenmenselijke werkelijkheid wordt begrepen. En volgens zijn tijdgenoten heeft Spinoza met zijn godsbegrip effectief een rode lijn overschreden: hij kreeg de banvloek ‘atheïsme’ over zich heen en zijn leven in Amsterdam werd hem behoorlijk lastig gemaakt. (Terloops: ‘natuur’ slaat hier niet op wat ecologisten nu ‘de natuur’ noemen, maar op de aard der dingen zoals bv. in het begrip ‘de menselijke natuur’.)

Hoe dan ook: na de ontkerkelijking blijven nog steeds een grote schare mensen over die God ontwaren ergens boven ons in de hemelse sferen, of voor wie alle dingen op onze aardse planeet en in de kosmos als geheel bezield zijn met een goddelijke vonk. En er wordt hier en daar zelfs in biologische zin gesproken van een ‘religieus gen’. Die term duikt soms op in studies van biologen, neurowetenschappers en evolutiepsychologen. Zijn de zombie katholieken erfelijk belast?

De Onttovering van de Wereld

Het fenomeen van de zombie katholieken en aanverwante religieuzen wordt het best gesitueerd binnen de nog steeds niet volledig voltooide secularisering, zijnde het proces waar het maatschappelijk leven in al zijn facetten steeds meer onttrokken geraakt aan de Kerk en het Geloof. Een proces dat reeds een paar eeuwen bezig is. Dit seculariseringsproces is overigens cultureel veel ruimer dan de simpele politiek-juridische “Scheiding van Kerk en Staat” waarbij de Kerk afziet van elke bemoeienis met het politieke en het juridische gebeuren. De secularisering gaat echter veel dieper dan deze formele terugtrekking uit de organisatie van het politieke leven. Het nieuwe seculiere wereldbeeld verdrijft het godsdienstige uit het nieuwe dominante wereldbeeld. De moraal waaraan de individuen zich houden of horen te houden, is niet langer traditioneel overgedragen van generatie op generatie, maar krijgt de gedaante van een persoonlijk werkstuk. Binnen de levensbeschouwing van de individuen ruimt het goddelijke steeds meer plaats voor het nuchtere rationeel-wetenschappelijk wereldbeeld.

De secularisering is reeds eeuwen aan de gang en is de voorbije eeuwen met de industrialisering en de verstedelijking gestaag opgerukt. Doorheen de 19de en de 20ste eeuw heeft de secularisering zich evenwel steeds ruimer en  verregaander ‘gedemocratiseerd’. Het goddelijke trekt zich steeds verder uit de vertogen van mensen terug, en zo ook uit de verklaringen die mensen geven aan concrete gebeurtenissen of toestanden. Vandaar dat filosofen de secularisering iets poëtischer omschrijven: zij hebben het  over de ‘Onttovering (van de Wereld)’ – Frans: Désenchantement; Engels: Disenchantment. Vóór deze Onttovering was de wereld buiten ons bewoond door goden, bewaarengelen, heiligen, nimfen, watergeesten, kabouters en toverlieden allerhande. Min of meer waren we van deze geesten afhankelijk om ons sociaal en moreel gedrag te sturen (‘heteronomie’). Met de Onttovering raken onze heilsopvattingen echter steeds meer besloten in een collectief aanvaarde ‘rationele’ samenlevingsordening enerzijds, en anderzijds in een puur privé-persoonlijke zinsbeleving en zinservaring, al of niet religieus gestut (‘autonomie’).

Met de Onttovering van de Wereld worden het morele en het politieke voortaan denkbaar zonder langs te moeten lopen bij godsdienst en theologie. Het Christendom, katholiek of protestants, heeft doorheen de laatste eeuwen omzeggens volledig afstand gedaan van zijn pretenties om op basis van goddelijke openbaringen en pauselijke onfeilbaarheden subtiele zeggingskracht te behouden met betrekking tot de maatschappelijke regeling en ordening van het morele, het sociale en het politieke. Precies door zich terug te trekken uit de beschikkingen omtrent het openbare leven heeft het Christendom eigenlijk mee het proces in gang gezet waarbij religie zich kon ontpoppen tot een zuivere privéaangelegenheid. Althans in het ‘Westen’. Want de islam is daar nog lang niet aan toe.

Om de zaak nog even samen te vatten kunnen we stellen dat we de laatste eeuw een drieledige beweging hebben meegemaakt:
1. Op maatschappelijk vlak: de vervanging van het goddelijke door het seculiere. De aardse ordening wordt niet langer beleefd als een systeem dat teruggaat op een buiten- of bovenmenselijke creatie maar als zuiver mensenwerk in al zijn facetten. Het Christendom heeft zich neergelegd bij dit proces van secularisering van het morele, sociale en het politieke. In deze domeinen is de gelovige net zoals de ongelovige in de eerste plaats een burger. Dat alles geldt bv. niet voor de islam als een godsdienst waar alle wereldlijke wetten direct of indirect afgeleid blijven van Allah zoals Hij deze geopenbaard heeft aan de profeet Mohammed. In die zin vallen in de islam godsdienst en politiek samen.
2. Op religieus vlak: de evolutie naar een persoonlijk en effenaf soms puur solitair beleefde religiositeit of spiritualiteit. In deze spiritualiteit krijgt men dan op een of andere manier voeling met God, het Al of het Absolute. In veel gevallen staat de ervaring van één te worden met dat Al of dat Absolute centraal. Deze religieuze of spirituele beleving sluit aan bij de mystieke traditie en bij de romantiek van de 1ste helft van de 19de eeuw. Mystiek kunnen we bondig definiëren als een passioneel streven naar een persoonlijke vereniging van de ‘ziel’ of ons wezen met God of het goddelijke (incluis het Al, et cetera). In dat kader kunnen we ook wijzen op de toenemende belangstelling voor het soefisme, een mystieke traditie die haar oorsprong heeft in de vroege islam, maar die door islamisten als een ketterij wordt beschouwd.
3. Op het psychologische niveau: een onvrede met het koele rationeel-wetenschappelijk denken dat zou getuigen van een nihilistische ontmenselijking. En gekoppeld daaraan een manifeste weerstand tegen technologie met haar algemeen vervreemdend en milieuvernietigend karakter. Het 19de-eeuwse Vooruitgangsdenken dat de onderwerping van de natuur door de mens bejubelt, heeft voor meer dan velen zijn glans verloren. Komt daar nog bij: de steeds pregnanter wordende stress van het dagelijks bestaan. Dit existentieel ongenoegen kan zich dan uiten in een eigentijdse vorm van ascese. Men trekt zich voor een korte tijd of zo mogelijk permanent terug uit de wereld, in een zoektocht naar een soort bucolische stilte ‘in harmonie met de natuur’. Een poging tot ‘onthechting’ ook, waarbij het verschil tussen de spirituele beleving en het louter ontstressen niet altijd even scherp is. Deze min of meer ascetische ingesteldheid krijgt natuurlijk snel een religieus karakter. Achter de oppervlakkigheid van het dagelijks bestaan en het dominante ‘materialisme’ tracht men een doorgang te vinden naar een ‘hogere werkelijkheid’, naar eeuwige waarden en waarheden of naar zuivere schoonheidsvormen. De ‘nieuwe religiositeit’ is in haar concrete uitingsvormen zeer verscheiden. Vermelden we hier ook dat deze eigentijdse religiositeiten zowel collectief als solitair kunnen worden beleefd (bv. boeddhistische meditatie kan op je eentje maar evengoed in groep).

De Nieuwe Religiositeit

Een zekere naïviteit zou ons tot de verwachting kunnen brengen dat een verdergaande secularisering gepaard zou gaan met een gestage toename van het percentage atheïsten, vrijzinnige humanisten, ongelovigen en onverschilligen. Niets is minder waar. Wie reeds opgroeide in een vrijzinnig of ongelovig milieu, zal met de voortschrijdende secularisering natuurlijk geen probleem hebben. Maar voor mensen met min of meer duidelijke katholieke roots ligt de zaak in heel wat gevallen anders. Als onderdeel van de secularisering breken zij weliswaar met hun traditioneel geloof of nemen er althans afstand van. Maar desondanks ervaart een deel van die mensen na hun ontkerkelijking een zekere geestelijke leegte, een manifest gemis aan het soort moreel houvast dat hun geloof hen voorheen had geboden.

Dit zijn dan de ‘zombie katholieken’. Velen onder hen blijven ‘zoekend’, sommigen doen zelfs aan ‘religie-shopping’. Naast het ‘ietsisme’ (‘er moet iets zijn – maar wat?’) tonen veel van deze zombie katholieken belangstelling voor ‘religies zonder god’, meer in het bijzonder het boeddhisme in zijn Westerse varianten. Ook het sjamanisme is zeer in trek. Sommigen onder de nieuwe religieuzen hopen zich te kunnen ontpoppen tot een soort sjamaan. Een sjamaan is een religieuze figuur die door zijn communicatie met de geesten van de bezielde wereld, in engere zin die van de overledenen en de voorouders, zorgt voor een ‘oplossing’ van allerlei problemen binnen de gemeenschap. De sjamaan opereert in een trancetoestand en deze is doorgaans opgewekt met planten met psychotrope eigenschappen. In nog heel wat andere religieuze expressievormen vormen trance, roes of extase een centraal element: zij fungeren als de poort naar een ‘Andere Werkelijkheid’. Ook de rust bekomen door meditatie en relaxatie krijgt soms het karakter van een spirituele ervaring.

Kortom: het zijn vooral zombie katholieken die vatbaar zijn voor de ‘nieuwe religiositeit’ of de ermee samenhangende spiritualiteit. We moeten er voor alle volledigheid aan toevoegen dat ook zekere atheïsten en vrijzinnige humanisten gefascineerd zijn geraakt door spirituele en semi-religieuze ervaringen. En het zijn niet bepaald de minsten onder hen die getuigen van wat zij gemeenzaam ‘atheïstische spiritualiteit’ noemen. Niet zelden betreft het notoire vrijmetselaars. (Opmerkelijk is ook dat de Belgisch-Franstalige christendemocratie sinds 2002 door het leven gaat onder de partijnaam Centre Démocrate Humaniste – cdH.) De levensbeschouwelijke scheidingslijnen lijken meer en meer te vervagen. Ze zijn niet meer zo duidelijk te trekken als in het tijdperk van de verzuiling. Het gamma aan ‘religies’ dat binnen de samenleving circuleert, wordt ook zeer divers. Het verschil in het discours waarbinnen deze specifieke neo-religieuze en spiritualistische praktijken worden gevat, verliest steeds meer aan helderheid en precisie. Het enige verschil bijvoorbeeld dat tussen religiositeit en spiritualiteit kan worden gemaakt is dat religiositeit zich nog kenmerkt door een zekere resonantie van de traditionele christelijke godsdienst. Bijvoorbeeld: binnen de nieuwe religiositeit hoeven het Evangelie en de persoon van Jezus (of hoe men zich hem voorstelt) niet noodzakelijk overboord te worden gegooid. Zombie katholieken hebben dikwijls nog een uitgesproken eerbied voor de figuur van Jezus, maar de populariteit van de Dalai Lama hoeft zeker niet onder te doen.

Hoe dan ook: het spirituele of het religieuze verwijst tegenwoordig naar een geestelijke privéruimte, een ruimte waar elk van ons zich dan innerlijk kan verrijken door een intense verbondenheid met het Al, het Absolute, het Ene, de Kosmos of het Goddelijke of door een zoektocht naar de ultieme zingeving. Deze spiritualiteit weerspiegelt het individualisme waarvan onze samenleving doordrongen is geraakt, en de concurrentiële en competitieve sfeer die kenmerkend is geworden voor heel wat interpersoonlijke relaties. Intense en diepgaande contacten tussen mensen lijken zeldzamer te zijn geworden. De bevrediging van een verlangen naar een zuivere, diepgaande en duurzame vereniging met de medemens blijkt te veel te botsen op de vluchtige en oppervlakkige structuren van de (post)moderne, wereldse werkelijkheid. In plaats van een diepgaande binding aan familie-, vrienden- en kennissenkring wordt overgeschakeld op pogingen om via een soort mystiek tot een welhaast metafysische eenheid te komen met God, het Al etc. Treffend is dat binnen deze neo-religieuze milieus er ook steeds de nadruk op wordt gelegd dat het Latijnse woord ‘religio’ (‘religie’) de betekenis zou hebben van ‘verbondenheid’. ‘Religio’ zou dan afgeleid zijn van het werkwoord ‘religo’, dat samenbinden betekent. Elk Latijns woordenboek leert ons echter dat ‘religio’ is afgeleid van het werkwoord ‘relego’, i.e. ‘herlezen (van de rituele voorschriften?)’.


De Taal van het Niemendal

God (het Al, het Absolute, het Ene of hoe men het ook wil noemen) staat synoniem voor onbepaaldheid, onzichtbaarheid, oneindigheid, onvoorstelbaarheid en onpeilbaarheid. Hij kan niet gelokaliseerd worden en zijn wezen is onuitspreekbaar. God, zo zou men kunnen zeggen, is een beetje geur-, reuk- en kleurloos. Filosofisch gesproken is hij tevens het sublieme, een bijzondere esthetische kwaliteit die verwijst naar het onbevattelijke van wat groots is. Het is een dergelijk soort ‘universele of kosmische alomtegenwoordigheid’ dat in heel wat nieuw-religieuze ervaringen optreedt. Het gaat hem hierbij duidelijk niet over een antropomorfe God, een God met menselijke trekken. Het Goddelijke, het Al etc. staat voor de ‘samenhang van alles met alles’.

Het Goddelijke behoort dan tot een ‘andere werkelijkheid’, een metafysisch gezien parallelle wereld die fundamenteel uitstijgt boven het alledaagse en het menselijke. God is zoals dat gezegd wordt in de filosofie transcendent. Op deze wijze wordt onderscheid gemaakt tussen een waarneembare en kenbare wereld versus een goddelijke sublieme maar in principe onkenbare wereld. Het is net in de mystiek dat contact kan gelegd worden met deze transcendente werkelijkheid, met de ‘ware werkelijkheid’. De spirituele ervaring levert dan ‘diepe kennis en inzichten’ omtrent wat achter de oppervlakte van de aardse dingen schuil gaat en in het alledaagse leven verborgen blijft. Dikwijls is het kunnen beleven van deze spirituele werkelijkheid afhankelijk van training en oefening, kortom: van een zekere inwijding.

Dit dualisme tussen een zintuigelijk waarneembare wereld en een rationeel-wetenschappelijk te begrijpen en te verklaren wereld heeft in de filosofie een bijzonder lange geschiedenis. We vinden de meest uitgewerkte oorsprong ervan bij Plato en zijn Ideeënleer (4de eeuw v. Chr.). Plato maakt een scherp onderscheid tussen de valse schijn van de voorwerpen en de entiteiten die onze zintuigelijke waarneming ons bieden enerzijds en anderzijds de werkelijkheid van de eeuwige Ideeën die volkomen ontsnappen aan onze zintuigen. Plato introduceert dus een werkelijkheid van een bovenmenselijke transcendente aard. De meeste religies geloven in een dergelijk soort dualisme en voorzien in een reeks technieken om door te dringen tot het Absolute en tot ‘ware’ kennis en inzicht ervan te komen. Dit is bijvoorbeeld het geval voor de Oosterse boeddhistische vormen van meditatie of voor bepaalde tradities binnen het soefisme, met name de extase van de dansende derwisjen. Bijna alle pogingen om in contact te komen met het Hogere nemen de vorm aan van een soort extase of roes die dikwijls met drugs wordt opgewekt.

Hoe moeten we daar nu tegenaan kijken?

Als het wezen van het Goddelijke onuitspreekbaar is, waarover wordt dan gesproken wanneer over God gesproken wordt? Blijkbaar over ‘niets’, m.a.w. over het Niets, het Niemendal. Le Néant, zoals dat in het Frans wordt gezegd. God kan inderdaad gemakkelijk worden gezien als het/de Afwezige, als slechts bestaand in ons taalgebruik. De religieuze of spiritualistische adept zal echter juist stellen dat het net de alledaagse tastbare wereld is die voor schijn moet doorgaan.

De wijze waarop over zekere spirituele ervaringen wordt gesproken, hangt zelf sterk af van onze particuliere levensbeschouwing. Wanneer ik mijn ogen sluit en me afscherm tegen alle externe prikkels en lichamelijke sensaties, zie ik een vaag licht. Neurologisch is dat correct. Religieus of spiritueel ingestelde mensen zullen dit licht misschien zien als een venster op het Licht als de diepere werkelijkheid die ons ontsnapt als we in het alledaagse leven voortdurend op onze zintuigen beroep (moeten) doen. Ik stel de zaken nu misschien wat karikaturaal, maar dat is het Licht dat ook ervaren wordt bij het hoogste niveau van de boeddhistische meditatie, het bekende nirwana. Ook dat nirwana komt overeen met een specifiek functioneren van ons brein. Mensen met een religieuze ingesteldheid zullen echter dikwijls, in navolging van religieuze vrienden of kennissen, of van ‘meesters’ of religieuze ‘leraars’ (goeroes), overtuigd zijn dat het zuivere Licht bij het bereiken van het meditatie-nirwana, een manifestatie is van een wereld of een kosmische harmonie die in het alledaagse leven niet toegankelijk en ervaarbaar is. Een soortgelijke fenomeen treedt op bij bijna-doodervaringen. Het hangt sterk van de levensbeschouwing van de betrokken persoon af hoe hierbij de ervaring van de veranderde staat van bewustzijn achteraf wordt verwoord. Een zelfde linguïstisch onderscheid manifesteert zich bij relaxatietechnieken. Nemen we bijvoorbeeld autogene training. Bij deze relaxatiemethode wordt via zelfinstructies bepaalde lichamelijke sensaties opgewekt. In een eerste stadium moet men zich voorstellen dat de ledematen zwaar worden. Ook deze sensatie kan men religieus verwoorden. Het blijkt echter dat de ledematen ook objectief zwaarder zijn geworden.

De manier waarop we spreken over het ervaren bewustzijn wanneer we ons afgeschermd hebben van externe prikkels en we ons concentreren op de opgedane belevenis, bepaalt achteraf in zekere zin wat we effectief ervaren hebben. Onze ‘nieuwe religieuzen’ spreken heel graag over hun esoterische belevingen. Maar correspondeert de verwoording van hun beleving met hun ‘reële’ ervaring? Heel dikwijls blijkt de inwijding in een bepaalde religieuze groep weinig meer te zijn dan de overname van een welbepaald taalgebruik. We mogen stellen dat religie of spiritualiteit neerkomt op een bepaalde manier van spreken over ervaringen waarbij de dagelijkse vormen in het Niets zijn verdwenen. Zijn die ervaringen dan niet van een unieke soort, totaal anders dan andere meer dagelijkse ervaringen? Wij zijn ervan overtuigd dat spirituele belevingen met de ervaring van een toegang tot het Al of de Universele Harmonie niet zo ver afstaan van het simpele mijmeren, dagdromen of het luisterend opgaan in vervoerende muziek, bij een toestand van verregaande relaxatie of ontspanning. Het is weinig meer dan het afsluiten van het bewustzijn voor storende prikkels, zich laten gaan en ‘zich verliezen’. Net zoals bij het mediteren stoelt het mijmeren of het dagdromen erop dat we ons bewustzijn helemaal leeg maken, zodat we achteraf eigenlijk geen bewuste gevoelens of waarnemingen te rapporteren hebben. Je ervaart niet eens de rust van je lichaam. Kortom: men beleeft niets, nada, m.a.w. het Niets of het Niemendal. Maar men kan achteraf natuurlijk wel een intense poging doen om deze nul-ervaring toch op een of andere manier te verwoorden.

Natuurlijk zijn de wereld en de kosmos groter en ruimer dan ons en kunnen we ons iets voorstellen bij deze totaliteit waar we een klein deeltje van zijn. Maar deze totaliteit staat niet ‘boven’ ons, ze behoort geenszins tot een ‘andere’ wereld. Er is in het geheel niets bovenmenselijks of bovennatuurlijks aan. De persoonlijke spiritualiteit levert ons via een of andere trance, extase of roes geen unieke soort van contact met het Absolute, het Goddelijke of de Kosmische Harmonie. Helemaal bedenkelijk wordt het evenwel wanneer sommige religieuze of spiritualistische adepten zich op basis van hun spirituele of religieuze belevenissen moreel superieur wanen. Zij stellen zich voor als ontwaakten in een wereld bewoond door slapenden. Natuurlijk is de bewering dat religieus ingestelde of gelovige types achterlijk zijn al even bedenkelijk.

We maken ons allemaal wat wijs wanneer we pogen een leeg gemaakt bewustzijn of onuitspreekbare ervaringen die aan ons bewustzijn ontsnappen, onder woorden te brengen. Het verwoorden van het lege en het onuitspreekbare, het Niets of het Afwezige kan alleen leiden tot een metaforisch taalgebruik. Maar het spreken over de ervaring van het Niets is wellicht even misleidend als het spreken over de ervaring van het Goddelijke en het Al. Metaforen zorgen er immers voor dat we ons inkapselen in illusies.

Alles ligt vast in het spreken, in de taal waarmee wij over onze ervaringen spreken.
.
.dagdromen2

 

Een Galgenmaal voor Jan & Alleman !!! Niet enkel voor de Happy Few !

.galgenmaal-4.
We zijn allen veroordeeld tot de dood. We zijn terdoodveroordeelden. Waarom krijgen we dan niet allen een “laatste maaltijd”, een “galgenmaal” waarvan juridisch terdoodveroordeelden in de gevangenis wél kunnen genieten?

Het is een eeuwenoud gebruik dat een terdoodveroordeelde zijn/haar laatste maaltijd, zijn/haar galgenmaal, zelf vrij mag samenstellen. De veroordeelde moet geen genoegen nemen met wat de pot schaft, maar kan zijn/haar laatste maaltijd bestellen als was hij/zij in een vijfsterrenrestaurant. De gewoonte om een terdoodveroordeelde een laatste maaltijd naar keuze te gunnen bestond reeds in de Griekse Oudheid, naar het schijnt om te vermijden dat de geest van de veroordeelde naderhand de bewakers en de beul zou lastig vallen. Het aanvaarden van de laatste maaltijd werd opgevat als een teken dat de veroordeelde berustte in zijn straf.

De traditie van het galgenmaal is door de eeuwen heen geëerbiedigd en we vinden ze dus ook terug in de death row van Amerikaanse gevangenissen (in alle Europese landen, en trouwens ook in een aantal Amerikaanse Staten, is de doodstraf afgeschaft). De terdoodveroordeelde mag vragen wat ie wil, het wordt hem/haar met plezier in zijn/haar cel voorgeschoteld. Biefstuk frites met mosterdsaus en een karaf rode wijn: no problem! Kreeftensoep, een vol konijn met pruimen en Westvleteren trappist, een dame blanche als dessert plus een kop koffie met cognac: no problem! Een goede fles wijn, een krat bier: no problem!

In de meeste Amerikaanse Staten gelden tegenwoordig wel zekere beperkingen, vooral qua budget natuurlijk. Sommige terdoodveroordeelden houden het zeer sober, weliswaar toch af en toe heel exquis: bv. alleen maar een donkere olijf met de pit erin. Maar heel wat anderen leken doorheen de voorbije jaren wel als een koe vier magen te hebben. Ze vroegen soms een wel heel bijzonder copieuze maaltijd aan. Zo kreeg éne Lawrence Russell Brewer (terechtgesteld op 21 september 2011) op zijn beleefd en bescheiden verzoek: 2 gebraden kipsteaks met jus en uien, een drievoudige bacon cheeseburger, een kaasomelet met rundergehakt, tomaten, ui, paprika, jalapeños, een kom gebakken okra met ketchup, 500 gram barbecuevlees en een half wit brood, 3 fajitas, een pizza van de Pizza Hut (met pepperoni, ham, rundvlees, spek en worst), een grote hoeveelheid ijs, een plaat fudge, en 3 glazen root beer.

Uiteindelijk heeft hij van dit ganse feestelijk menu helemaal niets gegeten, helemaal niets aangeraakt. “Ik heb geen honger”. Wat nadien met zijn uitgebreide schotel is gebeurd is in de annalen van de gevangenis in Hunstville, Texas niet opgenomen. De culinaire hoogmoed van Lawrence Russell Brewer had wel voor gevolg dat de Staat Texas in haar gevangenissen compleet komaf maakte met de traditie van het galgenmaal. Terdoodveroordeelden in Texaanse gevangenissen moeten vanaf dan de dag vóór hun executie, net zoals alle andere gevangenen, genoegen nemen met wat de pot schaft.

Vinden we deze traditie in andere settings waar leven en dood op het spel staan? Zo op het 1ste zicht niet, en ook niet op het 2de zicht.

Krijgen euthanasieplegers de avond voor de dag dat ze zich een injectie zullen laten toedienen, een feestelijk maal aangeboden? Nog nooit iets over gehoord. In een rusthuis (eufemisme voor bejaardentehuis)? Een rusthuis is hoe dan ook niet veel meer dan een death row, het wemelt er van terdoodveroordeelden. Alle bewoners wachten op de dag dat ze kunnen “vertrekken”. Bij mijn weten mogen de bewoners daar fluiten naar een zelfgekozen smakelijke laatste maaltijd. Rusthuisbudget te krap, of gewoon gebrek aan respect vanwege directie en personeel. Levende lijken in een ziekenhuis: krijgen die voor de laatste maal nog wat extra lekkers in de mond gestopt? Noppes! En zelfmoordenaars: gaan die op andermans kosten nog eens uitgebreid tafelen voor ze van de Eiffeltoren springen? Ook niet.

Het galgenmaal blijft een fascinerend ritueel. Wat is de zin ervan? Wat voor zin heeft het nog een smaakvolle maaltijd te nuttigen, een paar uur voor je opgehangen wordt, een letale injectie krijgt of aan de elektrische stoel wordt vastgebonden? Het galgenmaal draagt niet bij tot de lichamelijke en mentale fitheid van de terdoodveroordeelde: een terechtstelling ondergaan vraagt niet bijster veel extra vitamines. Om zijn of haar humeur op te peppen? Dat humeur zal wel door andere omstandigheden beïnvloed worden, zeker wanneer de terdoodveroordeelde de executiekamer betreedt.

Bevordert de laatste maaltijd dan de berusting zoals de Oude Grieken tegen de kwestie aankeken, de ultieme aanvaarding van en voldane onderwerping aan de Staatswil die toch een Volkswil is?

Of is het een soort verwijzing naar het Laatste Avondmaal van Jezus en zijn discipelen, inderdaad ook op de avond voor zijn zelf gezochte en gewenste terechtstelling?

Of is het simpelweg een traditie waarvan niemand nog weet wat er achter te zoeken valt?

Maar het is hoegenaamd niet eerlijk dat alleen een kleine groep happy few en geprivilegieerden van Staatswege kan genieten van een laatste feestelijke maaltijd. De Staat moet al zijn onderdanen gelijk behandelen.

Het recht op een galgenmaal is een universeel mensenrecht.
Dat moet ook de Belgische Staat in acht nemen
.

.
last-supper

Zielengat ???

?

.
Zielengat: wat een leuk woord! Ik had het nooit eerder gelezen of gehoord.

O jolijt! De aars van de ziel? Maar de ziel is toch onstoffelijk, althans in de hoofden van al wie hoog oploopt met de ziel?

O jolijt!

Maar dat jolijt verwelkt snel wanneer we met een nuchter gemoed op zoek gaan naar de wereldse betekenis van dat woord “zielengat”.

Het blijkt vooral gebruikt worden in zijn Duitse vorm Seelenloch, en in het Frans verschijnt het als trou d’âme. Zielengat, Seelenloch en trou d’âme hebben als termen een nogal korte geschiedenis. Ze maken deel uit van het archeologenjargon. De termen kunnen dus hooguit een dikke tweehonderdjaar oud zijn. Ongetwijfeld zal het in de volkstaal van heel wat vroeger dateren. Waar halen archeologen anders woorden vandaan die niet op Griekse en Latijnse wortels teruggaan.

Inderdaad: het “ding” dat met het woord “zielengat” werd en wordt bedacht, heeft ondertussen de gezegende leeftijd van misschien wel 10.000 jaar bereikt.
Waar hebben die archeologen het over?

Ze hebben het over twee archeologisch en dus “wetenschappelijk” bestudeerde artefacten die bedacht en gematerialiseerd werden in onze prehistorie en waarvan het zielengat een opvallend onderdeel van is. Nu ja, prehistorie? Waar zielengaten zijn, daar moet zeker de geschiedenis van de mensheid reeds enige tijd in al haar glorie begonnen zijn. Maar goed, twee artefacten dus. Aan de éne kant de zgn. “allées couvertes” en aan de andere kant “dodenurnen”. Uiteraard waren deze prehistorische relicten al door de eeuwen heen algemeen bekend, maar pas vanaf de 19de eeuw werden ze systematisch in hun oorsprong en functie bestudeerd.
.
seelenloch.
Allées couvertes

De eerste zielengatenvondsten komen op naam van Neolithische culturen, culturen uit de Nieuwe Steentijd die plusminus liep van 11.000 v. Chr. tot 2000 v. Chr. Een zielengat is dan een onderdeel van een zogenaamde “allée couverte” (de term wordt onvertaald door onze Nederlandstalige archeologen overgenomen; “overdekte gaanderij” dus). Het gaat om rechthoekige stenen grafmonumenten, die vooral in Frankrijk, België en Duitsland werden opgezet (maar niet alleen daar). De “allée couverte” onderscheidt zich door zijn vorm van een hunebed of een dolmen: deze zijn immers doorgaans vierkant. De “allées couvertes” hebben aan de toegangszijde heel dikwijls een duidelijke meestal ronde opening. Archeologen en cultuurhistorici nemen aan dat deze opening werd aangebracht om de ziel van de overledene toe te laten aan het dode lichaam te ontsnappen en zijn plaats in te nemen in de wereld van de onsterfelijke geesten. De Engelsen, altijd even nuchter, laten zich niet zo maar verleiden tot dat soort religiositeiten. Voor hen blijft het zielengat niet meer dan het amper tot de verbeelding sprekende “port-hole”, een simpele toegangsopening.


Dodenurnen

En dan zijn er nog de urnen van gecremeerde overledenen. Deze urnen kwamen vrij veel voor in de late bronstijd (1300 v.Chr. tot ongeveer 800 v. Chr.). Dikwijls vertonen deze urnen een gestileerde opening, een Seelenloch dus, een zielengat. De bedoeling en de functie van deze opening zou er namelijk ook hebben in bestaan de ziel van de overledene de kans te geven om te ontsnappen aan het aardse materiële bestaan en als geesten een niet-aardse wereld te bevolken. Dodenurnen zijn ongeveer overal op aarde te vinden, zelfs in Zuid-Amerika. Dodenurnen werd echter doorgaans in relatief grote aantallen op een zelfde locatie aangetroffen, de zogenaamde urnenvelden. Die urnenveldcultuur strekte zich in Europa uit van Oost-Frankrijk, Zuid-Nederland, Zuid-Duitsland, Oostenrijk tot Hongarije en Polen. In de Kempen maar ook elders in Nederland en België zijn tal van urnenvelden ontdekt. Het gebruik van dodenurnen moet dus in een bepaald tijdperk vrij algemeen zijn geweest. Eeuwenoude urnen zijn immers te vinden in de meest diverse oude culturen en beschavingen. De doden werden toen gecremeerd en de crematieresten werden in een urne bewaard, waarbij dus soms een opening in de urne werd aangebracht. De urne werd verder dikwijls in een grafheuvel of grafmonument bijgezet.


Levend begraven als doodstraf


Maar het zielengat speelt ook een rol bij de specifieke doodstraf in de late middeleeuwen waarbij een misdadiger levend begraven werd. Het allereerste algemene Duitse strafwetboek (1532) voorzag deze doodstraf uitsluitend voor veroordeelde kindermoordenaars. Maar de letter van de wet werd dikwijls terzijde geschoven en de doodstraf door levend begraven te worden werd in de praktijk geregeld ook toegepast bij ontuchtplegers allerhande. De veroordeelde werd in een speciaal gegraven kuil gelegd die daarna werd dichtgegooid. Nu eens werd de veroordeelde met het gezicht naar beneden in de kuil gelegd om te voorkomen dat hij of zij zich weer naar de oppervlakte zou wringen. Mogelijk was het hierbij ook de bedoeling dat de geest van de dode geen wraak zou kunnen nemen op wie hem of haar ter dood veroordeeld had.

In een iets meer genadige variant werd de veroordeelde op zijn rug gelegd met een holle buis in de mond, niet opdat hij of zij zou kunnen ademen maar om de ziel te kans te bieden om het lichaam te verlaten. Het zal geen verbazing wekken dat deze buis Seelenloch werd genoemd, zielengat dus.


Leven na de dood?

Men is geneigd deze zielengaten te zien als een bewijs voor het feit dat binnen de genoemde culturen van de oudheid collectief geloof werd gehecht in een leven na de dood. Wat moeten we ons daarbij voorstellen? Een onsterfelijke eeuwige ziel?
Zielen van overledenen bestaan volgens ons helemaal niet in een metafysisch andere parallelle wereld, maar ze duiken op in onze vertrouwde wereld als “geesten” en “spoken”, doorgaans van overleden nauwe verwanten of van leidersfiguren (“de voorvaderen”). Er zijn niet zoiets als parallelle werelden, zoals de onoverbrugbare scheiding tussen een hemelse stad en een aardse stad, tussen een civitas caelestis en een civitas terrena (kerkvader Augustinus, De civitate Dei, ca. 420 n. Chr).
De etymologische oorsprong van het woord “ziel” is onbekend maar het woord “geest” zou, naar men aanneemt, teruggaan op een Oud-Germaans woord dat “schrik/schrikken” betekende, een geanimeerde gemoedstoestand dus. Zielen en geesten kunnen inderdaad in onze verbeelding en onze herinneringen optreden of zich aan onze verbeelding opdringen, in de vorm van visioenen en “spoken”. We kunnen zelf de herinnering aan doden opwekken, maar ze kunnen ook ongewenst plots in ons bewustzijn verschijnen. Dan “spookt” het dus.
Geesten van overleden die in onze verbeelding en onze dromen voorkomen, spreken tot ons, ze manen ons bepaalde handelingen of zijnswijzen aan of ze bedreigen ze ons met onheil. Figuren die optreden in onze verbeelding en in onze herinneringen, zijn dan in fysische zin uiteraard tijd-loos en ruimte-loos, met andere woorden onstoffelijk, onsterfelijk en eeuwig.
En bepaalde herinneringen dragen we eeuwenlang mondeling of schriftelijk over van generatie op generatie. Zo geniet de geest van sommige historische figuren “eeuwig en onstoffelijk” voort.


Jezus leeft! Napoleon leeft! Hitler leeft! Elvis leeft! David Bowie leeft! Allen door een zielengat!
.
seelenloch2

Het Eenrichtingverkeer van de Kat


kat-in-hangmat.
Alle omgang en verkeer van een kat met andere wezens of met dingen is zuiver eenrichtingverkeer. Wat zij met iets of iemand doet, kan haar nooit met dezelfde munt terugbetaald worden.

De kat vangt vogels, maar die vangen geen katten. Vandaar de uitdrukking “een vogel voor de kat zijn”. De kat staat bovenaan een voedselketen: zij is zelf geen prooi voor andere dieren. Enig gevaar zou volgens Google kunnen uitgaan van vossen, zeearenden en krokodillen. Maar deze dieren zijn hier weggetrokken. Ze zagen in de kat een aantrekkelijke prooi maar de kans om haar te vangen was amper meer dan nihil. Een kosten-batenanalyse die dus zo ongunstig uitviel dat vossen, zeearenden en krokodillen onze streken massaal hebben verlaten. Ze zijn geëmigreerd naar oorden en ecologische niches waar omzeggens alleen maar traag lopende kippen hun habitat hebben. Die hebben totaal geen verweer tegen de roofzucht van de genoemde natuurwezens.

Zo ook geldt: De kat vangt muizen, maar die vangen geen katten. Muizen kunnen wel eens op tafel dansen als de kat van huis is, maar ze moeten hun uurwerk in het oog houden en zeker niet in trance raken, want dat zou hen zeer zuur kunnen opbreken. Dan zijn ze, jawel, een vogel voor de kat.
Verder geldt onverpoosd de Chinese natuurwet: “Welke kleur een kat ook heeft, ze vangt muizen.”

De kat was haar oren, maar haar oren wassen haar niet. Het blijft een oud gezegde dat als de kat haar oren wast, er regen op komst is (en in de winter mogelijk ook sneeuw). Sommige huidige weervoorspellers nemen ook nu nog het gezegde voor waar aan. Ik zal ze maar volgen in hun overtuiging.

Er zijn in de geschiedenis echter twee tradities geweest waartegen de kat niet was opgewassen en waar ze tegenover barbaren haar nederlaag moest toegeven.
1. de kattenworp in Ieper. God de Zoon had het spelletje eerst niet door, de man heeft nu eenmaal maar een deel van de genen van Zijn vader geërfd. Maar finaal werd Hij toornig. De straf voor de Ieperlingen was bijzonder zwaar: de stad werd in de Eerste Wereldoorlog tot één grote puinhoop herschapen en blijft tot op heden onderworpen aan een bekrompen laatmiddeleeuws katholicisme.
2. het katknuppelen in een aantal Friese gemeenten (Irnsum, Boksum, Sneek). Een vat of een ton werd tussen twee boomstammen opgehangen. Er werd daarna een kat in gestopt. De dorpelingen, katknuppelaars genoemd, bekogelden dan de ton met stenen. Wie zo de ton kon beschadigen dat de kat kon ontsnappen, die had gewonnen. Maar heel dikwijls overleefde de kat het bombardement niet. Ook hier was de Toorn Gods bijzonder ingrijpend: in plaats van een onafhankelijk land te worden, werd Friesland een provincie van Nederland.

Zo weet u wat meer over de aard van de kat. Zet nu maar de kat bij de melk!
..
kat-iv

Onheimelijke Uitspraken (15)

*
astro-wereld*

Wat voorheen in de sterren geschreven stond, hoort nu in het Staatsblad te staan, maar het staat er niet.

***

Het aantal minderheden is zo groot dat ook de meerderheid een minderheid is geworden.

***

Wat heb je eraan dat de gedachten vrij zijn, als de handelingen het niet zijn. Overigens zijn gedachten niet zichtbaar: de eerste de beste kan beweren dat hij/zij gedachten heeft.

***

De wereld verbeteren, goed en wel. Maar welke wereld? Er zijn zoveel werelden.

***

Als je weet dat je voor een bepaalde actie een prijs zal moeten betalen, dan heb je er voordeel bij dit in de koopjesperiode te doen.

***

Soms mag men de vraag stellen wat de voorzitter van een politieke partij nu eigenlijk voorzit.

***

Elk begin is een nieuw einde. Zie maar het rittenschema van de Tour de France.

***

Slalom is een sport die door onze politici het ganse jaar door op amateuristische wijze wordt beoefend. Ongeacht de weersomstandigheden. Om de vijf jaar wordt voor professionals wel een Slalom Belgiade georganiseerd.

***

Als de wereld niet bestond, zou niemand er aan denken ze uit te vinden.

***

Wie niet verder kijkt dan zijn neus lang is, heeft pech als zijn neus ook nog kort is.

***

Profeten prediken over ‘het einde der tijden’. Hoeveel tijden zijn er dan wel?

***

Destijds had je in de Lage Landen 2 soorten communisten; deze met een C (zoals bv. de Communistische Partij van Nederland CPN) en deze met een K (zoals bv. de Kommunistische Partij van België KPB).

***

Het zal moeilijk zijn om buitenaardse intelligentie te vinden als de binnenaardse zo bescheiden blijft.
*
*et

Autoriteit & Charisma

.
charismatic-leaders.
.
De afkondiging van de noodtoestand of uitzonderingstoestand in Frankrijk (‘état d’urgence’, ‘état d’exception’), in het kader van de strijd tegen het terrorisme, en analoge voorstellen die in diverse andere Europese landen circuleren, voeden heel wat discussies omtrent de aard van een dergelijke noodtoestand en van een autoritair regime in het algemeen.

.
INTRO

Het woord ‘autoritair’ heeft de voorbijgaande halve eeuw, na de overwinning op nazisme en fascisme, de betekenis gekregen van ‘brutaal onderdrukkend’. Het woord ‘autoriteit’ heeft deze negatieve betekenis echter niet gevolgd: denken we maar aan courante zinnen van het genre ‘volgens de plaatselijke autoriteiten …’. Wel hebben we in het Westen geleerd een duidelijk onderscheid te maken tussen ‘democratische’ en ‘autoritaire’ of ‘dictatoriale’ regimes. ‘Autoritair’ en ‘dictatoriaal’ worden daarbij gelijkgesteld met willekeur, geen tegenspraak duldend, zachte tot wrede repressie, schending van de mensenrechten, vervolging van opposanten en dissidenten, etc.. Dit is nochtans niet de echte essentie van het verschil tussen een ‘democratisch’ regime en een ‘autoritair’ of ‘dictatoriaal’ regime. ‘Autoritair’ en ‘dictatoriaal’ zijn evenmin in hun historische oorsprong synoniemen.

Er is tegenwoordig in de politieke filosofie weer veel belangstelling voor het begrip ‘autoriteit’. Het begrip zit theoretisch en historisch een beetje gewrongen tussen aan de ene kant de ‘Franse’ conceptie van de Natie als een uiting van de wil van de collectiviteit van mondige burgers (citoyens, Angelsaksisch citizens, zoals bv. in de Amerikaanse Onafhankelijkheidsverklaring, die eigenlijk een ‘Franse’ oorsprong heeft) en aan de andere kant de ‘Duitse’ conceptie van de volksgemeenschap, waar individuele belangen maar een secundaire in wezen ‘inferieure’ uitdrukking zijn van een primaire ‘Volkswil’. In de Franse conceptie van de democratie moeten de politieke leiders zich afstemmen op de wijze waarop de burgers volmondig hun stem hebben gehad in het debat. In de Duitse conceptie is het eerder zo dat het de leiders toekomt het volk ervan te overtuigen dat hun verwoording van de Volkswil de beste vertaling is van wat de mensen ‘eigenlijk’ willen.

Expliciete uitingen van modern democratisch burgerschap doken vermoedelijk het eerst op in de 16de-17de eeuw, in Italië (Machiavelli) en in de Nederlanden (Spinoza, overigens van afkomst een Portugese Jood). Zowel in de Engelse parlementaire democratie, zoals die vorm kreeg in de 17de-18de eeuw, als in de Franse democratie-opvatting behelst de mondigheid van de burger niet zozeer dat hij/zij spreekt namens zijn/haar individuele ‘egoïstische’ zelf, maar wel dat hij/zij spreekt op basis van de wijze waarop hij/zij zijn/haar individueel belang ingepast ziet in een door hem/haar geprefereerd algemeen belang. Een essentieel verschil dat ook beter aansluit bij de oorsprong van het begrip ‘autoriteit’.

DE DEMOCRATIE EN HAAR OP GANG ZIJNDE VERWORDING

De parlementaire democratieën maken momenteel geen al te goede beurt: onverschilligheid van de burgers voor het (partij)politiek gebeuren; uitholling van de parlementaire wetgevende macht door de uitvoerende macht, de regering dus; dominantie van een politiek-correct denken, in het bijzonder ondersteund door de impact van de media; daarmee samenhangend een groeiende controle op wat gezegd kan en mag worden en wat niet; beperking van zekere burgerrechten en vrijheden als onderdeel van de strijd tegen het terrorisme. De burgers voelen zich hoe dan ook niet langer geënthousiasmeerd door een coherent of groots samenlevingsproject. Ze hebben nog amper een idee van het Algemeen Belang. In de mate dat de politieke instellingen ook hun controle over de economie hebben opgegeven, is de politiek ook minder belangrijk geworden voor de sturing van het algemeen uitzicht van het maatschappelijk landschap in al zijn facetten. Parlementaire mandaten lijken meer en meer op begerige functies die een hoog inkomen opleveren zonder dat daar eigenlijk veel prestaties moeten voor geleverd worden.

Een en ander gaat gepaard of hangt samen met een aanhoudende economische en sociale crisis plus de erbij horende relatieve toename van materiële ellende en een zich steeds dieper verankerende morele malaise. Het groeiend verzet tegen de heersende politiek (het ‘establishment’) wordt dan door delen van de bevolking in handen gegeven van zgn. populistische figuren waaraan de elite dan weer verwijt dat die eerder de sentimenten dan het verstand van de mensen aanspreken. We mogen aannemen dat verzet ook indirect tot uiting komt in epidemische depressies en burn-outs, in misdrijven gaande van banale regelovertredingen tot zware criminaliteit en in allerhande min of meer bedenkelijke vormen van plantrekkerij. Het lijkt er een beetje op dat we in een toestand van verrotting terecht komen, zoals in het Italië na de 1ste Wereldoorlog en het Duitsland van de jaren 1920 en begin de jaren 1930. De vergelijking van de tegenwoordige verrotting met deze uit de jaren 1920-1930 is natuurlijk gewaagd: de materiële en morele ellende was toen nagenoeg compleet en beduidend intenser dan tegenwoordig het geval is. Maar men kan er niet naast kijken dat de armoede in de meeste Europese landen onrustwekkend is gaan toenemen. Laaggeschoolden, (jonge) werklozen, leefloners, drugsverslaafden, erkende vluchtelingen, asielzoekers en illegalen vormen een steeds groter wordende onderklasse. De morele malaise is onbetwistbaar, al dragen op televisie Bekende Vlamingen wel een beeld van hun en ons leven uit als toefden we in de ‘beste van alle mogelijke werelden’.

Van de andere kant komen uit kringen van weldenkenden steeds meer geluiden die stellen dat onze democratie principieel bloot zou staan aan inherente gebreken, of gebreken die nu ‘plots’ inherent blijken te zijn. Wat voorheen essentiële kwaliteiten waren van een democratisch systeem wordt ons nu als zijn achillespezen gepresenteerd:
1) De traagheid van de democratische besluitvorming
2) Het zwak verweer van de democratie tegen ‘populisme’ dat steevast wordt geduid als voortkomend uit een (vermeende) politieke onrijpheid en het ontstellend gebrek aan informatie en passende oordeelsmiddelen bij de lager geschoolde en minder begoede klassen. Steeds luider klinkt de roep om verkiezingsuitslagen en resultaten van volksraadplegingen simpelweg zonder gevolg te laten en deze zo nodig compleet links te laten liggen. Populisme komt dus te staan tegenover elitarisme, oftewel pest tegen cholera.

HISTORISCHE OORSPRONG VAN AUTORITEIT EN DICTATUUR

De vraag zou dus kunnen zijn: is het mogelijk autoriteit in te voeren zonder de democratie te vernietigen? Daarvoor moeten we terug naar de oorsprong van het autoriteitsbegrip in het Rome van de Oudheid.

Beginnen we met te stellen dat autoriteit in het geheel niets met dwang, bevel of repressie te maken heeft. Autoriteit als woord, begrip en realiteit komt uit de beginjaren van het Oude Rome. De eigenlijke wortel van het woord ‘autoriteit’ is het Latijnse werkwoord augeo, dat als eerste betekenis heeft ‘(de landbouwgewassen) doen groeien’ (cf. het Franse ‘augmenter’). Dat ‘doen groeien’ was het werk van een bijzondere figuur, de augur. De augur was een vogelwichelaar, die uitgaande van rituele voorschriften en ceremoniële gebruiken, uit de vlucht van vogels het tijdstip afleidde waarop gezaaid moest worden. De augur was dus iemand die op basis van bepaalde tekens (de auspiciën – van avis, vogel, en specio, kijken) zekere uitspraken deed en het woord voerde namens het geheel van de gemeenschap. In wezen werd een augur (er waren er meerdere tegelijk) geraadpleegd bij alle belangrijke beslissingen, maar de oorspronkelijk meest tot de verbeelding sprekende was toch het bepalen van de zaaitijd, bron van voedsel en voorspoed. Met andere woorden, de augur had gezag – ‘zag’ van het werkwoord ‘zeggen’. ‘Gezag’ staat dus niet voor ‘bevel’, waarbij de onderdaan bij niet-uitvoering meedogenloos kan gestraft worden. Bij gezag is er geen tegenstelling tussen de woordvoerder en de groep namens wie deze woordvoerder spreekt. Kortom, de augur was dus (bij het zaaien en andere aangelegenheden) een woordvoerder die de wens of de wil van de gemeenschap tot uitdrukking bracht.

Naast de augur hebben we in Rome ook de van hetzelfde grondwoord afgeleide figuur van de auctor en de met hem verbonden auctoritas (m.a.w. de directe oorsprong van ons woord autoriteit, zijnde gezag). Het gaat bij auctor en auctoritas om rechtsbegrippen, zowel in het privaat recht als in het publiek recht. In het privaat recht was de auctor een soort advocaat die optrad in naam van een cliënt die om welke reden dan ook zelf zijn belangen niet kon of wou behartigen. De auctor sprak bij zijn optreden dan steeds de formule ‘fio auctor’ uit: ‘ik ben auctor (geworden)’. De auctor is dus net zoals de augur iemand die spreekt namens anderen (de landbouwgemeenschap in het geval van de augur, de ‘cliënt’ in het geval van de auctor). In het publiek recht stond auctoritas voor een prerogatief van de Senaat, en later van de keizers, tegenover de potestas (macht) of het imperium (gebod, bevel) van de volkscomités en de magistraten. Met haar auctoritas maakte de Senaat de door het volk of de magistraten genomen beslissingen rechtsgeldig of bekrachtigde ze. Hierbij werd bij de voorlezing in de Senaat ook de formule ‘fio auctor’ uitgesproken. Met haar uitspraak trad dus ook de Senaat op als een soort woordvoerder en uitvoerder van de volkswil. Ons actueel begrip ‘auteur’ – schrijver – komt inhoudelijk volledig overeen met de Romeinse auctor: oorspronkelijk was een auteur iemand die een document schreef in opdracht van een overste of een machthebber en hij handelde dus volkomen in diens naam.

Daarnaast had de Senaat ook de auctoritas om in gevallen van bedreiging door externe vijanden of interne samenzweerders bepaalde wetten op te schorten en ze naderhand weer te reactiveren. Ook hier declareerde de Senaat deze opschorting of reactivering in naam van het hoger belang van de gehele gemeenschap. Deze bijzondere auctoritas om wetten op te schorten is ingesteld geworden nadat bleek dat bij interne en externe dreiging de democratische macht van het volk tot teveel krakeel en verdeeldheid en dus politieke besluiteloosheid leidde. Daarnaast waren de volkscomités niet altijd geneigd beslissingen die ze vroeger genomen hadden en die door de Senaat tot wet waren verklaard, op te heffen, ook niet als deze wetten de veiligheid van de gemeenschap in gevaar brachten. De Senaat trad dan in haar auctoritas op als de ‘woordvoerder’ van de reële of vermeende volkswil, m.a.w. wat wij tegenwoordig het ‘algemeen belang’ noemen.

Het is vooral dit gezag om wetten op te schorten dat de nazifilosoof en jurist Carl Schmitt benadrukte in zijn pleidooi om de staatssoevereiniteit te baseren op ‘auctoritas’ en in zijn afwijzing van de democratie. Autoriteit krijgt dan de betekenis van het hebben van het gezag om de noodtoestand of de uitzonderingstoestand af te kondigen (let op het woord ‘afkondigen’, wat weer een vorm van ‘spreken namens’ is). Zo ontstond het begrip ‘autoritair regime’ dat de soeverein de macht en het gezag geeft om beslissingen te nemen niet in naam van het werkelijk lijfelijk bestaande volk maar in naam van een Idee van dat Volk.

Autoriteit en dictatuur hebben fundamenteel gezien weinig met elkaar te maken, zij het dat in Rome de dictator natuurlijk de auctoritas van de Senaat overnam. De woorden dictator en dictatuur hebben als stam het werkwoord dico, wat eveneens ‘zeggen’ betekent. We zien hier dus wel weer een verband tussen het spreken van de augur/auctor en het spreken van de dictator. De Romeinse Senaat benoemde in noodsituaties soms iemand tot dictator en deze dictator nam alle bevoegdheden van de Senaat over. De dictator werd aangesteld voor maximum 6 maanden en hij had het letterlijk voor het zeggen, wat echter geenszins betekende dat hij als persoon alle ‘autoriteit’ had. De autoriteit betrof zijn functie, niet zijn persoon als dusdanig. De dictator trad zeker niet willekeurig op en hij respecteerde de religieuze en culturele tradities. Hij had evenmin strikt rechterlijke bevoegdheden. Tot zijn bevoegdheden behoorde wel het beschikken over leven en dood, maar de Senaat genoot dit voorrecht voorheen ook. Na het bezweren van de crisis trok de dictator zich terug (dus in principe vóór de termijn van 6 maanden was verstreken) en de Senaat kreeg al zijn bevoegdheden terug.

Onze Westerse invulling van het begrip dictatuur gaat echter vooral terug op Julius Caesar. Caesar slaagde erin zich in 45 v. Chr. als grote overwinnaar in een reeks bloedige burgeroorlogen tot dictator te laten benoemen voor 10 jaar en zonder de voorwaarde van een noodsituatie. In de praktijk betekende dit dat de Romeinse Republiek ophield te bestaan. Een situatie die onder Caesars erfgenaam Keizer Augustus niet meer een tijdelijk maar een permanent en definitief karakter kreeg. Het is deze afloop van de Romeinse Republiek die maakt dat ons dictatuurbegrip zonder meer met zuivere alleenheerschappij wordt geassocieerd: de keizers droegen inderdaad ook de titel van dictator. Maar de keizers hadden bv. nog steeds geen strikt rechterlijke macht. Wij, historici in België en in andere contreien die destijds door Rome ingelijfd zijn geworden in het Imperium Romanum, zijn dikwijls geneigd ons blind te kijken op de buitenlandse politiek van Caesar en de Romeinse keizers, het domein waarover deze inderdaad een absolute macht hadden. Maar Caesar en de keizers waren geen absolute monarchen die zeggenschap hadden over het geheel van het maatschappelijke leven van de Romeinen.

Het politiek tweekamerstelsel van de meeste democratieën die we nu kennen, is in zijn uitdrukkingsvorm eigenlijk een kopie van de Romeinse machtsverdeling tussen de volkstribunen die spraken naast de volkscomités (de volksvergadering) en de Senaat, de Raad der Ouderen (de ‘vaderen’: in Rome werden de senatoren ook de ‘patres’, de vaderen, genoemd, terwijl het woord ‘senatus’ dezelfde wortel heeft als ons ‘senior en ‘seniel’, i.e. ‘oud’). Onze democratieën kennen aan de éne kant de Volksvertegenwoordiging (in België ‘Kamer van Volksvertegenwoordigers’, in Nederland ‘Tweede Kamer’, enz.), die rechtstreeks door het volk wordt verkozen en waarvoor elke stemgerechtigde ook verkiezingskandidaat kan zijn. Aan de andere kant hebben we de Senaat (in Nederland ‘Eerste Kamer’) die in principe de wetten goedgekeurd door de Volksvertegenwoordiging bekrachtigt en hun overeenstemming toetst met de reeds bestaande wetten of de grondwet. Men spreekt tegenwoordig over de Senaat eerder als een reflectiekamer, of zoals de Nederlanders dat zeggen: de Eerste Kamer moet erover waken dat de Tweede Kamer zich niet heeft laten meeslepen door de ‘waan van de dag’. Eertijds tot diep in de jaren 1970 moest men in België om kandidaat te zijn voor de Senaatsverkiezingen minimum 45 jaar zijn (de ‘ouderen’ dus). De Senaat wordt ook maar voor een deel rechtstreeks verkozen, een ander deel wordt in principe ‘gecoöpteerd’ vanuit de sociale, economische, culturele, wetenschappelijke en geestelijke elite van het land. In Nederland worden de leden van de Eerste Kamer in het geheel niet rechtstreeks verkozen maar aangeduid door de provincieraden.

DE VERWORDING VAN DE ‘AUCTORITAS’ IN DE WESTERSE DEMOCRATIE

De volksvertegenwoordigers hadden in meest zuivere zin auctoritas (gezag; autoriteit). Ze spraken immers (of hoorden te spreken) namens een electorale achterban. De senatoren spraken eerder namens een zekere ‘Idee van de Natie’. Sommige (conservatieve) grondwetspecialisten verdedigen nu nog de stelling dat ook de volksvertegenwoordigers moeten optreden op basis van die ‘Idee van de Natie’. Oorspronkelijk konden de kiezers ook vrij goed zien wat hun députés deden: ze konden hen individueel of in groep aanspreken om voor hen in Brussel één en ander in orde te brengen. Dit systeem nam naarmate de overheid werd uitgebouwd en uitgebreid de vorm aan van het zogenaamde cliëntelisme waarbij onder meer leden van de eigen achterban massaal binnen het staatsapparaat werden tewerkgesteld. Doorheen de jaren 1990 verdween dit cliëntelisme, hoofdzakelijk om twee redenen:
1. de bestrijding van het cliëntelisme werd door de rechterzijde gezien als een manier om te komen tot de ‘ontvetting van de Staat’, een uitdrukking die in die jaren schering en inslag was;
2. de toegenomen actieradius van de media maakte dat de populariteit van een politicus afhing van zijn of haar optreden in de media en vanaf dan begon men politici aan de man/vrouw te brengen met communicatie- en marketingstrategieën; daarnaast begonnen politieke partijen ook graag kandidaat-politici aan te trekken die op andere terreinen al van een zekere volksgunst genoten, de Bekende Vlamingen (BV’s) dus.

De politicus verliest in deze evolutie zijn auctoritas. Hij is niet langer een auctor. De band met de kiezer gaat verloren en het is niet langer duidelijk namens wie hij eigenlijk spreekt. Op de tv en in de kranten spreekt hij tot een kijkers- of lezerspubliek dat hij op dit moment niet ziet en waarmee hij dus ook niet mee communiceert. Heel wat politici verliezen voeling met wat onder de bevolking leeft. Een voorbeeld van het effect van deze evolutie zien we bv. in Nederland waar de sociaaldemocratische PvdA massa’s kiezers zag en ziet overlopen naar de links-socialistische SP en naar Geert Wilders’ PVV, die meer direct blijken te appelleren aan de kleine en grote dagdagelijkse verzuchtingen van echt bestaande mensen of bevolkingsgroepen. Kiezers en politici zijn in hoge mate van elkaar vervreemd geraakt en de burgers tillen er ook heel wat zwaarder aan dat er in de ‘politiek’ soms een schimmig spel wordt gespeeld. Verder zijn burgers uitermate gevoelig geworden voor corruptie en op wat er de schijn van heeft. Mensen herkennen zich ook minder en minder in ‘de mensen’ of ‘de burger’ waar politici het graag over hebben. Vanaf de jaren 1990 grijpen de zogenaamde antipolitiek en het populisme snel om zich heen. Gewone mensen maar ook intellectuelen geven op sociale media lucht aan hun niet altijd onterechte overtuiging dat wij eigenlijk niet langer in een echte democratie leven. De kiezer is van een hoofdrolspeler vervallen tot een consument die een electorale boodschap lust of niet lust. En de politici zelf laten zich voortdurend meeslepen door opgeblazen en uitvergrote incidenten of door spectaculaire of tot spektakel gemaakte feiten. Deze beheersen dan hooguit één of twee dagen het ‘nieuws’ om dan weer te verdampen in nieuwe incidenten. En bij de burgers glijden deze nieuwsfeiten quasi onmiddellijk af van hun dagelijkse veel meer permanente verzuchtingen en kopzorgen. Het ‘nieuws’ gaat uiteraard ook steeds over datgene dat voor eventjes het alledaagse en het dagelijkse doorbreekt, m.a.w. over het uitzonderlijke. Of m.a.w. over het vluchtige.

De politicus verwordt van een persoon tot een image en mogelijk vallen tot de helft van zijn activiteiten onder de noemer van imagebuilding. Zijn of haar optreden onder het volk verwordt tot grote of kleine show, hapklare brokken voor de media. Partijcongressen en verkiezingsmeetings zijn tegenwoordig ook niet veel meer dan uitingen van deze imagebuilding; veel show en goedkoop theater, perfect ingestudeerd en geregisseerd. Ze nemen meer en meer de vorm aan van een multimediaal spektakel. Het creëren van een ‘image’ (zoals ook het kiezen van een verkiezingsslogan) is echter een riskante bedoening in een wereld waarin men de bevolking hoofdzakelijk kent op basis van vluchtige opiniepeilingen en bedenkelijk sociologisch onderzoek waarin de diepgang steeds opgeofferd wordt aan de eis tot grootschaligheid en representativiteit. De ‘images’ waarvoor de bevolking eventueel gevoelig is, zijn immers niet altijd homogeen en veelal bijzonder veelvoudig en dus ook dikwijls met elkaar in tegenstrijd. Politieke marketeers die ‘images’ creëren of verkiezingsslogans bedenken, slaan dikwijls de bal volkomen mis. Een ‘image’ moet ook waargemaakt worden. Jean-Luc Dehaene slaagde daar bijvoorbeeld met zijn imago van ‘loodgieter’ wonderwel in. Bart De Wever ook, al is zijn reputatie steeds meer tanende. Het imago van minister Maggie De Block houdt vooralsnog wel stand.

De relatie tussen burger en politiek is grondig verstoord geraakt. Naar wat politici zeggen, wordt nog nauwelijks geluisterd. Afkeer, wantrouwen of onverschilligheid bepalen de sfeer. De rol van de media als een midden (medium) tussen volk en politici verdampt: het is in het geheel onduidelijk geworden of de zgn. publieke opinie inderdaad ook de opinie van het ‘publiek’ is. De media werken doorgaans ook maar in één richting. De band tussen media en bevolking heeft amper nog iets weg van een ‘gesprek’ en in die zin verliezen de media eveneens veel van hun autoriteit. Autoriteit, ‘auctoritas’, was oorspronkelijk inderdaad een relationeel begrip. Het was een relatie tussen het Romeinse volk en de Senaat en de ‘auctoritas’ was het medium daarvan die de volkswil vertaalde in wetten. In de private sfeer was de ‘auctor’ het medium tussen cliënt en de instantie waar zijn belangen dienden verdedigd te worden. En de augur was het medium tussen ‘natuur’ en mens. De augur sprak als medium in naam van de gemeenschap tegen de ‘natuur’, vandaar dat de zinnen die hij uitsprak veelal rituele formules waren die niet altijd erg verstaanbaar waren voor de toehoorders.

CHARISMA

Het autoriteitsbegrip brengt ons quasi-automatisch bij een ander relatief verwant concept, namelijk de notie charisma. Sinds het werk van de veelzijdige en invloedrijke socioloog Max Weber (1864-1920) wordt charisma als een bijzondere vorm van leiderschap en gezag beschouwd. Naast het charismatisch gezag onderscheidt Weber in de eerste plaats het traditioneel gezag dat berust op gewoontes en gebruiken en waarbij het gezag gelegitimeerd wordt door de sociale status of de afkomst van de leider (met mogelijkheid van erfopvolging) en de daarbij horende moraliteit: het beste voorbeeld van traditioneel gezag is het patriarchaal gezag, gaande van koning tot priester. En tenslotte heeft Weber het over rationeel-legaal gezag dat is gebaseerd op de formele positie die een leider bekleedt (bv. een rechter, een politieman, een bedrijfsleider, etc.).

De charismatische figuur slaagt erin mensen te enthousiasmeren via zijn/haar stijl van optreden (stem, lichaamstaal, kledij, …) veeleer dan door de feitelijke inhoud van zijn/haar boodschappen. Hij/zij weet mensen te ‘begeesteren’, ze als het ware een ‘geest’ te geven. Dit impliceert natuurlijk dat een vonk van deze geest reeds bij die mensen aanwezig is, want anders zouden ze het charisma van de leider niet ‘herkennen’ en zich er niet door kunnen laten begeesteren. Charismatisch leiderschap steunt op een affectieve band veeleer dan op een intellectuele of ideologische gelijkgezindheid. De charismatische leider maakt zich sterk dat hij/zij met de hulp en de trouw van zijn/haar volgelingen grootse plannen kan realiseren en de volgelingen schenken hem/haar inderdaad dit vertrouwen. De volgelingen die zich als individu (of als kleine groep) machteloos voelen, stellen immers hun hoop in een karakterieel sterke leider die zal waarmaken wat zij zelf niet kunnen.

Maar wat is charisma eigenlijk? Het is een Grieks woord dat vooral in de vroegchristelijke tijd gebruikt werd als aanduiding voor Gods genadegave, voor zijn goedertierenheid en vergevingsgezindheid. In die zin had het woord bij uitbreiding ook de betekenis van de morele en geestelijke gaven en talenten van een ambtsdrager. Het woord ‘charisma’ is een afleiding van het Oudgriekse woord charis. ‘Charis’ betekent bevalligheid, dankbaarheid en bekoorlijkheid en vandaar ook gunst (zowel de gunst die men iemand verleent als de gunst waarin men bij iemand staat). Die gunst betreft oorspronkelijk natuurlijk het genoegen dat een bekoorlijk iemand kon leveren, zowel materieel als immaterieel. Kortom, het woord had een uitgesproken erotische betekenis, maar niet in de eng seksuele zin dus. In het Latijn werd voor ‘charis’ het woord gratia gebruikt met omzeggens dezelfde betekenis. Het is als vertaling van dit Latijnse tot kerkwoord geworden gratia dat Ierse missionarissen rond 700 n. Chr. het woord ‘genade’ aanwenden, in de zin van ‘morele ondersteuning’. Of ‘charis’ en ‘gratia’ etymologisch met elkaar verwant zijn is onduidelijk.

Er hangt nog altijd iets mysterieus rond het charisma-begrip. Dat heeft er voor een groot deel mee te maken dat charisma eeuwenlang doorging voor een bovennatuurlijke gave, Gods genadegave. Nu nog steeds hebben we moeite om precies onder woorden te brengen waarop de aard en de bron berusten van iemands charisma en van de sterke persoonlijke aantrekkingskracht die iemand op andere mensen en groepen van mensen kan uitoefenen. De uitstraling die uitgaat van een bepaald persoon en die door de toehoorders wordt ervaren als een bepaalde begeestering, heeft iets mystieks, iets ‘religieus’. Die uitstraling drukt zich uit in de lichaamstaal, de lichaamshouding en min of meer gestileerde gebaren die de charismaticus bewust of onbewust hanteert (daar waren Mussolini en Hitler precies zo sterk in). De charismatische persoon is dikwijls groot van gestalte en hij spreekt graag letterlijk vanuit de hoogte (podium, balkon, …). Het charismatisch leiderschap is in essentie gebaseerd op de persoonlijke kwaliteiten van de leider en de erkenning daarvan door zijn volgelingen.

Het gezag van een charismatisch leider komt niet van één kant. Er is bij zijn/haar volgelingen reeds vooraf een min of meer vage ontvankelijkheid en suggestibiliteit aanwezig. Deze ontvankelijkheid kan wijdverspreid raken in geval van een langdurige ongrijpbare crisis of bij een langdurige dreiging die de samenleving begint te ontwrichten. De machtelozen of zich machteloos voelenden blijken dan bereid hun lot en hun toekomst in handen te leggen van een sterke leider die kracht en vastberadenheid uitstraalt, zelfs indien daarvoor zekere offers moeten worden gebracht. Het ‘volk’ herkent dan in de wilskracht, de standvastigheid en de compromisloosheid van zijn charismatische leider zijn eigen zij het vage wil, zijn wensen en zijn verlangens. Het succes van de charismatische leider wordt dan bepaald door zijn vaardigheid om die volkse wensen treffend te verwoorden. Hij wordt letterlijk de belichaming van wat de mensen willen: hij kan beter zeggen wat mensen willen dan die mensen zelf. Een en ander vereist wel dat de charismatische leider onbesproken is. Elk corruptieschandaal waarin de leider betrokken is of zou zijn, hoe klein ook, kan dodelijk zijn.

Charisma in de politieke sfeer wordt tegenwoordig nogal snel, om niet te zeggen onmiddellijk, afgevoerd als ‘populisme’, als een gevaar voor de democratie. De charismaticus blijkt immers vooral succes te hebben bij mensen die hun geloof in het politieke bestel verloren hebben, maar zich niet bij machte voelen om een realistisch en haalbaar alternatief te bedenken. Ze ‘weten het niet meer’. Dit zijn inderdaad het soort mensen dat zich graag wendt tot een charismatische figuur. Wat de charismaticus dan inhoudelijk zegt of lijkt te zeggen, doet dan appel aan diepere onuitspreekbare verlangens van zijn/haar volgelingen. Een flinke dosis agressie aan het adres van tegenstanders is nooit ver weg (‘we geven ze er eens goed van langs’). Populistische groeperingen die bezield zijn door een charismatische leider, drijven meestal op revanchegevoelens zowel bij de leiders (met soms een verborgen agenda van machtswellust) als bij de volgelingen (wraak). Dit verklaart waarom ‘normale’ democratische politici terecht of ten onrechte zo’n angst en afkeer hebben van populistische bewegingen of figuren. Hetzelfde charismatisch patroon vinden we trouwens ook bij heel wat sekten terug, waar de sekteleider zich doorgaans aardig weet te verrijken met giften van leden die in de boodschap van hun charismatische leider troost en levenszin vinden.

AUTORITAIR REGIME & NOODTOESTAND

Opdat een charismatische leider zou kunnen doorstoten naar de absolute politieke top en derhalve president (of premier in het geval van een ceremoniële monarchie) zou kunnen worden van een autoritair regime, moeten een aantal elementaire randvoorwaarden zijn voldaan. De installatie van een autoritair regime is doorgaans de uitkomst van een langdurig falen van de democratische besluitvormingsprocedures. Bij die reeks randvoorwaarden kunnen we in het bijzonder melding maken van:
1. De natie moet zich in aanslepende crisis bevinden met om zich heen grijpende binnenlandse polarisaties en eventueel ook een onbehagen uitgaande van uitzichtloze militaire esbattementen buiten de landsgrenzen. De ‘politiek’ slaagt er niet in de verwarring en de chaos onder controle te krijgen en blinkt uit door besluiteloosheid. Een ruim aandeel van de bevolking ervaart binnen deze constellatie de verkozen politici als een zuiver aparte sociale klasse die zich afschermt en naast hun manifeste onbekwaamheid ook nog zoete broodjes bakt met big business. In deze context vormt de roep om een sterke en krachtdadige leider een vrij ‘logische’ consequentie.
2. De charismatische figuur moet erin slagen de bevolking een gemakkelijk te begrijpen oplossing aan te bieden, zelfs al is deze gebaseerd op een ongenuanceerde zwart-wit analyse. De bevolking moet daar moet en hoop kunnen uitputten en opnieuw vervuld zijn van nationale trots. Slechts onder deze voorwaarden kan de charismatische figuur er op bogen inderdaad de belichaming te zijn van de ‘volkswil’.
3. De charismatische leider moet in staat zijn grote massa’s te mobiliseren. Massa’s die vergeleken met de vermoedelijk nog grotere groep van niet-volgelingen, uiting geven aan dynamisme en actiebereidheid en desnoods ook offers te brengen.
4. Het autoritaire regime moet om zijn plannen te realiseren ook nog kunnen rekenen op een loyale staatsbureaucratie.

Hoe meer de bestaande orde van binnenuit of van buitenaf wordt bedreigd en hoe meer een natie in chaos is vervallen, hoe groter de kans dat een autoritair regime de noodtoestand of uitzonderingstoestand afkondigt. Het succes van de invoering van een dergelijke noodtoestand veronderstelt dat er een breed draagvlak bestaat voor een krachtdadige leider. Verder moet de oppositie verzwakt of hopeloos verdeeld zijn terwijl een niet onbelangrijk deel van de bevolking zich totaal onverschillig opstelt. Zo niet, dan is het risico op een burgeroorlog bijzonder groot.

Een noodtoestand omvat dan met een zekere gradatie onder meer volgende kenmerken:
1. Opheffing of vervaging van de scheiding der machten, deels of volledig.
2. Een zeker overwicht van de politionele macht en van de staatsveiligheidsdiensten op de rechterlijke macht.
3. Opschorting of beperking van de al dan niet grondwettelijk vastliggende burgerlijke vrijheden (vrije meningsuiting, vrijheid van vereniging, stakingsrecht)
4. Verbod van oppositiepartijen of andere politiek getinte verenigingen.
5. Mogelijkheid van preventieve arrestaties van ‘verdachte elementen’.
6. Strenge controle op het doen en laten van burgers, ook in hun privéleven.
.
hitler-charisma

Doet Charles Michel eens een Michelleke?

.
michel-hamletPremier Charles Michel oogst applaus
na zijn imitatie van een Hamlet-monoloog (Hamlet, Act III, Scene I)

.
Peter Sagan is niet alleen de beste wielrenner ter wereld, hij is veruit ook de populairste.

Hij koerst tegelijkertijd als een bezetene én als een tacticus pur sang. Hij weet perfect waar hij moet toeslaan. Bij massaspurten swingt hij als een vis tussen de anderen door en duikt plots vanuit het niets op om de rest van de meute met verstomming te slaan. Komt hij slechts als tweede of derde over de meet, dan is op zijn gezicht geen enkele frustratie te bespeuren: hij straalt alsof hij wél gewonnen heeft.

De fans van zijn rivalen, zoals die van onze Belgische toprenners à la Greg Van Avermaet en Tom Boonen, zijn daarbovenop ook nog eens fan van de Slovaakse kampioen. Commentatoren hebben het over Peter De Grote of Zijne Excellentie.

Peter Sagan is bij het bredere publiek vooral gekend om zijn “Sagannekes”. Eens over de meet geeft hij het publiek ook nog een staaltje van fietsacrobatie. Op het podium knijpt hij in de billen van het bloemenmeisje, waar alleen de diehard feministen niet mee kunnen lachen. Hij imiteert als een volleerd acteur bekende filmscènes. Et cetera.

Zijn populariteit steunt op een combinatie van enerzijds keiharde inzet en strijdlust en een jongensachtige schalksheid anderzijds. Waar hij aan de start verschijnt weet je dat hij daar staat om te winnen, dat hij in de koers een hoofdrol zal spelen. Hij is het omgekeerde van een wieltjeszuiger en daar lust de wielerliefhebber van. Maar na en buiten de koers lijkt hij wel een snaak en een deugniet.

Je zou zeggen dat de Vlamingen zichzelf herkennen in die Peter Sagan, maar in werkelijkheid is dat helemaal NIET het geval. De Vlamingen herkennen in Sagan juist dat wat ze zelf NIET zijn. De Vlamingen missen precies die combinatie van niet te overtreffen professionalisme en van die zichzelf relativerende ironie en deugnieterij.

Zeker in de sfeer van de politiek schieten onze leiders op dat punt vreselijk te kort. Ze zouden veel meer harten en zielen weten te begeesteren indien ze zich wat zouden spiegelen aan Peter Sagan. Ons af en toe eens verrassen met een jongens- of meisjesachtig schalks kunstje.

Stel je voor: onze regeringsleden hebben, met de bloedigste ernst, de vastberaden inzet en het gedreven professionalisme hen eigen, hun agenda afgewerkt waarop premier Charles Michel een Michelleke ten beste geeft. Hij imiteert uit volle borst Jacques Brel’s Les Flamingants – Chanson comique op het ritme van het handgeklap van de rest van de schalkse bende.

De mensen appreciëren dit soort stoeierij bij Sagan, maar ze zouden het van Michel niet waarderen.

Jammer! Heel jammer!
.
saganneke

Onheimelijke Uitspraken (14)

.adam_delved_and_eve_span__who_was_then_the_gentleman_natee-utarit
Natee Utarit “When Adam delved and Eva span, who was then the gentleman?”,2014
.

Toen Adam spitte (en Eva spon). Nogal wiedes dat het zweet van Adams aanschijn druppelde: Jahweh weigerde hem een spade te geven (en Eva een spinnewiel).

***

Het aantal mensen dat invalide wordt verklaard omwille van “psychische problemen”, neemt al jaren quasi exponentieel toe. De conclusie die zich opdringt, moet zijn dat de klassenstrijd nieuwe eigentijdse vormen heeft aangenomen.

***

Besparingen in het gevangeniswezen. Men kan de zware misdadigers onderbrengen in de onderaardse gangen van de vroegere Kempische Steenkoolmijnen. Je hebt daar ook amper cipiers nodig: alleen de bovenste uitgang van de schacht moet bewaakt worden.

***

Als die moslims, die in Mekka deelnemen aan de hadj, tekeergaan zoals destijds de Keulse carnavalvierders, dan moet een en ander een verbazingwekkend effect hebben op de demografische statistieken aldaar.

***

Ruziemaken met iemand of iemand haten: dan moet die persoon écht wel de moeite waard zijn dat je er zoveel energie in investeert.

***

Als je iets herkent, kan het niet anders dan dat je het ook kent.

***

Al bedoelen filosofen iets anders met de term Grote Verhalen, het blijft correct dat politieke partijen geen groot verhaal meer brengen. Zelfs hun kleine verhalen verliezen steeds meer literaire of filmische waarde.

***

’s Nachts gebeurt er in de wereld niets omdat de media dan geen personeel inzetten.

***

Wie tegenwoordig geen burn-out doorstaat of doorgestaan heeft, moet op zijn/haar werk wel een volslagen dagdief zijn.

***

Dichtbij het plafond waar de vrouwen zitten, is het lekker warm. Op de vloer waar de mannen zitten is het beduidend frisser.
.

luiaard

Onheimelijke Uitspraken (13)

.
god-does-not-play-dice.

De alom heers
ende bestaansonzekerheid maakt steeds meer slachtoffers: je moet tegenwoordig verdomd goed opletten of je met je fiets wel degelijk op het fietspad rijdt en niet op het voetpad.

***

Massagesalons. Na het tippelen moeten de benen van de prostituees dringend gemasseerd worden.

***

Naast de geslachten man/vrouw/X hebben we nu ook nog de onverdoofd geslachten (Y) en de verdoofd geslachten (Z). (We kunnen terug bij A beginnen, bv. de viergeslachten A, B, C en D.)

***

Je moet niet denken dat je met denken veel oplost.

***

Als je ziet wat er met de EuroMillions te winnen valt, is het niet meer dan verstandig van God om niet met de dobbelstenen te spelen!

***

Beter tien F16’s in de lucht dan één dode mus in de hand (Defensieminister Steven Vandeput)

***

Verschillende of uiteenlopende visies worden ons tegenwoordig geserveerd als tegenovergestelde en onverenigbare visies.

***

Het blijft wachten op een echt nieuw “Schijnheilig Paterke van Hasselt”. We moeten het ook deze keer stellen met een halve imitatie. Arme Hasselaren!

***

De Dalai Lama plus die andere wereldberoemde niet-uitkeringsgerechtigde werklozen: allemaal goed en wel, maar wie betaalt hun eten?

***

Het kan bijna niet dat de eerste Bang al meteen Big was, en dus de goeie. Er moet ongetwijfeld eerst een Small Bang geweest zijn, al was het maar om een en ander uit te testen en te oefenen voor het Grote Werk. Toen God (de Opperbouwmeester van het Heelal, of één van zijn vele andere filmrollen) er zich ook nog mee moeide, offreerde Hij ons een tweede oorverdovende knal: de Smart Bang! Nu God dood is, kunnen we Hem deze jammer genoeg niet teruggeven.  

***

Waar die twee een halve eeuw geleden nog volledig samenvielen, kan het verschil tussen intellectuelen en intelligente mensen al lang niet meer verdonkeremaand worden. De eersten doen nog tevergeefs hun best om de tweede soort op te vrijen, de intelligenten van hun kant rest geen andere keus dan de inteelt.

.

.heilig-paterke-van-hasselt-1927-jan-toorop
Jan Toorop “Heilig Paterke van Hasselt”, litho, 1927

Onheimelijke Uitspraken (12)

.
negatieve-rente
.
Het principe “Alles moet kunnen” heeft helaas al veel monsters gebaard. Maar ja: het maken van monsters is niet bij wet verboden.

***

De terreuraanslagen in België hebben dan toch één resultaat opgeleverd: de Amerikanen weten nu dat hun French fries van Molenbeek afkomstig zijn.

***

Eentje voor quizzers, lekkerbekken en amateur-ichtyologen. Met de Brexit zien we een heen en weer gaan van anadrome en katadrome politici. De anadrome Britse premier Theresa May bv. maakt zich stilaan klaar voor haar paai in de Zenne.

***

Anti-Voltaire. « Je suis d’accord avec ce que vous dites, mais je me battrai jusqu’à la mort pour qu’on vous refuse le droit de le dire. » (Tiran à son philosophe de la cour.)

***

Nieuwe besparingsronde regering. Met maatregelen die diep snijden in het leven van de burgers. We vermelden de meest saillante: 1) begrafenisondernemers mogen doden begraven in doodskisten die te klein en te smal zijn; 2) crematie op kookfornuis wordt wettelijk toegestaan.

***

Op optimisme staat sinds kort een negatieve rente.

***

De Boeddha stelde in zijn levensfilosofie de aanpak van het lijden centraal. Maar waaraan leed de Boeddha dan precies?

***

De meeste politici en BV’s hebben een veel te lage Brain Mass Index.

***

Het is wachten tot Bart De Wever weer frikandellen gaat eten in Frituur ’t Draakske in Deurne.

***

“Praat erover!” zegt de cliënt tot de psychotherapeut (die lijdt aan de geestesstoornis gemeenzaam én professioneel gelabeld als “het luisterend oor”). “Maar praat er dan toch over!”

***

Nu ik hoor dat “Indian Summer” in het Nederlands wordt aangeduid als “Oudewijvenzomer” weet ik dezer dagen op mijn lievelingsterras niet meer waar gekeken. Gelukkig zie ik nergens een Indiaan hand in hand lopen met een oud wijf.
.
bdw

Onheimelijke Uitspraken (11)

.
populism.
“Het vertrouwen moet hersteld worden.” Als je ziet waar tegenwoordig allemaal het vertrouwen moet worden hersteld, dan vraag je je af: “Waarom zeggen die loodgieters niet: deze opdracht is ons te zwaar, we gaan in het klooster!”? (Bon débarras.)

***

De vrouwen klagen erover dat wij, mannen, hen als (lust)object bekijken, maar ze zouden het nog veel minder waarderen wanneer we dit niet zouden doen.

***

Boeddha/Pessoa. Is er een grotere vreugde dan zelfs je vreugde niet te voelen?

***

Als de muizen van huis zijn, slaapt de kat.

***

Links-populisme, rechts-populisme: zijn de rest van de olijke bende dan allemaal centrum-populisten?

***

Het theater zou genietbaar zijn wanneer er niemand naar kwam kijken.

***

De wereld verbeteren is simpel, iedereen doet het op haar of zijn manier, al wordt die wereld er in haar gewilligheid alleen maar slechter van. De wereld in verwarring brengen is een ander paar mouwen.

***

Mensen delen doorgaans alles met elkaar wanneer ze niets hebben.

***

De tragiek van uitzonderlijke mensen bestaat erin dat ze zich voorhouden dat hun uitzonderlijke zijnswijze de regel is.

***

Vrouwen onderwierpen zich een halve eeuw geleden nog aan hun echtgenoot (zo zegt men toch). Nu onderwerpen ze zich aan hun kinderen.

***

Pessimisten zijn misschien wel gelukkiger dan hoopvolle optimisten. Ze schrikken niet en beginnen niet hysterisch te krijsen als er eens iets ergs gebeurt.

***

Een boek (of film, etc.) is pas een boek die naam waardig, wanneer je bij de tweede lezing, en zelfs de derde etc., de indruk krijgt iets te lezen dat je nog nooit eerder of ergens anders gelezen hebt.
.europe2

Onheimelijke Uitspraken (10)

.monumenten.

Het laatste decennium is de
levensverwachting van eendagsvliegen met een halve dag toegenomen.

***

Je kunt de dag van vandaag eventueel nog op een verkeerde weg terechtkomen, maar je kunt niet meer verdwalen. Je komt nooit meer op een plaats die je helemaal niets zegt.

***

Monumentendag. Sinds onze militairen zijn ingezet voor veiligheidsopdrachten, is het aantal beschermde gebouwen en monumenten fors gestegen.

***

‘Petites histoires’ staan grotendeels op conto van ‘petits hommes’ (of ‘petites femmes’).

***

Wat is er nog naast woord en beeld? De daad uiteraard!

***

Onze voorbeeldige mensen activisten die van de éne kant van de wereld naar de andere rennen, beseffen niet dat ze eigenlijk niet veel meer zijn dan ordinaire toeristen.

***

Vergeten we best niet dat de eerste betekenis van het woord ‘verzet’ nog steeds luidt: verpozing, vermaak, ontspanning!

***

Het waren vroeger nogal eens tijden. Brak een lid van een familie of clan het been van een lid van een andere familie of clan, dan werd bij een lid van de eerste groep als billijke vergoeding eveneens een been gebroken. Had een familie aan een andere familie een bruid toevertrouwd die onvruchtbaar en kinderloos bleek, dan diende deze familie de defecte bruid terug te nemen en een andere gezonde maagd te leveren.

***

In een hete zomerzon vergeet je alle plaatsen waar de gemoederen zijn verhit en waar complotten worden gesmeed.

***

We kennen allemaal de clown die de circusarena binnenstormt en schreeuwt: “Brand! Het circus staat in brand! Brand! Het circus staat in brand!” Het publiek schaterlacht met deze zoveelste clownerie van zijn geliefkoosde circusartiest. Want het publiek weet dat de clown zelf moedwillig het circus in brand heeft gestoken!
.eendagsvlieg

Onheimelijke Uitspraken (9)

.
congés payés
.
De schemer (ook schemerzone genoemd). In de schemer. Televisies spelen die ik niet zie. Gsm’s slaan aan en vertonen zich in tonen die ik niet hoor. Liefdes binden en ontbinden zich. Verknopen en ontwarren hun knoop. Alle machines draaien zoals de machines in mijn eigen manufacturen. Stuifmeel stuift alle richtingen op en vraagt overal huwelijk en echtscheiding aan. Kussen op lippen die floeps weer andere lippen zoeken en vinden. Elk woord krijgt een antwoord, hetzij van hier, hetzij van daar. Fotonen, bosonen en fermionen omhelzen elkaar en nemen dan afscheid. Kleine en grote oorlogen die woekeren en onafgebroken nieuwe monsters kweken, sommige levensvatbaar, andere doodgeboren. Waar alles is wat het niet is, en al het mogelijke misschien ooit zal zijn, of niet zal zijn. Dat allemaal in de schemer die ik niet voel en die ik niet ken noch weet. De schemer zelf die alleen maar schemer is en alleen maar schemer kan zijn.

***

De ‘natuur’ kent niet zoiets als grenzen.

***

Soms droom ik dat ik droom. Soms denk ik dat ik denk. Soms voel ik dat ik voel. Maar doorgaans ervaar ik geen onderscheid tussen dat voelen, denken en dromen. Zelfs niet achteraf.

***

Het is nooit slim om te proberen té slim te zijn.

***

De eerste menselijke taaluitingen, zo is ondertussen ongeveer vast komen te staan, waren in meer dan overgrote mate imperatieven (‘de gebiedende wijs’ dus, zoals bv. ‘Kom!’ of ‘Kijk!’). Geen indicatieven (‘de aantonende wijs’, zoals ‘X is een man, Y is een vrouw’), die wij ons nu, bijna als vanzelfsprekend, voorstellen als de standaardzinnen van de taal.

***

Het waren ongetwijfeld populisten die ons het jaarlijks betaald verlof hebben aangesmeerd.

***

Keuzemomenten, tweesprongen, bifurcaties en aanverwanten dreigen er steeds toe van onze geest een slagveld te maken. Daarom laten we ons er slechts toe verleiden om keuzes te maken wanneer er inderdaad heel veel op het spel staat, zo veel dat we de machines die normaal de keuzes voor ons zouden kunnen maken, niet meer vertrouwen.

***

Elke rangschikking van de meest en minder welvarende landen is misleidend. Ze geeft nooit aan hoeveel vaart er nog in elk van de best gerangschikte landen zit en met welke snelheid bepaalde lager gerangschikte landen hun vaart opdrijven.

***

Oplichterij op Internet. Vooral vermijden in de open armen te lopen van de oplichters die waarschuwen voor oplichterij op het Internet.

***

Symbool. Alles is symbool geworden! Van hoofddoek en boerkini tot wat daaromtrent wordt gezegd door de kop van onze politici en andere gestelde lichamen. Alles en allen worden symbool. Elk dossier is nu een symbooldossier. Elke strijd is een symbolenstrijd. Elke verkiezing is tegenwoordig ‘de moeder van alle verkiezingen’. Symbolen worden in alle varianten in beeld gebracht. Waarvan ze nu eigenlijk symbool zijn, dat maakt niemand iets uit. Daarover gaat het immers niet!

***

De plot van een film of een roman wordt veeleer voortgestuwd door ‘toevallige’ figuranten dan door de eigenlijke hoofdrolspelers.

***

Naast leerkrachten heb je ook leermachten.

***

Het verlangen naar onwetendheid en onschuld maar daar dan zelf wél ook weet van te hebben. Je bewust te zijn van je ‘bewusteloosheid’. Een paradox die al meer dan één levercirrose heeft opgeleverd.
.
congés payés2

Onheimelijke Uitspraken (8)

.

vampires“……………………..    “Les Vampires”, Louis Feuillade, 1915
.

Hersenloos, harteloos, (onder)buikloos. Alleen nog sensoren en uitvoerende lijf en leden. De perfectie, de zuivere volmaaktheid! Ondertussen onderhouden we ons zwierig en gelaten met: “Geef me nog wat wijn, want het leven is niets.” (Fernando Pessoa, 19 november 1935).

***

Humor, dat weten we, is een beschaafd omgaan met kleine frustraties en irritaties, die eigenlijk nauwelijks pijn doen en die we ook niet geheim houden.

***

Zouden onze Nieuwe Belgen iets afweten van de Oude Belgen?

***

Ontroerende tederheid wordt ons tegenwoordig opgediend via beelden van dieren die zich uiterst uitzonderlijk, vrij ‘tegen-natuurlijk’ en overigens in veel gevallen gewoon geënsceneerd, bekommeren om andere kwetsbare dieren in hun omgeving.

***

Wanneer een instelling voor één dag haar deuren opent voor het ‘grote publiek’, vraag je je meteen af wat dan tijdens de rest van het jaar het ‘kleine publiek’ is.

***

Als je onze Belgische en Vlaamse politici ziet kibbelen, hoe gaat het er dan bij de Verenigde Naties aan toe.

***

“Morgen droog en veel opklaringen. Ideaal weer voor wandelaars en fietsers,” zo instrueert ons Frank de Weerman. Voor vandaag werd nochtans niet voorspeld dat het ideaal weer zou zijn voor automobilisten en voor mensen met geamputeerde benen.

***

Sommige hersenwindingen prediken én tegen de overbevolking in de wereld én tegelijk ook tegen de doodstraf (én tegen oorlog). Zonder ook maar even de wenkbrauwen te fronsen.

***

‘Recht voor de raap’ ontspringt aan het achterste van de tong, terwijl een ‘blinde verbale agressie’ in het geheel geen uiting is van de tong maar van zoek geraakte hersenen en geconstipeerde darmen.

***

Waar geen samenleving, gemeenschap of maatschappij meer is, is er uiteraard ook geen sociologie meer. Alles is platte psychologie en psychiatrie geworden.

***

Gelaatstrekken, gelaten trekken, trekken van een laat. Eén raad: maak je gezicht groter dan je gelaat.

***

Het argument ‘altijd jezelf gebleven te zijn’ is compleet zinledig. Zeker niet iets om trots op te zijn.
.
Oude Belgen3

Oude Belgen

Onheimelijke Uitspraken (7)

 

. balthus la chambre
Balthus ‘La Chambre’ (1952-1954)

.

We geven het Paradijs regelmatig een voelbare vorm met een glas porto of een zoetig chocoladegebakje.

***

Schoonheid/Lelijkheid is wat overblijft wanneer iets niet waar/onwaar is, én niet goed/slecht én niet rechtvaardig/onrechtvaardig.

***

Voetgangers spelen met de gedachte duimspijkers op de weg te gooien zodra er een bende wielertoeristen zit aan te komen.

***

Op de joodse sabbatdag is het niet toegestaan doelgericht ergens naartoe te gaan, maar naar huis terugkeren vormt geen probleem. Is dat niet de essentie van de joodse sabbat?

***

Onze verheven cultuur geeft zich over aan een nieuwe trend. Het schrappen van woorden. In onze contreien spreekt het hier en daar afvoeren van het woord ‘allochtoon’ het meest tot de verbeelding. Frankrijk van zijn kant heeft het woord ‘race’ uit zijn wetgeving verwijderd (maar vooralsnog niet uit de Grondwet). Kerkcoryfee Etienne Vermeersch stelde dan weer voor om het begrip ‘islamofobie’ te schrappen, waarop zijn anticoryfee Marc Reynebeau counterde met de suggestie dat we ons beter zouden ontdoen van het woord ‘achterlijk’. Gezien de Van Dale te groot is geworden om uit het hoofd te leren, wordt aldaar regelmatig een container vol woorden definitief taalkundig afval. Nu reeds krijgt een ganse boterham voorheen eerbiedwaardige woorden tussen haakjes de vermelding ‘verouderd’ mee, zoals daar zijn: ‘democratie’, ‘vredesoperatie’, ‘wetgevend parlement’, ‘educatieve omroep’, ‘erotiek’, ‘redelijk argument’, ‘diepgang’, ‘Europese Gedachte’, ‘relatie’, ‘partner’, ‘eerlijke verkiezingen’, ‘achter de schermen’, etc.

***

Betekenen de zinnen ‘Niets lijkt wat het is’ en ‘Niets is wat het lijkt’ hetzelfde?

***

Ik ben niet mezelf, ik ben het nooit geweest, en ik zal het ook nooit worden. Oef! En jij nu!

***

Het is in de schemer, en enkel in de schemer, dat zuur verdiende rust en ontspanning verglijden en verdwijnen in de onverhaalbare gelukzaligheid van de onwetendheid.

***

Het is niet doenbaar ons handelen af te stemmen op het mogelijke. Want: Anything is possible! Daarom stemt het mogelijke zich af op ons handelen.

***

Nostalgie is niet noodzakelijk een droevig en melancholisch gevoel, integendeel. Het is, zeker bij een rode zonsondergang of bij het flaneren in een straat vol zomerse verschijningen, een heerlijke en smaakvolle ervaring, van het koel voorhoofd en gehemelte tot aan de slap wordende buikspieren toe.

***

Wanneer je in de Griekse Oudheid te zeer boven alle anderen in de gemeenschap begon uit te steken (je té excellent waart geworden, of té groot, té rijk, té slim, té populair, té machtig, …), dan werd je meteen verbannen, want gevaar voor de sociale samenhang. Pure democratische gemeenschapslogica! (Tegenwoordig zijn té excellente excellenties hun gemeenschap voor: ze verbannen zichzelf.)

***

“Niets menselijks is ons vreemd” heeft stiekem plaats moeten maken voor: “Elke menselijkheid is ons vreemd.”
.

Schrodinger_cat_in_boxSchrödinger’s Cat

Onheimelijke Uitspraken (6)

.
calamity2

Twee vormen van
lijden: pijn en verveling. Beide verengen onszelf tot ons lichaam. Blijkbaar is dit hoogst onaangenaam.

***

“Roken is dodelijk.” Bedoeld als afschrikmiddel voor jongeren. Maar is dat niet juist wat jongeren verlangen: ervaringen op leven en dood?

***

Wat we vergeten, betreft steeds dat wat er is gebeurd. We herinneren ons enkel wat niet is gebeurd maar wel had kunnen gebeuren. En wat niet is gebeurd, krijgt zoals elke leerling een tweede kans.

***

Om water bij de wijn te doen moet je weten welk water in welke wijn! Troebel water in troebele wijn?

***

Bij het ontwaken, voordat je de kans hebt gehad je hersens te wassen en te spoelen, koestert een mens soms reeds een reeks bedenkelijke mogelijk zelfs strafbare gedachten. Mensen zonder badkamer of douche moeten er heel erg aan toe zijn.

***

Een dag is voor velen nutteloos voorbijgegaan wanneer er dichtbij of ergens ver weg geen memorabele catastrofe heeft plaatsgevonden. A calamity a day keeps the doctor away!

***

Elke Wet (Reglement, etc.) voorziet altijd in 2 soorten regels: regels waaraan je je hoort te houden; en regels die je hoort te overtreden.

***

Wat opvalt bij mensen die dankzij hun ronkende academische titels bestsellers schrijven en publiceren, is dat ze door hun waaier aan lucratieve nevenbezigheden nog nauwelijks de tijd hebben kunnen vinden om zich over hun onderwerp te informeren of te documenteren. Ik wou dat ik ook zoveel nevenbezigheden had, ik zou veel dwazer en dus ook veel gelukkiger zijn.

***

Hier en daar is liefde bovenal een gevecht (tot bloedens toe). Zoals de relatie van het dichterskoppel Ted Hughes en Sylvia Plath, tot op het bot ontleed door Connie Palmen in haar “Jij zegt het”, 2015.

***

Een notoire humanist die de “Universele Verklaring van de Rechten van de Mens” als richtsnoer voor zijn denken en handelen neemt of dat toch beweert, schrijft: “dat [die Verklaring] altijd en overal toepasselijk moet zijn op zoveel mensen als enigszins mogelijk”. Hoezo, “enigszins mogelijk”? Er zijn dus uitzonderingen, de zaak blijkt niet universeel! En wie zijn dan die uitzonderingen die onze humanist voor ogen heeft?

***

Het Paradijs is niet alleen denkbaar maar ook ver-beeld-baar. Deze verbeeldbaarheid kan alleen haar oorsprong vinden in een zintuigelijke ervaring van het of een ‘Paradijs’ uit een ver en half vergeten verleden. (Ons woord ‘paradijs’ stamt van het Latijnse ‘paradisus’, zelf letterlijk overgenomen van het Griekse ‘paradeisos (παράδεισος)’, wat dan weer geleend was van het Perzische ‘pairidaêza’. Het Perzische woord doelt op een natuurlijk landschap, een tuin, een dierenpark of een jachtdomein waarin wij, mensen, nog niet uiteengevallen zijn tot gerationaliseerde en gerantsoeneerde schizo-stukken. Landschappen vol de meest diverse dieren, planten en jachtoorden! Zouden we daar geen primaire levendige herinneringen aan hebben bewaard?

***

Er zijn vrouwen die graag vrijen maar geen tijd hebben voor wat anders, en vrouwen die tijd maken voor van alles maar geen tijd overhouden om te vrijen.
.
.
Sylvia Plath Hughes

Van katten wil ik niets begrijpen !

.
kat16
.
Wat is het toch dat ons dringt en drijft om alles en iedereen te willen kennen, te begrijpen en te doorzien? Jan en alleman te “volgen”. Van alles op de hoogte te willen zijn en blijven. Als bezetenen “transparante informatie” na te jagen tot er in de ganse Ardennen geen levend hert meer te schieten valt.

Ik opper hier graag de hypothese dat één en ander als volgt in elkaar zit. Als gemeenschap zijn we versplinterd geraakt in hulpeloze en van elkaar afgescheiden enkelingen. Zelfs organisatoren van massa-demonstraties en andere massa-evenementen maken tegenwoordig meteen wereldkundig “met hoeveel we waren”, desnoods tot op 2 cijfers na de komma. Het gaat dus niet meer om massa’s die een eenheid vormen, maar om een bonte verzameling afzonderlijke enkelingen die je simpelweg kunt “tellen”.

Enkelingen staan er alleen voor met hun min of meer armzalig, min of meer talentvol “ik”. Zo ervaren velen het toch en zo wordt het ons ook overal in positieve of negatieve bewoordingen aangepraat. Ja, dan heb je als enkeling natuurlijk uiterste nood aan verregaande kennis over alle elementen van je leefomgeving. En natuurlijk ook van je “zelf”. Kwestie van de zaken tot in lengte van dagen onder controle te hebben en te houden.

Van katten aanvaard ik zonder meer dat ik ze niet begrijp. Ik weet over katten niet meer dan dat het gaat regenen wanneer ze hun oren wassen. Nooit is het bij me opgekomen een boek over katten te kopen of te lezen. Of op tv te kijken naar een docu over katten, leutig gepresenteerd door een dubbelganger van sir David Attenborough. En een YouTube-filmpje over katten moet niet langer dan 3 seconden duren, of ik denk te doen te hebben met gedresseerde circusartiesten. Elke avond zie ik met verwondering en bewondering mijn katten op het terras urenlang bewegingloos in de schemering turen naar God weet wat. Ik ben blij dat hun gedoe mijn kennis te boven gaat.

Begreep ik katten (en in het bijzonder mijn eigen katten), ik zou vermoedelijk ophouden om van hen te houden. Ik heb het reeds zo dikwijls herhaald: “Mijn liefde voor je sterft wanneer je geheime wapens zichtbaar worden.”

Er is altijd iets dat ons ontsnapt wanneer we iemand of iets mooi of aantrekkelijk vinden. Of wanneer we iemand haten. Wat we volledig begrijpen en wat dus als het ware volmaakt is, is zuiver en proper maar niet mooi. Wat ontroert moet altijd een scheurtje of een lelijk randje hebben. Zonder de ondersteuning van een beetje lelijkheid kan iemand of iets nooit echt mooi zijn.

Het lijkt wel alsof de mensheid in de 21ste eeuw een reeds lang verwachte en verhoopte trap van ontwikkeling en beschaving bereikt waar schoonheid totaal niet meer aan de orde is. En waar ook liefde overbodig, contraproductief en zelfs “reactionair” is geworden. Mensen komen immers steeds minder rechtstreeks met elkaar in contact. We kunnen nu gezamenlijk de wereld draaiende houden zonder dat we elkaar ooit moeten gezien hebben, zelfs zonder dat we elkaars naam moeten kennen. Meer nog: we moeten niet eens weten of de mensen waarmee we denken samen te werken, eigenlijk wel bestaan.

Hebben we het glorieuze tijdperk van de Verlichting achter ons gelaten en leven we nu schaamteloos in het tijdperk van de Overbelichting, waar schijn en schaduw in de nevelen van het verleden zijn opgelost?

Nog twee bedenkingen:
1. België is al lang niet meer het centrum van de beschaving zoals het dit rond 1900 volwaardig en met universele instemming een paar decennia lang was. We liggen nu als Belgen en Vlamingen aan één van de verste uithoeken van het melkwegstelsel en in veel contreien staan we op de wereldkaart aangeduid als “terra incognita” (“onbekend land”). De beschaafde mensheid denkt er zelfs niet aan om zendelingen naar hier te sturen om de o zo mysterieuze bronnen van de Schelde te ontdekken.
2. De idee dat kunst en cultuur iets anders zouden zijn dan economie, heeft me altijd al gestoord. Ik weet niet wat zich afspeelt in het brein van de culturo’s wanneer ze die twee begrippen gebruiken en tegenover elkaar plaatsen, als tegenstrijdigheden en onverenigbaarheden. En nog veel minder als ze dan plots, uit het luchtledige, het argument lanceren dat de cultuurhuizen meer “uit de markt halen” dan ze overheidssubsidies krijgen. Cultuurhuizen zijn inderdaad eersteklas-ondernemers, pure economie. Kortom, net zoals andere bedrijven verkopen ze producten die geld in het laatje brengen. Cultuur levert winst op. Persoonlijke winst zelfs. Vraag het maar aan de organisator van Pukkelpop wat ie er allemaal al aan heeft verdiend. En net zoals in andere sectoren van de economie heb je in de cultuursector arbeidsongevallen, flagrante inbreuken op het arbeidsrecht, etc.
Vanwaar die schaamte van culturo’s om zich voor te stellen als mensen met dezelfde ingesteldheid als een fabrikant van zakloze stofzuigers of van een bankier?
.
.
kat15

Onheimelijke Uitspraken (5)

.
Gouden Kalf
***

Wie tegenwoordig het Gouden Kalf aanbidt, haalt daarop een hoger rendement dan op een spaarrekening of op beursbeleggingen.

***

Witwaspraktijken kunnen alleen maar volgen op zwartmaakpraktijken. Dit geldt voor elke soort was.

***

Schrijven is een uitstekende remedie tegen lezen. En in vergelijking ook nog spotgoedkoop. Niet schrijven werkt uiteraard nog veel beter.

***

Wat indien de zogenaamde Arabische Lente had plaatsgegrepen tijdens een strenge winter?

***

Elk boek dankt zijn milde receptie aan een zekere lef en durf op de eerste bladzijden.

***

Schrijven is net zoals porto drinken, blowen, muziek maken of op vakantie gaan, een manier om in een andere wereld te vertoeven. Zo wordt gezegd. Een andere dan welke?

***

Mensen schipperen en zwalpen tussen drift en passie, ijver en bedrijvigheid. Zelfs tijdens hun slaap.

***

Observatie vervalt gemakkelijk in voyeurisme. Het laatste verlengt de levensverwachting wel merkbaar meer dan het eerste.

***

‘Informatie’. Letterlijk: ingreep in de vorm van iemand of van iets.

***

Recordopkomst op de Belgian Pride, het hoogfeest van de LGBTQI-gemeenschap. Sinds enkele jaren willen ongeveer alle Belgen zijn wat ze niet zijn.

***

In Hollywood hebben ze decors voor alle mogelijke landschappen, voor alle mogelijke landen. Behalve voor Hollywood zelf. Hoewel!

***

Met de exponentiële vooruitgang van wetenschap en technologie zal binnenkort ook wel het probleem van de kwadratuur van de cirkel opgelost zijn.

***

De meeste cadeautjes die we anderen schenken, kopen we om er zelf van te kunnen genieten. Niet eens heimelijk, maar onder de ogen van de gelukkige.

.
.

Schaduw2
Foto Margret Tielemans

Onheimelijke Uitspraken (4)


woede.

Er zijn verlangens waarvan je kan genieten en verlangens die pijn doen.

***

Deradicalisering. Wortels uittrekken is een zaak van land- en tuinbouwers.

***

Om de feministen te doen steigeren. Ik hoorde iemand zeggen dat het verschil tussen man en vrouw in het niets vervalt vergeleken met dat tussen mens en vrouw.

***

Niet alleen bij wielrenners is het leren dalen (van een berg of een col) het laboratorium van het leven. Van het zich onschuldig neervlijen tot het aan lager wal raken.

***

Zelfs met het betalen van een flink pak smeergeld is het een ondoenbaar opzet om in een krant of een ander journalistiek medium een ‘opinie’ gepubliceerd te krijgen uitgaande van het saillante aforisme van het Weense intellectueel enfant terrible Karl Kraus (1874-1936) dat een journalist iemand is die niets te zeggen heeft maar er wel veel over kan schrijven.

***

De Teloorgang van het Ego. Wanneer in een machine een onderdeel overbodig is geworden of de boel in de war gaat sturen, dan halen we dit onderdeel er gewoon uit. Wij zijn tenslotte ervaren ingenieurs van ons doen en laten (al willen we dit niet zo graag geweten hebben). Al bij al zijn we functionerende machines gebleven. En ons Ego was maar een onderdeel van die machine. Het probleem van het teloorgegane Ik stelt zich eigenlijk in de eerste (en mogelijk enige) plaats op het vlak van het ‘milieu’. Hoe krijgen we namelijk dit Ego als afval gerecycleerd?

***

Op de steeple chase van Waregem Koerse heb je paarden die het afmaken en paarden die afgemaakt worden.

***

De meeste revolutionairen kennen niet het onderscheid tussen een opstand en een revolutie.

***

Gelijke Kansen: Op de planeet Mars is het aantal Marsvrouwtjes nu gelijk aan het aantal Marsmannetjes.

***

Zou vandaag nog gelden dat wanneer je naar het Westen reist, je onvermijdelijk in het Oosten terechtkomt (en vice versa)? In ieder geval heeft niemand het ooit in zijn hoofd gehaald om het Zuiden te willen bereiken door naar het Noorden te reizen (en vice versa).

***

Nog eens over ‘vroeger’ versus ‘nu’ (of ‘later’). Voorheen werd gezegd: “We hebben recht op een menswaardige behandeling, op billijke lonen, op onze privacy, etc.”. Nu houden we het kort: “We hebben recht op.” Vergelijk ook met: “Het moment zal komen dat.” en “Ik was zo blij als.” Of ook: “Messi trapt naast.”, meer nog: “Messi trapt.”, en waarom niet: “Messi!”

***

De toenemende vraag van de burgers naar meer transparantie zal ongetwijfeld de budgetten van onze ijverige ministers verlichten. Zo belooft men ons althans.

.
Waregem_KoerseWaregem Koerse

Onheimelijke Uitspraken (3)

.
decadence3
.

Het is een vorm van psychisch comfort om de wereld als decadent en in onomkeerbaar verval te bestempelen.

***

De Lijn vraagt je om vijf minuten vóór het aangegeven uur bij de halte aanwezig te zijn. Wie ondanks deze warme aanbeveling toch nog 10 minuten of meer moet wachten, moet er als aanmoediging of verzoening evenwel niet op rekenen dat een escortebureau wordt ingeschakeld.

***

De theorie wordt doorgaans pas na de praktijk in klare formules en formuleringen gegoten. Zelden vooraf! In Hiroshima eerden ze deze wijsheid helaas reeds voordat de praktische atoombom Little Boy hun lijf en leden in de ene richting en hun daken in de andere richting wegblies.

***

Het VRT-Journaal is een mooi voorbeeld van hoe met een voorbeeld een beeld wordt geschetst van een algemene situatie. Klassiek is het geval van de sukkelende reiziger die bij een treinstaking gestrand is in het Brusselse Noordstation. Het voorbeeld dat het woord neemt, is één van vele ‘getuigen’. Zelden komt echter iemand aan het woord die erbij was maar niets gezien heeft.

***

De wetenschappelijke methode is nog nauwelijks als methode, als ‘weg naar’, te herkennen. Wanneer de methode bepaalt wat wetenschappelijk kan bestudeerd worden en wat niet, houdt zij op methode te zijn.

***

Hadden die monsters van Scylla en Charybdis hun werk wat professioneler verricht, dan was één en ander beslist nooit zover gekomen! Hadden de Sirenen hun gezangen wat beter voorbereid en aangepast aan de oren die ze hoorden te teisteren, dan was één en ander beslist nooit zover gekomen!

***

Wat niet verdwijnen kan, verdient het niet er ooit te zijn geweest.

***

De (strop)das: stremt en onderdrukt de libido, de liefde en de lust. De das moet dus wel een religieus symbool zijn!

***

Elkeen heeft recht op een plaats waar hij of zij zich geborgen voelt. Die plaats ligt tegenwoordig niet meer in de Oriënt maar aan de Noordpool.

***

Voor niet weinigen is het geboren worden er al teveel aan. Er zou voor die mensen een preventief 100% efficiënt voorbehoedsmiddel moeten worden bedacht.

***

De liberalisering van de Spoorwegen heeft vooral veel auto-erotiek opgeleverd.
.

£spporwegen

Onheimelijke Uitspraken (2)

.
OUROBOROS.
.

Geld kan
niet zwemmen. Vandaar dat het vastzit op de Kaaimaneilanden.

***

Toen de mensen de eerste keer naar de sterren keken om zo te weten te komen wie ze waren, merkten ze meteen dat het licht van de sterren geen slagschaduw afwerpt. Hadden ze toen geweten wat tijd was, dan hadden ze zo onmiddellijk ook geweten dat ze er op deze nachtelijke momenten enorm veel aan het verliezen waren.

***

“Eerst als tragedie, dan als farce”: wat maakt het uit? Beide worden door de overheid gelijkmatig gesubsidieerd!

***

We mogen stilaan aannemen dat de brave Oost-Duitsers er destijds van uitgingen dat de agenten van de geheime dienst Stasi ordinaire journalisten waren, met een officiële perskaart!

***

Het vervelende aan het onweerlegbare feit dat we allemaal slachtoffer zijn, is dat er geen daders meer overblijven.

***

Dat het regent in mijn hart, betekent geenszins dat de stad weent. En wat bij de voorspelde opklaringen en zonneschijn? Il a pleuré dans mon cœur comme il a plu sur la ville!

***

Als mijn benen het niet meer aankunnen om op de zaken vooruit te lopen, dan zullen andermans benen het wel doen. Vooruit gaan en op de zaken vooruit lopen vergen bovendien nauwelijks een inspanning. De zaken zelf hebben immers de hebbelijke neiging stil te blijven staan.

***

In het oog van de storm heerst stilte! Dit idee kan alleen door oogartsen zijn bedacht. Niet door de mensen in hun wachtkamer.

***

Which side you’re on? Een bevreemdende vraag in een n-dimensionale wereld. Een vraag die alleen kan worden gesteld door 1-voudige wezens die blijkbaar nog altijd in verbijstering geloven dat schizofrenie een zaak is van een in twee gespleten geest of brein. Met die tweevoud kunnen ze al niet uit de voeten. Overigens laat geen enkel brein zich aanpraten en aanmeten dat het uit compartimenten zou bestaan. Het neemt meteen de gepaste represailles.

***

De nacht werd zelf niet geraadpleegd bij het bepalen van het tijdstip dat we middernacht noemen. Zo zien we nogmaals dat onze voorstellingen en gedachten geen betrekking hebben op de ‘werkelijkheid’ maar op de wijze waarop we met haar omgaan (en de nacht met ons omgaat).

***

Wat is eigenlijk een aforisme? Het woord is afgeleid van het Oudgriekse werkwoord aphoridzō (άφορίζω). Dit betekent oorspronkelijk het met paal en perk (de zogenaamde ‘oroi’) afbakenen van de lap grond van een schuldenaar die zijn schulden niet kon terugbetalen. Vandaar: het ‘op zichzelf staande’, het ‘geïsoleerde’, ‘datgene wat uit een groter geheel is genomen’.

.
a7a

Onheimelijke Uitspraken (1)

.
tiepmachien
.
.
Een conservatief zegt met zijn hoofd “Ja maar” en met zijn hart voluit “Ja”.

Een progressief zegt met zijn hoofd “Ja” en met zijn hart “Ja maar”.

***

Alle illusies verliezen we tijdens de passage door het geboortekanaal.
(Ooit, lang geleden, las ik in Vrij Nederland: “Vanuit de baarmoeder gezien is het leven één lange ontwenningskuur.”)

***

Een roos pluk je, maar een roosje zet je niet in een vaas.

***

Pas als ook voor de moslims geldt dat de mannen vrouw willen worden en de vrouwen man, kan van een geslaagde integratie gesproken worden.

***

Eén van de gevolgen van de extreme media-aandacht voor kinderen en hun (bedreigde) onschuld is dat kinderen er kunnen van genieten eeuwig kinds te blijven.

***

Mensen met een baksteen in de maag lenen tegenwoordig geld voor het bouwen van een gefundeerde schuilplaats (met een gazon op zolder).

***

Une femme peut en cacher une autre. (Pour un homme, la même chose.)

***

Het verleden ligt in de toekomst.

***

Dat men kan zeggen dat het de schuld is van de socialisten, dat is pas de schuld van de socialisten.

***

Wie de geliefde verlaat, verlaat zichzelf.
.
.
Vrijheid mening

Waarom het ons allemaal niet meer kan schelen !!!

.
CYKLISTIKA: Zlatý pedál 2013.
.
Wij 60-plussers, oudjes, bejaarden, senielen, dementerenden & dementen, stervenden & aspirant geëuthanaseerden, het kan ons allemaal niet zo veel meer schelen!

Hieronder een niet exhaustieve lijst van 20 zaken die ons senioren niet meer kunnen schelen:

1. Of er intelligent leven is op een buitenaardse planeet. Het zal overigens hoogstwaarschijnlijk intelligenter leven zijn dan het onze, dat qua IQ & EQ nogal tegenvalt (uitzonderingen, waaronder Uw dienaar, niet te na gesproken).
2. Of Club Brugge dan wel AA Gent dit seizoen voetbalkampioen wordt, als het maar Anderlecht niet is.
3. Of na zonneschijn regen komt.
4. Of Bart de Wever opnieuw frieten met frikadellen plus een ferme lepel mayonaise zou gaan eten in frituur ’t Draakske in Deurne. Hoe dan ook: mager en half-slank zijn niet meer in de mode.
5. Dat IS op het strand van Oostende een aanslag pleegt. Leuk zeg, het moet niet elk jaar enkel op Oudejaarsnacht vuurwerk zijn!
6. Of het Oosten nog altijd Rood is.
7. Of prins Laurent al dan niet nog een dotatie ontvangt.
8. Dat de salafisten op de Zuidpool een kalifaat stichten.
9. Dat je overal zotten kunt vinden, zelfs in gekkenhuizen.
10. Dat Poetin, net zoals alle Russen, gedopeerd is.
11. Dat het niet zou uitmaken welke kleur een kat heeft als ze maar muizen vangt.
12. Wie laatst lacht.
13. Of er zoiets als transgender olifanten bestaan.
14. Dat Hillary Clinton mooier is in een mantelpak dan in een minirok.
15. Welke vlaggen er wapperen aan het Stadhuis.
16. Of demografisch gesproken de konijnen kweken als konijnen.
17. Dat Jezus bij zijn Hemelvaart een heen- en retourticketje heeft genomen.
18. Dat Charles Michel de zoon is van zijn vader.
19. Welke bankier na de invoering van de miljonairstaks het eerst zelfmoord zal plegen.
20. Dat bijna alles ‘Too little, too late’ is.

Er is één iets dat ons nog wel kan schelen. En dat is of Peter Sagan straks (binnen een maand of zo) opnieuw wereldkampioen wielrennen wordt.
 
Peter-Sagan-stamp

Europa’s asielaanvraag afgewezen, wordt het land uitgezet

.
Europa zeus.
Europa veroudert snel. Haar gezicht is bezaaid met rimpels en ze staat niet goed meer op haar benen. Ze wankelt en duizelt soms, heeft nu en dan ook last van oorsuizingen. Een syndroom typisch voor evenwichtsstoornissen. Ze slikt antidepressiva en tranquillizers. Stilaan verliest ze haar zelfredzaamheid en moet ze beroep doen op thuisverpleging. Verdampt is het vitale élan waaruit ze voorheen kon putten om verbazingwekkende prestaties te neer te zetten en overal op de wereld roem te vergaren. Nu mist ze jaar op jaar, dag op dag, meer en meer haar meest treffende eigenschap: Europa kan nog amper haar plan trekken.

Eeuwen geleden migreerde Europa met de hulp van een mensensmokkelaar naar het continent van het Avondland. Al is ze reeds op gezegende leeftijd en is ze perfect geïntegreerd geraakt, toch wordt haar asielaanvraag nu afgewezen. Ze wordt door staatssecretaris Theo Francken meedogenloos teruggestuurd naar haar herkomstland, het woelige Midden-Oosten.

In de mythologie van de Grieks-Romeinse Oudheid was Europa een jonge mooie koningsdochter. Haar vader heerste over een landstreek die ongeveer overeenkomt met het huidige Libanon. Op een dag gaat Europa met een paar vriendinnen bloemen plukken op de strandvlakte in de buurt van de stad Sidon. Haar lieflijke en bevallige verschijning trekt de aandacht van oppergod Zeus en zijn wellust. Zeus, befaamd en berucht voor zijn seksuele appetijt waardoor hij vaak overhoop ligt met zijn jaloerse echtgenote, de godin Hera, kan uiteraard niet weerstaan aan Europa’s maagdelijke schoonheid. Europa wordt een uitverkoren lustobject. Nu staat in de buurt van de meisjes een kudde koeien te grazen. Zeus vermomt zich in de gedaante van een jonge stier en voegt zich onder de dieren. Wanneer de prinses de onbekende stier opmerkt, wordt ze bijzonder nieuwsgierig. Zo’n mooie, grote en sterke stier heeft ze nooit eerder gezien. De jonge stier mag dan krachtig zijn, hij laat zich kennen als lief en zachtaardig. Prinses Europa en haar vriendinnen stoeien een tijdje met de stier en ze versieren hem met bloemen. Het spel met de jonge stier werkt zo inspirerend dat Europa op een geven ogenblik op de rug van de stier klautert.
Amper heeft Europa zich vastgehecht aan de brede schouders van de stier of deze stormt naar de kustlijn en zwemt de open zee in. Zo ontsnapt hij aan de reikwijdte van Hera’s blik. Europa kan echter niet zwemmen en er zit voor haar niets anders op dan zich stevig vast te klampen aan de hoorns van de stier. Uiteindelijk landen ze op Kreta. Zeus onthult er zijn ware identiteit. De prinses kan de avances van de oppergod niet weerstaan en ze hebben er seks waarna Zeus snel terugkeer naar zijn Hera op de berg Olympus. Europa baart hem vervolgens drie kinderen: Minos, Rhadamanthys en Sarpedon. Als dank voor bewezen diensten zou Zeus het nieuwe continent Europa hebben genoemd, al komt deze dankzegging in de meeste Europaverhalen niet voor.

De reis van Zeus en Europa is vermoedelijk een mythologiserende verdichting voor de expansie van de Fenicische cultuur en beschaving. De Feniciërs waren alvast uitstekende en succesvolle zeevaarders, die heel wat Griekse steden en eilanden in de Middellandse Zee aandeden. Het lijkt dus niet onlogisch dat de kusten van Fenicië en deze van Klein-Azië in het algemeen plus allerlei kleine eilandjes in het oostelijk deel van de Middellandse Zee de uitvalsbasis zijn geweest voor migrerende bevolkingsgroepen uit het Midden-Oosten. Zo gaat het Griekse alfabet quasi volledig terug op het Fenicische. Het kan dan ook niet bevreemdend zijn dat de mythe van Europa als moeder van Minos voorgesteld wordt als een directe verwijzing naar de ontwikkeling van de Minoïsche cultuur op Kreta. De Minoïsche cultuur is de oudste bekende beschaving in het Europees werelddeel. Zij zwermde uit naar het Oude Griekenland en in die zin kan de Minoïsche beschaving beschouwd worden als de bakermat van de Europese cultuur.

De term ‘Europa’ wordt etymologisch gezien doorgaans herleid tot de Griekse woorden voor breed (‘eurys’) en gezicht (‘ops’). Vandaar de bijzonder flatterende betekenis van ‘ruime blik’ en ‘open geest’. Andere etymologen wijzen op een mogelijke Semitische of Fenicische wortel. De naam ‘Europa’ zou dan afgeleid zijn van het Semitische woord ‘erebu’ dat ‘zonsondergang’ betekent of van het verwante Fenicische woord ‘ereb’ dat staat voor ‘avond’. Met het Midden-Oosten als gezichtspunt gaat de zon immers onder in Europa. Europa is dan het land in het westen, kortom het beruchte Avondland.

De vraag stelt zich evenwel of de mythe van Europa verwijst naar een persoon (de koningin van Kreta) of naar een aardrijkskundige benaming. Hieromtrent zijn de meningen echter erg verdeeld. Tegenwoordig gaat men er toch veelal van uit dat de naam Europa wel degelijk een geografische oorsprong heeft. Maar niet in Kreta. Haaks op de Europa-mythe staat het gegeven dat in de Oudheid ‘Europa’ (ook?) stond voor een deel van het noorden van Griekenland, de landstreek van Boeotië tot Macedonië. Europa gold er als de naam van een aardgodin. In die regio kwam de naam Europa ook voor als een plaatsnaam en ook een riviernaam. Maar toevallig (?) vermeldden de mythes van Europa ook dat haar twee jongste kinderen, Rhadamanthys en Sarpedon, door hun broer Minos uit Kreta naar datzelfde Boeotië werden verbannen. Of moeten we voor de betekenis van de naam Europa nog dieper graven? Want wanneer Homo Sapiens zich vanuit Afrika over de aardbol verspreidde, heeft hij het Europese vasteland inderdaad via een overtocht vanuit Klein-Azië bereikt.

Hoe dan ook, de ruime regio van het noordelijk deel van Griekenland werd vervolgens door Grieken en later ook door de Romeinen, in haar geheel aangeduid als Ευρώπη/Europè. Zo werd de naam Europa verder uitgebreid tot de benaming voor het hele Griekse vasteland en uiteindelijk voor het ganse Europese continent. Europa vormde dan in de Moderne Tijden definitief het afgezonderd huidig werelddeel, van Azië gescheiden door de Hellespont en de Bosporus en van Afrika door de straat van Gibraltar.

Soit! Allemaal praat voor de vaak.
Voor Europa is het liedje uit. Honi soit qui mal y pense!

Europa zeus2